De Groene Man en de Wildeman

Als vervolg op mijn voorgaande stuk over de Groene Man vertel ik nu meer over de optochten die in de meitijd op verschillende plaatsen in Europa werden gehouden, waarin een met bladeren bedekte man werd meegevoerd. Wat is de betekenis hiervan als je dit ziet als een inwijdings- en vruchtbaarheidsritueel? Vooral de connectie tussen de Groene Man en de Wildeman heeft mij nieuwe inzichten over de betekenis van de Groene Man gegeven.

Rituelen van de Groene Man

Ik begin bij de Engelse Jack-in-the-Green. Deze hoort bij het meifeest. De Jack is een man die verborgen zit in een piramide gemaakt van wilgentwijgen en bedekt met blad van hulst en klimop. Hij loopt mee in een optocht samen met de schoorsteenvegers en de meikoning en meikoningin of anders Robin Hood en Maid Marian. In Engeland blijft het bij een processie en geldinzameling zonder verdere rituele elementen. (1)

De Nederlandse klissenboer gaat al iets verder. (Vooral te vinden in West-Friesland en enkele andere Noord-Hollandse plaatsen) Dit ritueel werd uitgevoerd met ‘Luilak’ op de zaterdag voor Pinksteren. Wie dan het laatst uit bed kwam was de luilak of klissenboer, hij werd volgehangen met kleefkruid en/of klissen vervolgens in een wagentje gezet en zo door de stad gevoerd. Na de rondgang werd hij in het water gesmeten. (2)

(plaatje is de ‘Burry man’ een Schotse ‘Klissenboer’..)

Onder andere bij de zigeuners van Roemenië werd Groene Joris gevierd op paasmaandag of met Sint Joris (23 april). Groene Joris is een jongen die bedekt is met bladeren van de berk. Samen met een versierde meiboom wordt hij rondgeleid. De boom wordt opgezet en Joris in het water gegooid. Vaak kruipt de jongen er stiekem uit en wordt het omhulsel verdronken. Ook geeft de Groene Joris gras aan het vee opdat deze het volgend jaar genoeg voer zullen hebben. Verder slaat hij drie spijkers in de meiboom en gooit deze daarna in stromend water. (3)

In Duitsland in Swaben en Beieren is er de Pfingstl, ook wel de Pinksterlummel genoemd. Hij wordt met Pinksteren gekleed in bloemen en bladeren van els en hazel. Hij krijgt een hoge punthoed op met alleen gaten voor zijn ogen of anders een kunsthoofd. In een processie gaat deze figuur door het dorp begeleid door jongens met getrokken zwaarden. Eerst wordt de Pfingstl nat gespetterd, dan wordt hij de rivier in geduwd waar de jongens doen alsof zij zijn hoofd afhakken en hem offeren. Hierbij verliest hij zijn kunsthoofd of hoed. In Swaben wordt tegelijkertijd een meiboom uit het bos gehaald, de laatste die mee komt helpen wordt aangekleed als de Pfingstl. Dan lopen er ook nog een zwarte man en een wilde man mee. Deze laatste heet dokter Ijzerbaard. In één versie van het ritueel laat deze ‘dokter’ de Pfingstl herleven door hem ader te laten. (4)

Ten laatste wordt er in Saksen met Pinksteren een ceremonie gedaan genaamd ‘de Wildeman het bos uit jagen’. Hier wordt een jongeman in blad en mos gehuld. Deze is de zogenaamde Wildeman die uit het bos wordt gejaagd en vervolgens neergeschoten. Een ‘dokter’ doet een aderlating waarbij nepbloed op de grond stroomt en de jongen herleeft. (5)

Van het Jack-in-the-Green ritueel zijn er al bronnen uit de zestiende eeuw. De andere rituelen zijn pas in de negentiende eeuw opgeschreven. Hoe lang ze daarvoor al zijn opgevoerd en op welke manier weet niemand. Behalve van de Jack-in-the-green weet ik ook niet of de rituelen tegenwoordig nog worden uitgevoerd. De Klissenboer wordt in ieder geval niet meer door de Hollandse straten gevoerd..

Ijzerhans en de inwijding van het ‘groentje’

Zeker in de uitgebreidere rituelen staat de Groene Man een rituele dood te wachten waarna er een wedergeboorte plaatsvindt. De in Swaben ten tonele gevoerde Wildeman Ijzerbaard heeft een cruciale rol in het vinden van een betekenis in dit ritueel. Ijzerbaard lijkt namelijk sterk op Ijzerhans, de Wildeman in het gelijknamige sprookje van de gebroeders Grimm. Hierin wordt een jonge onervaren prins door een Wildeman het woud in genomen naar een heilige plaats met een zuivere bron. Hier wordt de jongen beproefd, hij doorstaat de test niet, maar weet toch later na vele avonturen geholpen door Ijzerhans zijn levensdoel te bereiken. Hij word een held en kan de prinses trouwen. Dit sprookje is te zien als het verhaal van een initiatie van een jongen tot een volwassen man. (6)

Bij afbeeldingen uit de 16e eeuw van het Schembartlaufen (een optocht met vastenavend) in Duitsland zien we een Wilde man met een groene gordel die een – mogelijk gemaskerde –  vastgebonden jongen aan zijn staf of boom heeft hangen. Hij is de schim of geest met de baard (Schembart). Je zou dit tafereel kunnen zien als een scene uit een inwijding van een jongen door middel van het hangen aan een boom Dit doet sterk denken aan de Germaanse hangritus. Deze afbeelding leid mij ertoe om de Wilde man met Odin te associëren en daardoor de Groene Man te vergelijken met een door Odin (of zijn representant) in te wijden jongeling. (7)

De nog onervaren knul krijgt het groene masker opgezet of wordt omhuld door groene bladeren en wordt daardoor liminaal gemaakt; hij wordt een wezen van de grens. Vanaf dat moment is hij een geest, een wezen niet van het woud, niet van het dorp, maar er tussen in op de grens. Zijn situatie wordt zo pijnlijk aanschouwelijk gemaakt. Zijn ik is nog niet in staat om zelf de energie, het groen, zijn innerlijke boom te beheersen. Hij is slechts onderdeel van de energiestroom. De jongen moet daarom dood om opnieuw geboren te worden in en plaats te maken voor de volwassen man.

De boom van de Wildeman

Hij is zolang de ritus duurt onder de hoede van de heer van het woud. Mogelijk heet deze geest Silvanus (als het om Zuid-Europa gaat) of Odin (Noord-Europa). Maar welke naam je hem ook geeft; hij is de inwijdende godheid die de grens tussen de wilde natuur en de gecultiveerde wereld beheerst. In de Middeleeuwen kennen we hem als de Wildeman. Hij heeft een knots in zijn hand als symbool van daadkracht en vuur of anders een uit de grond gerukte boom met wortels en al. Hij is woest, angstaanjagend, geil en weerzinwekkend verschrikkelijk. (Zoals Odin was in de heidense tijd.) De groene of bruine haren en de bladkrans om zijn middel en zijn hoofd geven hem kracht. Toch is hij geen slachtoffer van zijn driften, van zijn woeste oerenergie. Hij beheerst ze door middel van de boom of knots die hij in zijn hand heeft. Hij kan hiermee zijn eigen energie geleiden. Hij kan ermee doden, maar ook tot leven wekken. (8) Als inwijder gebruikt hij zijn boom om er de jongen aan op te hangen. (Zoals Odin dat al deed in de heidense hangritus waarna zijn aanhangers tot de Berserkers gingen behoren.) Dit zie je terug in de foto’s van het Schembartlaufen. Dit hangen is te vergelijken met de symbolische onthoofding van de Pfingstl.

In het ritueel van de Pfingstl treedt de Wildeman Ijzerbaard op als dokter voor de Groene Man. Eerst wordt de jongen gedood, dan door de Wildeman tot leven gewekt. Het is een nieuw leven, waarin hij geen groentje, geen knaap meer is, maar gaat behoren tot de volwassen mannenwereld. Tegelijk is dit ritueel meer dan een initiatie. Het brengt vruchtbaarheid voor de hele gemeenschap. Het bloed van de jongen moet vloeien en de grond bevruchten. Hij moet ondergedompeld worden in een symbolische verdrinking, om daarna ieder nat te sputteren om te delen in zijn vernieuwde numineuze krachten. Daarna kan hij opdrogen tot hij niet meer groen of nat is achter zijn oren. Zijn eigen boom is in het meiritueel al meegevoerd in de vorm van de meipaal. Nu kan hij zijn boom – net als Odin en de Wildeman – gebruiken als rijdier, hij weet zelf zijn energie, zijn groene kracht te kanaliseren. Hij is ontgroend! (9)

De betekenis van de Groene en de Wilde Man in kerk en kroeg

De Groene Man staart ons aan vastgemetseld aan zijn pilaren boom, met zijn gekwelde of juist serene blik. Hij is onderdeel van de wilde natuur, hij is onze connectie met die natuur. Dit is mooi als het om een boomgeest of vegetatiedemon gaat. Maar als het om een mens gaat is het een gekooide ziel achter zijn masker van bladeren. Hij is een onvolwassen ziel die beheerst wordt door zijn driften en zelf het heft nog niet in handen heeft.

Pas in zijn tweede stadium als het groen uit zijn mond (en eventueel ogen en oren) stroomt is er sprake van een transformatie. Het is het moment van het (bloed)offer. De Groene Man wordt gedood en kan wedergeboren worden. Zijn offer brengt een stroom van energie op gang. Deze overvloed wordt zichtbaar gemaakt door de vegetatie die uit al zijn openingen stroomt.

In zijn volgende stadium heeft hij haar op de borst en op de tanden gekregen.  Hij is een Wildeman geworden! Hij heeft zich losgerukt van zijn boom. De samen met de Groene Man uit het bos meegebrachte meipaal staat ten teken van overwinning op de (eigen) natuur in het midden van het dorp en kan desgewenst beklommen worden.

De Wildeman vind je nooit op pilaren bevestigt. Toch is hij ook te vinden in sommige kerken, maar dan in het koorscherm. Op de grens tussen profaan en heilig, zoals Silvanus al de grens tussen natuur en cultuur beschermde. Alleen de ingewijden mogen voorbij het koorhek naar de plek van het rituele maal.

Christenen zagen deze beeltenissen vanuit een ander perspectief. De Groene Man was een verdoemde ziel die ten onder ging aan zijn eigen wellust. De vruchtbare kracht van de Groene Man verwerd tot verdorven geilheid en wellust. De Wildeman werd in plaats van een heer van het woud een zielloze door god verlaten mens, of zelfs een demon. (10) De beelden bleven in de kerk maar hun betekenis onderging een treurige transformatie.

Binnen de kerk verwerden de Groene en de Wilde Man tot verdorven zielen of demonen. Daarbuiten bleven ze nog lange tijd hun functie – initiatie van de jonge man en vruchtbaarheid voor de gemeenschap- houden in de meirituelen.  Deze eindigden vaak in de kroeg of herberg! Dat was de plaats van samenkomst voor de bonden en gilden die de processies e.d. organiseerden. Dit is nog steeds te zien aan uithangborden van herbergen en café’s met de afbeelding van een Groene of een Wilde Man. (11)

De Wilde en de Groene Man in jezelf

Dit lijkt misschien een vreemde conclusie bij al het hedendaagse idealiseren van de natuur. Maar de wilde natuur is maar al te gevaarlijk en wie wou overleven moest de overgang naar volwassenheid maken en zijn natuur beheersen. Maar wie werkelijk beheerst die onderdrukt niet. Die laat in momenten van feest of juist strijd zijn wildheid, zijn wilde haren en daarmee zijn mannelijkheid zien. Hij toont dat hij op zijn tijd zijn wilde energie kan tonen, beheersen en desgewenst weer opbergen. Dat is het teken van een volwassen man die zijn boomknots weet te hanteren en daardoor wint hij in het feest zijn vrouw en overwint hij in het gevecht zijn tegenstander.

Ook de Groene Man is niet verdwenen door de transformatie. Hij leeft in iedere man die zo nu en dan zijn innerlijk kind vrijlaat en opgaat in zijn gevoel en zijn handeling en daarvan geniet zodat de groene harte-energie stroomt! Maar de Groene Man kan slechts overleven in zijn pure genietende vorm door eerst in het ritueel dood te gaan.

1)    Frazer – The golden bough p.129

Mannhardt – Wald und Feldkulte p. 311-325

2)    http://www.kloosterven.nl/special/looielak.php

Dit is te vergelijken met de ‘Queensferry Burry Man’ uit Schotland. Ook deze ‘klissenboer’ werd rond geparadeerd. Als je hem geld of drank gaf zou hij geluk brengen.. In Zwitserland werd een vergelijkbare ‘Pinksterluilak of Whitsun lout’ in het water gegooit, waarna hij vervolgens ieder nat mocht maken.

3)    Frazer p. 126

4)    Frazer p. 297

5)    Frazer p. 298

6)    http://www.beleven.org/verhaal/ijzeren_hans

Zie ‘De Wildeman een boek over mannen’ van Robert Bly voor een uitvoerige uitleg van dit sprookje als een  initiatie van de jongen tot volwassen man.

7)    Farwerck – Noordeuropese mysterieën p. 304, 156 en 198

Odin wijdde zichzelf in door negen dagen te hangen aan de wereldboom, op de laatste dag werd hij doorstoken door een speer en reikte hij naar de runen in de bron van wijsheid. Odin is ook Grimnir de gemaskerde. Wie hem wou volgen moest ook een drievoudige dood doorstaan, hij moest hangen, doorstoken worden en verdrinken in de bron. Langs lucht, vuur en water en terug naar het leven. De vierde dood via aarde zou de fysieke dood betekenen.

8)    Zie bv. de ontmoeting van Owain met de heer van het woud in de Mabinogion..

9)    De wereldboom Ygdrassil is vrij vertaald het ‘paard van Odin’. Odin berijdt de boom alsof het een paard is om zo als een sjamaan in de geest naar de verschillende werelden te reizen.

Nog steeds zegt men van een jongen die een knappe man is geworden dat hij goed is opgedroogd..

Zie ook Bob Curran – Walking with the green man p.37

10)  De christelijke herinterpretatie van dit beeld werd door Hrabanus Maurus in de 8e Eeuw duidelijk gemaakt: Hij vergeleek groene takken (niet de groene man zelf zoals veel internetbronnen beweren..) met de zonden van het vlees en met geile gemene mannen die zeker verdoemt zouden worden.

Centerwell (1997), 27–28 the name of the green man

11)                      Farwerck – Mysterieën 198

Bekijk ook: The company of the green man http://freespace.virgin.net/polter.geist/greenman.htm

 

Advertenties

De Groene Man

Tijdens een wandeling stelde ik me de vraag wie ben ik en wat is mijn band met de natuur om me heen? Ik keek op en een gezicht staarde naar me. Een stenen gezicht van bladeren op een geveltje ergens in Groningen. Dit was ca. 15 jaar geleden, maar de queeste naar de groene man in mezelf is nooit gestopt..

De groene man is de benaming voor dit zeer intrigerende ornament dat te vinden is in middeleeuwse kerken, maar ook op gevels van oude huizen. Hij wordt tegenwoordig gezien als het archetype van onze éénheid met de natuur of als symbool van mannelijke kracht verbonden met moeder aarde. Maar werd hij altijd zo gezien? Lees over mijn speurtocht naar de betekenis van de Groene Man..

Het uiterlijk en de geschiedenis van de Groene Man

In de architectuur wordt hij ook tête feuillu, mascaronne of masque feuillu genoemd en gezien als een ‘grotesque’ (net als waterspuwers, duivels en andere monsterkoppen). (1) Er zijn twee hoofdvormen: Het gezicht dat gemaakt is van blad (wangen, voorhoofd en kin zijn gevormd uit bladeren) en het gezicht waar het blad uit de mond spruit. Een derde zeldzame variant heet de bloedzuiger. Hierin komt er blad uit de ogen en oren. (2)

Combinaties van deze drie komen ook voor. Een vierde variant is het gezicht dat verscholen is achter bladeren. Deze variant komt zelden voor als ornament, maar is wel essentieel in het volksritueel van de Groene Man.

In kerken zit hij vaak onopvallend hoog op de kapitelen van pilaren of als sluitstuk van een ribgewelf. Vrijwel nooit zit hij op een prominente plek.

Op gevels van woonhuizen is hij wel duidelijk zichtbaar. Het gezicht is meestal van eik, acanthus of klimopblad en soms van wijnrank of meidoorn. Eén enkele keer is hij gekroond met een fleur-de-lis. Meestal is het een mannenhoofd, een duidelijke Groene Vrouw komt zelden voor. (3)

De eerste voorbeelden van het Groene Man motief zijn uit de 2e eeuw AD.  Ze staan op pilaren en grafmonumenten in Romeinse tempels uit verschillende uithoeken van het rijk. (4) In de Romaanse kerken vinden we her en der een voorbeeld, maar de grote bloei van de Groene Man vinden we in de Gotische kerken en kathedralen van de 12e t/m de 15e eeuw. Vervolgens duikt het in de renaissance ook op als versiering van woonhuizen in West-Europa, ook in Nederland. Na de eerste wereldoorlog verdwijnt de Groene Man – samen met alle andere ornamentiek – uit het zicht van de bouwkunst. Mede dankzij het oplevende heidendom krijgt de groene man vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw een nieuw leven in kunst en literatuur.

De naam van de Groene Man

Deze gegevens zeggen weinig over de betekenis van de Groene Man. Maar één keer is er een ornament gevonden met een inscriptie. Hierop staat Silvanus. Hij is de Romeinse heer van het woud en beschermer van de grenzen tussen woud en akker. Als de akker vergroot wordt moet er eerst een zoenoffer plaatsvinden voor Silvanus. (5) Een groen gezicht als dat van de Romeinse god en heer van het woud klinkt logisch, echter Silvanus wordt in de Romeinse kunst afgebeeld als een naakte bebaarde man met een bebladerde tak of een ontwortelde boom in zijn hand. Dit lijkt meer op een voorvader van de Wilde Man! Ook de Wilde Man wordt meestal afgebeeld als een ruigbehaarde (dit keer volledig behaard) woudman met een ontwortelde boom in zijn hand. Ik kom nog terug op deze connectie.

Verder zijn er enkele laat-Romeinse afbeeldingen van Oceanus de zeegod met een baard van vegetatie. (6) Qua thematiek kan ik Oceanus echter slecht plaatsen bij de rest van de groene mannenafbeeldingen.. Voor de rest is het tasten in het duister naar de oorspronkelijke naam van de Groene Man.

Dit speculeren, is dan ook in ruime mate gedaan. Hij wordt geassocieerd en geïdentificeerd met Cernunnos, Robin Hood en met de elfen. Met Adonis en Dionysos, met de duivel, maar ook met Christus. En voor al die associaties is wel iets te zeggen, behalve dan een werkelijk bewijs en directe associatie in de primaire bronnen. (7)

Toch zijn er mogelijkheden om achter het geheim van de Groene Man te komen. Er zijn aanwijzingen voor zijn betekenis te vinden in zijn naam, uiterlijk en plaats. De Groene Man is de ‘mascaronne’ het masker gemaakt van blad. Vele Groene mannenornamenten zijn duidelijk te zien als maskers (zie de groene man van Bamberg en Antalya). Masker komt van het latijn ‘masca’ wat geest of heks betekend. Wie gemaskerd rondliep ging volgens het oude volksgeloof behoren tot de geestenwereld. Een groen bladmasker verwijst hiermee naar een planten- of boomgeest oftewel een geest van de vegetatie.

Groen is etymologisch verwant aan groei. Wat groen is groeit en is vruchtbaar, zal zich ontplooien en ontwikkelen. Groen is echter ook naïef en onervaren. Een nog onervaren jongen is een ‘greenhorn’, een groentje. Hij wordt hier vergeleken met het jonge groene blad. Men zegt dan hij is ‘nog niet droog, of hij is nog groen achter zijn oren’. (8) De Groene Man is jong, vol groeikracht en potentie en moet nog ‘ontgroent’, dus geïnitieerd worden in de geheimen van de volwassen wereld.

In tegenstelling tot veel vrolijke Groene Mannen die nu als tuinornament dienen heeft het authentieke gezicht meestal een starende blik met een mysterieuze, serene, gekwelde of zelfs grimmige uitdrukking. Dit laatste woord komt van grimas, wat ook weer masker betekend. Mogelijk is dit de blik van iemand die midden in zijn beproeving zit, met tegelijkertijd de serene blik van iemand die participeert in een gewijde handeling als de gekwelde blik van een slachtoffer.

Het ritueel van de Groene Man

De van oudsher meest voorkomende plaats van het Groene Mannen ornament is op het kapiteel van een pilaar in de kerk. Als we speculeren dat een kerk vaak in de plaats kwam van een bosheiligdom met gewijde bomen, dan zijn de met loof geornamenteerde pilaren de vervanging van deze bomen en is de Groene Mannen afbeelding een representatie van de boomgeest of breder gezien de geest van de vegetatie of het woud. Zo komen we weer dicht bij Silvanus – de heer van het woud – terecht!

Dit zou slechts brede speculatie zijn als er niet door heel Europa heen een wijd verspreid folkloristisch gebruik was van processie en offer van de Groene Man. Deze rituelen zijn pas in de negentiende eeuw of later opgeschreven en om die reden heerst er schroom vanuit de wetenschap om ze te koppelen aan de middeleeuwse kerkornamenten. Toch is het niet vreemd om in de relatief statische boerengemeenschap te verwachten dat een ritueel door de eeuwen heen zijn kernelementen heeft behouden. (9)

Ik beschrijf in het vervolgstuk volgende week de rituelen rondom de Groene Man. De Jack in the Green van Engeland, de Groene Joris uit Roemenië, de Duitse Pfingstl en de Hollandse Klissenboer. Ook hoor je dan eindelijk mijn betekenis van de Groene Man!

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1)    Haslinghuis – Bouwkundige termen

2)   De naam kreeg hij vanwege de foutieve aanname dat het bij dit specifieke voorbeeld om bloedzuigers in plaats van bladeren ging die uit de ogen kwamen..

3)    In de zin van een duidelijk vrouwelijk gezicht van blad of waar blad uit stroomt. Het prachtige boek van Lankester (Joke en Ko Lankester – De groene man en de groene vrouw 2011) overtuigt mij hierin niet, vooral omdat ik een strakkere definiëring van het begrip Groene Man hanteer. Voor Ko en Joke is bladmotief als kraag, mantel of zelfs in de buurt van het gezicht genoeg voor een identificatie als groene man of vrouw.

4)    Met name Neumagen – Trier (Duitsland) en Antalya (Turkije) kent mooie voorbeelden. Zie de foto. De groene mannen van Neumagen zijn hergebruikt in de Romaanse kathedraal van Trier en hebben zo bijgedragen aan het voortbestaan van de Groene man. Lankester 53 en Basford – The green man 9

5)    Op een fontein gemaakt voor de abdij Saint-Denis in Parijs uit de 12e eeuw. Basford pl. 23 Over Silvanus: Lankester- Westerse goden en godinnen 180 of http://en.wikipedia.org/wiki/Silvanus_(mythology)

6)    Basford – The green man p. 9

7)    Bv. William Anderson – Green man, John Matthews – Quest of the green man en Dr. Bob Curran – Walking with the Green Man

8)     http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/nog-niet-droog-achter-de-oren

http://www.etymologiebank.nl/zoek Dit is echt een geweldige bron voor woordherkomst, vele etymologische woordenboeken in één keer te raadplegen..

9)    Zeker als je kijkt naar de overeenkomsten tussen het volksgeloof uit de in de 19e eeuw opgeschreven sagen en de heksen en weerwolfprocessen in de 15e en 16e eeuw.