Sinterklaas en Wodan; wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is..

Sint is een boeman, laat dat duidelijk zijn. Een boeman is een waarschuwing voor kinderen; blijf uit de buurt van water anders grijpt de waternekker je / anders verdrink je! Blijf in de buurt van het huis anders pakt de weerwolf je / anders verdwaal je! (1) Ga in het donker niet buiten spelen want anders grijpt de wilde jager je of neemt het dodenleger je mee / nemen enge mannen je mee.. Zo gaf je als ouder grenzen aan, je gaf aan waar het veilig is en waar niet.

De inwijding tot de mannenbond

Maar op een dag ben je er als kind aan toe om je angsten te overwinnen. Een enge, imposante kerel roept: zijn er hier nog stoute kinderen? En jij roept ja, want je bent stout, je bent dapper. Zo wordt je meegenomen in de zak van zwarte Piet, over de zee gevaren en naar Spanje gebracht. Je gaat het duister, de nacht in, bij je moeder en je kleine broertjes en zusjes vandaan. Als de zak opengaat wordt het geheim verklapt; wij zijn je ooms, oudere broers, buurman, maar als we ons zwart maken, als we in het pak gaan, veranderen we en worden Pieten, geesten, Klazen, goden. Vanaf nu word jij een van ons. Je kruipt onder moeders rokken vandaan en wordt een man, of minstens een knaap! Het is een spannend geheim waar je deelgenoot van wordt gemaakt. Je hoort nu bij een nieuwe groep van zij die weten, je bent geen klein kind meer. En zo verandert de boeman in een bondgenoot. De angst is overwonnen. Niet meer het zoet van het snoep van de kinderen is je beloning, maar het zakje met zout om je vlees mee te kruiden voor de stoute, de dappere, de echte man! (2)

(Links Sinterklaas en knecht Ruprecht, rechts de Amelandse Sunneklazen komen eraan)

Wodan en Sinterklaas

De opperboeman uit de heidense tijd is Odin, die in onze streken Wodan werd genoemd. De wolven en beren die je zouden opeten als je te ver het bos in dwaalt, zijn de aan hem gewijde dieren. De nekker die loert in het water, staat ook bekend als Old Nick, de duivel, of nog ouder Hnikkar een bijnaam van Odin. Maar de nik in de stam kan ook op Nicolaas slaan! De Wilde Jacht die je meeneemt in de nacht wordt in vele versies aangevoerd door Odin/ Wodan, maar een enkele maal ook door sint Nicolaas! (3)

De jonge knapen in de heidense tijd die gewijd werden aan Odin moesten hun angsten te boven komen. Lukte dit niet, dan schaamde je je rot en was je een moederskindje. Dus ging je de nacht in en overwon je angst voor het donker met zijn monsters en spoken. Ten teken daarvan schilderde je je gezicht zwart. Zoals de aan Odin gewijde krijgers genaamd de ‘harii’ deden, het ‘heir’, het dodenleger van Odin. (4) Overwinnen van je grootste angst

Je stond tegenover wilde beesten of woeste mannen en bevocht ze. Je overwon je angst voor de boze, woedende en razende kerels en werd zo één van hen. [Dit zijn de makkers van staakt uw wild geraas, makkers van het wilde heir!] In je extase kon je het berenhemd aantrekken en berserker worden of het wolvenhemd aan trekken en ulfhednar c.q. weerwolf worden, of je gezicht zwart maken en behoren tot het leger van Odin / Sinterklaas. Je werd het diepe in gegooid, je trotseerde de ijzige handen die je de diepte in wilden trekken, je zwom en bereed de golven alsof het een waterpaard was, de waternekker, Hnikar, de hinniker en je leerde zwemmen. Je leerde het dodenpaard te bereiden, de schimmel, geen reëel paard, maar een schim, een geest. Je werd de ‘Schembart’, de bebaarde geest die kinderen meenam om ingewijd te worden. (5)

Zo werd je één van hen, je hoorde erbij. Een man in het gevolg van Odin, een hele eer, die je met je moed had gewonnen. Als je de angst overwonnen had, was de boeman geen grote engerd meer. Hij was je god geworden. Niet de verre transcendente god, maar de god dichtbij, die je in je extase zelf kan worden. Je had de angst onder ogen gezien en hem toegelaten, je leerde de kracht erachter kennen en hem meester worden. Zo leer je de energie kennen van iets dat (oorspronkelijk) groter is dan jezelf. En zo ben je zelf je grootste angst geworden. Want wat is er geruststellender dan te weten dat er in het hele enge bos niets engers rondloopt dan jijzelf? (6)

Odin, Yggr en ‘oger’

Odin zal schrik aangejaagd hebben. Hij was de opperboeman in de heidense tijd. Zijn bijnaam was o.a. Yggr, wat de verschrikkelijke betekent.  Yggr kwam mogelijk later in de sprookjes terecht als de boeman genaamd ‘oger’; [denk aan de ogre Shrek!] een grote, woeste, bebaarde, kinderetende kerel. (7) Echter voor zijn ingewijden was Odin meer, veel meer! Hun Odin was de geliefde, ontzagwekkende oppergod. De wijze inwijder, de grote leider met een alziende blik. Zeer vergelijkbaar met de geliefde en alwetende sint van deze tijd.

Odin is de god der doden, zoals sint zijn doden c.q. Pieten heeft. Hij is de god van de inwijding, zoals de sint de dappere kinderen meeneemt en inwijd. Hij is God van de midwintertijd. Sinterklaas heeft zijn feest slechts een paar weken eerder. En Odin is God van de poëzie, en ook met sint moet je rijmen. Hij was god van de vele namen. Was één van die namen Nicolaas, leefde hij voort in de sint? Odin leeft voort als heilige, maar welke heilige? Odin leeft voort als God. Maar welke god? Het is in ieder geval één die je zelf kan worden als je roept met een holle stem; “Zijn er hier nog stoute kinderen?” (8)

Abe van der Veen

Voor mijn nieuwste artikelen zie: http://www.abedeverteller.nl/artikelen-symboliek/

http://www.abedeverteller.nl

1) Dit stuk is een herziene versie van een verhaal van twee jaar geleden, nu met noten en afbeeldingen. Het is behoorlijk speculatief omdat het verband tussen Sint en wilde jacht, Odin en wilde jacht, Odin en Sint, Sint en mannenbonden + inwijding allemaal niet bewijsbaar te maken is, er zijn alleen aanwijzingen voor.. Lees het dus graag als inspiratie, niet als wetenschap.

Mijn vader werd als kind nog bang gemaakt met de weerwolf.

2) Noordeuropese mysteriën – Farwerck p. 256 Deze zinnen zijn geïnspireerd op de Sundeklazen en klaasomes van de Waddeneilanden, maar ook op de Germaanse mannenbonden die er ooit in de oudheid geweest zouden zijn..  Kultische Geheimbunde – O. Höffler

Als kind opgegroeid in een dorp in Friesland gingen wij te Sinterkloazjen. De oudere – niet meer gelovende kinderen – verkleden zich als sint en piet en gingen langs de deuren vooral langs de gezinnen met kleine sint-gelovige kinderen. We smeten daar pepernoten door de kamer en riepen zijn er nog stoute kinderen? Vervolgens werden we getrakteerd op snoep.

3) Phantom armies of the night – Claude Lecouteux p. 205 Lecouteux betwijfelt echter of dit om een doorlopende tradite gaat.. Hij vermoed dat Odin er later weer bij is gehaald.

Noordeuropese mysteriën – Farwerck p. 97 Hij wordt zo genoemd in de middeleeuwse Saksenkroniek. Voor Hnikar zie Edda – Otten Reginsmal vs 18. Daar staat Odin op een rots temidden van de golven en noemt zich Hnikar (oproerkraaier) en geeft raad aan de jonge held Sigurd.

4) Noordeuropese mysteriën – Farwerck p. 186

De Harii zijn een van de Germaanse krijgersbonden die door Tacitus worden genoemd in zijn De Germania. Odin of Wodan wordt hier niet genoemd, wel de associatie met nacht en het dodenleger.

5) De waternekker wordt vaak geportretteerd als waterpaard. In Duitsland heet hij Nick of Nickelmann en is half man half vis.. Northern Mythology – Thorpe p.491

http://de.wikipedia.org/wiki/Schembartlauf De Neurenbergse Schembart hoort meer bij carnaval, maar als beeld van een angstwekkende schimbaard die kinderen meeneemt past hij goed bij mijn verhaal.

6) vrij naar Terry Pratchett; door deze wijsheid loopt de heks Granny Weatherwax erg kalmpjes in het donker alleen door een bos.

7) Walker – Dictionary of symbols and sacred objects ogre

8) De gelijkenissen tussen Odin en Nicolaas zijn frappant. Maar dat is geen reden om te spreken van een rechtstreekse identificatie. Je kan zeggen dat ze een zelfde functie hebben en in een tijd dat andere goden verboden waren, was  de ‘next best thing’ een heilige. Hij werd al snel omhangen met dezelfde functies en eigenschappen. Dit is niet hetzelfde als een directe ontlening.

Advertenties

De horrorsint: Sinterklaas als boeman

Enkele jaren geleden kwam de Sint op het filmdoek terecht als horrorsint. Strookt dit wel met zijn imago als goede kindervriend? Vanuit de traditie bekeken in ieder geval wel. Sinterklaas was altijd eng bedoelt, hij was een kinderschrik, een boeman. Er waren vroeger meerdere boemannen; als je in het koren liep kon de korenwolf komen om je tenen af te snijden, als je te dicht bij het water liep kon de nekker komen om je bij je enkels te pakken en in de diepte te sleuren, als je ongehoorzaam en ondeugend was kwamen Sint en Piet om je in een zak naar Spanje te brengen. (1)

Er waren goede redenen om kinderen bang te maken. Vele kinderen verdronken voortijdig, het vertrappen van het koren betekende letterlijk minder brood op de plank. De sint was echter meer dan een gewone boeman. Hij deed de afrekening van een jaar. De goede en de slechte daden kwamen in het grote boek te staan en de hamvraag was; komt er een plus of een min na de eindstreep. Werd het de koek of de gard? Werd het lekkers voor het zoete of de roe voor het stoute kind? Want “wie zijn kind liefheeft die kastijdde het” tenminste zo dacht men en zo stond het geschreven… (2)

De sint was streng, doch rechtvaardig en daardoor ontzagwekkend en angstaanjagend. Want hoe zeker was je van je zaak? Had je energie gegeven of energie genomen? De grens tussen goed en kwaad ligt niet zo helder.

 Nicolaas en de duivel

Nicolaas komt waarschijnlijk van Nikè. Het Griekse woord voor overwinning. Laas komt van ‘laos’, het volk. (3) In dit geval kan dit duiden op de overwinning van de sint op het volk der geesten of demonen. Dit volk werd later gezien als toebehorend aan de duivel. De kerk bestempelde ze als kwaad. In enkele van zijn heiligenlegenden overwint Nicolaas de duivel en sindsdien heeft hij hem in zijn gevolg als dienaar. De zwarte Pieten zijn te zien als duivels, demonen of dolende geesten.

De stam ‘nic’ in Nicolaas kan ook etymologisch verwant zijn aan ‘necro’ (=dood) en ‘niger’ (=zwart) wat duidt op zijn band met doden en geesten en – in hun verlengde – met demonen. Luther heeft het in de zestiende eeuw al over Nicolaas en zijn larvenvolk. (4) Larf is het Romeinse woord voor een ronddolende kwade geest . De nigromancïer is degene die de doden of de geesten kan oproepen en bevelen. In feite doet de sint niets anders met zijn volk van zwarte Pieten.

(links Knecht Ruprecht met de hoorns van de duivel en rechts de Sint met Krampus een Oostenrijkse duivel)

Piet als duivel

Vroeger waren de Pieten beter te herkennen als duivels. Ze hadden de roede om te bestraffen, de ijzeren ketenen waarmee ze rinkelden als teken van hun gebondenheid aan hun meester – de geestenbedwinger sint Nicolaas – en ze hadden de zak waarmee ze de verdoemde zielen (en later de stoute kinderen) mee verzamelden om naar de hel te brengen. In Duitsland en Oostenrijk is het duivelse van de Piet beter te herkennen. In sommige streken in Duitsland wordt hij Beëlzebub genoemd of Ruprecht en heeft dan beestenvellen om en hoorns op het hoofd. In 1663 zei zijn knecht Ruprecht nog het volgende rijmpje: “Ich bin der alten bösen Man, der alle Kinder fressen kan”. Hij is de zielenvreter, hij is de duivel. (5) In Oostenrijk heet hij Klaubauf of Krampus. Hij draagt een duivelsmasker, heeft een zak en ketenen bij zich en wordt vaak duivel genoemd.

Zwarte Klaas

Zelfs Nicolaas kon iets demonisch krijgen als je kijkt naar de zwarte klazen van Amsterdam die vroeger met ketenen en lawaai makend de straten onveilig maakten of de omineuze Klaasomes van Ameland. Old Nick is niet voor niets een bijnaam voor de duivel… (6)

Moet je dus bang zijn voor Sint en Piet? O ja, absoluut! Het is beter om kinderen en jezelf te leren met angst om te gaan dan de angst te ontkennen. En de angst die veroorzaakt wordt door de wetenschap dat je niet zuiver op de graat bent en dat je op een dag ontmaskerd zal worden is een van de grootste angsten.

Elk jaar is er een afrekening. Heb je gegeven of genomen? Ben je over de bank genomen goed of kwaad? Zolang je leeft betekend dit moment zoetigheid of een zakje met zout. Een vruchtbare of een onvruchtbare tijd voor de boeg. Maar aan  het einde van het leven komt de grote afrekening. De sint blijkt werkelijk te bestaan en zijn staf is een zeis. Achter zijn baard, snor en wenkbrauwen zie je een schedel met holle ogen. Hij snijdt je levensdraad door en voert je ziel met zijn schip naar Spanje. Spanje is hier te zien als een metafoor voor het land der doden. Daar woont iemand die nog groter en ontzaglijker is dan hij. De dood zelf is de opperboeman. (7)

Abe van der Veen

Voor mijn nieuwste artikelen zie: http://www.abedeverteller.nl/artikelen-symboliek/

http://www.abedeverteller.nl

1) Een opgepoetste blog van twee jaar geleden, nu met noten en plaatjes 🙂

Mijn ouders lazen nog het boekje “mee in den zak” waar de stoute kinderen naar Spanje werden gebracht om tot pepernoten vermalen te worden of om te werken op de landerijen van Sinterklaas. Zij lieten het mij zien als een kostbaar bezit waar ze nog vol nostalgie aan terug dachten.

2) Of anders: Wie zijn kind liefheeft spare de roede niet.. Beide gezegden naar aanleiding van teksten uit de bijbel..

http://www.biblija.net/biblija.cgi?Bible=Bible&m=2+Sam+7%3A14%3B+Spr+13%3A24%3B+19%3A18%3B+22%3A15%3B+23%3A13-14%3B+29%3A15%3B+Heb+12%3A6-7&compact=1&id16=1&id18=1&pos=0&set=1&l=en

3) http://en.wikipedia.org/wiki/Nicholas

4) http://books.google.nl/books?id=838KAQAAIAAJ&pg=RA1-PA148&lpg=RA1-PA148&dq=Larvenvolk+und+Niclas+Bischoffe&source=bl&ots=g8UynfdDpE&sig=ImIQk7xJw2EKunIwPOjUr-mVawU&hl=nl&sa=X&ei=bXOyUOqqLaeH0AWE9IGQAQ&ved=0CDEQ6AEwAA#v=onepage&q=Larvenvolk%20und%20Niclas%20Bischoffe&f=false

5) Nicolaas de duivel en de doden – Louis Janssen. (1993 Utrecht) p. 151 Dit is absoluut hèt standaardboek over de folklore van Sinterklaas in Nederland.

De Krampus duivel als knecht van Sinterklaas uit Oostenrijk en Beieren is erg interessant!

6) Janssen p. 33

7) Wie boe zegt wil je bang maken en laten schrikken. Dit doet hij met de boeman of in het Engels de ‘bogeyman’. ‘Bog’ is het oude Slavische woord  voor God. Maar welke god?…

Lees ook: http://www.sinterklaasmythen.nl/

Chaos en Okeanos

Uit de Griekse mythologie weten we dat alles ooit is ontstaan uit chaos. Chaos is leegte of afgrond, een gapend gat. De oude Germanen noemden deze oertoestand Ginnungagap. Opnieuw betekend dit een gapende leegte, maar nu met ‘ginning’ met energie of magie gevuld. (1)

Nu en Nammu

Deze chaos werd door vele volkeren als een eindeloze watervlakte beschouwd. Voor de Egyptenaren heette dit Nu(n) wat afgrond betekend. Het werd omschreven als een oeroceaan waaruit alles is ontstaan. Dit Nu was er al voordat de materie ontstond en toen de allereerste heuvel uit haar wateren oprees werd deze omringd door de oerchaos van Nu. De wereld breidde zich uit, maar bleef een miniscule luchtbel in de oneindige wateren van Nu.

Voor de Sumeriërs was Nammu het allereerste wat bestond. Zij was de godin van de zoute wateren. Zij omringde de wereld volledig. Door de Babyloniërs werd zij later Tiamat genoemd. Haar minnaar was Abzu wat ook wel diepe oceaan betekend. Samen met deze god van de zoete wateren waren zij er al voordat hemel en aarde bestonden. Hemel en aarde werden door Nammu gebaard. Toen dezen ontstonden waren ze nog onafscheidelijk. An-Ki oftewel hemel-aarde werd die éénheid genoemd. Via waterdoorlatende grondlagen kregen de rivieren, meren en bronnen hun water van Abzu. Ook de Hebreeuwse mythologie die wij kennen uit de bijbel begint met een waterige chaos; ‘De geest gods zweefde over de  wateren’. (2)

Okeanos oorsprong der Goden

Het is opmerkelijk dat volgens Homerus Okeanos, de God van de oceaan, de oorsprong is der Goden. Plato zegt dat met deze uitspraak duidelijk wordt dat Homerus het idee van Heracleitos aanhing dat ‘alles uit stroming en beweging is ontstaan (Panta Rhei).  Okeanos neemt hier de plaats van de Chaos over als oerbron van alles. Okeanos is de rivier of de zoetwaterstroom (niet zout zoals Tiamat/Nammu) rondom de bekende wereld. Hij stroomt eeuwig rondom de aarde en komt voortdurend bij zichzelf terug. (3) Hij is onuitputtelijke voortbrengingskracht, maar doet dat wel samen met zijn vrouw en zuster Tethys. Zij laat het water door de aardlagen sijpelen naar de bronnen die weer de rivieren en zeeën voeden. Hierin lijkt ze op de Sumerische god Abzu, zij het dat Tethys duidelijk een vrouw en moeder is. Alle zeeën, rivieren en bronnen zijn haar kinderen. Die zijn niet ooit geschapen, maar die schepping gaat continu voort, want er stroomt altijd nieuw water uit de bron en door de rivier.  De naam Tethys is verwant aan het Engelse ‘teats’, het Friese ‘tate’ en de Nederlandse tieten, oorspronkelijk de spenen die de eeuwig voedende bron zijn voor elke nieuwe boreling die in het leven komt. (4)

Naast de oorsprong is Okeanos ook de begrenzing van alle bekende dingen. Waar zijn rijk begint, stonden op de oude landkaarten zeedraken getekend. Verder weg was het onbekende, de oerchaos, die eigenlijk ook de kosmische oerzee is. Okeanos werd half menselijk, half dierlijk afgebeeld. Hij heeft een gespierd mannenlijf en is woest bebaard, waarbij zijn haren soms aan de golven doen denken of zelfs aan bladeren.. (5) Verder heeft hij een slangenstaart en hoorns of kreeftenscharen op zijn hoofd. Hij omcirkelt de wereld met zijn lijf en met zijn slangenstaart.

Jormungand en Ouroboros

Okeanos kan je derhalve vergelijken met de Midgaardslang Jormungand uit de Scandinavische mythologie. Beiden hebben een slangenstaart en  omcirkelen de bekende aarde. Van de Midgaardslang (of draak) werd voorspeld dat zij het Ragnarok oftewel het einde der tijden mede zou veroorzaken. Daarom werd hij door Odin de zee ingesmeten. Daar zonk hij naar de bodem en groeide hij tot hij zo groot was dat hij de Midgaard – oftewel de hele bekende wereld – omvatte. Zo kon hij zijn eigen staart weer in de bek nemen. Bij de alchemisten uit de Middeleeuwen werd deze wereldslang Ouroboros genoemd oftewel ‘staarteter’.

Als de gelijkstelling van Okeanos met de oerslang Ophion uit de Griekse mythologie klopt, dan werd ook hij door de oppergod (Kronos in dit geval) in de wateren gegooid. In dit geval om de heerschappij over de wereld van Ophion over te nemen. (6) Tethys is dan te associeren met Eurynome. Zij is de godin die het wereldei legt waar rondom Ophion zich kronkelt.

Jormungand betekend machtige schim (7). De horizon van de bekende wereld kan je zien als een begrenzing die voornamelijk is opgebouwd uit angst voor het onbekende. Het bekende is veilig, het onbekende is chaos, geassocieerd met de duivel en het kwaad. Wie hier doorheen prikt merkt dat deze draak slechts een machtige schim is, een onwaarachtige boeman die ons gevangen houd in ons benauwde wereldje van materie en gedachten.

De chaosdraak

In de mythologie komt vaak een strijder voor de orde voor, meestal een stormgod, die vecht tegen de chaosdraak in de vorm van een zeeslang. Voorbeelden hiervan zijn Marduk en Tiamat, Thor en Jormungand, Kronos en Ophion, Zeus en Typhon en Jahweh en Leviathan. Wie de draak verslaat heeft de angst voor het onbekende getemd. Hij is voorbij de rand van het bestaande de duisternis ingedoken en triomferend teruggekomen met schatten van energie. Zonder deze chaosdraak zou vernieuwing in de wereld niet mogelijk zijn. In deze zin brengt de draak juist geluk! (8)

Conclusie

Chaos heeft een negatieve klank gekregen, het is wanorde, anarchie en waanzin. Toch is zonder chaos geen orde mogelijk, net zoals er zonder passief geen actief kan zijn zonder positief geen negatief, zonder vrouwelijk geen mannelijk enzovoorts. Zonder chaos zou de wereld verstarren, verdorren en onvruchtbaar worden.

Chaos ligt aan de grens van ons bevattingsvermogen, aan de bronnen van de tijd, toch is het voortdurend rondom ons. In onze perceptie veranderen we continu chaos in kosmos, we ordenen de enorme hoeveelheid gegevens die ons bewustzijn ontvangt. Daarom ervaren we onze wereld als gevuld met objecten die een bepaalde betekenis en waarde hebben. Eigenlijk is dit een zeer selectieve wereld, gevuld met de dingen die we  moeten onderscheiden om te overleven. Dat er eigenlijk véél meer is wordt duidelijk als we ’s-nachts de ontelbare lichtstipjes zien waarmee we ons beeld vormen en die overdag door de helderheid van de objecten verdwijnen. Of anders door datgene op te merken dat tussen de blauwe lucht en je oogbollen zit en merkt dat dit niet zomaar leegte is maar met potentie en energie gevulde leegte. Dit krioelt als ontelbare lichtgevende sliertjes voor je ogen. Of anders door je ogen te sluiten en de zindering in je lichaam te voelen. Er is zo ontiegelijk veel rondom je wat zich niet laat dwingen en wat zich niet laat ordenen!

We worden omringt door chaos en deze voedt ons. Het is onze bron en onze hoorn des overvloeds. Dit is nog veel duidelijker geworden door de associatie van Chaos met Okeanos. De chaos is niet slechts te vinden in de uiterste randen van ons bewustzijn, maar doordringt ons hele bestaan. Zij is minstens zo belangrijk als de orde. In de kosmos ordenen we de chaos en drukken we het in een patroon. Door de gaten van ons raster heen kunnen we opstijgen of afdalen naar de oerwateren en genieten van die heerlijke energie die chaos is. Verfrist keren we daarna terug naar de veilige haven van de kosmos.

1) http://nl.wikipedia.org/wiki/Ginnungagap

Chaos zou ook van ‘het gapen’ afstammen of daar iig etymologisch mee verwant zijn. Met gapen doe je inderdaad een ‘gap’ een gat ontstaan. Tegelijkertijd open je je voor de chaos van de slaap. En in de slaap ontmoet je de kinderen van de chaos: Nacht en Duisternis, Nyx en Erebos.

2) De schepping van de wereld – van der Plas en Meijer

3) Ilias 14- 200

Plato, Theaetetus 152

http://www.theoi.com/Titan/TitanOkeanos.html

Oceanus betekend volgens Robert Graves in zijn Griekse mythen ‘Hij die behoort tot de snelle koningin’. Welke koningin dat is (Thetys?) is niet duidelijk.

4) Het is de vraag of Okeanos de wereld alleen omringt. Als hij de bronnen via Tethys voorziet van vers water dan zou hij ook onder ons liggen.

In ieder geval ligt daar onder zijn dochter de rivier de Styx. Deze rivier ligt negenvoudig om het dodenrijk Hades heen gekronkeld.  De duurste eden werden gezworen bij de Styx.

Dit zweren doet mij sterk denken aan de bocca della verita in Napels waar een fonteindeksel met de afbeelding van Oceanos al eeuwen dienst doet als leugendetector. Wie zijn hand in de mond van Oceanos legt zal altijd de waarheid spreken. Hier was ook wel reden toe omdat anders deze mond de hand af zou bijten! Lange tijd wist men niet wie er op het deksel was afgebeeld, maar tegenwoordig is het toch duidelijk dat het Oceanos betreft. http://www.dpsusa.com/bocca_verita_history.shtml

5) Ook de Groene man kan ooit ontstaan zijn uit een afbeelding van Oceanos. Vooral in de Romeinse schaal van Mildenhall is te zien hoe de wilde slingerende haren, zeker als ze vermengd zijn met zeewier makkelijk voor bladeren zijn aan te zien. Beiden zijn ook te associeren met overvloed, een onuitputtelijke stroom van energie die uit het gezicht stroomt.

6) http://www.theoi.com/Titan/TitanOkeanos.html

7) Otten – Edda  p. 430

8) http://nl.wikipedia.org/wiki/Chaos_(Griekse_mythologie)

In de Romeinse tempel van Bath vinden we Oceanos terug als een hoofd in het  frontispiece van de tempel. Ook nu nog beweren de gidsen dat het om het hoofd van de Medusa gaat, maar zeker in associatie met de warmwaterbronnen is het duidelijk dat de bebaarde gestalte Oceanos is.

Sint Juttemis, pausin Johanna en de kakstoel

Misschien ken je de uitspraak wel; ‘met Sint Juttemis’ (vroeger nog aangevuld met ‘als de kalveren op het ijs dansen’). Het is te vergelijken met ‘als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’, dus nooit. Maar wie is die Sint Jutte? Officieel heeft ze inderdaad nooit bestaan en er is dus ook geen speciale dag waarop zij vereerd wordt in de Heiligenkalender. Jutte was waarschijnlijk de volkse benaming voor pausin Johanna. (1) Een pausin? Ja, volgens vroeg 13e eeuwse kronieken heeft Rome ooit een pausin gehad.

De legende van pausin Johanna

Zoals wel vaker gebeurde in de Middeleeuwen ruilde Johanna haar jurk in voor een mannenkleed en ging vervolgens als man door het leven zonder dat iemand het doorhad. Ze was een eminent geleerde in de vrije kunsten en zo maakte ze snel carrière binnen de Katholieke kerk. Ze begon als klerk, maar van bisschop werd ze kardinaal en vervolgens tot Paus verkozen. Zij werd gekozen tot paus als Johannes XVIII Anglicus (‘pope Joan’). Dit zou rond het jaar 850 gebeurd zijn.

Zij kon haar vrouwelijkheid jarenlang geheim houden, tot het moment dat zij een minnaar kreeg die haar zwanger maakte. Deze minnaar wordt in de teksten een ‘familiar’ genoemd. Dit kan gewoon een bekende of een dienaar betekenen, maar ook een demon. Vooral protestantse schrijvers maakten haar daarom tot de moeder van de Antichrist. Helaas viel ze door de mand; tijdens een Paasprocessie geraakte zij in haar barensweeën. Op dat moment hoorde het volk een demon van de lucht spreken:  Parce, Pater Patrum, Papisse Prodere Partum : ‘Vader der vaderen weersta toch de onthulling van deze barende paus!’ Toen ze toch moest bevallen deed zij dat ‘en plein public’ zittend op een paard (sic!). De verontwaardigde meute bond haar vast aan het paard en sleurde haar zo door de straten van Rome. Vervolgens stenigden zij haar en haar kind. (2)

(afb 1 De paus wordt onderzocht: ‘hij heeft er twee en ze hangen goed!’ afb 2 De sedes stercoraria of kakstoel van de paus)

De kakstoel

Toen het bedrog uit kwam was de kerk natuurlijk zwaar in verlegenheid gebracht. Sindsdien moesten pausen voor hun ‘inzegening’ eerst plaats nemen op een ‘Heilige of pauselijke Stoel’ genaamd de ’Sedia Stercoraria’, plat vertaald: de kakstoel. Deze stoel had een gat in ’t midden. De ‘would be’ paus nam daar op plaats met zijn mantel erover heen gespreid. Een jonge kardinaal greep naar zijn edele delen en als hij werkelijk het scrotum in de handen had riep hij de goegemeente toe: Hij heeft ze! Of anders: ‘duos habet et bene pendentes’ hij heeft er twee en ze hangen goed! Hierop riepen de kardinalen; ‘Deo gratias’, God zij dank. Zo werd er zowel geverifieerd of het geen vrouw betrof èn dat hij niet gecastreerd was. Een priester mocht namelijk niet gecastreerd zijn. Dit laatste kwam in de vroege dagen van het pausdom blijkbaar nogal eens voor want het eerste concilie van Nicea (4e E nc) gaf als eerste canon het verbod uit zichzelf te castreren. (3)

De pausin in de tarot

Hoe mooi het verhaal ook is, het is te mooi om waar te zijn. Er is wèl bewijs voor het gebruik van stoelen met een gat er in voor de pauselijke inauguratie, maar de kans dat er ooit een pausin Johanna is geweest is minimaal. (4) Toch kunnen we wel degelijk een Middeleeuwse pausin vinden. Zij wordt zelfs meerdere malen afgebeeld tot op de dag van vandaag en wel als de Tarotkaart van de Hogepriesteres.

(De Visconti-Sforza tarot links en de Marseille tarot rechts)

De hogepriesteres – kaart II van de hoge arcana – werd op laat middeleeuwse tarotspelen de pausin genoemd. Hier wordt een vrouw afgebeeld met boek en staf die de pauselijke tiara draagt. Waarschijnlijk komt dit doordat de familie Visconti, opdrachtgevers van de beroemde 15e eeuwse Visconti Tarot, een beroemde ketter in hun gelederen had. Manfreda Visconti was een van de sekte van de Guglielmieten die een nieuw tijdperk van vrouwelijke pausen wouden inluiden. Manfreda werd als hun eerste pausin verkozen. Zij werd echter in 1282 als ketter verbrand. (5)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/sintjuttemis

Komt in ieder geval al voor als naam van de paus in een Duits volksboekje uit 1480: Ein Schön spiel von frau Jutten, welche papst zu Rom gewesen van Dietrich Schernberg

Een andere benamingen voor de pausin was (H)Agnes, met de nadruk op ‘hag’. Volgens een 16e eeuws Duits werkje “Ein Schön Spiel von Frau Jutten” is Lillith de grootmoeder van Jutta. Een andere mogelijkheid is dat Jutte een verbastering van Judith is die in de bijbelse apocrieven voorkomt als de vrouw die generaal Holofernes met een zwaard onthoofd. Een waarlijk manwijf dus. Haar feestdag was 17 augustus, inderdaad een onmogelijke tijd om op het ijs te dansen!

2) The female pope – Pardoe

Dit boek is integraal te lezen op internet: http://www.users.globalnet.co.uk/~pardos/PopeJoanHome.html

Mijn versie is een combinatie van verschillende lezingen van het gebeurde..

http://en.wikipedia.org/wiki/Pope_Joan

3) Walker – Encyclopedia of myths and secrets p.475

http://popes-and-papacy.com/wordpress/?p=249

4) Baring – Gould – Curious myths of the middle ages p. 90

5) Innes – The Tarot p.20

http://www.users.globalnet.co.uk/~pardos/PopeJoanHome.html

Betekenis van het sprookje van Grimm: ‘de kaboutertjes’

Het bekendste sprookje over kabouters is ‘die Wichtelmänner’ (1) oftewel ‘de kaboutertjes’ uit de sprookjes van Grimm.  In net andere bewoordingen wordt dit zelfde sprookje ook verteld over de Nederlandse alvermannetjes en kabouters, Engelse pixies en Schotse brownies. Hieronder geef ik een esoterische uitleg van dit sprookje.. (2)

In het sprookje heeft een arme schoenmaker veel geluk omdat kaboutertjes het werk afmaken dat hijzelf `s-avonds onafgemaakt laat. De door de kabouters gemaakte schoenen zijn meesterlijk gemaakt. Op die manier keert spoedig zijn welvaart terug. Zijn vrouw wil de kabouters graag een keer zien en gaat op een avond gluren door een spleet in de vloer. Zij ziet dan dat de kabouters geen kleren aanhebben (of in andere versies slechts vodden).

Als dank voor al hun werk besluiten dan de schoenmaker en zijn vrouw om kleertjes voor de arme kabouters te maken. Ze leggen die de volgende avond voor ze neer. De kabouters doen de kleren aan en zijn zeer blij. Vanaf dat moment voelen ze zich te goed en te fijn om nog schoenmaker te zijn! Het komt echter ook voor dat de kabouters bij het zien van de kleren juist te beledigt zijn om nog te willen werken voor dit gezin.

In een andere versie van dit verhaal heeft niet slechts de schoenmaker baat bij de hulp van de kabouters, maar een hele stad. Alle ambachtslieden in Keulen varen wel bij de hulp van deze wezens. Op een kwade dag echter is een van de vrouwen zo nieuwsgierig dat ze persé de onzichtbare helpertjes wil zien. Als ze midden in de nacht de kaboutertjes bezig hoort schijnt ze plotseling een lamp op het tafereel. De kabouters stuiven alle kanten op en zijn sindsdien niet meer in de stad gezien.

Brownies

In Engeland heten deze elfen brownies en helpen niet alleen ambachtslieden, maar ook boeren bij hun werk. Zij zijn elfen die bij het huis of de familie horen. Vaak wonen ze op zolder, in de kelder, of in de haard. Als de familie zijn werk naar behoren doet, netjes en ijverig is, en als ze de huisgeest dagelijks een offer brengen van melk en brood dan beloont hij ze door de onafgemaakte klusjes van die dag ´s-nachts af  te maken. Als in het gezin echter luiheid, gierigheid of andere slechte eigenschappen heersen en als het voedseloffer niet gebracht wordt, kan de brownie veranderen in een plaaggeest. Hij verplaatst spullen of maakt ze weg, hij snoept van de voorraden, maakt vreemde geluiden en blaast de dekens van het bed. Ook al wil de familie verhuizen, dit zal niet helpen want de plaaggeest verhuist gewoon met hen mee!

In en uit de ‘flow’

Dit verhaal is een prachtig voorbeeld van in de ‘flow’ en uit de ‘flow’ zijn. Elfen zijn voor mij energetische processen. De zichtbare wereld van de mensen draait om objecten. De onzichtbare wereld van de elfen draait om processen! Onze wereld is statisch; met ons oog proberen we de wereld te fixeren en met onze geest proberen we de wereld te controleren. De elfenwereld is dynamisch, zij houdt geen seconde stil. Zij staat buiten tijd en ruimte en heeft daardoor ook geen besef van individualiteit. Elfen begeleiden de mensen continu bij de meest diverse handelingen. Zolang de mens die handelingen met zijn volle aandacht doet en daarbij opgaat in die handeling ontstaat er een ‘trance’ of een ‘flow’ waarin er geen energie ontsnapt uit het proces. De mens is volledig onderdeel geworden van de handeling die hij verricht, of dit nu gaat om schoonmaken, koeien melken, schoenmaken of  een kindje maken. In vroeger tijden was de identificatie tussen wat de mens is en wat hij doet nog veel meer volkomen. Je bent wat je doet, je bent boer, je bent bakker, je bent schoenmaker! Je identificeert je volkomen met je beroep. Je schept trots in de beheersing van je vak dat je hebt geleerd van je voorvaderen. Hierdoor zit er geen ruimte tussen jezelf en de handeling. Deze gaan in elkaar op. De menselijke energie en aandacht die in het maken van het product werden gestoken kwamen volkomen in het product terecht. Dit zorgde voor kwaliteit. Wie dit proces bekijkt vanuit eenheidsbewustzijn die weet dat de ambachtsman of de boer geholpen wordt door onzichtbare krachten. Elk proces is ook een elfenvorm, wie zich verbindt met dit proces, identificeert zich met die elfenkracht en wordt geholpen door de elfen! In feite vond die hulp van de elfen niet in de menselijke nacht plaats, maar in het nachtbewustzijn, in de geestenwereld. Wat de mens uitvoert in de mensenwereld, vind tegelijkertijd plaats in die andere wereld. Bij complete identificatie ontstaat er een meesterwerk, een proces waarvan het eindproduct zelf een bron van energie is geworden.

De tijd kwijt

Flauwe afspiegelingen van dit gegeven kunnen we vinden als we tijdens onze werkzaamheden ons besef van tijd verliezen en er een gevoel van rust op ons neerdaalt. Als we verfrist worden door ons werk in plaats van vermoeid. Soms zijn juist de nederige taakjes goed om die elfenkracht te voelen, bij het doen van de afwas, het wieden in de tuin en het schoonmaken van het toilet om eens wat te noemen. De elfen komen bij je op bezoek als je opgaat in het proces en je vergeet om te denken! Je maakt je het werk eigen, je verbindt je met je werk, waardoor je jouw indrukken tot uitdrukking kunt brengen.

De naakte kabouter

Op een gegeven moment doet de nieuwsgierigheid, de onderzoekende geest van de mens zijn intrede. Dit is niet slecht, de mens is namelijk meer dan een elf alleen. Zij is bestemd om te komen tot zelfbewustzijn. Dit wordt in het verhaal verbeeld door het geven van kleertjes aan de kabouters en in het proberen om de elfenwereld te verlichten door het ontsteken van de olielamp. De naaktheid van de kabouters staat voor een staat van eenheidsbewustzijn waarin er nog geen plaats is voor schaamte voor het eigen lichaam. Het besef van het individuele lichaam is er gewoon niet. Zij schamen zich niet voor hun viriliteit en creatieve kracht. Dit is te vergelijken met de naaktheid van Adam en Eva in het paradijs. De elfen zijn met recht beledigd als je ze probeert te verleiden om hun onschuldige paradijselijke staat te verlaten. Zonder kleren is iedereen gelijk. Kleren aandoen is het begin van beschaving. Je geeft jezelf een individualiteit en daarmee een masker. In de versie waar de kabouters de kleren wel aantrekken, staan zij voor de mensen die vallen voor de zonde van de hoogmoed. Niet slechts de kabouter, maar de kleermaker zelf voelt zich te goed, te mooi om nog slechts kleermaker te zijn, hij wil een identiteit voor zichzelf alleen en zich onderscheiden van andere kleermakers. Het ontsteken van de lamp is als de rationalisering van het proces. Elfenwezens laten zich niet rationaliseren en analyseren. Zij stuiven uiteen voor dit licht. Vervolgens kan er misschien een efficiënter productieproces bedacht worden, maar de ziel ontbreekt. Die is weggevlucht, samen met de elfen en de ambachtsman wordt fabrikant…

Abe van der Veen / de Verteller http://www.abedeverteller.nl   © dit werk is auteursrechtelijk beschermd

Lees ook mijn blog over de fallische kabouter en de oorsprong van de kabouter! https://abedeverteller.wordpress.com/2012/10/09/de-fallische-kabouter-romeinse-en-griekse-voorlopers-van-de-huidige-tuin-en-huiskabouter/

https://abedeverteller.wordpress.com/2012/10/16/de-oorsprong-van-de-kabouter-deel-twee/

1) Onder dit lemma vertelt Grimm eigenlijk drie kaboutersprookjes in één. Ik beperk mij tot het sprookje over de gave van kleren.

Je kan Wichtel vergelijken met het Nederlandse wicht voor (wissel)kind, wezen of demon en ‘vätte’ een Zweedse naam voor kabouter. Het derde verhaaltje gaat inderdaad over zo’n wisselkind..

2) Deze blog is een verkorte en aangepaste versie van een stuk wat ik eerder heb gepubliceerd in het – nu ter ziele zijnde – tijdschrift Religie en Mystiek.

Ik vond het iets te toepasselijk na de twee vorige kabouterblogs om niet nu opnieuw te plaatsen.