De helden van de lente: of van de narcistische narcis en het gecastreerde viooltje

Elke lente is het weer een bloemenpracht: krokussen, narcissen, hyacinten, violen en anemonen. Weet wel dat elk van deze bloemen zijn bestaan heeft te danken aan het bloed van een Griekse of Oosterse jongeling, die stierf in de kracht van zijn leven!

De helden Krokos en Hyakinthos werden beiden fataal in het hoofd geraakt door een discus. Uit hun bloed ontstonden respectievelijk de krokussen en de hyacinten. De Frygische jongeling Attis werd door Cybele zodanig opgehitst dat hij zichzelf castreerde. Spontaan kwamen er op die plaats viooltjes uit de grond. Adonis was zo mooi dat de liefdesgodin Aphrodite verliefd op hem werd. Helaas was de liefde van korte duur. Adonis ging op jacht en werd doorboord door de slagtanden van een everzwijn. Anemonen waren het gevolg. Zo ontsprongen uit het (offer)bloed van de helden de mooiste lentebloemen! Net als hun bloemen bloeiden de helden kort, vertoonden hun grootste schoonheid in de lente van hun leven en verwelkten vervolgens weer. (1) Laten we deze helden eens onder de loep nemen..

Anemone-Coronaria-MK-ZE-Calanit001 krokus narcis-geel viooltjehyacint

(in volgorde; anemoon, krokus, narcis, viooltje en hyacint)

 Hyakinthos en Krokos

De jonge Griek Hyakinthos moet dusdanig aantrekkelijk  geweest zijn dat Apollo, geheel tegen zijn gewoonte in, verliefd op hem werd. Voor het eerst in de Griekse geschiedenis werd een God verliefd op iemand van dezelfde sekse! Helaas voor Apollo had de windgod Zephyros ook een oogje op de jongen en ontstak in jaloerse razernij. Apollo was net bezig om Hyakinthos te leren hoe hij moest discus werpen. Hij wierp de discus richting de zon en  Zephyros  deed de discus, met één windstoot, van koers veranderen. Zo brak hij ongewild de schedel van de jonge held. Uit het bloed van Hyakinthos ontsproot de hyacint en als teken van zijn weeklacht zette hij de letters AI AI in de bladeren van de bloem.  In Sparta werden te zijner ere de Hyakinthieën gehouden. Een vroeg zomerfeest waarin eerst gehuild werd om Hyakinthos, en daarna gejubeld om Apollo.

Krokos was van hetzelfde laken een pak. Hij was een schone jongeling uit Arcadië, die de pech had dat het oog van een god op hem viel en wel Hermes. Hermes maakte hem tot zijn liefje en leerde hem discuswerpen, met het bloederige resultaat van een gevelde Krokos en een mooie nieuwe bloem; de krokus. (2) Het is aannemelijk dat Apollo en Hermes hun minnaars overnamen van een godin, net zoals zij vele heiligdommen van godinnen overnamen.

433px-The_Death_of_Hyacinthos Broc 1801Zephyros and Hyankinthos

(Afb. De dood van Hyakinthos van Broc 1801, rechts Griekse vaas met Zephyros en Hyakinthos)

Adonis en de anemoon

Het lot van Adonis was nauwelijks beter te noemen. Hij werd geboren uit incest, en als kind moest hij wonen in de onderwereld onder de hoede van Persephone.  Als knaap kreeg Aphrodite een oogje op hem. Zo kende hij een kortstondig geluk en mocht hij rusten in de armen van de godin, na gedane zaken. Maar zijn lust voor de jacht moest hij bezuren, van jager werd hij prooi. Een zwijn nam hem te grazen en begroef zijn slagtanden in zijn onderbuik. Mogelijk werd hij daarbij zelfs gecastreerd! Aphrodite bekloeg zich in de woorden van Ovidius aldus:

‘But now your blood shall change into a flower. And with these words she sprinkled nectar [the drink of the gods], sweet-scented, on his blood, which at the touch swelled up, as on a pond when showers fall clear bubbles form; and ere an hour had passed a blood-red flower arose; yet its  beauty is brief, so lightly cling it petals, fall so soon, when the winds [Greek anemoi] blow that give the flower [anemone] its name.’ (3)

Na deze transformatie werden de Adonia ingesteld. Feesten in de vroege zomer ter ere van Adonis. Waarbij de eerste dag om hem werd gerouwd en de tweede dag gejubeld, mogelijk om zijn herrijzenis. Ook werden er zogenaamde Adonistuintjes gemaakt. In potten met een dun laagje modder werd sla, venkel en graan geplant, veel bewaterd en in de volle zon gezet. Deze planten schoten snel op, maar lieten hun kopje ook des te sneller hangen. Het is de vraag of de vrouwen deze tuintjes maakten als teken van de herrijzenis van Adonis of juist als teken van zijn vroege dood.

John_William_Waterhouse_(1899)_Awakening_of_Adonisoradonisgarden

(Afb Awakening of Adonis van Waterhouse en een Adonistuintje op een antieke vaas)

Viooltjes en Attis

Ook Attis was dusdanig verblindend knap dat een godin verliefd op hem werd. Cybele echter was een jaloersig type – als godin haar goed recht – en toen zij hem betrapte met het nimfje Sagaritis nam ze gruwelijk wraak. Hij werd door haar waanzinnig gemaakt zodat hij zichzelf in zijn furie ontmande.  Dit drama leidde toch tot een vrolijk resultaat. Uit het bloed ontsproten viooltjes! Cybele en Attis werden niet alleen in Frygië, maar ook in Rome vereerd. Zijn feest werd in de Romeinse tijd gevierd van 22 maart tot en met 27 maart. Eerst werd er gerouwd rondom een pijnboom die met viooltjes was versierd en hoogstwaarschijnlijk de god zelf moest voorstellen. Twee dagen later bereikte de rouw om Attis zijn hoogtepunt met zelfverminkingen van de Galli, de priesters van Attis, en de extatische zelfcastratie van novieten in imitatie van Attis. De 25e maart heette de ‘Hilaria’, waar ons woord hilarisch nog vandaan komt, er was vreugde alom vanwege de opstanding van Attis uit de dood. Als laatste ritueel was er de 27e maart een plechtige optocht van de tempel naar de rivier waar het beeld van de godin Cybele gewassen werd. (4)

De dood van deze verschillende bloemenhelden zou je kunnen zien als een bloedoffer. Een noodzakelijk offer om een nieuwe lente te bewerkstelligen. De vegetatiegod wordt in de mythe eerst als mens voorgesteld, alvorens hij vergoddelijkt wordt. Mogelijk werd hij jaarlijks door een mens gepersonificeerd om het bloedoffer op zich te nemen. Dit offer nam de oude, trage energie van het afgelopen jaar op zich, om het door zich heen te laten gaan. Daarna kon hij zich tot heil van de gemeenschap laten doden. Dat is een mogelijke interpretatie van het verhaal van Hyakinthos, Attis en Adonis.  Door de godin te beminnen, en op hun hoogtepunt te sterven, lieten zij uit hun offerbloed de lente en zijn bloemen ontspruiten.

396px-Attis_Altieri_Chiaramonti_Inv1656 Adrastos_slays_himself_on_Atys'_tomb_(1776)

(Attis met Frygische muts en Adrastos slays himself on Attis tomb 1776)

De narcis en Narcissus

Dan heb je nog het verhaal van de narcis. De schijnbaar vrolijke lentebode, die toch zo droevig haar kopje laat hangen, zichzelf weerspiegelend aan de waterkant. Deze bloem heeft vele geheimen. Haar naam is afgeleid van ‘narce’ wat bedwelming [narcose] betekend. Dat kan slaan op de intense geur van sommige narcissoorten of anders op de giftige bol.

Narcissus is de narcistische held die de inspiratie heeft gebracht voor het moderne woord narcisme. Hij was een Griekse jongeling waarvan was voorspeld dat, zodra hij zichzelf zou leren kennen, dit zijn ondergang zou worden. In de wereld der oude Grieken is de beste spiegel een heldere poel met bronwater, op een windstille dag. Narcissus keek in de poel, zag zijn reflectie en werd verliefd op zichzelf. Omdat dit spiegelbeeld onbereikbaar was kwijnde hij weg en ging hij dood. Hij veranderde in een Narcis die net zoals hij zijn kopje laat hangen aan de waterkant…

Stel je voor dat je op een frisse lenteochtend, zo’n stille poel in het woud vindt. Zij is omzoomd door gele bloemen. Je laat je hoofd hangen net als die bloemen. In het water zie je een gezicht. Verrek! Ben ik dat? Zodra je zegt: ja dat ben ik, en je meent jezelf te herkennen in de reflectie, dan zit je in de val. Als je kijkt naar jezelf, treedt je uit je ware zelf! Vanaf dat moment is het bijna onmogelijk om volledig terug te keren in die onbedorven naïeve staat van zijn die je daarvoor had. Je wordt verliefd op je zelfbeeld en verwart dat met je ware zelf. Tevergeefs probeer je één te worden met dat spiegelbeeld en je kwijnt weg. Je wordt –als het ware- omarmd door de nimf van de bron die je meesleurt naar de bodem. Je ziel wordt gestolen en gevangen genomen in een magische spiegel. Je plukt de narcisbloem en je wordt weggesleurd naar de onderwereld. Je geeft je macht en energie weg aan een reflectie en verliest (een stuk van) je ziel.

waterhouse_echo_and_narcissus

(Narcissus van Waterhouse)

De narcis en Persephone

De lente van het leven als hèt moment van zelfreflectie, kom je ook tegen in de mythe van de aanranding van Persephone. In de hymne aan Demeter van Homerus wordt verteld hoe Koré, de dochter van de Godin Demeter met haar vriendinnen bloemen aan het plukken was in een lenteweide. Bijzonder is hoe ze juist de bloemen plukt die geassocieerd worden met mooie, vroeg stervende lentehelden:  krokussen, rozen, viooltjes, irissen en hyacinten. Dan ziet ze een narcis. Die wordt als volgt omschreven:

“the narcissus which Earth made to grow, to be a snare for the bloom-like girl [Koré]– a marvellous, radiant flower. It was a thing of awe to see: from its root grew a hundred blooms and it smelled most sweetly, so that all wide heaven above and the whole earth laughed for joy.” 

Volgens de hymne was deze bloem, haar geur en haar stralendheid, het lokaas dat diende om de jonge godin Koré – wat meisje betekend – naar de onderwereld te brengen. Alle andere lentebloemen konden zonder gevaar geplukt worden. Pas toen zij de narcis plukte, was Hades, god van de onderwereld, in staat om haar aan te randen en mee te nemen de diepte in. In haar naïviteit plukte zij dit symbool van zelfliefde en zelfreflectie en verloor zo haar onschuld. (5)

Hades-1persephone-kriswaldherr_

(Persephone en Hades op een antieke vaas en Persephone plukt de narcis van Kriss Waldherr)

De held in de onderwereld

De held of ‘hero’ is de aan Hel of Hera geofferde die terugkomt en als teken daarvan lentebloemen oftewel vruchtbaarheid meebrengt. Hij is de Adonis of Adonai wat heer betekend. Oorspronkelijk was hij de held die zich opofferde voor de gemeenschap. Hij werd een godheid en daardoor heer(ser) over het leven en de vruchtbaarheid van de gemeenschap. (6) Nu is daar een nieuwe beproeving bijgekomen; de valkuil van de ontdekking van individualiteit die uitmondt in egoïsme en narcisme.

Het grootste gevaar voor elke moderne held op deze inwijdingsweg is het risico dat hij gaat reflecteren op zijn zelfbeeld. Hij spiegelt zijn masker alsof dat masker hem zelf is. Dit is het doolhof van het leven, het spiegelpaleis waarin je kunt verdwalen en nooit meer jezelf zal terugvinden. Want welke van de spiegels reflecteert je ware zelf? Koré vond met veel moeite de weg terug, door haar verlangen naar Demeter, de moeder. Maar de held of heldin keert nooit terug als dezelfde persoon. Het meisje Koré, werd Persephone, koningin van de onderwereld!

De held offert zichzelf, gaat dood en daalt af in de onderwereld. Daar vind hij zichzelf terug en kan bloemen meebrengen als teken van een nieuwe lente en een nieuw leven. Hij heeft de beproeving van het zelfoffer doorstaan en is daardoor heer(ser) over zijn eigen leven en energie. Dit verhaal toont een nieuw stadium in het menselijk bewustzijn waarin op een bewuste manier energie (bloemen)  gegeven kan worden, zonder er zelf aan te verliezen. Dit kan hij door zijn nieuw verworven zelfkennis en het behoud van zijn innige liefde voor moeder aarde. (7)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1) Dit zijn waarschijnlijk nog lang niet alle bloemenhelden. Het grasklokje heet bv. Endymion in het Latijn naar de slapende held die door de maangodin Selene werd bezocht.

Walker – encyclopedia of myths and secrets p. 399 Spreekt van een Grieks meifeest – de Hero-antheia; het bloeien der helden. Helaas zijn haar bronnen (Gaster – Myth, legend and custom in the Old Testament) voor mij onraadpleegbaar, nergens anders wordt van een dergelijk Grieks feest gesproken. Ik ga er van uit dat zij doelt op de Anthesteria.

Bloeien en bloeden zijn volgens sommige boeken etymologisch aan elkaar verwant… http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/bloed1

2) Die letters zijn alleen met een beetje fantasie te lezen in de bladeren van Tuinridderspoor. Mogelijk was dit de Griekse hyacint uit de oudheid..

Compendium van rituele planten – Decleene en Lejeune p. 513-516

http://www.theoi.com/Olympios/HermesLoves.html Meer dan dat is er niet bekend over deze uiterst obscure held.

De krokus wordt ook veel genoemd in connectie met de liefdesavonturen van Zeus. Het bruidsbed van Zeus en Hera zou omkranst zijn met krokussen en bij zijn aanranding van Europa liet zij zich verleiden om op de stier (Zeus in vermomming) te zitten o.a. vanwege de heerlijke krokusgeur die uit zijn mond kwam..

3) Adonis betekend ‘heer’. Een titel die hij deelt met lentegoden uit het Nabije oosten zoals Baal en Tammuz.

Robert Graves – Griekse mythen p.70-72

http://www.theoi.com/Olympios/AphroditeLoves2.html#Adonis

4) Obbink – Cybele, Isis, Mithras p. 32 -34

5) http://www.theoi.com/Khthonios/HaidesPersephone1.html of Homerische hymnen p.15

Een modernere Koré is Roodkapje die ook al bloemetjes plukkend haar ‘dark lover’ de boze wolf tegenkomt.

6) Walker – encyclopedia of myths and secrets p. 381 en 399

Frazer – The golden bough

7) Dan  is er nog een held die in de lente – met Pasen – sterft en de onderwereld ingaat, om triomfantelijk te herrijzen. Hij wordt ook wel ‘Adonai’ genoemd.. Hoe zit het met zijn bloed en zijn bloemen? Welaan, de bijbel geeft hierover geen uitsluitsel, maar de Graalslegenden zeggen er wel iets over. Als de soldaat Longinus zijn lans in de ‘zijde’ van Jezus steekt komt daar water en bloed uit. Jozef van Arimathea vangt dit vocht op in een beker; de san greal, de graalsbeker, die het ‘sang real’, het koninklijk bloed bevat. Eeuwenlang wordt er niets vernomen van deze beker met bloed en die lans. Maar dan blijkt het dat een mysterieuze visserkoning/ Graalskoning deze relieken al die jaren heeft bewaard. Helaas heeft hij zich door de lans laten verwonden in zijn scrotum. Dit zou je kunnen zien als een pseudo-castratie. Sindsdien is het Graalsland een woestenij geworden, waar niets wil groeien. Alleen Parcival de graalsridder kan hem redden door de juiste vraag te stellen. Na vele avonturen slaagt Parzival in zijn taak, stelt de vraag en geneest de koning. Tegelijk bloeit het land weer op en Parzival kan trouwen met Blanchefleur. de witte bloem.

Advertenties

Van duivelse Pieten en zwarte Klazen: de monsterlijke helpers van Sint Nicolaas

In de negentiende eeuw werd het Sinterklaasfeest in Nederland geciviliseerd. Piet kreeg van duivelse meer negroïde trekken en de Sint zelf was nu alleen nog maar verkleed als waardige bisschop. De wilde Nicolaasmaskerade werd een plechtige intocht van Sinterklaas. Het is interessant om te zien hoe in meer geïsoleerde gebieden zoals de Waddeneilanden en de bergdalen van Zwitserland en Oostenrijk de oudere ruige versie wel in meer of mindere mate stand heeft gehouden.

Hieronder volgt een lijst van al die Donkere Sinterklazen en Duivelse Pieten door Europa heen:

Krampus2xx

Duistere Klazen in Nederland en Zwiterserland

In de negentiende eeuw nog gingen Zwarte Klazen rond in Amsterdam. Ze maakten lawaai met rammelende kettingen en waren op zoek naar stoute kinderen. In Grou in Friesland werd geen Sinterklaas gevierd maar Sint Pieter. Voor 1903 had hij nog een ketting aan zijn been, een oude jas om waarop lekkernijen waren genaaid en een doek voor zijn gezicht die alleen zijn ogen onbedekt liet. Tot de plaatselijke kleuterjuf daar een einde aan maakte. In Franeker aan het begin van de negentiende eeuw liepen gemaskerde schippersknechten rond op sinterklaasavond. Zij toeterden met hoorns en maakten ketelmuziek en liepen rond in lelijke gewaden. Een van hen was verkleed als duivel met een zwarte keten aan het been. Zo moeten er over heel Nederland verspreid meer van dit soort optochten zijn geweest. (1)

In Nederland zijn alleen de Sunderums van Terschelling en de Klaasomes of Sunneklazen van Ameland nog over. Zij lopen rond met 5 december. Oorspronkelijk hadden zij een witte broek en hemd aan en een masker met wit gaas. Verder hebben zij een stok en een toeter bij zich. (2)

315934788_f4650f1d89Klaasome

(Links Sunderums, rechts een Klaasome)

In Zwaben en Zwitserland gaan de Kläuse rond op Sinterklaasavond. dit heet Klausjagen. Ze zijn in het wit gekleed met een zwarte kap. Verder zijn ze met bellen behangen en dragen vreemde maskers gemaakt van boombast.  Vaak hebben ze enorme mijters op en gaan rond met veel lawaai van koebellen, zweepknallen en hoornblazen. (3)

klausjagen_1

Duistere figuren die Sint Nicolaas vergezellen

Krampus

De gruwelijkste begeleider van de Sint is toch wel Krampus. Deze komt voor in Oostenrijk, Beieren en Zwitserland. Zijn naam komt van ‘klauw’ en hij ziet er uit als een duivel. De Krampusduivels maken een rondgang op Sint Nicolaasavond, waarbij ze lawaai maken met bellen en hoorns. Ze krijgen ‘schnaps’ van de omstanders. Ze dreigen kinderen mee te nemen naar de hel en vroeger sloegen ze jonge vrouwen met berkentwijgen. (4)

400px-Krampus_Morzger_Pass_Salzburg_2008_0416927_dekrampus_1275px-Krampus

Klaubauf

De Klaubauf van Tirol ziet er ook uit als een duivel met pels, duivelsmasker met bokkehorens en rode tong uit de mond. Met zijn witte schapenvacht heeft hij wel wat van de Verschrikkelijke Sneeuwman. Hij heeft een grote zak of mand bij zich voor stoute kinderen. Ook sleept hij met kettingen rond als teken dat hij  een geketende duivel is. Kinderen in Vinzgau proberen hem op 5 december met gevaar voor eigen leven wakker te maken. (5)

klaubaufyetiklaubauf1

Bartel en Schmützli

In Karinthië (Oostenrijk) wordt dit monster de (Schmütz)bartel genoemd. Hij is in zwarte schapenvellen gehuld, draagt een gehoornd masker en zijn rode tong hangt uit de mond. Soms heeft hij een paardevoet en hinkt hij. Er bestaat in Oostenrijk de uitdrukking hij weet waar Barthel de mosterd vandaan haalt! Klaubauf en Bartl lusten graag schnaps en geven veel aandacht aan jonge meisjes.

De Schmützli uit Zwitserland is volledig in het zwart en heeft een zwart gezicht. Schmütz is viezigheid. Hij had een zweep, ketting en roe bij zich, maar ook kado’s en snoep in een zak. Pas na een examen in braafheid kregen de kinderen de kado’s. (6)

samichlaus-schmutzlisschmutzli bad santa switzerland

(Afbeeldingen van Schmützli en Nicolaas)

Bij al deze figuren vind men naast Nicolaas ook regelmatig nog een verdwaalde engel. Deze goede krachten zijn echter duidelijk in de minderheid.

Knecht Ruprecht

Ruprecht heeft roe en zak en een zwart gemaakt gezicht, maar ook nog hoorntjes en is in bont gehuld. Op zijn rug draag hij een mand om stoute kinderen mee te vervoeren. Hij riep: ‘Ich bin der alte böse Mann, der alle Kinder fressen kann‘. Rubrecht is net als Robin en Robert een veel voorkomende duivelsnaam. (7)

knecht ruprecht2151561_f520

Le père Fouettard

In delen van Oost-Frankrijk zoals de Elzas wordt de Sint vergezeld door een oude bekende van hem. Hij heet de zweep slaande vader en is vaak gekleed in het zwart, met zwarte baard. Hij heeft een zweep, mand en kettingen bij zich. Hij is een zeer oude bekende want al in de vroege middeleeuwen gaat het verhaal dat sint eens drie scholieren redde die vermoord waren en in stukken gehakt. Deze waren door de moordenaar in een vaatje met pekel gepropt. Sint deed alsof hij juist wat vlees wou uit dat vaatje en klopte met zijn staf drie maal op het vat. Prompt sprongen de drie jongens er levend en wel uit! Deze booswicht heet in Frankrijk Fouettard en mag sindsdien de Sint vergezellen om de stoute kinderen met zijn zweep te slaan. Gezellig! (8)

SAINT-NICOLAS421px-Hans_Trapp

Cert 

In Tsjechië winden ze er geen doekjes om; de metgezel van de Sint is gewoon čert oftewel de duivel. Om hem ietwat in toom te houden heeft hij meestal een engel als metgezel.

cert-mikulas-andel-2010_13

Naast de demonische wezens die Sint Nicolaas vergezellen vind je ook nog verwante wezens die pas verschijnen met kerst of driekoningen.

De Joelbok van Zweden en Finland

De Joelbok of Joulupukki in Zweden en Finland lijkt tegenwoordig sprekend op de Kerstman, maar was ooit gekleed in een geitenvel met hoorns en ging als bok van de Joeltijd van deur tot deur om te vragen of er ook stoute kinderen zijn. (9)

Joulupukki2Joulupukki-8

Perchten

Percht, Berchtel of Butzenbrecht is een  vrouwelijke demon uit Oostenrijk en Zwitserland. Oorspronkelijk was zij de Godin Perchta die te vergelijken is met Holda. Zij beloond de vlijtigen, maar straft de luien. Met driekoningen 6 januari gaat zij op zoek naar stoute kinderen om hun buiken open te rijten. De Perchten gaan ‘s-avonds in optocht door de straten. Er zijn mooie en lelijke Perchten. De lelijke perchten dragen maskers met hoorns, koehuiden en bellen. De perchten in de optocht zijn qua uiterlijk inwisselbaar met Krampus en Klaubauf, maar terwijl dezen mannelijke duivels zijn is Percht toch echt Frau Percht. (10)

Frau_Percht_75_dpipercht3perchten274928

Befana uit Italië

Befana is een Italiaanse heks die op 6 januari stiekem ‘s-nachts kado’s brengt aan de kinderen. Volgens de legende vroegen de Drie Koningen haar om mee te gaan naar het Kerstkind, maar zij weigerde. Sindsdien zwerft zij eeuwig rond en brengt nu kado’s aan andere kinderen. Zij is mogelijk verwant aan Bercht.

befana

De Joelmannen van Ijsland

De Jolasveinar van Ijsland zijn nu koddige dwergachtige mannen die één voor één verschijnen in de dagen voor kerst om ondeugende dingen te doen. Vroeger waren zij een stuk angstaanjagender. Ze gingen rond in een ommetocht verkleed in dierenhuiden, met hoorns en een staart Zij dreigden de kinderen mee te nemen in hun mand. Ook Gryla hun monsterlijke moeder trekt rond, zij is op zoek naar stoute kinderen die ze op wil eten.. Gryla wordt al genoemd in de Edda als naam voor een reuzin. (11) 

Gryla2

Griekse duivels; de Kallikantzaros

De Kallikantzaroi van Griekenland trekken rond tussen kerst en driekoningen. Dan verlaten ze de onderwereld waar ze bijna de wereldboom hebben omgezaagd. Het zijn magere, zwarte wezens, met staart, klauwen en slagtanden. Ze hebben rode ogen, en een rode tong die uit hun mond hangt. En natuurlijk hebben ze hoorns op het hoofd! Als ze een huis binnen kunnen dringen maken ze er een bende van. Zij stelen het eten, pissen in de watertonnen, schijten in het vuur en vergrijpen zich aan de jonge dochters.. Met driekoningen moeten ze de aarde weer verlaten, maar als ze aankomen bij de wereldboom blijkt deze geheeld en moeten zij helemaal opnieuw beginnen met zagen.

Dit wezen kennen de Grieken nu alleen nog maar in hun folklore of er ook ooit mannen zijn geweest die zich zo hebben verkleed is niet zeker. Toch lijken ze enorm veel op Krampus en aanverwanten! (Ginzburg

kallikantzaroi2

Conclusie

Deze korte opsomming lijkt me voldoende om een indruk te krijgen van de ´helpers´van sint Nicolaas en aanverwanten. Natuurlijk zijn nog lang niet alle angstaanjagende wezens van de midwinter genoemd en ook hun verhalen zijn bijna tot in het oneindige uit te breiden. Wat opvalt is dat ze allemaal spannend eng zijn. Ze roepen een aantrekkelijk soort angst op.  Bijna allen hebben de uitstraling van een sater of een wildeman van het woud. Ze doen de dingen die wij niet durven.

Ook al worden ze meestal niet zo genoemd, toch zou je ze het eerste associëren met duivels. Toch de duivel als symbool voor alle kwaad is het toch ook niet. Daarvoor is dit wezen te ondeugend, te spannend. Mogelijk zijn we met deze duistere helpers van sint Nicolaas late exponenten van de Gehoornde God op het spoor gekomen..

Helaas – of niet, discussie hierover is gaande – zijn de meeste van deze wezens van hun angst ontdaan en lief en schattig gemaakt voor de kinderen. Dit geld echter niet voor de Oostenrijkse Krampus. Tot op de dag van vandaag is en blijft Krampus gruwelijk en angstaanjagend. Wat mij betreft is deze daarom de kampioen der monsterlijke helpers van Sint Nicolaas!

Abe van der Veen

Voor mijn nieuwste artikelen zie: http://www.abedeverteller.nl/artikelen-symboliek/

http://www.abedeverteller.nl

1) Nicolaas, de duivel en de doden – Janssen 39, 150

http://www.jefdejager.nl/sint.php

2) Janssen p. 48 

http://www.feestenalmanak.nl/feest/sinterklaas

3) Janssen p. 55

http://en.wikipedia.org/wiki/Klausjagen

4) http://www.krampus.com/

Janssen p. 60

5) Janssen p.63

Farwerck – Noordeuropese mysteriëen p. 337

6) Farwerck p. 260 Janssen p. 63 en 54

7) Farwerck 256 Janssen 151

8) http://en.wikipedia.org/wiki/P%C3%A8re_Fouettard

9) http://deflipside.com/?p=4157

http://en.wikipedia.org/wiki/Joulupukki

10) Farwerck 285, 328

W. Samson – Christmas p. 79

11) Farwerck – Mysteriën 256, 287

http://jol.ismennt.is/english/gryla-terry-gunnell.htm

Zie ook: The upside down Christmas tree and other stories – D. Scott p. 129 e.v. http://books.google.nl/books?hl=nl&id=fWA-FyxoeTMC&q=krampus#v=snippet&q=krampus&f=false

Leuke video: http://vimeo.com/16878465

12) En  als laatste iets over het vermeende racisme in Zwarte Piet:

Er zijn bij Zwarte Piet – zoals ik het zie – minstens drie lagen te ontdekken: de heidense natuurgeest die sterke connotaties met de dodencultus heeft, vervolgens de Christelijke duivel die ‘geknecht’ is door de bisschop en zo voor het ‘goede’ gebruikt kan worden en ten derde toch ook associaties met de donkere slaven uit de koloniale 19e eeuw.

Die laatste laag is een erfenis waar we maar mee te dealen hebben, maar niet weg te poetsen valt door de Piet om zeep te helpen. Racisme zit niet in de zwarte piet, maar in onderscheid maken vanuit dualiteit ipv polariteit. Zwarte Piet is een amalgaam van invloeden, maar hij is vooral zichzelf. Ik hoop van ganser harte dat onze piet niet zal verwateren tot commerciële halfzachte kerstelf, maar zal uitkristalliseren tot het beste wat de Piet door de tijden heen te bieden had. Mijn verlanglijst voor de piet van de toekomst. Uiterlijk: zwart, mogelijk gehoornd en de rest is bijzaak. Karakter: spannend, levenslustig en een tikkie ondeugend!

Sinterklaas en Wodan; wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is..

Sint is een boeman, laat dat duidelijk zijn. Een boeman is een waarschuwing voor kinderen; blijf uit de buurt van water anders grijpt de waternekker je / anders verdrink je! Blijf in de buurt van het huis anders pakt de weerwolf je / anders verdwaal je! (1) Ga in het donker niet buiten spelen want anders grijpt de wilde jager je of neemt het dodenleger je mee / nemen enge mannen je mee.. Zo gaf je als ouder grenzen aan, je gaf aan waar het veilig is en waar niet.

De inwijding tot de mannenbond

Maar op een dag ben je er als kind aan toe om je angsten te overwinnen. Een enge, imposante kerel roept: zijn er hier nog stoute kinderen? En jij roept ja, want je bent stout, je bent dapper. Zo wordt je meegenomen in de zak van zwarte Piet, over de zee gevaren en naar Spanje gebracht. Je gaat het duister, de nacht in, bij je moeder en je kleine broertjes en zusjes vandaan. Als de zak opengaat wordt het geheim verklapt; wij zijn je ooms, oudere broers, buurman, maar als we ons zwart maken, als we in het pak gaan, veranderen we en worden Pieten, geesten, Klazen, goden. Vanaf nu word jij een van ons. Je kruipt onder moeders rokken vandaan en wordt een man, of minstens een knaap! Het is een spannend geheim waar je deelgenoot van wordt gemaakt. Je hoort nu bij een nieuwe groep van zij die weten, je bent geen klein kind meer. En zo verandert de boeman in een bondgenoot. De angst is overwonnen. Niet meer het zoet van het snoep van de kinderen is je beloning, maar het zakje met zout om je vlees mee te kruiden voor de stoute, de dappere, de echte man! (2)

(Links Sinterklaas en knecht Ruprecht, rechts de Amelandse Sunneklazen komen eraan)

Wodan en Sinterklaas

De opperboeman uit de heidense tijd is Odin, die in onze streken Wodan werd genoemd. De wolven en beren die je zouden opeten als je te ver het bos in dwaalt, zijn de aan hem gewijde dieren. De nekker die loert in het water, staat ook bekend als Old Nick, de duivel, of nog ouder Hnikkar een bijnaam van Odin. Maar de nik in de stam kan ook op Nicolaas slaan! De Wilde Jacht die je meeneemt in de nacht wordt in vele versies aangevoerd door Odin/ Wodan, maar een enkele maal ook door sint Nicolaas! (3)

De jonge knapen in de heidense tijd die gewijd werden aan Odin moesten hun angsten te boven komen. Lukte dit niet, dan schaamde je je rot en was je een moederskindje. Dus ging je de nacht in en overwon je angst voor het donker met zijn monsters en spoken. Ten teken daarvan schilderde je je gezicht zwart. Zoals de aan Odin gewijde krijgers genaamd de ‘harii’ deden, het ‘heir’, het dodenleger van Odin. (4) Overwinnen van je grootste angst

Je stond tegenover wilde beesten of woeste mannen en bevocht ze. Je overwon je angst voor de boze, woedende en razende kerels en werd zo één van hen. [Dit zijn de makkers van staakt uw wild geraas, makkers van het wilde heir!] In je extase kon je het berenhemd aantrekken en berserker worden of het wolvenhemd aan trekken en ulfhednar c.q. weerwolf worden, of je gezicht zwart maken en behoren tot het leger van Odin / Sinterklaas. Je werd het diepe in gegooid, je trotseerde de ijzige handen die je de diepte in wilden trekken, je zwom en bereed de golven alsof het een waterpaard was, de waternekker, Hnikar, de hinniker en je leerde zwemmen. Je leerde het dodenpaard te bereiden, de schimmel, geen reëel paard, maar een schim, een geest. Je werd de ‘Schembart’, de bebaarde geest die kinderen meenam om ingewijd te worden. (5)

Zo werd je één van hen, je hoorde erbij. Een man in het gevolg van Odin, een hele eer, die je met je moed had gewonnen. Als je de angst overwonnen had, was de boeman geen grote engerd meer. Hij was je god geworden. Niet de verre transcendente god, maar de god dichtbij, die je in je extase zelf kan worden. Je had de angst onder ogen gezien en hem toegelaten, je leerde de kracht erachter kennen en hem meester worden. Zo leer je de energie kennen van iets dat (oorspronkelijk) groter is dan jezelf. En zo ben je zelf je grootste angst geworden. Want wat is er geruststellender dan te weten dat er in het hele enge bos niets engers rondloopt dan jijzelf? (6)

Odin, Yggr en ‘oger’

Odin zal schrik aangejaagd hebben. Hij was de opperboeman in de heidense tijd. Zijn bijnaam was o.a. Yggr, wat de verschrikkelijke betekent.  Yggr kwam mogelijk later in de sprookjes terecht als de boeman genaamd ‘oger’; [denk aan de ogre Shrek!] een grote, woeste, bebaarde, kinderetende kerel. (7) Echter voor zijn ingewijden was Odin meer, veel meer! Hun Odin was de geliefde, ontzagwekkende oppergod. De wijze inwijder, de grote leider met een alziende blik. Zeer vergelijkbaar met de geliefde en alwetende sint van deze tijd.

Odin is de god der doden, zoals sint zijn doden c.q. Pieten heeft. Hij is de god van de inwijding, zoals de sint de dappere kinderen meeneemt en inwijd. Hij is God van de midwintertijd. Sinterklaas heeft zijn feest slechts een paar weken eerder. En Odin is God van de poëzie, en ook met sint moet je rijmen. Hij was god van de vele namen. Was één van die namen Nicolaas, leefde hij voort in de sint? Odin leeft voort als heilige, maar welke heilige? Odin leeft voort als God. Maar welke god? Het is in ieder geval één die je zelf kan worden als je roept met een holle stem; “Zijn er hier nog stoute kinderen?” (8)

Abe van der Veen

Voor mijn nieuwste artikelen zie: http://www.abedeverteller.nl/artikelen-symboliek/

http://www.abedeverteller.nl

1) Dit stuk is een herziene versie van een verhaal van twee jaar geleden, nu met noten en afbeeldingen. Het is behoorlijk speculatief omdat het verband tussen Sint en wilde jacht, Odin en wilde jacht, Odin en Sint, Sint en mannenbonden + inwijding allemaal niet bewijsbaar te maken is, er zijn alleen aanwijzingen voor.. Lees het dus graag als inspiratie, niet als wetenschap.

Mijn vader werd als kind nog bang gemaakt met de weerwolf.

2) Noordeuropese mysteriën – Farwerck p. 256 Deze zinnen zijn geïnspireerd op de Sundeklazen en klaasomes van de Waddeneilanden, maar ook op de Germaanse mannenbonden die er ooit in de oudheid geweest zouden zijn..  Kultische Geheimbunde – O. Höffler

Als kind opgegroeid in een dorp in Friesland gingen wij te Sinterkloazjen. De oudere – niet meer gelovende kinderen – verkleden zich als sint en piet en gingen langs de deuren vooral langs de gezinnen met kleine sint-gelovige kinderen. We smeten daar pepernoten door de kamer en riepen zijn er nog stoute kinderen? Vervolgens werden we getrakteerd op snoep.

3) Phantom armies of the night – Claude Lecouteux p. 205 Lecouteux betwijfelt echter of dit om een doorlopende tradite gaat.. Hij vermoed dat Odin er later weer bij is gehaald.

Noordeuropese mysteriën – Farwerck p. 97 Hij wordt zo genoemd in de middeleeuwse Saksenkroniek. Voor Hnikar zie Edda – Otten Reginsmal vs 18. Daar staat Odin op een rots temidden van de golven en noemt zich Hnikar (oproerkraaier) en geeft raad aan de jonge held Sigurd.

4) Noordeuropese mysteriën – Farwerck p. 186

De Harii zijn een van de Germaanse krijgersbonden die door Tacitus worden genoemd in zijn De Germania. Odin of Wodan wordt hier niet genoemd, wel de associatie met nacht en het dodenleger.

5) De waternekker wordt vaak geportretteerd als waterpaard. In Duitsland heet hij Nick of Nickelmann en is half man half vis.. Northern Mythology – Thorpe p.491

http://de.wikipedia.org/wiki/Schembartlauf De Neurenbergse Schembart hoort meer bij carnaval, maar als beeld van een angstwekkende schimbaard die kinderen meeneemt past hij goed bij mijn verhaal.

6) vrij naar Terry Pratchett; door deze wijsheid loopt de heks Granny Weatherwax erg kalmpjes in het donker alleen door een bos.

7) Walker – Dictionary of symbols and sacred objects ogre

8) De gelijkenissen tussen Odin en Nicolaas zijn frappant. Maar dat is geen reden om te spreken van een rechtstreekse identificatie. Je kan zeggen dat ze een zelfde functie hebben en in een tijd dat andere goden verboden waren, was  de ‘next best thing’ een heilige. Hij werd al snel omhangen met dezelfde functies en eigenschappen. Dit is niet hetzelfde als een directe ontlening.

De horrorsint: Sinterklaas als boeman

Enkele jaren geleden kwam de Sint op het filmdoek terecht als horrorsint. Strookt dit wel met zijn imago als goede kindervriend? Vanuit de traditie bekeken in ieder geval wel. Sinterklaas was altijd eng bedoelt, hij was een kinderschrik, een boeman. Er waren vroeger meerdere boemannen; als je in het koren liep kon de korenwolf komen om je tenen af te snijden, als je te dicht bij het water liep kon de nekker komen om je bij je enkels te pakken en in de diepte te sleuren, als je ongehoorzaam en ondeugend was kwamen Sint en Piet om je in een zak naar Spanje te brengen. (1)

Er waren goede redenen om kinderen bang te maken. Vele kinderen verdronken voortijdig, het vertrappen van het koren betekende letterlijk minder brood op de plank. De sint was echter meer dan een gewone boeman. Hij deed de afrekening van een jaar. De goede en de slechte daden kwamen in het grote boek te staan en de hamvraag was; komt er een plus of een min na de eindstreep. Werd het de koek of de gard? Werd het lekkers voor het zoete of de roe voor het stoute kind? Want “wie zijn kind liefheeft die kastijdde het” tenminste zo dacht men en zo stond het geschreven… (2)

De sint was streng, doch rechtvaardig en daardoor ontzagwekkend en angstaanjagend. Want hoe zeker was je van je zaak? Had je energie gegeven of energie genomen? De grens tussen goed en kwaad ligt niet zo helder.

 Nicolaas en de duivel

Nicolaas komt waarschijnlijk van Nikè. Het Griekse woord voor overwinning. Laas komt van ‘laos’, het volk. (3) In dit geval kan dit duiden op de overwinning van de sint op het volk der geesten of demonen. Dit volk werd later gezien als toebehorend aan de duivel. De kerk bestempelde ze als kwaad. In enkele van zijn heiligenlegenden overwint Nicolaas de duivel en sindsdien heeft hij hem in zijn gevolg als dienaar. De zwarte Pieten zijn te zien als duivels, demonen of dolende geesten.

De stam ‘nic’ in Nicolaas kan ook etymologisch verwant zijn aan ‘necro’ (=dood) en ‘niger’ (=zwart) wat duidt op zijn band met doden en geesten en – in hun verlengde – met demonen. Luther heeft het in de zestiende eeuw al over Nicolaas en zijn larvenvolk. (4) Larf is het Romeinse woord voor een ronddolende kwade geest . De nigromancïer is degene die de doden of de geesten kan oproepen en bevelen. In feite doet de sint niets anders met zijn volk van zwarte Pieten.

(links Knecht Ruprecht met de hoorns van de duivel en rechts de Sint met Krampus een Oostenrijkse duivel)

Piet als duivel

Vroeger waren de Pieten beter te herkennen als duivels. Ze hadden de roede om te bestraffen, de ijzeren ketenen waarmee ze rinkelden als teken van hun gebondenheid aan hun meester – de geestenbedwinger sint Nicolaas – en ze hadden de zak waarmee ze de verdoemde zielen (en later de stoute kinderen) mee verzamelden om naar de hel te brengen. In Duitsland en Oostenrijk is het duivelse van de Piet beter te herkennen. In sommige streken in Duitsland wordt hij Beëlzebub genoemd of Ruprecht en heeft dan beestenvellen om en hoorns op het hoofd. In 1663 zei zijn knecht Ruprecht nog het volgende rijmpje: “Ich bin der alten bösen Man, der alle Kinder fressen kan”. Hij is de zielenvreter, hij is de duivel. (5) In Oostenrijk heet hij Klaubauf of Krampus. Hij draagt een duivelsmasker, heeft een zak en ketenen bij zich en wordt vaak duivel genoemd.

Zwarte Klaas

Zelfs Nicolaas kon iets demonisch krijgen als je kijkt naar de zwarte klazen van Amsterdam die vroeger met ketenen en lawaai makend de straten onveilig maakten of de omineuze Klaasomes van Ameland. Old Nick is niet voor niets een bijnaam voor de duivel… (6)

Moet je dus bang zijn voor Sint en Piet? O ja, absoluut! Het is beter om kinderen en jezelf te leren met angst om te gaan dan de angst te ontkennen. En de angst die veroorzaakt wordt door de wetenschap dat je niet zuiver op de graat bent en dat je op een dag ontmaskerd zal worden is een van de grootste angsten.

Elk jaar is er een afrekening. Heb je gegeven of genomen? Ben je over de bank genomen goed of kwaad? Zolang je leeft betekend dit moment zoetigheid of een zakje met zout. Een vruchtbare of een onvruchtbare tijd voor de boeg. Maar aan  het einde van het leven komt de grote afrekening. De sint blijkt werkelijk te bestaan en zijn staf is een zeis. Achter zijn baard, snor en wenkbrauwen zie je een schedel met holle ogen. Hij snijdt je levensdraad door en voert je ziel met zijn schip naar Spanje. Spanje is hier te zien als een metafoor voor het land der doden. Daar woont iemand die nog groter en ontzaglijker is dan hij. De dood zelf is de opperboeman. (7)

Abe van der Veen

Voor mijn nieuwste artikelen zie: http://www.abedeverteller.nl/artikelen-symboliek/

http://www.abedeverteller.nl

1) Een opgepoetste blog van twee jaar geleden, nu met noten en plaatjes 🙂

Mijn ouders lazen nog het boekje “mee in den zak” waar de stoute kinderen naar Spanje werden gebracht om tot pepernoten vermalen te worden of om te werken op de landerijen van Sinterklaas. Zij lieten het mij zien als een kostbaar bezit waar ze nog vol nostalgie aan terug dachten.

2) Of anders: Wie zijn kind liefheeft spare de roede niet.. Beide gezegden naar aanleiding van teksten uit de bijbel..

http://www.biblija.net/biblija.cgi?Bible=Bible&m=2+Sam+7%3A14%3B+Spr+13%3A24%3B+19%3A18%3B+22%3A15%3B+23%3A13-14%3B+29%3A15%3B+Heb+12%3A6-7&compact=1&id16=1&id18=1&pos=0&set=1&l=en

3) http://en.wikipedia.org/wiki/Nicholas

4) http://books.google.nl/books?id=838KAQAAIAAJ&pg=RA1-PA148&lpg=RA1-PA148&dq=Larvenvolk+und+Niclas+Bischoffe&source=bl&ots=g8UynfdDpE&sig=ImIQk7xJw2EKunIwPOjUr-mVawU&hl=nl&sa=X&ei=bXOyUOqqLaeH0AWE9IGQAQ&ved=0CDEQ6AEwAA#v=onepage&q=Larvenvolk%20und%20Niclas%20Bischoffe&f=false

5) Nicolaas de duivel en de doden – Louis Janssen. (1993 Utrecht) p. 151 Dit is absoluut hèt standaardboek over de folklore van Sinterklaas in Nederland.

De Krampus duivel als knecht van Sinterklaas uit Oostenrijk en Beieren is erg interessant!

6) Janssen p. 33

7) Wie boe zegt wil je bang maken en laten schrikken. Dit doet hij met de boeman of in het Engels de ‘bogeyman’. ‘Bog’ is het oude Slavische woord  voor God. Maar welke god?…

Lees ook: http://www.sinterklaasmythen.nl/

Het verhaal van Jack ‘O Lantern en de betekenis van Halloween / Samhain

Met Halloween, op de avond van de 31e oktober gaan er in vele landen kinderen langs de deuren met uitgeholde pompoenen met een lichtje erin. Ze roepen: “trick or treat” of iets dergelijks, en zijn vermomt als engerds, als vampiers, spoken, heksen of skeletten. Zo gaat de maskerade van deur tot deur tot er genoeg lekkers is verzameld en eindigt of begint bij een groot vuur, waar er nog een griezelig verhaal wordt verteld… (1)

Die uitgeholde pompoen wordt in de Angelsaksische landen de Jack ‘O Lantern genoemd. De herkomst van die naam is te vinden in de Ierse sage over een aartsschurk genaamd Stingy (=gierige) Jack.

Het verhaal van Jack ‘O Lantern

Stingy Jack was een man die in zijn leven niet wou deugen, maar wel de duivel een aantal keren te slim af was. Met Halloween komt de duivel naar zijn stamkroeg om zijn ziel te halen. Jack weet de duivel zo ver te krijgen dat hij zich in een muntstuk verandert om de waard te kunnen betalen en zet hem vervolgens gevangen in zijn geldbuidel waar een kruis op staat. De tweede maal – opnieuw met Halloween – smeekt hij de duivel om een appeltje voor hem te plukken. De duivel doet dat en kan vervolgens niet uit de boom vanwege het kruis dat Jack in de boom heeft gekerfd. Pas als hij belooft om Jack voor altijd met rust te laten bevrijd Jack de duivel uit de boom. Als hij na zijn dood bij de hemelpoort aanklopt wordt hij niet toegelaten. Maar ook de duivel houdt zijn belofte en ziet het überhaupt niet zitten zo’n slimmerik toegang te verlenen! Hij smeekt dan de duivel om een gloeiend kooltje voor wat warmte en om zijn weg door de wereld te verlichten. Jack krijgt het kooltje en beschermt het kooltje tegen weer en wind door het in een uitgeholde raap te plaatsen. Zo dwaalt hij met zijn lichtje als dwaallicht door de wereld tot het einde der tijden. (2)

Het dwaallichtje

Jack ‘O Lantern is één van de vele namen voor het dwaallichtje. (3) In het Engels ook wel Will-of-the-Wisp en Corpse Candle genaamd. De laatste naam verraad waar het om gaat: Een lichtje voortgebracht door de ziel van een dwalende dode. In de meeste gevallen gaat het om een ongedoopt kind, een brandstichter of een grenssteenverzetter. In het Halloween verhaal gaat het om iemand die te goed is voor de hel en te slecht voor de hemel. Deze dwalende doden worden hiermee een soort van elf. Ook elfen werden gezien als levend tussen hemel en hel. In een variant van het Jack ‘O Lantern verhaal klimt de man zelf de appelboom in, waar de duivel hem niet kan bereiken. De appel is een elfenboom (denk aan Avallon en Tir-Nan-Og), Jack vlucht dus naar de elfenwereld. (4)

Samhain

Juist met Halloween staan de elfenheuvelen wijd open en kunnen de geesten vrijelijk rondspoken. Dit komt doordat het een scharnierpunt in het jaar is. Het is een periode tussen de jaren in. Vroeger werd het feest in Schotland en Ierland Samhain genoemd. (5) Dit betekent letterlijk einde van de zomer. In Wales noemden ze ditzelfde feest Calan Gaef; het begin van de winter. Het is het begin van de donkere helft van het jaar. De Kelten zagen de avond, dus de komst van de duisternis als het begin van de nieuwe dag en naar analogie daarvan kan je aannemen dat Samhain als begin van de duistere periode ook het begin van het nieuwe jaar was. Op dit soort drempelmomenten zijn de sluiers tussen deze en de Andere wereld dun. Geesten, elfen en andere wezens kunnen op deze nacht ook in onze wereld ronddwalen of anders gezegd; wij zijn gevoeliger voor hun aanwezigheid en nemen ze eerder waar!

De geest te gast

Juist met Halloween – op de drempel tussen twee seizoenen – zouden de dolende geesten een versterkt contact kunnen maken met de wereld van de levenden. Gedreven door de komst van de kou verlieten ze de desolate plekken, de moerassen en heidevelden om terug te gaan naar de huizen, wellicht het huis waar ze ooit zelf woonden. Op die nacht vroegen de dolende geesten – en dus ook Jack ‘O Lantern – om gastvrijheid. Wie weigert om hem binnen te laten zal verwenst worden en  onheil over de hoofden van het gezin brengen. Wie de gast welkom heet wordt gezegend. Als je hem binnenlaat kan je hem mogelijk zelfs verlossen. Zelfs het woord gast is etymologisch verwant aan geest. Gastvrijheid is een heilige plicht, zelfs tegenover de doden!

Elk kind dat met Halloween rondloopt met een lichtje in een pompoen kan je zien als de verbeelding van zo’n dolende ziel. In Engeland benoemde men dit rondgaan met de veelzeggende term ‘to go a-souling’, de ‘treat’ werd een soul-cake genoemd. (6) Het kind komt met zijn (dwaal)lichtje en met zijn vermomming als geest aankloppen op zoek naar gastvrijheid, om binnen genood te worden voor een beetje warmte en een versnapering en vraagt “trick or treat”. De ‘trick’ is te zien als het onheil. Na de ‘treat’ kan de geest zegen brengen. De gemaskerde optocht is dus een geestenoptocht. Masker komt van ‘masca’ dat staat voor heks of geest en ‘mom’ in het woord vermomming staat ook voor geest!

De laatste oogst

De maskerades werden vroeger door volwassenen gehouden. Deze wisten de achtergrond en wilden – voor die ene keer in het jaar – zijn als een dode om de verwantschap met de vereerde geesten van de voorouders te voelen. Zo hielpen zij mee met de derde en laatste oogst. Vlak voor Halloween werden op het veld de laatste restanten binnengehaald zoals knollen, rapen en later pompoenen. Maar op Halloween zelf volgde de allerlaatste oogst die binnengehaald werd door de Dood zelf. Magere Hein: het skelet met zeis en zandloper, gehuld in een mantel, kwam zielen oogsten. (7) , Hij wordt ook wel de ‘grim reaper’ , oftewel de gemaskerde oogster genoemd. Dit maakt Halloween tot zowel een oogstfeest als een feest van de doden!

De god van de dood

Sommigen beweren dat Samhain vernoemd is naar een Arische god van de dood Samana. Daarbij word dan ook verwezen naar de engel des doods in de Talmud genaamd Samaël. Voor deze theorie zijn geen harde bewijzen. (8) Toch is het erg toevallig dat in de voodoo van Haïti de loa of god van de dood ‘baron samedi’ heet. Zijn feest word ook nog gevierd in de halloweentijd. Samedi is zaterdag, de laatste dag van de week.

(Kaart XIII De dood in middeleeuwse tarotspelen afgebeeld als een zielen oogstend skelet)

De grimmige, dus gemaskerde oogster snijdt met zijn zeis de laatste hechtingen af die de ziel aan deze wereld bindt. Hij neemt de zielen van het afgelopen jaar mee naar de geestenwereld. Het gaat hier om de nog ronddolende zielen, de dwaallichtjes. Deze zielen hebben de weg naar beneden of naar boven nog niet gevonden of zijn nog te gehecht aan het aardse om deze wereld te verlaten. Met Samhain / Halloween worden deze zielen overgebracht naar de andere kant. De mensen hielpen – door middel van de maskerade van Halloween – de god van de dood mee. Uit dankbaarheid daarvoor zouden zielen vanuit de andere wereld overvloed en vruchtbaarheid brengen aan de levenden.. (9) In de Christelijke tijd werd dit gebruik zo veel mogelijk vervangen door het bidden voor de arme zielen in het vagevuur met Allerheiligen en Allerzielen. Gemaskerd rondlopen werd gezien als heulen met demonen. Het lichtje waar je mee rondliep was hellevuur. Toch was het gebruik niet volledig uit te roeien.

Bon(e)fire en needfire

In het verhaal van Jack ‘O lantern moest Jack zijn lichtje uit de hel halen. Het is de vraag of dit een duivels lichtje was. Het zou ook afkomstig kunnen zijn van de ‘bon(e)fires’ die op de heuvels werden aangestoken met Samhain, zodat ze van verre te zien waren. (10) Hierbij moest op een rituele manier vuur gemaakt worden, het zogenaamde noodvuurDit was vuur dat werd gemaakt door middel van wrijving van hout tegen hout. Voor een nieuw zuiver begin van het jaar was het nodig om de vuren in de haarden van alle huizen te doven. Elke huisvader moest naar het grote vuur op de heuvel dat in heidense tijden door de druïden – en later door gewone huisvaders – werd aangestoken met dit noodvuur. Hier kregen ze – waarschijnlijk in ruil voor een dierenoffer – een gloeiende kool mee, om in eigen huis de haard mee aan te steken. ‘Bonfire’ is waarschijnlijk een ‘bonefire’. Het is een ritueel vuur waarin de beenderen van de geofferde dieren in werden verbrand. (11)

Om dit vuur tegen wind en regen te beschermen stak men het in een uitgeholde raap (pompoenen hadden ze in die tijd nog niet in Europa). Met dit licht wezen ze mogelijk de dolende geest van de voorouder ook de weg. Door deze uit te nodigen in het huis en met het licht de haard te ontsteken, kon de vooroudergeest via de haard rust vinden en naar de boven of onderwereld reizen. Van daaruit kon hij een beschermgeest zijn voor zijn familie. Hij hield zijn familie in de gaten en  kon vanuit de haard geluk en voorspoed bezorgen als hij vond dat ze dat verdienden. Zo wordt onbewust met de Jack ‘O Lantern van Halloween een oeroud ritueel in ere gehouden.

Auteur: Abe van der Veen

Voor mijn nieuwste artikelen zie: http://www.abedeverteller.nl/artikelen-symboliek/

http://www.abedeverteller.nl

Noten:

1) Ik gebruik hier het woord Halloween in plaats van Samhain omdat dit beter bekend is bij het algemene lezerspubliek.

De bronnen die ik gebruik zijn voornamelijk afkomstig uit Ierland, Schotland, Wales en Engeland. Het is de vraag of en op welke manier dit feest buiten dit gebied werd gevierd.

2) Lauvrijs – Halloween p.49

http://en.wikipedia.org/wiki/Stingy_Jack

De duivel staat o.a. voor onmatigheid en disbalans. Het kruis kan je zien als een centrerend teken dat je bij jezelf houdt. Daar kan de duivel je niet raken. Als de duivel er niet bij kan komen, zou je hem er zelfs mee kunnen vangen!

3) http://en.wikipedia.org/wiki/Jack-o’-lantern Het woord Jack ‘O Lantern wordt het eerst genoteerd in 1663.

4) Graves – the white goddess p.246 Hier is het een Welsh verhaal over ene Sion Kent. Er is ook een Ierse versie over Billy Dawson (die ik al vele malen heb verteld) en een versie over de ketellapper van Tamlacht. Bij deze versies wordt echter geen aandacht besteedt aan de connectie met Halloween.

5) Bijzonder is dat de Romeinen in deze periode ook hun Mania vierden waarin de put naar de onderwereld open werd gezet en de geesten van de overledenen vrijelijk rond konden dwalen.

De meeste heidenen noemen dit feest nu nog Samhain (Meestal uitgesproken als Zou-In http://en.wiktionary.org/wiki/Samhain#Pronunciation)

6) Lankester – De acht jaarfeesten p. 52

7) Een andere variant van de zielenoogst is het fenomeen van de ‘Wilde Jacht’.

8) Mark Oxbrow – Halloween en Lauvrijs p. 14 
Als er toch geen dodengod Samana blijkt te bestaan is er in ieder geval nog de wintergodin Cailleach wiens heerschappij begint met Samhain..
9) Lankester – De acht jaarfeesten p.51
10) Lauvrijs p.63 vuur
Oxbrow – Halloween p. 149-152 needfire
Mogelijk gebeurde dit zelfs op plaatsen zoals grafheuvels waar van gezegd werd dat de elfen er woonden.. 
11) http://en.wiktionary.org/wiki/bonfire
 

De duivel en de bramen

Vanaf gisteren 29 september is het sterk af te raden om nog bramen te plukken en op te eten! Waarom niet? Omdat er vanaf die dag de duivel in zit, of in ieder geval zijn sappen. Om dit te begrijpen moeten we terug naar het begin der tijden. Naar de allereerste oorlog die uitgevochten werd in de hemel zelf..

Toen God net de mens had geschapen was hij zo lyrisch over zijn ontwerp dat hij alle engelen verplichte om voor de mens te buigen. Alle engelen gehoorzaamden behalve Lucifer. Hij weigerde en kwam in opstand. Hij pleegde daarmee de allereerste zonde – de hoogmoed – en zoals het spreekwoord zegt: ‘hoogmoed komt voor den val’.. 

Deze epische strijd tussen goed en kwaad, tussen God en Lucifer werd natuurlijk beslist ten goede. Lucifer en de andere opstandige engelen verloren de strijd. Hij kon het vooral niet bolwerken tegen de strijdvaardige aartsengel Michael. Deze gooide hem samen met zijn kameraden de hemel uit. (1) Ook de engelen die niet konden kiezen tussen god en Lucifer werden de hemel uitgegooid. Zij vielen op aarde en werden daar het elfenvolk. De opstandige engelen vielen net zolang door tot ze de hel bereikten.

Echter in een sage uit Engeland valt de duivel op aarde. Tot zijn grote pech land hij exact in een braamstruik! Al vloekend en tierend staat hij op – sinds die tijd loopt de duivel behoorlijk mank – en neemt wraak op de braamstruik op een hem kenmerkende manier. Hij pist over de braamstruik heen! Of in de decentere versies spuugt hij erop. Daarna viel of vloog hij verder naar de hel. Sinds die tijd was de braamstruik vervloekt. Lucifer herinnert zich zijn val na al die jaren nog al te goed en komt eind september altijd even langs op aarde om opnieuw wraak te nemen door te plassen of spugen op de vermaledijde vrucht. Vandaar dat er altijd gewaarschuwd wordt om na de datum van de val van Lucifer geen verse bramen meer te eten. De braam is daarna bezeten door de duivel of in ieder geval niet meer te pruimen! (2)

Waarom zou dit drama nu juist op 29 september hebben plaatsgevonden? Dit heeft te maken met de symboliek van licht en donker. Er zijn verschillende momenten om de overgang van de zomer naar de herfst te vieren, maar 23 september is de meest logische, als het punt waar dag en nacht, licht en donker in een etmaal even lang zijn. Daarna wint het duister van het licht. Dit punt van de herfstequinox werd binnen de Christelijke folklore als een voor de hand liggend moment gezien waarop  de oorlog in de hemel plaats moest hebben gevonden. Hier echter wint het licht het van het donker voor altijd. Best wel curieus als je beseft dat het een niet zonder het andere kan bestaan en dat we herfst nodig hebben om tot een nieuw lente te kunnen komen..

De datum van ingang van het taboe op het eten van bramen verschilde van plaats tot plaats. Soms zou het al beginnen op 15 september en soms pas vanaf 11 oktober. Meestal wordt het taboe op bramen echter geplaatst op 29 september. Dit is de feestdag van Sint Michael. Het is een vreemde heilige want hij is nooit mens geweest. 29 september is dus ook niet zijn sterfdatum, maar de datum van zijn grootste heldendaad! Omdat hij de duivel had verslagen werd hij zo belangrijk gevonden dat ook hij een plaatsje op de heiligenkalender kreeg..

Abe van der Veen http://www.abedeverteller.nl

Brueghel – de val van de opstandige engelen (in het midden Michael met zijn zwaard)

1 De wonden die hij daarbij opdeed, verzorgde Michael met heelkruid. De duivel sneed nog in het blad, maar de geneeskracht werd er alleen maar sterker van. I. Marina – De magie van planten p. 107

2 L. Gordon – Green magic p. 50 en R. Graves – The white goddess p. 183

In de tweede helft van september is de kans inderdaad groter dat de braam geïnfecteerd raakt met botrytis cinerea. Aangetaste vruchten kunnen giftige stoffen bevatten en smaken dan vies.

3 Volgens de Mohammedanen zou er bij zijn verbanning uit de hemel knoflook ontsprongen zijn uit zijn linkervoet en uien uit zijn rechtervoet. Dit zou ik persoonlijk juist als een zeer goede eigenschap zien! L. Gordon – Green magic p. 50

De Groene Man

Tijdens een wandeling stelde ik me de vraag wie ben ik en wat is mijn band met de natuur om me heen? Ik keek op en een gezicht staarde naar me. Een stenen gezicht van bladeren op een geveltje ergens in Groningen. Dit was ca. 15 jaar geleden, maar de queeste naar de groene man in mezelf is nooit gestopt..

De groene man is de benaming voor dit zeer intrigerende ornament dat te vinden is in middeleeuwse kerken, maar ook op gevels van oude huizen. Hij wordt tegenwoordig gezien als het archetype van onze éénheid met de natuur of als symbool van mannelijke kracht verbonden met moeder aarde. Maar werd hij altijd zo gezien? Lees over mijn speurtocht naar de betekenis van de Groene Man..

Het uiterlijk en de geschiedenis van de Groene Man

In de architectuur wordt hij ook tête feuillu, mascaronne of masque feuillu genoemd en gezien als een ‘grotesque’ (net als waterspuwers, duivels en andere monsterkoppen). (1) Er zijn twee hoofdvormen: Het gezicht dat gemaakt is van blad (wangen, voorhoofd en kin zijn gevormd uit bladeren) en het gezicht waar het blad uit de mond spruit. Een derde zeldzame variant heet de bloedzuiger. Hierin komt er blad uit de ogen en oren. (2)

Combinaties van deze drie komen ook voor. Een vierde variant is het gezicht dat verscholen is achter bladeren. Deze variant komt zelden voor als ornament, maar is wel essentieel in het volksritueel van de Groene Man.

In kerken zit hij vaak onopvallend hoog op de kapitelen van pilaren of als sluitstuk van een ribgewelf. Vrijwel nooit zit hij op een prominente plek.

Op gevels van woonhuizen is hij wel duidelijk zichtbaar. Het gezicht is meestal van eik, acanthus of klimopblad en soms van wijnrank of meidoorn. Eén enkele keer is hij gekroond met een fleur-de-lis. Meestal is het een mannenhoofd, een duidelijke Groene Vrouw komt zelden voor. (3)

De eerste voorbeelden van het Groene Man motief zijn uit de 2e eeuw AD.  Ze staan op pilaren en grafmonumenten in Romeinse tempels uit verschillende uithoeken van het rijk. (4) In de Romaanse kerken vinden we her en der een voorbeeld, maar de grote bloei van de Groene Man vinden we in de Gotische kerken en kathedralen van de 12e t/m de 15e eeuw. Vervolgens duikt het in de renaissance ook op als versiering van woonhuizen in West-Europa, ook in Nederland. Na de eerste wereldoorlog verdwijnt de Groene Man – samen met alle andere ornamentiek – uit het zicht van de bouwkunst. Mede dankzij het oplevende heidendom krijgt de groene man vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw een nieuw leven in kunst en literatuur.

De naam van de Groene Man

Deze gegevens zeggen weinig over de betekenis van de Groene Man. Maar één keer is er een ornament gevonden met een inscriptie. Hierop staat Silvanus. Hij is de Romeinse heer van het woud en beschermer van de grenzen tussen woud en akker. Als de akker vergroot wordt moet er eerst een zoenoffer plaatsvinden voor Silvanus. (5) Een groen gezicht als dat van de Romeinse god en heer van het woud klinkt logisch, echter Silvanus wordt in de Romeinse kunst afgebeeld als een naakte bebaarde man met een bebladerde tak of een ontwortelde boom in zijn hand. Dit lijkt meer op een voorvader van de Wilde Man! Ook de Wilde Man wordt meestal afgebeeld als een ruigbehaarde (dit keer volledig behaard) woudman met een ontwortelde boom in zijn hand. Ik kom nog terug op deze connectie.

Verder zijn er enkele laat-Romeinse afbeeldingen van Oceanus de zeegod met een baard van vegetatie. (6) Qua thematiek kan ik Oceanus echter slecht plaatsen bij de rest van de groene mannenafbeeldingen.. Voor de rest is het tasten in het duister naar de oorspronkelijke naam van de Groene Man.

Dit speculeren, is dan ook in ruime mate gedaan. Hij wordt geassocieerd en geïdentificeerd met Cernunnos, Robin Hood en met de elfen. Met Adonis en Dionysos, met de duivel, maar ook met Christus. En voor al die associaties is wel iets te zeggen, behalve dan een werkelijk bewijs en directe associatie in de primaire bronnen. (7)

Toch zijn er mogelijkheden om achter het geheim van de Groene Man te komen. Er zijn aanwijzingen voor zijn betekenis te vinden in zijn naam, uiterlijk en plaats. De Groene Man is de ‘mascaronne’ het masker gemaakt van blad. Vele Groene mannenornamenten zijn duidelijk te zien als maskers (zie de groene man van Bamberg en Antalya). Masker komt van het latijn ‘masca’ wat geest of heks betekend. Wie gemaskerd rondliep ging volgens het oude volksgeloof behoren tot de geestenwereld. Een groen bladmasker verwijst hiermee naar een planten- of boomgeest oftewel een geest van de vegetatie.

Groen is etymologisch verwant aan groei. Wat groen is groeit en is vruchtbaar, zal zich ontplooien en ontwikkelen. Groen is echter ook naïef en onervaren. Een nog onervaren jongen is een ‘greenhorn’, een groentje. Hij wordt hier vergeleken met het jonge groene blad. Men zegt dan hij is ‘nog niet droog, of hij is nog groen achter zijn oren’. (8) De Groene Man is jong, vol groeikracht en potentie en moet nog ‘ontgroent’, dus geïnitieerd worden in de geheimen van de volwassen wereld.

In tegenstelling tot veel vrolijke Groene Mannen die nu als tuinornament dienen heeft het authentieke gezicht meestal een starende blik met een mysterieuze, serene, gekwelde of zelfs grimmige uitdrukking. Dit laatste woord komt van grimas, wat ook weer masker betekend. Mogelijk is dit de blik van iemand die midden in zijn beproeving zit, met tegelijkertijd de serene blik van iemand die participeert in een gewijde handeling als de gekwelde blik van een slachtoffer.

Het ritueel van de Groene Man

De van oudsher meest voorkomende plaats van het Groene Mannen ornament is op het kapiteel van een pilaar in de kerk. Als we speculeren dat een kerk vaak in de plaats kwam van een bosheiligdom met gewijde bomen, dan zijn de met loof geornamenteerde pilaren de vervanging van deze bomen en is de Groene Mannen afbeelding een representatie van de boomgeest of breder gezien de geest van de vegetatie of het woud. Zo komen we weer dicht bij Silvanus – de heer van het woud – terecht!

Dit zou slechts brede speculatie zijn als er niet door heel Europa heen een wijd verspreid folkloristisch gebruik was van processie en offer van de Groene Man. Deze rituelen zijn pas in de negentiende eeuw of later opgeschreven en om die reden heerst er schroom vanuit de wetenschap om ze te koppelen aan de middeleeuwse kerkornamenten. Toch is het niet vreemd om in de relatief statische boerengemeenschap te verwachten dat een ritueel door de eeuwen heen zijn kernelementen heeft behouden. (9)

Ik beschrijf in het vervolgstuk volgende week de rituelen rondom de Groene Man. De Jack in the Green van Engeland, de Groene Joris uit Roemenië, de Duitse Pfingstl en de Hollandse Klissenboer. Ook hoor je dan eindelijk mijn betekenis van de Groene Man!

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1)    Haslinghuis – Bouwkundige termen

2)   De naam kreeg hij vanwege de foutieve aanname dat het bij dit specifieke voorbeeld om bloedzuigers in plaats van bladeren ging die uit de ogen kwamen..

3)    In de zin van een duidelijk vrouwelijk gezicht van blad of waar blad uit stroomt. Het prachtige boek van Lankester (Joke en Ko Lankester – De groene man en de groene vrouw 2011) overtuigt mij hierin niet, vooral omdat ik een strakkere definiëring van het begrip Groene Man hanteer. Voor Ko en Joke is bladmotief als kraag, mantel of zelfs in de buurt van het gezicht genoeg voor een identificatie als groene man of vrouw.

4)    Met name Neumagen – Trier (Duitsland) en Antalya (Turkije) kent mooie voorbeelden. Zie de foto. De groene mannen van Neumagen zijn hergebruikt in de Romaanse kathedraal van Trier en hebben zo bijgedragen aan het voortbestaan van de Groene man. Lankester 53 en Basford – The green man 9

5)    Op een fontein gemaakt voor de abdij Saint-Denis in Parijs uit de 12e eeuw. Basford pl. 23 Over Silvanus: Lankester- Westerse goden en godinnen 180 of http://en.wikipedia.org/wiki/Silvanus_(mythology)

6)    Basford – The green man p. 9

7)    Bv. William Anderson – Green man, John Matthews – Quest of the green man en Dr. Bob Curran – Walking with the Green Man

8)     http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/nog-niet-droog-achter-de-oren

http://www.etymologiebank.nl/zoek Dit is echt een geweldige bron voor woordherkomst, vele etymologische woordenboeken in één keer te raadplegen..

9)    Zeker als je kijkt naar de overeenkomsten tussen het volksgeloof uit de in de 19e eeuw opgeschreven sagen en de heksen en weerwolfprocessen in de 15e en 16e eeuw.

Ostara en de paashaas

Het begin van de lente is het moment van de lente-equinox. Met 21 maart zijn dag en nacht even lang. We zitten dan precies tussen de lichte en de donkere helft van het jaar. Daarna wint het licht van de duisternis. Op dit moment kunnen allerlei rituelen helpen, om de vruchtbaarheid van mens, vee en aarde te stimuleren. In de heidense tijd werden o.a. om die reden overal in Europa lentefeesten gevierd. Tegenwoordig vieren we op de eerste zondag, na de eerste volle maan, na de lente-equinox, als christelijke tegenhanger hiervan het Paasfeest. Naast de boodschap van dood en wedergeboorte, heeft dit feest verschillende onofficiële heidense elementen, zoals (paas)haas en paaseieren en een Godin genaamd Eostre. Ik ga proberen de geheimen van deze lentesymboliek te ontrafelen. Te beginnen met de lentegodin!

Eostre en Ostara

Beda Venerabilis – een 8e eeuwse Angelsaksische monnik en bijbelgeleerde – noemde de maand april Eosturmonath, de maand van Eostre:  ‘Eosturmonath heeft een naam die nu vertaald wordt als Paasmaand, en die ooit genoemd werd naar een godin van hen genaamd Eostre, in wiens eer feesten werden gevierd in die maand. Nu noemen ze het paasseizoen met haar naam en noemen de vreugden van de nieuwe rite met de tijd-geëerde naam van de oude gewoonte.’ 

Hiernaast is er mogelijk nog een ca. 10e eeuws gedicht over Eostre gevonden in het klooster Corvey te Westfalen. Het gaat als volgt:  ‘Eostar, Eostar, Eordhan modor, Geune these Acera vaxeandra, And virdhendra, Èa cinendra, Eluiendra, Frida him.’  Vrij vertaald betekend dit: ‘Eostar, Eostar, der aarde moeder, laat deze akker gedijen en groen worden, hem bloeien, vruchten dragen, vrede hem.’  Eostar is hier de naam van een godin van de aarde en de vruchtbaarheid. In de meeste versies van dit gedicht wordt echter gesproken van Erce in plaats van Eostar en de Eostar versie is nu spoorloos.

Nog steeds worden varianten van het woord Eostre gebruikt voor Pasen: Easter in Engeland en Ostern in Duitsland. Dit zou dus komen van Eostre; een Germaanse godin geassocieerd met het voorjaar. In de ‘vita Carola Magni’ van Einhardt (9e E nC) wordt het woord ‘Ostarmonath’ gebruikt voor april. Uit deze zinsnede werd geconcludeerd dat Eostra ook wel Ostara werd genoemd. Het bestaan van deze godin staat of valt met deze uitspraken. Verder zijn er geen teksten bekend over deze Angelsaksische Godin. (1)

Ostara_by_Johannes_Gehrts

Ostara, het oosten en de dageraad

Toch houd het spoor, over de herkomst van  ‘Easter’, hier niet op. Ostara en Eostre zijn etymologisch gelinkt aan het Oud-Indische Usas de naam van de Indische godin van de dageraad. De Romeinse godin van de dageraad Aurora – zeker in de spelling Ausosa – hoort ook in dit rijtje thuis. Bij de Grieken heet zij Eos. Zij is duidelijk linguïstisch verwant met Eostre. Eos wordt beschreven als een jonge, stralende, vruchtbare vrouw. Gevleugeld en rozevingerig begeleid zij de zon bij – in ieder geval het begin van – zijn rit door de hemel. (2) Het Oudhoogduitse Ostar betekende een beweging naar de opkomende zon, dus een beweging naar het oosten. Het Oosten als de plaats waar de zon opkomt, is hiermee tevens verwant aan de godin Ostara. (3)

Als je het jaar in termen van een dag zou beschrijven past de winter bij de nacht en de lente bij de ochtend. Het begin van de lente is zo het moment van zonsopkomst in het oosten! Het oosten, de lente en de dageraad horen in de Indo-Europese talen etymologisch bij elkaar. Ook qua symboliek passen dezen bij elkaar. Het moment van de dageraad is voor ons ook het moment van ontwaken. Je gaat van onbewust naar bewust. De bewuste gedachten nemen het weer over van de onbewuste droombeelden, wat ook past bij de lente en het oosten, dat traditioneel geassocieerd wordt met het denken.

Auroragoddess

(Aurora gaat de zonnegod voor tijdens de dageraad)

De naam ‘Eosturmonath’ voor april beklijfde niet. De naam van de maand werd – ook in onze streken – april. Dit komt uit het Latijn ‘mensis Aprilis’; de maand van Aphrodite. Waarbij April terug zou gaan  op Aphro, de verkorte naam van Aphrodite.  April kan ook van ‘aperare’; het werkwoord voor openen komen, ter aanduiding van de in de lente ontluikende (zich openende) natuur. (4)

 Voorlopers van Ostara

 Er is een frappante klankgelijkenis tussen Eostre en de Babylonische Ishtar, en tussen Ostara en de Phoenicische Astarte. Tussen deze godinnen liggen honderden jaren. Toch is het de vraag of deze gelijkenis toevallig is. Toen de Phoeniciërs Astarte introduceerden op Cyprus ontstond daaruit de Griekse godin Aphrodite.  Net als Inanna en Ishtar werd Aphrodite geassocieerd met de planeet Venus. Venus is de ochtendster die vlak voor zonsopgang zijn maximum aan helderheid bereikt en dus weer te vergelijken is met de dageraad! (5)

Ishtar heette Inanna in Sumerië. Dat het hier om dezelfde godin gaat is duidelijk uit haar mythe van de afdaling in de onderwereld die met enkele kleine wijzigingen exact zo wordt vertelt over Inanna. In dit verhaal daalt zij af in de onderwereld om – na grote beproevingen – stralend weer te herrijzen. Deze dood en wedergeboorte past zeer goed bij de lente.

Als je de lente equinox vergelijkt met de dageraad dan kan je deze zien als het moment van de geboorte van de zon. Je ziet de zon van achter de horizon tevoorschijn komen.  Op dat moment baart moeder aarde haar zoon, de zon. Ook de midwinter wordt wel aangeduid als tijdstip van deze geboorte. Dit is dan direct het moment van (her)schepping. De  Babylonische priesters reciteerden hun scheppingsverhaal ‘enuma elish’ in de tempel met nieuwjaarsdag, wat voor hun begon op de eerste volle maan na het begin van de lente. Hierna werd het Heilig huwelijk tussen koning en priesteres gevierd.

Sun-born out of egg

Het rode ei van de dageraad

De zon bij de dageraad werd soms gezien als een ei. Zoals in de Egyptische mythe waar Nut – de nachthemel – het zonne-ei legt. Zij eet haar kind ook weer op bij zonsondergang.(6) In scheppingsverhalen uit o.a. India, Griekenland en Finland ontstaat de wereld uit een ei. Vaak wordt dan de dooier de zon en het eiwit de maan. De Romeinen hadden een spreekwoord ‘Ab ovo usque ad mala’, wat van ei tot appel betekend oftewel van het begin tot het eind. Een ei wordt geassocieerd met het begin en de schepping en een appel meer met de dood en het einde. De zon komt op in het oosten als een rood-gouden ei en de zon gaat onder als een rode appel.  Uit deze mythen is te zien hoe het ei een symbool voor de schepping is en tegelijkertijd ook een symbool voor de zon. Mogelijk spelen eieren om deze reden zo’n grote rol met Pasen, en worden ze vanwege hun associatie met de zon traditioneel voornamelijk rood gekleurd. (7)

Wenet  de haasgodin van de dageraad

Zeer interessant is de Egyptische associatie van de haas met de dageraad. Zij hadden een haasgodin genaamd Wenet. Zij werd gezien als boodschapper van Thoth, brenger van vruchtbaarheid èn als degene die de dageraad begroet!  In spreuk  720 van de sarcofaag teksten staat:

 “…I am a dawn-god.  The plumes tremble when Nut ascends, those who are in the storm tremble… my voice is (that of) Wenet; …I regard myself as a dawn-god…”

De hiëroglief voor haas klinkt als ‘un’ wat openen of zijn/ bestaan betekend. Het is een haas boven een golf. De haas brengt door zijn vruchtbaarheid dingen in het open, in het bestaan, hij of zij creëert! (8)

Wenet

Toen de vijf belangrijkste goden van Egypte geboren moesten worden uit Nut werd dat verhindert door de oppergod Atoem. Thoth verzon een list om ze toch geboren te laten worden. Hij speelde een soort van schaak met de maangod Khonsu en won van hem 1/72e van zijn licht. Mogelijk liet Thoth dit gewonnen licht door zijn boodschapper de haas halen. In vele culturen worden de vlekken van de maan gezien als een haas die bezig is om over de maan te springen. Mogelijk deed zij dat in opdracht van Thoth om het licht en daarmee een mogelijkheid tot scheppen mee te nemen. (9) De geboorte van de vijf nieuwe goden is in ieder geval te zien als een nieuwe schepping. Verder word de haas wel afgebeeld als slachter van de maan-slang, wat de associatie met de maan versterkt.

Met het licht van de maan kon hij vijf dagen creëren waarin Nut haar kinderen (Isis, Osiris, Nephtys, Set en Horus) kon baren. Sindsdien kon de maan niet meer volop schijnen en ontstond de maancyclus waarin zij afnam van een volle maan tot slechts een sikkel.. Dit drama zal zich afgespeeld hebben met het begin van de lente als de donkere (maan)helft van het jaar niet meer heerst en het licht en de zon de overhand krijgt! Dit is een moment van schepping en zo is zowel het ei als de haas met een nieuw begin te associëren.

hare killing snake

(Afb. van de Egyptische haasgodheid Wenet met de maan-slang)

De paashaas

De haas werd ook gezien als gezel van de godin Aphrodite. Ook zij heeft een associatie met ‘openen’. De haas bezit de gaven van Aphrodite, zoals lust en vruchtbaarheid, in overvloedige mate. (10) Hij is daarmee een passend symbool voor de lente.

Mogelijk gaat het bij de Paashaas om de haas die over de maan probeert te springen om het licht van de maan te bemachtigen. Deze is nog steeds te zien op een volle maan. Vroeger werd er van meerdere dieren gezegd dat zij de paaseieren brachten. Ook de haan was een populaire eierenbrenger. Omdat het een onmogelijkheid is dat een haan of een haas een ei legt, moet het om een symbolisch ei gaan. Zeker de haan maar ook de haas zijn dieren die de zon verwelkomen bij de dageraad. De haan kraait dan luid, de haas die staart alleen maar. Het ei dat ze brengen moet wel een zonne- ei zijn! Directe bewijzen van gebruiken rondom de Paashaas komen pas voor in het 17e eeuwse Duitsland.  (11) Maar de haas is al millennia het dier dat hoort bij het begin van de lente!

rabbit_in_moon

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

Zie voor meer interessants over de symboliek van de lente ook: http://wp.me/p26qJo-dZ over de helden van de lente!

1) Newall – An egg at Easter p. 384

http://en.wikipedia.org/wiki/%C4%92ostre

http://en.wikipedia.org/wiki/Talk%3A%C4%92ostre#The_Corvei_Manuscript:_Eostre.2C_Eostar.2C_and_Erce

 

2) Lankester – Acht jaarfeesten p. 110

3) Grimm – Teutonic mythology p. 291

4) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/april1

5) Griekse mythen – Robert Graves p.49

http://nl.wikipedia.org/wiki/Astarte

Verdere associaties zijn er nog mogelijk tussen deze Sumerische Inanna en Nanna (de vrouw van Balder) van de Scandinaviërs. Het is toevallig dat in twee verhalen over dood en wederopstanding, de hoofdpersonen Nanna en Balder zijn. Waarbij Nanna maar een letter afwijkt van Inanna en Balder de stam Bal van Baäl (de echtgenoot van Astarte) heeft!

Bij de Kelten kom je een vergelijkbaar koppel tegen in de stamgoden Beli en Don of Anna.  De godin Don of Anna, is ook verwant aan de Ierse Dana de stammoeder van het volk van Danu; het elfenvolk. Beli of Bel is de god die zijn naam gaf aan Beltane. Het feest van meiavond en het vuur van Bel. Nu ben ik geen taalkundige maar de gelijkenissen zijn toch opmerkelijk.

6) http://www.philae.nu/akhet/Ogdoad.html

In andere versies is het haar man de aardegod Geb die als gans het zonne-ei legt.

O Atum give me this sweet air which is your nostrils
for I am this egg which is in the Great Cackler,
I am the guardian of this great prop which separates the earth from the sky.
If I live, it will live; if I grow old, it will grow old;
if I breathe the air, it will breathe the air.
I am he who splits iron, I have gone round about the egg,
(even I) the Lord of Tomorrow.

7) Newall – An egg at Easter p. 207

Een reden voor de overmatige consumptie van eieren kan liggen in de vastengebruiken: Tijdens de vasten mocht men geen eieren eten, de eieren die dan gelegd werden, werden bewaard. Met Pasen mochten ze weer gegeten worden en dat moest dan ook wel in flinke mate, om de oude eieren te gebruiken voor ze slecht waren geworden.

8) Iles – Wenet the swift one http://mirrorofisis.freeyellow.com/id599.html

9) http://en.wikipedia.org/wiki/Moon_rabbit

10) Philostratus the Elder, Imagines 1. 6 http://www.theoi.com/Olympios/AphroditeTreasures.html

11) http://de.wikipedia.org/wiki/Osterhase

Verder: – De in Walker (Encyclopedia of myths and secrets p. 267) en op diverse internetpagina’s genoemde strofe over Eostre in het Angelsaksische gedicht Beowulf is naw een foutieve vertaling, ik kom hem iig nergens tegen.

– Ook het woord ‘spring’ voor lente is interessant. Het woord betekend inderdaad springen en kan je zo associëren met diverse lentegebruiken waarbij zo hoog mogelijk gesprongen werd om de oogst zo hoog mogelijk te laten groeien. Ook de haas springt hoog en zelfs van de zon werd beweerd dat hij met Pasen op het moment van zonsopkomst drie sprongetjes zou maken!! Roy – Traditional festivals p. 124

Driekoningen en het heilig boontje

Kinderen verkleed als de Drie Koningen

Kinderen verkleed als de Drie Koningen

Ook al is kerst en oud en nieuw geweest, de koek is nog niet op. Het laatste grote feest van de midwintertijd moet nog komen: Driekoningen! (1) Wie ooit op 6 januari traditioneel Driekoningen heeft gevierd die weet dat bonen speciaal zijn. Degene die de boon vind in zijn stuk taart is de bonenkoning! Hij mag koning zijn voor één dag. Hij is het (heilig) boontje! Omdat het meestal een zwarte boon is, die gevonden wordt zou je af kunnen leiden dat het om de zwarte koning Casper gaat. Zijn naam betekend de schatbewaarder. Hij is één van de drie ‘magi’, magiërs of wijzen uit het Oosten. Zoals we uit de bijbel weten volgen ze een ster om het uitverkoren kind te vinden. (2) In sommige plaatsen gaan – tot op de dag van vandaag – kinderen, verkleed als drie koningen, met een draaiende ster langs de deuren. Hun reden is wat prozaïscher, ze zoeken geen kind, maar geld of snoep… Vroeger waren het volwassen mannen die met de ster rondliepen. De draaiende ster is te interpreteren als het jaarwiel dat weer draait en de zon die wedergeboren is oftewel weer stijgt aan de hemel.

Maar… waren zij wel koningen? Waren zij niet eerder koninginnen? Zij kwamen om een nieuwgeboren kind te bezoeken en om hem gaven te schenken. De traditionele taken voor de drie schik- c.q. noodlotsgodinnen! Zij bepalen begin, eind en verloop van het mensenleven. Zij kwamen ook in de midwintertijd om in elk huis te inspecteren dat er geen wielen draaiden. Zij werden dan wel de ‘goede vrouwen’ genoemd. In Italië komt zij alleen en heet Befana. In de nacht van Driekoningen brengt zij kado’s aan de kinderen, zoals bij ons een maand eerder Sinterklaas die brengt en de drie koningen die brengen aan het Christuskind… Zij ziet er uit als een lelijke heks en is daarom te vergelijken met de donkere Casper, de schatbewaarder. Er is reden om aan te nemen dat de schat die bewaart wordt door de zwarte koning of zwarte noodlotsgodin bestaat uit zielen die klaar staan om geboren te worden.

Een belangrijk argument hiervoor is de boon. Bonen zijn zielenvoedsel. Zowel de oude Egyptenaren, als de Grieken en Romeinen geloofden dat bonen de zielen van overledenen konden bevatten. (3) In het bonenveld wachtten zij het juiste moment af om te reïncarneren. De Griekse filosoof Pythagoras wist dat al en verklaarde daarom het eten van bonen taboe voor alle mannen. Deze hebben nu eenmaal geen geboortekanaal. Tijdens de Romeinse Lemuria probeerde de pater familias de huisgeesten te verzoenen door ze zwarte bonen te geven. Hij deed de bonen in zijn mond en gooide ze daarna op de grond en riep dan negen maal; ik gooi deze bonen weg en koop de mijnen vrij, geesten verlaat dit huis! De geesten konden daardoor hun intrede nemen in de bonen in de hoop op reïncarnatie.
Waarom zou de ziel juist in de boon een verblijfplaats willen hebben? Ze lijken in de verte wel wat op het embryo van een kind, maar nog belangrijker; ze geven gas! Ja, inderdaad je moet ervan winden laten! En de pneuma, de geest bestaat uit gas, de levensadem, die zich via het hart verdeelt over het hele lichaam. Dit gas wordt nu eens niet door een mannetjesgod uitgeblazen, maar – zo zou je het kunnen zien – door de godin uitgepoept!
We hebben in onze tijd zo’n distantie gecreërt tot onze normale lichaamsfuncties dat we slechts kunnen lachen om dit denkbeeld. Maar ook op dit vlak heeft verchristelijking iets allernatuurlijkst verduivelt. In de middeleeuwse folklore liet de duivel een afschuwelijke stank achter en de ingang van de hel was via zijn achterste. Een nog ouder beeld is de poort van de onderwereld als het achterste van de duvel zijn moer (moeder). De moer van de duivel was en is de onderwereldgodin; vrouw Hel, of vrouw Holle. Zij is godin van de dood, behoedster en bewaarder van het nog ongeboren leven (mensen-, dieren-, en plantenzielen). Als zij bonen at liet zij een scheet en een ziel verliet haar achterste, de uitgang van de onderwereld en een kind werd er in de mensenwereld geboren! Hoe hilarisch dit ook klinkt, toch zit er een logica in dit beeld…
De drie koningen vonden uiteindelijk Jezus in een grot (een stal in Palestina was in die tijd meestal een grot). Een passende plek want grotten zijn de ingangen naar de wereld van de godin van leven, dood- en wedergeboorte. Uit zo’n opening kan een goddelijk kind geboren worden.

De boon kan gek zijn als een rare snijboon, zij kan heilig zijn als het heilig boontje. Beide keren is zij niet van deze wereld, zij is anderwerelds, zij is een symbool voor de ziel. Als je de boon als plant (en als ziel) goed bemest, in het zonnetje zet en geregeld water geeft, dan zal die groeien en bloeien, mogelijk tot in de hemel, zodat die ziel een verbinding kan vormen tussen hemel en aarde, god en godin. In het sprookje van Sjakie en de bonenstaak gebeurt dat. Sjakie plant zijn wonderbonen en klimt via de steel naar een wereld in de wolken. Daar aangekomen kan hij het hemelse goud van verlichting meenemen. Sjakie (Jack in het Engels) is de volkse benaming voor Jacob uit de bijbel, die in zijn visioen de Jacobsladder zag waarmee engelen van en naar de hemel konden klimmen. Hij kreeg zijn hemels visioen echter door te slapen met zijn hoofd op een rotsblok, symbool van moeder aarde. (4)

1: Voor wie mijn blogs nooit heeft gelezen. Ze zijn gericht op het speculatieve. Niet datgene wat per definitie waar is, maar wat waar zou kunnen zijn. Het gaat mij erom dat de blog inspireert om anders en dieper naar symbolen, verhalen en rituelen te kijken om deze zo te kunnen doorgronden.

2: Deze drie koningen en hun ster doen me trouwens sterk denken aan de zoektocht van de priesters van het Tibetaanse Boeddhisme naar de reïncarnatie van de nieuwe Dalai Lama.

3: het gaat hier om de tuinboon, deze is inheems. De sperzieboon en snijboon werden pas later uit Amerika ingevoerd.

4: De boon in de koek en het kaarsjespringen zijn ook afgeleid van heidense gebruiken. De Germanen mochten in de twaalf nachten van de nieuwjaarsfeesten geen peulvruchten (hun hoofdvoedsel) eten en de ‘heilige boon’ betekende het einde van die vasten.

Mogelijk is er een etymologische verwantschap tussen de Romeinse bona dea (goede godin), de Keltische bean sidhe (elfenvrouw) en de boon. Een van de Keltische godinnen is ontstaan uit o.a. de bloesem van de boon, Blodeuwed. Zij laat zien dat het leven – en dus ook de Godin – twee kanten heeft. Enerzijds is zij de mooiste vrouw op aarde, gemaakt van lentebloesem, anderzijds bedriegt en verraad zij haar man en verandert uiteindelijk in een uil, het nachtwezen bij uitstek. Zo is het met de godin, zij wenst je als Bona Dea alle goeds in het begin van je leven, maar is als Bean Sidhe de onafwendbare zwarte aankondigster van je dood.