Het verhaal van Jack ‘O Lantern en de betekenis van Halloween / Samhain

Met Halloween, op de avond van de 31e oktober gaan er in vele landen kinderen langs de deuren met uitgeholde pompoenen met een lichtje erin. Ze roepen: “trick or treat” of iets dergelijks, en zijn vermomt als engerds, als vampiers, spoken, heksen of skeletten. Zo gaat de maskerade van deur tot deur tot er genoeg lekkers is verzameld en eindigt of begint bij een groot vuur, waar er nog een griezelig verhaal wordt verteld… (1)

Die uitgeholde pompoen wordt in de Angelsaksische landen de Jack ‘O Lantern genoemd. De herkomst van die naam is te vinden in de Ierse sage over een aartsschurk genaamd Stingy (=gierige) Jack.

Het verhaal van Jack ‘O Lantern

Stingy Jack was een man die in zijn leven niet wou deugen, maar wel de duivel een aantal keren te slim af was. Met Halloween komt de duivel naar zijn stamkroeg om zijn ziel te halen. Jack weet de duivel zo ver te krijgen dat hij zich in een muntstuk verandert om de waard te kunnen betalen en zet hem vervolgens gevangen in zijn geldbuidel waar een kruis op staat. De tweede maal – opnieuw met Halloween – smeekt hij de duivel om een appeltje voor hem te plukken. De duivel doet dat en kan vervolgens niet uit de boom vanwege het kruis dat Jack in de boom heeft gekerfd. Pas als hij belooft om Jack voor altijd met rust te laten bevrijd Jack de duivel uit de boom. Als hij na zijn dood bij de hemelpoort aanklopt wordt hij niet toegelaten. Maar ook de duivel houdt zijn belofte en ziet het überhaupt niet zitten zo’n slimmerik toegang te verlenen! Hij smeekt dan de duivel om een gloeiend kooltje voor wat warmte en om zijn weg door de wereld te verlichten. Jack krijgt het kooltje en beschermt het kooltje tegen weer en wind door het in een uitgeholde raap te plaatsen. Zo dwaalt hij met zijn lichtje als dwaallicht door de wereld tot het einde der tijden. (2)

Het dwaallichtje

Jack ‘O Lantern is één van de vele namen voor het dwaallichtje. (3) In het Engels ook wel Will-of-the-Wisp en Corpse Candle genaamd. De laatste naam verraad waar het om gaat: Een lichtje voortgebracht door de ziel van een dwalende dode. In de meeste gevallen gaat het om een ongedoopt kind, een brandstichter of een grenssteenverzetter. In het Halloween verhaal gaat het om iemand die te goed is voor de hel en te slecht voor de hemel. Deze dwalende doden worden hiermee een soort van elf. Ook elfen werden gezien als levend tussen hemel en hel. In een variant van het Jack ‘O Lantern verhaal klimt de man zelf de appelboom in, waar de duivel hem niet kan bereiken. De appel is een elfenboom (denk aan Avallon en Tir-Nan-Og), Jack vlucht dus naar de elfenwereld. (4)

Samhain

Juist met Halloween staan de elfenheuvelen wijd open en kunnen de geesten vrijelijk rondspoken. Dit komt doordat het een scharnierpunt in het jaar is. Het is een periode tussen de jaren in. Vroeger werd het feest in Schotland en Ierland Samhain genoemd. (5) Dit betekent letterlijk einde van de zomer. In Wales noemden ze ditzelfde feest Calan Gaef; het begin van de winter. Het is het begin van de donkere helft van het jaar. De Kelten zagen de avond, dus de komst van de duisternis als het begin van de nieuwe dag en naar analogie daarvan kan je aannemen dat Samhain als begin van de duistere periode ook het begin van het nieuwe jaar was. Op dit soort drempelmomenten zijn de sluiers tussen deze en de Andere wereld dun. Geesten, elfen en andere wezens kunnen op deze nacht ook in onze wereld ronddwalen of anders gezegd; wij zijn gevoeliger voor hun aanwezigheid en nemen ze eerder waar!

De geest te gast

Juist met Halloween – op de drempel tussen twee seizoenen – zouden de dolende geesten een versterkt contact kunnen maken met de wereld van de levenden. Gedreven door de komst van de kou verlieten ze de desolate plekken, de moerassen en heidevelden om terug te gaan naar de huizen, wellicht het huis waar ze ooit zelf woonden. Op die nacht vroegen de dolende geesten – en dus ook Jack ‘O Lantern – om gastvrijheid. Wie weigert om hem binnen te laten zal verwenst worden en  onheil over de hoofden van het gezin brengen. Wie de gast welkom heet wordt gezegend. Als je hem binnenlaat kan je hem mogelijk zelfs verlossen. Zelfs het woord gast is etymologisch verwant aan geest. Gastvrijheid is een heilige plicht, zelfs tegenover de doden!

Elk kind dat met Halloween rondloopt met een lichtje in een pompoen kan je zien als de verbeelding van zo’n dolende ziel. In Engeland benoemde men dit rondgaan met de veelzeggende term ‘to go a-souling’, de ‘treat’ werd een soul-cake genoemd. (6) Het kind komt met zijn (dwaal)lichtje en met zijn vermomming als geest aankloppen op zoek naar gastvrijheid, om binnen genood te worden voor een beetje warmte en een versnapering en vraagt “trick or treat”. De ‘trick’ is te zien als het onheil. Na de ‘treat’ kan de geest zegen brengen. De gemaskerde optocht is dus een geestenoptocht. Masker komt van ‘masca’ dat staat voor heks of geest en ‘mom’ in het woord vermomming staat ook voor geest!

De laatste oogst

De maskerades werden vroeger door volwassenen gehouden. Deze wisten de achtergrond en wilden – voor die ene keer in het jaar – zijn als een dode om de verwantschap met de vereerde geesten van de voorouders te voelen. Zo hielpen zij mee met de derde en laatste oogst. Vlak voor Halloween werden op het veld de laatste restanten binnengehaald zoals knollen, rapen en later pompoenen. Maar op Halloween zelf volgde de allerlaatste oogst die binnengehaald werd door de Dood zelf. Magere Hein: het skelet met zeis en zandloper, gehuld in een mantel, kwam zielen oogsten. (7) , Hij wordt ook wel de ‘grim reaper’ , oftewel de gemaskerde oogster genoemd. Dit maakt Halloween tot zowel een oogstfeest als een feest van de doden!

De god van de dood

Sommigen beweren dat Samhain vernoemd is naar een Arische god van de dood Samana. Daarbij word dan ook verwezen naar de engel des doods in de Talmud genaamd Samaël. Voor deze theorie zijn geen harde bewijzen. (8) Toch is het erg toevallig dat in de voodoo van Haïti de loa of god van de dood ‘baron samedi’ heet. Zijn feest word ook nog gevierd in de halloweentijd. Samedi is zaterdag, de laatste dag van de week.

(Kaart XIII De dood in middeleeuwse tarotspelen afgebeeld als een zielen oogstend skelet)

De grimmige, dus gemaskerde oogster snijdt met zijn zeis de laatste hechtingen af die de ziel aan deze wereld bindt. Hij neemt de zielen van het afgelopen jaar mee naar de geestenwereld. Het gaat hier om de nog ronddolende zielen, de dwaallichtjes. Deze zielen hebben de weg naar beneden of naar boven nog niet gevonden of zijn nog te gehecht aan het aardse om deze wereld te verlaten. Met Samhain / Halloween worden deze zielen overgebracht naar de andere kant. De mensen hielpen – door middel van de maskerade van Halloween – de god van de dood mee. Uit dankbaarheid daarvoor zouden zielen vanuit de andere wereld overvloed en vruchtbaarheid brengen aan de levenden.. (9) In de Christelijke tijd werd dit gebruik zo veel mogelijk vervangen door het bidden voor de arme zielen in het vagevuur met Allerheiligen en Allerzielen. Gemaskerd rondlopen werd gezien als heulen met demonen. Het lichtje waar je mee rondliep was hellevuur. Toch was het gebruik niet volledig uit te roeien.

Bon(e)fire en needfire

In het verhaal van Jack ‘O lantern moest Jack zijn lichtje uit de hel halen. Het is de vraag of dit een duivels lichtje was. Het zou ook afkomstig kunnen zijn van de ‘bon(e)fires’ die op de heuvels werden aangestoken met Samhain, zodat ze van verre te zien waren. (10) Hierbij moest op een rituele manier vuur gemaakt worden, het zogenaamde noodvuurDit was vuur dat werd gemaakt door middel van wrijving van hout tegen hout. Voor een nieuw zuiver begin van het jaar was het nodig om de vuren in de haarden van alle huizen te doven. Elke huisvader moest naar het grote vuur op de heuvel dat in heidense tijden door de druïden – en later door gewone huisvaders – werd aangestoken met dit noodvuur. Hier kregen ze – waarschijnlijk in ruil voor een dierenoffer – een gloeiende kool mee, om in eigen huis de haard mee aan te steken. ‘Bonfire’ is waarschijnlijk een ‘bonefire’. Het is een ritueel vuur waarin de beenderen van de geofferde dieren in werden verbrand. (11)

Om dit vuur tegen wind en regen te beschermen stak men het in een uitgeholde raap (pompoenen hadden ze in die tijd nog niet in Europa). Met dit licht wezen ze mogelijk de dolende geest van de voorouder ook de weg. Door deze uit te nodigen in het huis en met het licht de haard te ontsteken, kon de vooroudergeest via de haard rust vinden en naar de boven of onderwereld reizen. Van daaruit kon hij een beschermgeest zijn voor zijn familie. Hij hield zijn familie in de gaten en  kon vanuit de haard geluk en voorspoed bezorgen als hij vond dat ze dat verdienden. Zo wordt onbewust met de Jack ‘O Lantern van Halloween een oeroud ritueel in ere gehouden.

Auteur: Abe van der Veen

Voor mijn nieuwste artikelen zie: http://www.abedeverteller.nl/artikelen-symboliek/

http://www.abedeverteller.nl

Noten:

1) Ik gebruik hier het woord Halloween in plaats van Samhain omdat dit beter bekend is bij het algemene lezerspubliek.

De bronnen die ik gebruik zijn voornamelijk afkomstig uit Ierland, Schotland, Wales en Engeland. Het is de vraag of en op welke manier dit feest buiten dit gebied werd gevierd.

2) Lauvrijs – Halloween p.49

http://en.wikipedia.org/wiki/Stingy_Jack

De duivel staat o.a. voor onmatigheid en disbalans. Het kruis kan je zien als een centrerend teken dat je bij jezelf houdt. Daar kan de duivel je niet raken. Als de duivel er niet bij kan komen, zou je hem er zelfs mee kunnen vangen!

3) http://en.wikipedia.org/wiki/Jack-o’-lantern Het woord Jack ‘O Lantern wordt het eerst genoteerd in 1663.

4) Graves – the white goddess p.246 Hier is het een Welsh verhaal over ene Sion Kent. Er is ook een Ierse versie over Billy Dawson (die ik al vele malen heb verteld) en een versie over de ketellapper van Tamlacht. Bij deze versies wordt echter geen aandacht besteedt aan de connectie met Halloween.

5) Bijzonder is dat de Romeinen in deze periode ook hun Mania vierden waarin de put naar de onderwereld open werd gezet en de geesten van de overledenen vrijelijk rond konden dwalen.

De meeste heidenen noemen dit feest nu nog Samhain (Meestal uitgesproken als Zou-In http://en.wiktionary.org/wiki/Samhain#Pronunciation)

6) Lankester – De acht jaarfeesten p. 52

7) Een andere variant van de zielenoogst is het fenomeen van de ‘Wilde Jacht’.

8) Mark Oxbrow – Halloween en Lauvrijs p. 14 
Als er toch geen dodengod Samana blijkt te bestaan is er in ieder geval nog de wintergodin Cailleach wiens heerschappij begint met Samhain..
9) Lankester – De acht jaarfeesten p.51
10) Lauvrijs p.63 vuur
Oxbrow – Halloween p. 149-152 needfire
Mogelijk gebeurde dit zelfs op plaatsen zoals grafheuvels waar van gezegd werd dat de elfen er woonden.. 
11) http://en.wiktionary.org/wiki/bonfire
 
Advertenties

De oorsprong van de kabouter

In de klassiek Romeinse tijd zocht men zijn bescherming en voorspoed niet alleen bij de grote goden, maar ook bij de huisgoden. Deze werden vereerd en als beeldjes bewaard bij de haard. Hier werden ook kleine offers aan gebracht. Vaak hadden ze een fallisch uiterlijk. De Romeinen noemden ze Laren en Penaten, de oude Angelsaksische naam voor deze wezens is de Cofgoda. In het volgende stuk geef ik verschillende voorbeelden van huisgeesten door Europa heen die laten zien dat dit gebruik niet uitstierf maar veranderde in het volksgeloof rond de huiskabouter. Ook dezen gaven zegen aan het huis, leefden veelal bij de haard en waren soms fallisch of naakt.

Kobold en galgenman

De Nederlandse kabouter en de Duitse Kobold zijn etymologisch aan elkaar verwant. Het woord betekent beschermende huis- of stalgeest. (In de folklore wordt zelden over de tegenwoordig zo populaire boskabouter gesproken.) Ook de Franse gobelin en de Engelse (hob)goblin horen bij dezelfde woordgroep en zijn huisgeesten. (1) De huisgeest heet in Duitsland ook wel het Heinzelmannetje of galgenmannetje.  In het 13e eeuwse Duitsland werden van deze kobolden beeldjes gesneden uit alruin, buxus of was om in de kamer te zetten. Rondom het galgenmannetje – een mensvorm gesneden uit een alruinswortel – bestond een plethora aan magische voorstellingen. Voornamelijk vanwege de hallucinogene effecten van de wortel en de vorm die enigszins aan een naakte man doet denken. (2) 

Het beeldje zou geluk en welvaart brengen, maar als hij slecht behandeld werd kon hij ook tot een plaaggeest worden. De kobold zou de geest van de boom of plant zijn die in het beeld gevangen zat. Deze beelden waren 30 tot 60 centimeter. Ze hadden groene kleren aan en een buitenproportioneel grote mond. Zij werden opgesloten in dozen en binnen op geheime plaatsen bewaard, waarschijnlijk dicht bij de haard. Hij is daarmee te vergelijken met de Laren en Penaten uit de Romeinse tijd. (3)

Hobgoblin

In Engeland wordt deze geest (hob)goblin genoemd. De hob is de haard, dus het is een huisgeest die voornamelijk bij de haard verblijft. Als hob of hobgoblin is het een goede geest die ‘s-nachts als de mensen slapen – meestal naakt of in lompen gekleed – huishoudelijke taakjes doet. Alleen als hij slecht behandelt word kan hij tot een plaaggeest verworden. De goblin daarentegen is al een kwade plaaggeest vanaf het begin. Het lijkt alsof de hob of haard en daarmee het vrouwelijke element de trekken van de goblin verzacht en hem milder maakt. De hob wordt ook in verband gebracht met de godin Cova/ Godiva. Haar schrijn in Coventry stond bij de bron van Hob. Robin Goodfellow en Puck worden ook wel hobgoblin genoemd. Hij werd wel voorgesteld als een priapische duivel met ezelsoren. (4)

Hier een sage uit Herefordshire over de connectie met de haard: Er was in een huis een Hobgoblin die als het niet naar zijn zin ging alle sleutels van het huis stal. Pas als er cake op de haard werd geplaatst en de mensen van het huis rondom het vuur gingen zitten met gesloten ogen kwam hij terug op zijn plaats op het hoefijzer dat boven het vuur hing en gooide hij de sleutels tegen de muur.  Een hoefijzer is één van de symbolen van de aardegodin. (5)

Kabouter, Tomte en Lutin

Een sage uit Noord-Holland vertelt in een paar zinnen de connectie van de huisgeest met een offer en met de haard: In een huis waren er naast het grote vuurgat onder de schoorsteen nog twee kleinere gaten. Daaruit kwamen ‘s-nachts klaboutertjes. Elke avond zette de vrouw eten voor hen klaar, maar de man begon dat te vervelen en gooide petroleum over het eten. De dag daarop vonden ze een brief; klaboutertje zijn eten weg, klaboutertje zijn zegen weg.. Na die tijd was er geen voorspoed meer in het huis. (6) 

Bijzonder is dat in vele verhalen rond kabouters zij worden voorgesteld als naakt. Of dit ook priapisch naakt is wordt er niet bij verteld maar deze 16e eeuwse illustratie van een – klusjes in de stal verrichtende – tomte doet dit wel vermoeden. De tomte of nisse is de Scandinavische variant van de huisgeest. (7)

In Frankrijk werd de huisgeest Lutin genoemd en komt al voor in de literatuur van de 12e eeuw. Lutin komt van netun en nuiton wat Neptunus de zeegod en nuit, de nacht betekend. Er is dus een associatie met water en duisternis. Toch is hij ten eersten male een huisgeest, maar dan wel een die via de haard en de schoorsteen in verbinding staat met de duistere waterige wereld daarbuiten. Hij is geobsedeerd door vrouwen en wil hen aldoor plagen wat heeft geleid tot het woord ‘lutiner’ voor ietwat getint plagen of kietelen. (8)

De haard

Al deze geestverschijningen krijgen meer zin als je weet dat de haard een van de ingangen is naar de Geestenwereld. Zij konden via de schoorsteen binnenkomen uit de bovenwereld en onder de haardsteen vandaan uit de onderwereld. Het Latijnse woord voor haard is focus en wie zich kan concentreren op het vuur in de haard, die kan naar binnen kijken. Via de schouw kan hij schouwen en verder kijken dan de materiële wereld. Heks, Sint en elf reizen via de schoorsteen, maar ook de voorouders. Door middel van de beeldjes en het kleine offer van melk en brood blijven zij verbonden met de plaats waar zij vroeger ook geleefd en gewoond hebben – of anders met de familie waar ze bij hoorden – en houden via de schouw een oogje in het zeil. (9)

Dit geeft ook een goede reden voor de naaktheid van de kabouter: Alleen zonder kleren valt er te reizen in de geestenwereld. Kleren zijn materie en die laat je thuis. Het aanbieden van kleren is dan ook een grote belediging! Ook de heksen reisden naakt via de schoorsteen naar de sabbat.

Mijngeesten en scheepskabouters

De huisgeest heeft een aantal zeer interessante connecties met de mijngeest en de geest van het schip. Ook in het schip en de mijn vinden we kleine gemutste mannen die kobold of klabouter genoemd worden en die het schip en de bemanning of de mijn en de mijnwerkers beschermen. Mogelijk namen de schippers en mijnwerkers de beeldjes van hun huisgeesten van thuis mee om ook op gevaarlijke plekken als de zee en onder de grond voor bescherming te zorgen. Dit zou logisch zijn als je weet dat de mijnen geassocieerd worden met de onderwereld en de zee met de kosmische zee van de nachthemel. Op beide plaatsen weten deze geesten de weg.

Als mijngeest heeft de kobold gezorgd voor het woord kobalt voor een bepaald soort metaal, net zoals de berggeest- of duivel Nickel heeft gezorgd voor de benaming van het metaal nikkel. Beide metalen werden door de mijnwerkers niet erg op prijs gesteld. De kobold waarschuwde de mijnwerker voor mogelijk instortingsgevaar door vlak van te voren kloppende geluiden te maken. In Cornwall heten ze daarom ook ‘knockers’. Andere mijnwerkers – die ze vooral als boze geesten zagen – beschuldigden ze juist dat de geluiden afkomstig waren van kobolden die bezig waren de mijnen te doen instorten. (10) Naast de kobold als mijngeest gaat er ook een theorie dat de kabouter oorspronkelijk zelf een mijnwerker is geweest. In het middeleeuwse Cappadocië zouden mijnwerkers de typische kaboutermuts hebben gedragen en ook – vanwege de nauwe gangen – dwergachtig zijn geweest. Aan de ingang van de mijn werden beelden geplaatst die op hen leken. Later werden deze beelden nagemaakt  en in Italische rennaissancetuinen geplaatst. Zo zou het hebben geleid tot ons beeld van de tuinkabouter. (11)

(een 16e eeuwse afbeelding van alle drie varianten: links mijngeest, midden huis/stalgeest en rechts geest van het schip Olaus Magnus – Gentibus 1555)

Klabouterman
Aan boord van Duitse, Nederlandse en Vlaamse schepen was er een beschermende geest die Klabouterman werd genoemd! Klabouter zou van ‘klabastern’ oftewel geluid maken of rommelen komen.. De klabouter klopte op de scheepswand om te waarschuwen waar de slechte plekken zaten. Net zoals de mijnkobold klopte als waarschuwing voor een mogelijke instorting van een mijngang! Het bold deel in kobold zou weer terug te vinden zijn in poltergeist, waarbij dit dan staat voor bolderen/polteren’ wat ook lawaai maken betekend. De scheepskabouter was de geest die in het boegbeeld van een schip zat, of in een beeldje dat vastgemaakt was aan de mast. Deze was gemaakt uit de levensboom van een gestorven kind. De ziel van het kind zou in het beeld zitten. De geest beschermde het schip en hielp zelfs bij kleine taken aan boord. Als de klabouterman van boord ging was dit een duidelijke waarschuwing dat het schip zou vergaan. (12) 

Conclusie

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen van huisgeesten in Europa. Voor mij is het wezen en de oorsprong van de huiskabouter zo belangrijk  omdat ze – via de haard – een connectie maken met die andere wereld waar we onze energie en onze inspiratie vandaan halen. De kabouters zijn bijna altijd mannelijk, maar zij wonen in het ultiem vrouwelijke, de haard. Zo symboliseren zij een samengaan van mannelijke en vrouwelijke energie, die soms verbeeld wordt door ze fallisch af te beelden. Ook al heeft een modern huis vaak geen haard meer, toch kunnen we via ons huisaltaar – en de beeldjes die daar op staan – het geluk en de kabouterzegen ons huis binnen laten!

Abe van der Veen / de Verteller http://www.abedeverteller.nl   © dit werk is auteursrechtelijk beschermd

Lees ook deel 1: de fallische kabouter https://abedeverteller.wordpress.com/2012/10/09/de-fallische-kabouter-romeinse-en-griekse-voorlopers-van-de-huidige-tuin-en-huiskabouter/

Noten

http://en.wikipedia.org/wiki/Kobold

2 Leert de betekenis van het woord plethora 🙂

http://www.youtube.com/watch?v=-mTUmczVdik

Vorig jaar een artikel over de alruinswortel geschreven. Deze zal iig onderdeel gaan uitmaken over mijn te verschijnen boek over de symboliek van bomen en kruiden..

3 N. Arrowsmith – a field guide to the little people p.136

http://en.wikipedia.org/wiki/Kobold

Grimm – Teutonic mythology H 17 p.12

http://weavingandmagic.blogspot.nl/2011/01/lady-godiva-and-her-priest-king.html

De vrouwelijke pendant van de cofgoda’s of de genii cucculati was Cuda/Cofa/Goda. Ook bekend als de naakt paardrijdende vrouwe Godiva. In Cofa zit het woord huis en Cuda wordt afgebeeld samen met de kabouterachtige genii cucculati. In Coventry was haar schrijn bij de bron van ‘Hob’. Hob werd ook gebruikt als volkse naam voor de duivel, maar is vooral bekend als hobgoblin, de huisgeest bij de haard.. (zie ook mijn vorige blog over de kabouter)

Shakespeare – A midsummernight’s dream

5 Arrowsmith p.122

6 K. ter Laan – Nederlandse overleveringen p. 46

http://en.wikipedia.org/wiki/Tomte

http://fr.wikipedia.org/wiki/Lutin

9 Walker – Woman’s dictionary p.137

Denk ook aan de wortel en het hooi in de schoen voor het paard van Sinterklaas..

10 http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/nikkel

http://en.wikipedia.org/wiki/Kobold

11 Dhaene en vanden Berge – Mannen met baarden p. 26-27 en 38-40

12 Arrowsmith 152

http://en.wikipedia.org/wiki/Klabautermann

13 Het teken van de haardgodin is een conisch gevormde hoop met as waarin de rode gloed van het vuur bewaard wordt.. Dit doet sterk denken aan de conisch gevormde hoeden van de Genii Cucculatii en de latere kabouters..

N. Arrowsmith – a field guide to the little people

B. Thorpe – Northern mythology p. 183-184

T. Keightley – Gnomes, fairies, elves p. 239

De fallische kabouter. Romeinse en Griekse voorlopers van de huidige tuin- en huiskabouter.

Priapus en de kabouter

Van de (tuin)kabouter wordt beweerd dat hij een verre nazaat is van de groot geschapen god Priapus. Priapus is de Romeinse tuingod, die vooral de moestuinen van de kleine lieden beschermde – soms letterlijk door als vogelverschrikker te fungeren – en zo voor een goede opbrengst zorgde. Hij heeft inderdaad een aantal opmerkelijke overeenkomsten met de kabouter. Hij heeft de kenmerkende rode Frygische muts die de kabouters ook meestal dragen. Hij is klein, dwergachtig te noemen en hij is dik en lelijk. Ook stonden zijn beeldjes, net als die van de tuinkabouter, in de tuin. Het grote verschil met de kabouter is ook duidelijk: zijn gigantische fallus. De Romein Catullus noemt Priapus een: “pot-bellied garden-gnome with an oversized prick, sort of like a teapot.”. (1)

De kabouters lijken onschuldige, zelfs seksloze wezens te zijn. Toch schijn bedriegt. Ten eerste vind je nogal eens schattige ezeltjes staan naast de tuinkabouter. Priapus had ook wat met ezels maar dan anders. Ter zijner ere werden ezels geslacht. Dit begon nadat Priapus een wedstrijd had gewonnen met een ezel over de vraag wiens lid het grootste was. In een ander verhaal was het uit wraak omdat een ezel de slapende maagd Lotis (of Vesta) had wakker gemaakt met zijn balken terwijl hij haar juist zou bestijgen..

En dan die rode muts.. De muts van de (tuin)kabouters is meestal een Frygische muts. Deze muts zie je – behalve bij Priapus – ook bij de Frygische aanbidder van Pan, koning Midas. Deze zou die muts gedragen hebben om zijn ezelsoren te verbergen. De ezel is echter minstens zo bekend om zijn grote fallus.. Dit zou best vergezocht zijn, ware het niet dat er een Gallo-Romeins beeldje is gevonden uit de 1e eeuw nC van Priapus wat uit twee delen bestaat. De bovenkant is een gebaarde en gemutste man, maar als die kant op wordt geheven blijkt het een fallus te zijn!

Goden van het huis

Dit beeldje wordt ook wel gezien als één van de Genii Cucullati. Dit zijn beeltenissen van dwergachtige mannen (meestal drie) in mantel en kap, die in de laat-Romeinse tijd in Gallië en Brittannië gevonden zijn. Zij lijken sterk op kabouters, door hun afmetingen en hun conische kap of Frygische muts. Zij worden in ieder geval in dit voorbeeld als fallisch afgebeeld. De Genii Cucullati worden ook afgebeeld samen met een godin genaamd Cuda, die dezelfde zou zijn als Cofa en Goda. (Goda kennen wij het best als de naakt paardrijdende Lady Godiva van Coventry.) Cofa betekend het binnenste deel van het huis en het Angelsaksische woord voor de huisgoden is ‘Cofgodu’. Dit zou de Genii Cucullati tot huisgoden maken. Ook kabouters kan je zien als beschermende geesten van het huis. De afbeelding met Cuda/ Cofa is opmerkelijk. Meestal worden de Genii Cucullatii afgebeeld met eieren, maar in dit voorbeeld krijgen ze van de godin een fallisch uitziend object aangeboden.. (2)

Laren en Penaten

Terwijl de kabouter als tuingeest en beschermer goed te vergelijken viel met Priapus, komen we nu met de Genii Cuculati en de cofgodu de voorlopers van de huiskabouters tegen. Temeer omdat cofgodu als synoniem werd gebruikt voor de Romeinse Laren en Penaten. Laren zijn – erg kort door de bocht – de beschermende geesten van het huis en/of de voorouders en Penaten de beschermers van de voorraad. De kleine beeldjes van de Laren en Penaten werden naast elkaar in elke Romeinse ‘domus’ vereerd en daarom ook regelmatig met elkaar geïdentificeerd. Beiden werden sterk geassocieerd met de haard. De beeldjes werden in de ‘cofa’ – of in het Latijn – de ‘penetralis’ bewaard. De Penaten worden ook wel penetralia genoemd. De voorraadkast stond bij de Romeinen in het binnenste deel van het huis, de zogenoemde ‘penus’. Hier was ook het kastje waar de beeldjes van de Laren en penaten stonden; het Lararium. Deze was meestal dicht bij de haard te vinden.  Daarin klopt de beeldspraak goed, want de haard is het hart van het huis en tegelijkertijd via het rookgat in het dak een toegang naar de andere wereld en zo te vergelijken met de vulva. Een voor de hand liggende plaats voor fallische beeldjes.. (3)

Vergelijking met de kabouters

Ook op andere gebieden hebben de Laren en Penaten veel gemeen met de huiskabouters. Net als met de kabouters werd er een klein offer aan ze gebracht in de vorm van bv. wat brood en melk dat de haard in werd geschoven. Als ze met respect werden behandeld zouden ze het huis zegen en welvaart brengen. Huiskabouters deden dat letterlijk door allerhande kleine klusjes voor de familie op te knappen in de nacht, maar ze brachten ook figuurlijk zegen aan het huis. Als de kabouter vertrok verdween meestal ook het geluk in het huis. Als de familie zelf vertrekt uit het huis blijven de Laren zitten, maar de Penaten – die verbonden zijn aan de familie – verhuizen mee.. Hierin lijken ze ook op kabouters. In verschillende sagen wordt verteld van lastige kobolden/ kabouters die mee verhuizen als de familie verhuist omdat ze deze huisgeest te eng of te lastig vinden.. (4)

De sierlijke afbeeldingen van Laren lijken niet echt op kabouters. Maar met de Lar Familiaris van de tempel van Vesta in Rome behouden we wel de fallische connotatie. Vesta, de godin van de haard bewaarde in het heiligste der heiligen van de tempel (de penus) het Palladium dat  beschreven wordt als een fallisch object of anders een object dat de coïtus voorstelt, de Penaten die Aeneas uit Troje had meegebracht, en een beeltenis van de Lar Familiaris in de vorm van een fallus, de ‘fascinus populi Romani’. Die fallus werd bij rondritten van triomferende generaals uit het heiligdom gehaald om onder het rijtuig van de generaal te plaatsen als bescherming tegen het boze oog.

Verder komt deze voor in een verhaal over de conceptie van de zesde koning van Rome, Servius Tullius. Zijn moeder was een Vestaalse maagd. Toen zij het eeuwige vuur van de heilige haard had besprenkeld met een offer voor de Lar Familiaris rees er een fallus op uit de haard die haar penetreerde. Hiervan werd zij zwanger. De fallus is hier naar alle waarschijnlijkheid een verschijningsvorm van de Lar Familiaris. Ook van de stichter van Rome, Romulus wordt gezegd dat zijn moeder door een uit de haard op rijzende fallus werd bezwangerd. (5)

Etymologie van de kabouter

Het woord Kabouter is al bekend uit de zestiende eeuw en als cobbauter zelfs al uit de 13e eeuw. Hij wordt daar een kwade geest genoemd. Het eerste lid zou komen van cove of kuba wat huis of stal betekend, met name het binnenste gedeelte. Het 2e lid –bouter zou van ‘old’ komen wat beschermen of besturen betekend. Dit is beter te plaatsen als je het woord kabouter naast het Duitse kobold zet. Outer – oud wordt dan old. Het 2e lid kan ook geest of demon betekenen. Zo krijg je uit de etymologie het beeld van een beschermende huis- of stalgeest. (6)

Het woord kobold/kabouter zou zelfs van het nog oudere ‘kobalos’ afstammen. De ‘kobaloi’ waren plaaggeesten uit de Griekse oudheid in de vorm van fallische dwergen met conische hoeden op.  Kobalos betekent schurk of schavuit. Deze geest wordt wel vergeleken met geesten als de Kerkopen en de Kabeiroi. In de bronnen worden al deze wezens als fallisch aangeduid. Helaas zijn er weinig gegevens of afbeeldingen van deze geesten. Het blijft zo bij een tantaliserende glimp van de aller-vroegste kabouter.. De ‘kobalos’ heeft zijn naam mogelijk gegeven aan verschillende huisgeesten door Europa heen zoals de Franse gobelin, de Duitse kobold, de Engelse (hob)goblin en de Nederlandse kabouter. (7)

Conclusie

Al sinds de oudheid weten we ons huis en haard beschermd door een huisgeest of god. Over de eeuwen heen is dit wezen telkens van naam verandert, maar zijn functie bleef dezelfde; bescherming, vrede en vruchtbaarheid brengen aan het huis en de familie. Telkens onder de oppervlakte verborgen werd dit wezen – laten we hem kabouter noemen – gekoppeld aan de fallus. Nog meer verborgen is het wellicht dat deze fallische huisgeest  in of bij de haard hoort. Pas als het ultiem mannelijke bij het vrouwelijke wordt gebracht kan er werkelijk vrede, vruchtbaarheid en voorspoed in het huis zijn!

Aanvulling: Ook in Scandinavië vinden we een beeldje van een kabouterachtige fallische man. Het werd gevonden in Rallinge, Zweden uit de 11e Eeuw. Zie hier de afbeelding:

freyr phallic

Dit beeldje wordt meestal geïnterpreteerd als een beeldje van Freyer, de vruchtbaarheidsgod van de Noormannen. Interessant is zijn associatie met de elfen. Hij kreeg het Alvenheim als tandgeld. Oftewel toen hij zijn eerste tand verloor kreeg hij als kado het rijk der elfen! (Poëtische Edda; Grimnismal vs. 5)

Zie ook deel twee: https://abedeverteller.wordpress.com/2012/10/16/de-oorsprong-van-de-kabouter-deel-twee/

Abe van der Veen / de Verteller    © dit werk is auteursrechtelijk beschermd http://www.abedeverteller.nl

Noten:

1 Dhaene en vanden Berge – Mannen met baarden p. 26-27 en 38-40  http://www.arespress.com/AresPages/Priapus/Priapus.html Helaas heb ik de Latijnse versie van deze zin niet kunnen vinden..

http://www.sacred-texts.com/cla/priap/priapeia.htm

Zelfs de Egyptische god Bes wordt wel als een voorloper van de kabouter gezien.. Hij is inderdaad een beschermer van de familie, vruchtbaarheid brengend, ithyfallisch en dwergachtig. Hij zag er zo uit: 

Symbol and Image in Celtic Religious Art – Miranda Green p. 185

http://www.unc.edu/~css/start.html

http://weavingandmagic.blogspot.nl/2011/01/lady-godiva-and-her-priest-king.html

3  Conway – demonology and devil lore p.233

http://www.perseus.tufts.edu/hopper/text?doc=Perseus:text:1999.04.0059:entry=penetralis

4 Lankester – Westerse goden en godinnen p. 143

http://en.wikipedia.org/wiki/Lares_Familiares

5 The idea of a town – Rykwert p. 159

http://en.wikipedia.org/wiki/Servius_Tullius#Parentage_and_birth

http://en.wikipedia.org/wiki/Fascinus

6 kabouter: zou afgeleid zijn van het Germaanse woord *kuƀa-walda ‘huisbewaarder’ of *kuƀa-hulþa ‘het huis welgezinde’ (als Duits Kobold ‘hoogmoedige, goed- of kwaadaardige huisgeest’), dat waarschijnlijk een samenstelling is, waarvan neemt dan als eerste lid aan Middelnederlands cove, Oostmiddelnederlands cave ‘hut, huisje’ (vgl. Duits Koben ‘stal, schuur’, Engels coveZweeds kofve ‘vertrek’). Dit woord vergelijkt men met Oudengels cofgoducofgodas ‘penates, lares’.

http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/kabouter

7 The great Dionisac myth part two – Brown p. 230

http://en.wikipedia.org/wiki/Kobalos