Driekoningen en het heilig boontje

Kinderen verkleed als de Drie Koningen

Kinderen verkleed als de Drie Koningen

Ook al is kerst en oud en nieuw geweest, de koek is nog niet op. Het laatste grote feest van de midwintertijd moet nog komen: Driekoningen! (1) Wie ooit op 6 januari traditioneel Driekoningen heeft gevierd die weet dat bonen speciaal zijn. Degene die de boon vind in zijn stuk taart is de bonenkoning! Hij mag koning zijn voor één dag. Hij is het (heilig) boontje! Omdat het meestal een zwarte boon is, die gevonden wordt zou je af kunnen leiden dat het om de zwarte koning Casper gaat. Zijn naam betekend de schatbewaarder. Hij is één van de drie ‘magi’, magiërs of wijzen uit het Oosten. Zoals we uit de bijbel weten volgen ze een ster om het uitverkoren kind te vinden. (2) In sommige plaatsen gaan – tot op de dag van vandaag – kinderen, verkleed als drie koningen, met een draaiende ster langs de deuren. Hun reden is wat prozaïscher, ze zoeken geen kind, maar geld of snoep… Vroeger waren het volwassen mannen die met de ster rondliepen. De draaiende ster is te interpreteren als het jaarwiel dat weer draait en de zon die wedergeboren is oftewel weer stijgt aan de hemel.

Maar… waren zij wel koningen? Waren zij niet eerder koninginnen? Zij kwamen om een nieuwgeboren kind te bezoeken en om hem gaven te schenken. De traditionele taken voor de drie schik- c.q. noodlotsgodinnen! Zij bepalen begin, eind en verloop van het mensenleven. Zij kwamen ook in de midwintertijd om in elk huis te inspecteren dat er geen wielen draaiden. Zij werden dan wel de ‘goede vrouwen’ genoemd. In Italië komt zij alleen en heet Befana. In de nacht van Driekoningen brengt zij kado’s aan de kinderen, zoals bij ons een maand eerder Sinterklaas die brengt en de drie koningen die brengen aan het Christuskind… Zij ziet er uit als een lelijke heks en is daarom te vergelijken met de donkere Casper, de schatbewaarder. Er is reden om aan te nemen dat de schat die bewaart wordt door de zwarte koning of zwarte noodlotsgodin bestaat uit zielen die klaar staan om geboren te worden.

Een belangrijk argument hiervoor is de boon. Bonen zijn zielenvoedsel. Zowel de oude Egyptenaren, als de Grieken en Romeinen geloofden dat bonen de zielen van overledenen konden bevatten. (3) In het bonenveld wachtten zij het juiste moment af om te reïncarneren. De Griekse filosoof Pythagoras wist dat al en verklaarde daarom het eten van bonen taboe voor alle mannen. Deze hebben nu eenmaal geen geboortekanaal. Tijdens de Romeinse Lemuria probeerde de pater familias de huisgeesten te verzoenen door ze zwarte bonen te geven. Hij deed de bonen in zijn mond en gooide ze daarna op de grond en riep dan negen maal; ik gooi deze bonen weg en koop de mijnen vrij, geesten verlaat dit huis! De geesten konden daardoor hun intrede nemen in de bonen in de hoop op reïncarnatie.
Waarom zou de ziel juist in de boon een verblijfplaats willen hebben? Ze lijken in de verte wel wat op het embryo van een kind, maar nog belangrijker; ze geven gas! Ja, inderdaad je moet ervan winden laten! En de pneuma, de geest bestaat uit gas, de levensadem, die zich via het hart verdeelt over het hele lichaam. Dit gas wordt nu eens niet door een mannetjesgod uitgeblazen, maar – zo zou je het kunnen zien – door de godin uitgepoept!
We hebben in onze tijd zo’n distantie gecreërt tot onze normale lichaamsfuncties dat we slechts kunnen lachen om dit denkbeeld. Maar ook op dit vlak heeft verchristelijking iets allernatuurlijkst verduivelt. In de middeleeuwse folklore liet de duivel een afschuwelijke stank achter en de ingang van de hel was via zijn achterste. Een nog ouder beeld is de poort van de onderwereld als het achterste van de duvel zijn moer (moeder). De moer van de duivel was en is de onderwereldgodin; vrouw Hel, of vrouw Holle. Zij is godin van de dood, behoedster en bewaarder van het nog ongeboren leven (mensen-, dieren-, en plantenzielen). Als zij bonen at liet zij een scheet en een ziel verliet haar achterste, de uitgang van de onderwereld en een kind werd er in de mensenwereld geboren! Hoe hilarisch dit ook klinkt, toch zit er een logica in dit beeld…
De drie koningen vonden uiteindelijk Jezus in een grot (een stal in Palestina was in die tijd meestal een grot). Een passende plek want grotten zijn de ingangen naar de wereld van de godin van leven, dood- en wedergeboorte. Uit zo’n opening kan een goddelijk kind geboren worden.

De boon kan gek zijn als een rare snijboon, zij kan heilig zijn als het heilig boontje. Beide keren is zij niet van deze wereld, zij is anderwerelds, zij is een symbool voor de ziel. Als je de boon als plant (en als ziel) goed bemest, in het zonnetje zet en geregeld water geeft, dan zal die groeien en bloeien, mogelijk tot in de hemel, zodat die ziel een verbinding kan vormen tussen hemel en aarde, god en godin. In het sprookje van Sjakie en de bonenstaak gebeurt dat. Sjakie plant zijn wonderbonen en klimt via de steel naar een wereld in de wolken. Daar aangekomen kan hij het hemelse goud van verlichting meenemen. Sjakie (Jack in het Engels) is de volkse benaming voor Jacob uit de bijbel, die in zijn visioen de Jacobsladder zag waarmee engelen van en naar de hemel konden klimmen. Hij kreeg zijn hemels visioen echter door te slapen met zijn hoofd op een rotsblok, symbool van moeder aarde. (4)

1: Voor wie mijn blogs nooit heeft gelezen. Ze zijn gericht op het speculatieve. Niet datgene wat per definitie waar is, maar wat waar zou kunnen zijn. Het gaat mij erom dat de blog inspireert om anders en dieper naar symbolen, verhalen en rituelen te kijken om deze zo te kunnen doorgronden.

2: Deze drie koningen en hun ster doen me trouwens sterk denken aan de zoektocht van de priesters van het Tibetaanse Boeddhisme naar de reïncarnatie van de nieuwe Dalai Lama.

3: het gaat hier om de tuinboon, deze is inheems. De sperzieboon en snijboon werden pas later uit Amerika ingevoerd.

4: De boon in de koek en het kaarsjespringen zijn ook afgeleid van heidense gebruiken. De Germanen mochten in de twaalf nachten van de nieuwjaarsfeesten geen peulvruchten (hun hoofdvoedsel) eten en de ‘heilige boon’ betekende het einde van die vasten.

Mogelijk is er een etymologische verwantschap tussen de Romeinse bona dea (goede godin), de Keltische bean sidhe (elfenvrouw) en de boon. Een van de Keltische godinnen is ontstaan uit o.a. de bloesem van de boon, Blodeuwed. Zij laat zien dat het leven – en dus ook de Godin – twee kanten heeft. Enerzijds is zij de mooiste vrouw op aarde, gemaakt van lentebloesem, anderzijds bedriegt en verraad zij haar man en verandert uiteindelijk in een uil, het nachtwezen bij uitstek. Zo is het met de godin, zij wenst je als Bona Dea alle goeds in het begin van je leven, maar is als Bean Sidhe de onafwendbare zwarte aankondigster van je dood.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: