De oorsprong van de kabouter

In de klassiek Romeinse tijd zocht men zijn bescherming en voorspoed niet alleen bij de grote goden, maar ook bij de huisgoden. Deze werden vereerd en als beeldjes bewaard bij de haard. Hier werden ook kleine offers aan gebracht. Vaak hadden ze een fallisch uiterlijk. De Romeinen noemden ze Laren en Penaten, de oude Angelsaksische naam voor deze wezens is de Cofgoda. In het volgende stuk geef ik verschillende voorbeelden van huisgeesten door Europa heen die laten zien dat dit gebruik niet uitstierf maar veranderde in het volksgeloof rond de huiskabouter. Ook dezen gaven zegen aan het huis, leefden veelal bij de haard en waren soms fallisch of naakt.

Kobold en galgenman

De Nederlandse kabouter en de Duitse Kobold zijn etymologisch aan elkaar verwant. Het woord betekent beschermende huis- of stalgeest. (In de folklore wordt zelden over de tegenwoordig zo populaire boskabouter gesproken.) Ook de Franse gobelin en de Engelse (hob)goblin horen bij dezelfde woordgroep en zijn huisgeesten. (1) De huisgeest heet in Duitsland ook wel het Heinzelmannetje of galgenmannetje.  In het 13e eeuwse Duitsland werden van deze kobolden beeldjes gesneden uit alruin, buxus of was om in de kamer te zetten. Rondom het galgenmannetje – een mensvorm gesneden uit een alruinswortel – bestond een plethora aan magische voorstellingen. Voornamelijk vanwege de hallucinogene effecten van de wortel en de vorm die enigszins aan een naakte man doet denken. (2) 

Het beeldje zou geluk en welvaart brengen, maar als hij slecht behandeld werd kon hij ook tot een plaaggeest worden. De kobold zou de geest van de boom of plant zijn die in het beeld gevangen zat. Deze beelden waren 30 tot 60 centimeter. Ze hadden groene kleren aan en een buitenproportioneel grote mond. Zij werden opgesloten in dozen en binnen op geheime plaatsen bewaard, waarschijnlijk dicht bij de haard. Hij is daarmee te vergelijken met de Laren en Penaten uit de Romeinse tijd. (3)

Hobgoblin

In Engeland wordt deze geest (hob)goblin genoemd. De hob is de haard, dus het is een huisgeest die voornamelijk bij de haard verblijft. Als hob of hobgoblin is het een goede geest die ‘s-nachts als de mensen slapen – meestal naakt of in lompen gekleed – huishoudelijke taakjes doet. Alleen als hij slecht behandelt word kan hij tot een plaaggeest verworden. De goblin daarentegen is al een kwade plaaggeest vanaf het begin. Het lijkt alsof de hob of haard en daarmee het vrouwelijke element de trekken van de goblin verzacht en hem milder maakt. De hob wordt ook in verband gebracht met de godin Cova/ Godiva. Haar schrijn in Coventry stond bij de bron van Hob. Robin Goodfellow en Puck worden ook wel hobgoblin genoemd. Hij werd wel voorgesteld als een priapische duivel met ezelsoren. (4)

Hier een sage uit Herefordshire over de connectie met de haard: Er was in een huis een Hobgoblin die als het niet naar zijn zin ging alle sleutels van het huis stal. Pas als er cake op de haard werd geplaatst en de mensen van het huis rondom het vuur gingen zitten met gesloten ogen kwam hij terug op zijn plaats op het hoefijzer dat boven het vuur hing en gooide hij de sleutels tegen de muur.  Een hoefijzer is één van de symbolen van de aardegodin. (5)

Kabouter, Tomte en Lutin

Een sage uit Noord-Holland vertelt in een paar zinnen de connectie van de huisgeest met een offer en met de haard: In een huis waren er naast het grote vuurgat onder de schoorsteen nog twee kleinere gaten. Daaruit kwamen ‘s-nachts klaboutertjes. Elke avond zette de vrouw eten voor hen klaar, maar de man begon dat te vervelen en gooide petroleum over het eten. De dag daarop vonden ze een brief; klaboutertje zijn eten weg, klaboutertje zijn zegen weg.. Na die tijd was er geen voorspoed meer in het huis. (6) 

Bijzonder is dat in vele verhalen rond kabouters zij worden voorgesteld als naakt. Of dit ook priapisch naakt is wordt er niet bij verteld maar deze 16e eeuwse illustratie van een – klusjes in de stal verrichtende – tomte doet dit wel vermoeden. De tomte of nisse is de Scandinavische variant van de huisgeest. (7)

In Frankrijk werd de huisgeest Lutin genoemd en komt al voor in de literatuur van de 12e eeuw. Lutin komt van netun en nuiton wat Neptunus de zeegod en nuit, de nacht betekend. Er is dus een associatie met water en duisternis. Toch is hij ten eersten male een huisgeest, maar dan wel een die via de haard en de schoorsteen in verbinding staat met de duistere waterige wereld daarbuiten. Hij is geobsedeerd door vrouwen en wil hen aldoor plagen wat heeft geleid tot het woord ‘lutiner’ voor ietwat getint plagen of kietelen. (8)

De haard

Al deze geestverschijningen krijgen meer zin als je weet dat de haard een van de ingangen is naar de Geestenwereld. Zij konden via de schoorsteen binnenkomen uit de bovenwereld en onder de haardsteen vandaan uit de onderwereld. Het Latijnse woord voor haard is focus en wie zich kan concentreren op het vuur in de haard, die kan naar binnen kijken. Via de schouw kan hij schouwen en verder kijken dan de materiële wereld. Heks, Sint en elf reizen via de schoorsteen, maar ook de voorouders. Door middel van de beeldjes en het kleine offer van melk en brood blijven zij verbonden met de plaats waar zij vroeger ook geleefd en gewoond hebben – of anders met de familie waar ze bij hoorden – en houden via de schouw een oogje in het zeil. (9)

Dit geeft ook een goede reden voor de naaktheid van de kabouter: Alleen zonder kleren valt er te reizen in de geestenwereld. Kleren zijn materie en die laat je thuis. Het aanbieden van kleren is dan ook een grote belediging! Ook de heksen reisden naakt via de schoorsteen naar de sabbat.

Mijngeesten en scheepskabouters

De huisgeest heeft een aantal zeer interessante connecties met de mijngeest en de geest van het schip. Ook in het schip en de mijn vinden we kleine gemutste mannen die kobold of klabouter genoemd worden en die het schip en de bemanning of de mijn en de mijnwerkers beschermen. Mogelijk namen de schippers en mijnwerkers de beeldjes van hun huisgeesten van thuis mee om ook op gevaarlijke plekken als de zee en onder de grond voor bescherming te zorgen. Dit zou logisch zijn als je weet dat de mijnen geassocieerd worden met de onderwereld en de zee met de kosmische zee van de nachthemel. Op beide plaatsen weten deze geesten de weg.

Als mijngeest heeft de kobold gezorgd voor het woord kobalt voor een bepaald soort metaal, net zoals de berggeest- of duivel Nickel heeft gezorgd voor de benaming van het metaal nikkel. Beide metalen werden door de mijnwerkers niet erg op prijs gesteld. De kobold waarschuwde de mijnwerker voor mogelijk instortingsgevaar door vlak van te voren kloppende geluiden te maken. In Cornwall heten ze daarom ook ‘knockers’. Andere mijnwerkers – die ze vooral als boze geesten zagen – beschuldigden ze juist dat de geluiden afkomstig waren van kobolden die bezig waren de mijnen te doen instorten. (10) Naast de kobold als mijngeest gaat er ook een theorie dat de kabouter oorspronkelijk zelf een mijnwerker is geweest. In het middeleeuwse Cappadocië zouden mijnwerkers de typische kaboutermuts hebben gedragen en ook – vanwege de nauwe gangen – dwergachtig zijn geweest. Aan de ingang van de mijn werden beelden geplaatst die op hen leken. Later werden deze beelden nagemaakt  en in Italische rennaissancetuinen geplaatst. Zo zou het hebben geleid tot ons beeld van de tuinkabouter. (11)

(een 16e eeuwse afbeelding van alle drie varianten: links mijngeest, midden huis/stalgeest en rechts geest van het schip Olaus Magnus – Gentibus 1555)

Klabouterman
Aan boord van Duitse, Nederlandse en Vlaamse schepen was er een beschermende geest die Klabouterman werd genoemd! Klabouter zou van ‘klabastern’ oftewel geluid maken of rommelen komen.. De klabouter klopte op de scheepswand om te waarschuwen waar de slechte plekken zaten. Net zoals de mijnkobold klopte als waarschuwing voor een mogelijke instorting van een mijngang! Het bold deel in kobold zou weer terug te vinden zijn in poltergeist, waarbij dit dan staat voor bolderen/polteren’ wat ook lawaai maken betekend. De scheepskabouter was de geest die in het boegbeeld van een schip zat, of in een beeldje dat vastgemaakt was aan de mast. Deze was gemaakt uit de levensboom van een gestorven kind. De ziel van het kind zou in het beeld zitten. De geest beschermde het schip en hielp zelfs bij kleine taken aan boord. Als de klabouterman van boord ging was dit een duidelijke waarschuwing dat het schip zou vergaan. (12) 

Conclusie

Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen van huisgeesten in Europa. Voor mij is het wezen en de oorsprong van de huiskabouter zo belangrijk  omdat ze – via de haard – een connectie maken met die andere wereld waar we onze energie en onze inspiratie vandaan halen. De kabouters zijn bijna altijd mannelijk, maar zij wonen in het ultiem vrouwelijke, de haard. Zo symboliseren zij een samengaan van mannelijke en vrouwelijke energie, die soms verbeeld wordt door ze fallisch af te beelden. Ook al heeft een modern huis vaak geen haard meer, toch kunnen we via ons huisaltaar – en de beeldjes die daar op staan – het geluk en de kabouterzegen ons huis binnen laten!

Abe van der Veen / de Verteller http://www.abedeverteller.nl   © dit werk is auteursrechtelijk beschermd

Lees ook deel 1: de fallische kabouter https://abedeverteller.wordpress.com/2012/10/09/de-fallische-kabouter-romeinse-en-griekse-voorlopers-van-de-huidige-tuin-en-huiskabouter/

Noten

http://en.wikipedia.org/wiki/Kobold

2 Leert de betekenis van het woord plethora 🙂

http://www.youtube.com/watch?v=-mTUmczVdik

Vorig jaar een artikel over de alruinswortel geschreven. Deze zal iig onderdeel gaan uitmaken over mijn te verschijnen boek over de symboliek van bomen en kruiden..

3 N. Arrowsmith – a field guide to the little people p.136

http://en.wikipedia.org/wiki/Kobold

Grimm – Teutonic mythology H 17 p.12

http://weavingandmagic.blogspot.nl/2011/01/lady-godiva-and-her-priest-king.html

De vrouwelijke pendant van de cofgoda’s of de genii cucculati was Cuda/Cofa/Goda. Ook bekend als de naakt paardrijdende vrouwe Godiva. In Cofa zit het woord huis en Cuda wordt afgebeeld samen met de kabouterachtige genii cucculati. In Coventry was haar schrijn bij de bron van ‘Hob’. Hob werd ook gebruikt als volkse naam voor de duivel, maar is vooral bekend als hobgoblin, de huisgeest bij de haard.. (zie ook mijn vorige blog over de kabouter)

Shakespeare – A midsummernight’s dream

5 Arrowsmith p.122

6 K. ter Laan – Nederlandse overleveringen p. 46

http://en.wikipedia.org/wiki/Tomte

http://fr.wikipedia.org/wiki/Lutin

9 Walker – Woman’s dictionary p.137

Denk ook aan de wortel en het hooi in de schoen voor het paard van Sinterklaas..

10 http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/nikkel

http://en.wikipedia.org/wiki/Kobold

11 Dhaene en vanden Berge – Mannen met baarden p. 26-27 en 38-40

12 Arrowsmith 152

http://en.wikipedia.org/wiki/Klabautermann

13 Het teken van de haardgodin is een conisch gevormde hoop met as waarin de rode gloed van het vuur bewaard wordt.. Dit doet sterk denken aan de conisch gevormde hoeden van de Genii Cucculatii en de latere kabouters..

N. Arrowsmith – a field guide to the little people

B. Thorpe – Northern mythology p. 183-184

T. Keightley – Gnomes, fairies, elves p. 239

Advertenties

2 reacties


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: