De helden van de lente: of van de narcistische narcis en het gecastreerde viooltje

Elke lente is het weer een bloemenpracht: krokussen, narcissen, hyacinten, violen en anemonen. Weet wel dat elk van deze bloemen zijn bestaan heeft te danken aan het bloed van een Griekse of Oosterse jongeling, die stierf in de kracht van zijn leven!

De helden Krokos en Hyakinthos werden beiden fataal in het hoofd geraakt door een discus. Uit hun bloed ontstonden respectievelijk de krokussen en de hyacinten. De Frygische jongeling Attis werd door Cybele zodanig opgehitst dat hij zichzelf castreerde. Spontaan kwamen er op die plaats viooltjes uit de grond. Adonis was zo mooi dat de liefdesgodin Aphrodite verliefd op hem werd. Helaas was de liefde van korte duur. Adonis ging op jacht en werd doorboord door de slagtanden van een everzwijn. Anemonen waren het gevolg. Zo ontsprongen uit het (offer)bloed van de helden de mooiste lentebloemen! Net als hun bloemen bloeiden de helden kort, vertoonden hun grootste schoonheid in de lente van hun leven en verwelkten vervolgens weer. (1) Laten we deze helden eens onder de loep nemen..

Anemone-Coronaria-MK-ZE-Calanit001 krokus narcis-geel viooltjehyacint

(in volgorde; anemoon, krokus, narcis, viooltje en hyacint)

 Hyakinthos en Krokos

De jonge Griek Hyakinthos moet dusdanig aantrekkelijk  geweest zijn dat Apollo, geheel tegen zijn gewoonte in, verliefd op hem werd. Voor het eerst in de Griekse geschiedenis werd een God verliefd op iemand van dezelfde sekse! Helaas voor Apollo had de windgod Zephyros ook een oogje op de jongen en ontstak in jaloerse razernij. Apollo was net bezig om Hyakinthos te leren hoe hij moest discus werpen. Hij wierp de discus richting de zon en  Zephyros  deed de discus, met één windstoot, van koers veranderen. Zo brak hij ongewild de schedel van de jonge held. Uit het bloed van Hyakinthos ontsproot de hyacint en als teken van zijn weeklacht zette hij de letters AI AI in de bladeren van de bloem.  In Sparta werden te zijner ere de Hyakinthieën gehouden. Een vroeg zomerfeest waarin eerst gehuild werd om Hyakinthos, en daarna gejubeld om Apollo.

Krokos was van hetzelfde laken een pak. Hij was een schone jongeling uit Arcadië, die de pech had dat het oog van een god op hem viel en wel Hermes. Hermes maakte hem tot zijn liefje en leerde hem discuswerpen, met het bloederige resultaat van een gevelde Krokos en een mooie nieuwe bloem; de krokus. (2) Het is aannemelijk dat Apollo en Hermes hun minnaars overnamen van een godin, net zoals zij vele heiligdommen van godinnen overnamen.

433px-The_Death_of_Hyacinthos Broc 1801Zephyros and Hyankinthos

(Afb. De dood van Hyakinthos van Broc 1801, rechts Griekse vaas met Zephyros en Hyakinthos)

Adonis en de anemoon

Het lot van Adonis was nauwelijks beter te noemen. Hij werd geboren uit incest, en als kind moest hij wonen in de onderwereld onder de hoede van Persephone.  Als knaap kreeg Aphrodite een oogje op hem. Zo kende hij een kortstondig geluk en mocht hij rusten in de armen van de godin, na gedane zaken. Maar zijn lust voor de jacht moest hij bezuren, van jager werd hij prooi. Een zwijn nam hem te grazen en begroef zijn slagtanden in zijn onderbuik. Mogelijk werd hij daarbij zelfs gecastreerd! Aphrodite bekloeg zich in de woorden van Ovidius aldus:

‘But now your blood shall change into a flower. And with these words she sprinkled nectar [the drink of the gods], sweet-scented, on his blood, which at the touch swelled up, as on a pond when showers fall clear bubbles form; and ere an hour had passed a blood-red flower arose; yet its  beauty is brief, so lightly cling it petals, fall so soon, when the winds [Greek anemoi] blow that give the flower [anemone] its name.’ (3)

Na deze transformatie werden de Adonia ingesteld. Feesten in de vroege zomer ter ere van Adonis. Waarbij de eerste dag om hem werd gerouwd en de tweede dag gejubeld, mogelijk om zijn herrijzenis. Ook werden er zogenaamde Adonistuintjes gemaakt. In potten met een dun laagje modder werd sla, venkel en graan geplant, veel bewaterd en in de volle zon gezet. Deze planten schoten snel op, maar lieten hun kopje ook des te sneller hangen. Het is de vraag of de vrouwen deze tuintjes maakten als teken van de herrijzenis van Adonis of juist als teken van zijn vroege dood.

John_William_Waterhouse_(1899)_Awakening_of_Adonisoradonisgarden

(Afb Awakening of Adonis van Waterhouse en een Adonistuintje op een antieke vaas)

Viooltjes en Attis

Ook Attis was dusdanig verblindend knap dat een godin verliefd op hem werd. Cybele echter was een jaloersig type – als godin haar goed recht – en toen zij hem betrapte met het nimfje Sagaritis nam ze gruwelijk wraak. Hij werd door haar waanzinnig gemaakt zodat hij zichzelf in zijn furie ontmande.  Dit drama leidde toch tot een vrolijk resultaat. Uit het bloed ontsproten viooltjes! Cybele en Attis werden niet alleen in Frygië, maar ook in Rome vereerd. Zijn feest werd in de Romeinse tijd gevierd van 22 maart tot en met 27 maart. Eerst werd er gerouwd rondom een pijnboom die met viooltjes was versierd en hoogstwaarschijnlijk de god zelf moest voorstellen. Twee dagen later bereikte de rouw om Attis zijn hoogtepunt met zelfverminkingen van de Galli, de priesters van Attis, en de extatische zelfcastratie van novieten in imitatie van Attis. De 25e maart heette de ‘Hilaria’, waar ons woord hilarisch nog vandaan komt, er was vreugde alom vanwege de opstanding van Attis uit de dood. Als laatste ritueel was er de 27e maart een plechtige optocht van de tempel naar de rivier waar het beeld van de godin Cybele gewassen werd. (4)

De dood van deze verschillende bloemenhelden zou je kunnen zien als een bloedoffer. Een noodzakelijk offer om een nieuwe lente te bewerkstelligen. De vegetatiegod wordt in de mythe eerst als mens voorgesteld, alvorens hij vergoddelijkt wordt. Mogelijk werd hij jaarlijks door een mens gepersonificeerd om het bloedoffer op zich te nemen. Dit offer nam de oude, trage energie van het afgelopen jaar op zich, om het door zich heen te laten gaan. Daarna kon hij zich tot heil van de gemeenschap laten doden. Dat is een mogelijke interpretatie van het verhaal van Hyakinthos, Attis en Adonis.  Door de godin te beminnen, en op hun hoogtepunt te sterven, lieten zij uit hun offerbloed de lente en zijn bloemen ontspruiten.

396px-Attis_Altieri_Chiaramonti_Inv1656 Adrastos_slays_himself_on_Atys'_tomb_(1776)

(Attis met Frygische muts en Adrastos slays himself on Attis tomb 1776)

De narcis en Narcissus

Dan heb je nog het verhaal van de narcis. De schijnbaar vrolijke lentebode, die toch zo droevig haar kopje laat hangen, zichzelf weerspiegelend aan de waterkant. Deze bloem heeft vele geheimen. Haar naam is afgeleid van ‘narce’ wat bedwelming [narcose] betekend. Dat kan slaan op de intense geur van sommige narcissoorten of anders op de giftige bol.

Narcissus is de narcistische held die de inspiratie heeft gebracht voor het moderne woord narcisme. Hij was een Griekse jongeling waarvan was voorspeld dat, zodra hij zichzelf zou leren kennen, dit zijn ondergang zou worden. In de wereld der oude Grieken is de beste spiegel een heldere poel met bronwater, op een windstille dag. Narcissus keek in de poel, zag zijn reflectie en werd verliefd op zichzelf. Omdat dit spiegelbeeld onbereikbaar was kwijnde hij weg en ging hij dood. Hij veranderde in een Narcis die net zoals hij zijn kopje laat hangen aan de waterkant…

Stel je voor dat je op een frisse lenteochtend, zo’n stille poel in het woud vindt. Zij is omzoomd door gele bloemen. Je laat je hoofd hangen net als die bloemen. In het water zie je een gezicht. Verrek! Ben ik dat? Zodra je zegt: ja dat ben ik, en je meent jezelf te herkennen in de reflectie, dan zit je in de val. Als je kijkt naar jezelf, treedt je uit je ware zelf! Vanaf dat moment is het bijna onmogelijk om volledig terug te keren in die onbedorven naïeve staat van zijn die je daarvoor had. Je wordt verliefd op je zelfbeeld en verwart dat met je ware zelf. Tevergeefs probeer je één te worden met dat spiegelbeeld en je kwijnt weg. Je wordt –als het ware- omarmd door de nimf van de bron die je meesleurt naar de bodem. Je ziel wordt gestolen en gevangen genomen in een magische spiegel. Je plukt de narcisbloem en je wordt weggesleurd naar de onderwereld. Je geeft je macht en energie weg aan een reflectie en verliest (een stuk van) je ziel.

waterhouse_echo_and_narcissus

(Narcissus van Waterhouse)

De narcis en Persephone

De lente van het leven als hèt moment van zelfreflectie, kom je ook tegen in de mythe van de aanranding van Persephone. In de hymne aan Demeter van Homerus wordt verteld hoe Koré, de dochter van de Godin Demeter met haar vriendinnen bloemen aan het plukken was in een lenteweide. Bijzonder is hoe ze juist de bloemen plukt die geassocieerd worden met mooie, vroeg stervende lentehelden:  krokussen, rozen, viooltjes, irissen en hyacinten. Dan ziet ze een narcis. Die wordt als volgt omschreven:

“the narcissus which Earth made to grow, to be a snare for the bloom-like girl [Koré]– a marvellous, radiant flower. It was a thing of awe to see: from its root grew a hundred blooms and it smelled most sweetly, so that all wide heaven above and the whole earth laughed for joy.” 

Volgens de hymne was deze bloem, haar geur en haar stralendheid, het lokaas dat diende om de jonge godin Koré – wat meisje betekend – naar de onderwereld te brengen. Alle andere lentebloemen konden zonder gevaar geplukt worden. Pas toen zij de narcis plukte, was Hades, god van de onderwereld, in staat om haar aan te randen en mee te nemen de diepte in. In haar naïviteit plukte zij dit symbool van zelfliefde en zelfreflectie en verloor zo haar onschuld. (5)

Hades-1persephone-kriswaldherr_

(Persephone en Hades op een antieke vaas en Persephone plukt de narcis van Kriss Waldherr)

De held in de onderwereld

De held of ‘hero’ is de aan Hel of Hera geofferde die terugkomt en als teken daarvan lentebloemen oftewel vruchtbaarheid meebrengt. Hij is de Adonis of Adonai wat heer betekend. Oorspronkelijk was hij de held die zich opofferde voor de gemeenschap. Hij werd een godheid en daardoor heer(ser) over het leven en de vruchtbaarheid van de gemeenschap. (6) Nu is daar een nieuwe beproeving bijgekomen; de valkuil van de ontdekking van individualiteit die uitmondt in egoïsme en narcisme.

Het grootste gevaar voor elke moderne held op deze inwijdingsweg is het risico dat hij gaat reflecteren op zijn zelfbeeld. Hij spiegelt zijn masker alsof dat masker hem zelf is. Dit is het doolhof van het leven, het spiegelpaleis waarin je kunt verdwalen en nooit meer jezelf zal terugvinden. Want welke van de spiegels reflecteert je ware zelf? Koré vond met veel moeite de weg terug, door haar verlangen naar Demeter, de moeder. Maar de held of heldin keert nooit terug als dezelfde persoon. Het meisje Koré, werd Persephone, koningin van de onderwereld!

De held offert zichzelf, gaat dood en daalt af in de onderwereld. Daar vind hij zichzelf terug en kan bloemen meebrengen als teken van een nieuwe lente en een nieuw leven. Hij heeft de beproeving van het zelfoffer doorstaan en is daardoor heer(ser) over zijn eigen leven en energie. Dit verhaal toont een nieuw stadium in het menselijk bewustzijn waarin op een bewuste manier energie (bloemen)  gegeven kan worden, zonder er zelf aan te verliezen. Dit kan hij door zijn nieuw verworven zelfkennis en het behoud van zijn innige liefde voor moeder aarde. (7)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1) Dit zijn waarschijnlijk nog lang niet alle bloemenhelden. Het grasklokje heet bv. Endymion in het Latijn naar de slapende held die door de maangodin Selene werd bezocht.

Walker – encyclopedia of myths and secrets p. 399 Spreekt van een Grieks meifeest – de Hero-antheia; het bloeien der helden. Helaas zijn haar bronnen (Gaster – Myth, legend and custom in the Old Testament) voor mij onraadpleegbaar, nergens anders wordt van een dergelijk Grieks feest gesproken. Ik ga er van uit dat zij doelt op de Anthesteria.

Bloeien en bloeden zijn volgens sommige boeken etymologisch aan elkaar verwant… http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/bloed1

2) Die letters zijn alleen met een beetje fantasie te lezen in de bladeren van Tuinridderspoor. Mogelijk was dit de Griekse hyacint uit de oudheid..

Compendium van rituele planten – Decleene en Lejeune p. 513-516

http://www.theoi.com/Olympios/HermesLoves.html Meer dan dat is er niet bekend over deze uiterst obscure held.

De krokus wordt ook veel genoemd in connectie met de liefdesavonturen van Zeus. Het bruidsbed van Zeus en Hera zou omkranst zijn met krokussen en bij zijn aanranding van Europa liet zij zich verleiden om op de stier (Zeus in vermomming) te zitten o.a. vanwege de heerlijke krokusgeur die uit zijn mond kwam..

3) Adonis betekend ‘heer’. Een titel die hij deelt met lentegoden uit het Nabije oosten zoals Baal en Tammuz.

Robert Graves – Griekse mythen p.70-72

http://www.theoi.com/Olympios/AphroditeLoves2.html#Adonis

4) Obbink – Cybele, Isis, Mithras p. 32 -34

5) http://www.theoi.com/Khthonios/HaidesPersephone1.html of Homerische hymnen p.15

Een modernere Koré is Roodkapje die ook al bloemetjes plukkend haar ‘dark lover’ de boze wolf tegenkomt.

6) Walker – encyclopedia of myths and secrets p. 381 en 399

Frazer – The golden bough

7) Dan  is er nog een held die in de lente – met Pasen – sterft en de onderwereld ingaat, om triomfantelijk te herrijzen. Hij wordt ook wel ‘Adonai’ genoemd.. Hoe zit het met zijn bloed en zijn bloemen? Welaan, de bijbel geeft hierover geen uitsluitsel, maar de Graalslegenden zeggen er wel iets over. Als de soldaat Longinus zijn lans in de ‘zijde’ van Jezus steekt komt daar water en bloed uit. Jozef van Arimathea vangt dit vocht op in een beker; de san greal, de graalsbeker, die het ‘sang real’, het koninklijk bloed bevat. Eeuwenlang wordt er niets vernomen van deze beker met bloed en die lans. Maar dan blijkt het dat een mysterieuze visserkoning/ Graalskoning deze relieken al die jaren heeft bewaard. Helaas heeft hij zich door de lans laten verwonden in zijn scrotum. Dit zou je kunnen zien als een pseudo-castratie. Sindsdien is het Graalsland een woestenij geworden, waar niets wil groeien. Alleen Parcival de graalsridder kan hem redden door de juiste vraag te stellen. Na vele avonturen slaagt Parzival in zijn taak, stelt de vraag en geneest de koning. Tegelijk bloeit het land weer op en Parzival kan trouwen met Blanchefleur. de witte bloem.

Magie en mythe van de maretak

In de Keltische bomenkalender hoort de maretak bij dag 0, de dag tussen de jaren. Dit wordt meestal gezien als de dag van de midwinter, maar het kan ook om de midzomer gaan. (1) Dit is een magische dag die zich buiten het rad des tijds bevindt. De maretak met zijn felgroene bladeren en takken in het hartje van de winter past goed bij deze dag. Ook het feit dat de maretak op een boom groeit – en zo tussen hemel en aarde zweeft – in plaats van te wortelen in de grond, maakt hem tot een plant die past bij een dag die buiten de tijd valt. De plaatsing van de maretak op deze dag leidde – zeker na beschouwing van de mythen rond de maretak – bij mij tot de conclusie dat hij de sleutel is om uit deze werkelijkheid te ontsnappen.

mistletoe-fruits_lgimage005

Balder en de maretak

Om de betekenis van de maretak goed te kunnen duiden moeten we kijken naar één van de beroemdste en meest tragische verhalen uit de Edda; het verhaal van Balder en de maretak. In samenvatting gaat dit verhaal als volgt: Balder de goede, stralende god heeft boze dromen, nachtmerries. Omdat zijn ouders – Frigg en Odin – bang zijn dat hem iets zal overkomen, laat zijn moeder alle levende wezens een eed zweren dat zij Balder niet zullen kwetsen. Loki zint die onkwetsbaarheid maar niets en vermomt zich als oude vrouw. Zo vermomd weet hij Frigg te ontfutselen welk wezen geen eed heeft gezworen. Frigg antwoordde: ‘ten westen van Walhalla groeit een loot die de maretak heet. Die leek me te jong om er een eed van te eisen.’

De Völuspa beschrijft de maretak als volgt: ‘Ik zag Baldr, het bloedige offer, Odins kind, ik zag zijn toebedeeld lot: een loot, volgroeid, stond hoog in het veld, rank en slank zag die mistel eruit. Toen werd die scheut, die zo slank leek, een vervaarlijk wapen: Höd leerde schieten. (2)

De goden speelden ondertussen een spelletje met Balder waarbij hij het mikpunt was van vele wapens die hem toch niet konden kwetsen vanwege hun eed. Alles ketste van Balder af. Zo was hij het stralende middelpunt van dit vreemde spel. Maar Loki had van de maretak een wapen gemaakt – een pijl of werpspeer – en drukte deze in de handen van de blinde god (en broer van Baldr) Höd.  Loki maande hem om mee te doen aan het spel, maar Höd zei: ik weet niet waar hij staat!  Loki richtte zijn handen en zo wierp hij de maretak en doodde zijn broer. Balder stierf en daalde af naar de onderwereld. Zijn broer Hermod ging ook naar Helheim, maar dan levend op het paard Sleipnir. Deze reis zou je kunnen zien als een soort van sjamanistische trance-reis. Hij smeekte aan Hel, de godin van de onderwereld, of zij Balder terug wou geven aan de levenden. Hel zei dat Balder slechts terug mocht als elk wezen – levend en dood – voor hem wou huilen. Helaas voor Balder was er toch één wezen dat weigerde om te huilen. Dat was de reuzin Thökk (bedankt), maar velen meenden dat het Loki was in vermomming. Zo blijft Balder in de onderwereld tot aan het einde der tijden. (3)

Baldr_dead_by_Eckersberg

 De maretak en de nachtmerrie

Snorri noemt de dood van Balder het grootste onheil dat goden en mensen is overkomen. Wat dat onheil precies inhoudt – en de rol van de maretak daarin – wordt niet vertelt. Er valt alleen naar te gissen. Eén aanwijzing wordt gegeven in het feit dat Balder boze dromen heeft. (4) Boze dromen, zijn nachtmerries.  In de naam maretak zit het woord mare. Mare is een oud woord voor nachtmerrie. Niet slechts in de vorm van een boze droom, maar als de naam van een vampiristisch wezen dat nachtmerries èn erotische dromen veroorzaakt om zo energie van je te stelen. Zij doet dat door zich op haar slapende slachtoffer neer te zetten en te drukken. Waarschijnlijk is ook Balder dit overkomen.

goyanightmare (Nachtmerrie van Goya)Nightmare, in Le Diable Amoureux by J Cazotte 1845

De maretak wordt – in de folklore – gevormd doordat de (nacht)mare – na het berijden van mens en paard tijdens haar nachtelijke tochten ook even schrijlings op een boom heeft gezeten. Ook van de boom heeft zij energie ontnomen en vervolgens kan daar een maretak ontstaan. Volgens het magische principe van ‘Similia similibus curantur’ is de maretak daardoor ook een afweermiddel tegen de mare. Zij werd als bescherming tegen de mare in Zweden in huizen en stallen opgehangen. (5) De maretak is inderdaad een halve vampier of beter gezegd halfparasiet van de boom waarop zij groeit. Zij onttrekt water en voedingsstoffen aan de boom waarin zij zich vast heeft gezet, maar kan zelf het zonlicht opnemen via haar immer groene bladeren.

aeneas-golden-bough-print

De maretak als sleutel voor de ingang van de onderwereld

Ook in de Aeneïs van Vergilius (1e E vC) wordt er een connectie gelegd tussen de maretak en de reis naar de onderwereld. De held en stichter van Rome Aeneas moet een ‘gouden tak’ plukken voor de godin van de onderwereld Proserpina (Persephone) om toegang te kunnen winnen tot die wereld.

Deze tak wordt als volgt beschreven: a tree, through whose branches flashed the contrasting glimmer of gold. As in winter’s cold, amid the woods, the mistletoe, sown of an alien tree, is wont to bloom with strange leafage, and with yellow fruit embrace the shapely stems: such was the vision of the leafy gold on the shadowy ilex, so rustled the foil in the gentle breeze. Forthwith Aeneas plucks it and greedily breaks off the clinging bough, and carries it beneath the roof of the prophetic Sibyl.’ (6)

De gouden tak wordt herkend door de veerman Charon en Aeneas mag de onderwereld in. Later in het paleis van Pluto hangt Aeneas de gouden tak aan of boven de deur die toegang biedt tot de Elysische velden.

Volgens de grondlegger van de antropologie James Frazer lijkt de ‘gouden tak’ van Aeneas niet slechts op de maretak, maar is het gewoon de maretak! Vele schrijvers betwijfelen dit omdat de maretak groen en niet goud is. Maar Frazer wijst op de goudbruine tint die de plant krijgt als hij gedroogd wordt. (7) Ik wil ook wijzen op de maretak als drager van een grote hoeveelheid energie. Met het innerlijke oog is dit waar te nemen als een gouden gloed.

Druids&Mistletoemistletoewinter

De maretak en het ritueel van de druïden volgens Plinius

Plinius de Oudere (1e eeuw nC) schrijft in zijn Naturalis Historia o.a. het volgende over de maretak.

“De druïden beschouwen niets heiliger dan de maretak en de boom waarop deze groeit, op voorwaarde dat deze een eik is. Want ze geloven dat alles wat op deze bomen groeit vanuit de hemel gezonden is, en een teken is, gekozen door de God zelf. De maretak groeit slechts zeldzaam op een eik; maar als hij aangetroffen wordt, verzamelen de druïden hem met een plechtige ceremonie. Nadat de nodige voorbereidingen werden getroffen voor een offer en een feest onder de boom, verwelkomen ze de maretak als de universele genezer en brengen op die plaats twee witte stieren. Een priester, gekleed in een witte rok, klimt in de boom en snijdt de maretak af met een gouden sikkel en deze twijg wordt dan opgevangen in een wit laken. Ze geloofden dat een drankje gemaakt van maretak steriele dieren vruchtbaar maakt en dat de plant een remedie is tegen alle gif.”  (8)

In een andere passage vertelt Plinius dat de maretak verzameld moest worden op de eerste dag van de maan zonder het gebruik van ijzer en dat de plant de grond niet mocht raken, anders zou het zijn werkzaamheid verliezen. Op deze wijze helpt het o.a. tegen epilepsie en voor een betere bevalling. Deze passage gaat waarschijnlijk over Romeinse gebruiken, maar ook in latere kruidenboeken worden deze effecten aan de maretak toegeschreven. (9)

damblans

De esoterische betekenis van het ritueel

De Druïden wisten goed wat ze deden. Als ‘dru-wyd’ – kenners van de eik – wisten ze hoe een boom kon staan voor het ideale menselijke energetische systeem. De boom is als het ware een transformator tussen de krachten van hemel en aarde. (10)

Bij het Heilig huwelijk tussen de hemelgod en de aardegodin fungeert de kosmische boom in het midden van de schepping als fallus van de godheid die uiteindelijk binnendringt in de schoot van moeder aarde. (Bij een mannelijke aarde – zoals Geb bij de Egyptenaren – is het omgekeerd voor te stellen als fallus die binnendringt in het zwarte gat – het middelpunt van de nachthemel – waar de kosmische paal in gestoken wordt.) Zo kan de priester of druïde de energie opwekken tot heil van de gemeenschap. Het grote probleem is dat de mare –  zich voordoet als de grote moeder. Zij is echter slechts de mater materia: de moeder van de materiële schijnwereld. Hierdoor verliest de god (of zijn priester-plaatsvervanger op aarde) zijn energie/ sperma in een fata morgana. Hij verliest zijn energie in de schijnwereld van de materie. Hierdoor wordt de ultieme eenwording van man en vrouw een desillusie. De vrouw wordt tot een fatale vrouw, een vampier. Vanuit deze tragische ervaringen tijdens het magische ritueel om energie op te wekken van het ‘hieros gamos’ ontstond de mythe van de mare!

De maretak en het ik-bewustzijn

Daar waar de mare is geweest ontstaat de maretak; een samenballing van groene energie ontstaan uit vampirisme. Deze zit opgesloten in de materie, maar kan door druïden en tovenaars vrijgemaakt worden. Eén ding verschilde er tussen het systeem van een mens en dat van de boom: Het bewustzijn. In de vorm van de halfparasiet maretak dachten de druïden het equivalent van het ik-bewustzijn van de mens gevonden te hebben.

Dit bevrijden van de energie die opgesloten zit in de materie is een uiterst secuur werkje. In feite is het ritueel van het snijden van de maretak inclusief offers, witte gewaden en het gouden snoeimes, niets anders dan de veruitwendiging van een innerlijk proces. De druïde-tovenaar-sjamaan is de energetisch specialist. Hij stelt zich wit en zuiver op om het energetisch continuüm van zijn patiënt in te gaan. Hij vindt op een aantal plaatsen de vampiristische aanhechtingen van de demonen en snijdt deze af met behulp van de maanvormige gouden sikkel. Die sikkel staat voor de gecombineerde krachten van zon en maan, man en vrouw. Op het zelfde moment zullen een aantal waanbeelden en verstarringen bij de patiënt oplossen. Dit symbolische snijden van de maretak van de eik lijkt op een castratie omdat je voorbij de dualiteit en het man of vrouw zijn komt en dus bij het puur mens zijn. (11)

De maretak en ‘vallende ziekte’

Bij dit proces komt heel veel energie vrij die in de vampiristische aankleving of de maretak zit. Het is zaak deze energie te gebruiken voor het welzijn van de gemeenschap. Daarom mag de maretak de grond niet aanraken anders zal de energie door de aarde worden opgenomen. De folklore noemt diverse ziektes die door maretak zou worden genezen, met name de vallende ziekte wordt vaak genoemd. Zoals de plant tussen hemel en aarde groeit en de aarde nooit mag raken, zo zal de epilepticus – die maretak bij zich draagt – ook de grond niet meer raken. Hij zal niet meer vallen! (12)

druiden1

De grootste hoeveelheid energie komt van de flitsen van inzicht, de plotse momenten van bewustzijnsverruiming, als de god eventjes rechtstreeks contact heeft met de godin. Helaas wordt dit inzicht bijna direct weer opgeslokt door de illusie van de maretakwereld. Waardoor de gevangenschap in materie en gedachten voortduurt. Een verre echo hiervan vinden we in de folklore dat de maretak de bliksemkracht verzameld en daardoor het huis behoed voor blikseminslag en – daar weer uit voortvloeiend – voor brand.. (13)

De maretak als sleutel van alle sloten

De maretak als het ik-bewustzijn is een uiterst gevaarlijk wezen. Het is schijnbaar klein en onbetekenend, maar het zal uiteindelijk iedereen opslokken en gevangen zetten in deze schijnwereld die wij bewonen. Tegelijk is het ook de sleutel en het paspoort waarmee je de poorten van deze onderwereld in en ook weer uit kan gaan. Ook in de folklore wordt de maretak nog gezien als een plant die sloten zou kunnen openen. (14) Echter als je niet weet hoe deze sleutel te gebruiken dan kom je er wel in, maar niet meer uit. Dat is de tragedie van Balder, hij hanteerde de tak niet als sleutel of als wichelroede, maar hij werd er – naïef en schuldeloos als hij was – onwetend en ongewild door doorboord, overmand. Zijn broer Höd kon niet achterblijven en moest ook de onderwereld in. Zij zijn twee kanten van de medaille, een lichtende en een donkere kant van de mens en van het jaar. Beiden zijn uit de directe ervaring en in de afstandelijke wereld van materie en gedachten gevallen.  Zij zijn in de schijnwereld van de mare en haar tak gevangen en hebben geen idee hoe zij hier weer uit moeten komen. In deze zin is het verhaal van Balder een zondevalverhaal.

368px-Each_arrow_overshot_his_head_by_Elmer_Boyd_SmithBalder-gedood-met-maretak-239x300

De maretak is een allesgenezer

De maretak wordt door Plinius een allesgenezer genoemd en zo werd hij in de negentiende eeuw nog steeds betiteld in de Keltische landen. (15) Als het ik-bewustzijn zijn hechting aan de wereld van materie en gedachten, oftewel de mare/ illusiewereld verliest, dan kan dit – nu onthechte – individuele bewustzijn als kracht worden ingezet. Het wordt een kracht waarmee alle illusies van het tijdelijke ontmaskerd worden. Zo kunnen alle ziektes die behoren bij het tijdelijke lichaam ermee worden genezen. Het grote offer is dan weliswaar de desidentificatie en onthechting van materie en gedachten die behoren bij dit lichaam en al zijn tijdelijke genoegens. De druïden konden dit en sneden de maretak-vampier af van de boom en daarmee van zichzelf of van de gemeenschap. Zij konden naar eigen wil en op hun eigen tijd de reis naar de andere kant maken. Zowel voor Balder als voor het gros van de mensheid is de illusie van de maretak te sterk en zal het moment van inzicht en daarmee de verlossing pas plaatsvinden na het Ragnarok, na het einde der tijden.

1) Robert Graves – The white goddess p.249 De maretak als behorend bij de dag tussen de jaren is met name zijn theorie, maar gretig overgenomen door vele paganisten.

Mijn verhaal over zoenen onder de maretak lees je hier: http://wp.me/p26qJo-84

2) Snorri Sturluson – Edda (vert. M. Otten) p.72 (Gylfaginning) De beschrijving klopt niet. Het is sterk de vraag of de IJslandse dichter wel wist hoe maretak er uit zag. Maretak is niet inheems in IJsland.

Edda (vert. M. Otten) p.7 (Völuspa vs 31-32)

3) Snorri Sturluson – Edda (vert. M. Otten) p. 71-74

4) Een van de gedichten uit de poëtische Edda gaat hierover: ‘Baldrs Draumar’

5) Decleene en Lejeune – Compendium van rituele planten  p. 722

http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/maretak (In het volksgeloof bereed de mara niet alleen de slapenden, hun daarbij angstige dromen bezorgend, maar verwarde ze ook de manen van paarden tot kluwens, evenals de takken en twijgen van bomen.)

6) Aeneas – Vergilius boek 6 vs. 183

7) James Frazer – The golden bough p. 703 Frazer beschrijft een uitgebreide theorie over Balder en de maretak met verregaande consequenties. Die kan je hier lezen: http://www.sacred-texts.com/pag/frazer/gb06500.htm

8) Decleene en Lejeune – Compendium van rituele planten

9) James Frazer – The golden bough p. 662

Blöte-Obbes – Bomen en struiken p. 72

10)  http://www.etymonline.com/index.php?term=druid
In mijn boek: ‘De symboliek van bomen’ schrijf ik meer over deze sacrale functie van de boom.

11) Graves – the white goddess p. 284

12) Hierbij kan je ook denken aan de sterke ‘mana’ of kracht die sacrale koningen hebben die daarom altijd gedragen moeten worden, hun voeten mogen de grond niet raken, zodat ze hun kracht niet kwijtraken aan de aarde.

James Frazer – The golden bough p.662

13) James Frazer – The golden bough p.662

Decleene en Lejeune – Compendium van rituele planten p. 715

14) Blöte-Obbes – Boom en struik 71

15) James Frazer – The golden bough p.661

Wie zoen jij onder de maretak (mistletoe) dit jaar?

De oorsprong van het gebruik van het kussen onder de maretak – in het Engels ‘mistletoe’ –  is in nevelen gehuld. We horen er het eerst van in een 16e eeuwse beschrijving uit Engeland.  In de kersttijd maakte men een “kissing bough” door middel van twee hoepels versierd met hulst, klimop en linten. Daar werden vaak nog appels en sinaasappelen aan gehangen en in het midden hing een twijgje maretak! (1)

nafas_0009

Het ritueel van het kussen

De maretak hangt traditioneel op een plek waar we een grens overgaan. Hij hangt boven de voordeur of boven een drempel binnenshuis. Wie onder de maretak staat mag een kus niet weigeren. Vooral jonge vrouwen zijn het (on)gewilde slachtoffer van deze kuspraktijk. In de meest uitgebreide versie van het ritueel moet er voor elke kus  een bes uit de maretakbos worden geplukt en aan het meisje worden gegeven. Zij neemt die mee en kerft er de initiaal van haar geliefde in en draagt de bes vervolgens bij haar hart. Als de struik leeg is, mag er niet meer worden gekust! In Engeland kan het hele kerstseizoen worden gekust, in Frankrijk slechts op nieuwjaarsdag. (2)

pcbyRandNAloneAtLastbyHarrisonFisher

De betekenis van de kus

Wat beduidt die kus onder de maretak? Ten eerste betekent het vruchtbaarheid. Een zoen op de mond tussen een man en een vrouw kan de aanleiding zijn voor verdere intimiteiten… De coïtus wordt plastisch afgebeeld door het witte besje in de oksel van een maretak. Het witte besje en zijn kleverige sap is te vergelijken met het sperma van de man en de vertakking van de maretak met de gespreide dijen van de vrouw. (3) De maretak werd als vruchtbaar makend gezien. Plinius zei al dat het steriele dieren weer vruchtbaar zou maken en later werd maretak door vrouwen om de middel gedragen als extra hulp om zwanger te worden.

mistletoe-berries-2

Ten tweede staat de maretak voor vrede. In Scandinavië zou hij bekend staan als plant van de vrede. Er wordt beweerd dat er in het middeleeuwse Scandinavië het gebruik bestond dat als vijanden elkaar tegenkwamen in het woud – en zij bleken onder de maretak te staan – zij een wapenstilstand moesten sluiten. Ook ruziënde stellen konden onder de maretak weer vrede sluiten. (4) Onder de maretak kan je je verzoenen en een werkelijke verzoening bezegel je met een zoen! Beide betekenissen hebben te maken met de liminaliteit van de plant. Het is de plant die de grens (limes) aangeeft tussen het oude en het nieuwe jaar en tussen de boven- en de onderwereld. Daardoor kan hij je helpen om zelf de drempel tussen twee fasen over te gaan.

Kissing bough2

De dag tussen de jaren

De maretak wordt gezien als toebehorend aan de dag tussen de jaren; dit kan Nieuwjaarsdag zijn maar ook wel de dag na de midwinter. (5) Dit is ook de dag van Janus (de maand januari is aan hem gewijd). Hij is de god van de eikenhouten deur en de god met de twee gezichten. Hij kijkt vooruit en achteruit. Die deur gaat open naar een nieuw jaar en een nieuwe cyclus. De sleutel van de deur naar een nieuw jaar en een nieuwe cyclus is de maretak. De sleutel die in het slot gestoken wordt heeft natuurlijk ook een seksuele connotatie.

De maretak wordt ook gezien als de sleutel van de poort van de onderwereld. Aeneas, de legendarische stichter van de stad Rome, gebruikt een ‘gouden tak’ om de onderwereld in te gaan. Deze tak was een geschenk voor Persephone, de koningin van de onderwereld. In de Aeneas van Vergilius wordt deze tak vergeleken met maretak. (6) Zo ga je met de maretak ook de drempel over tussen deze wereld en de andere wereld.

aeneas-golden-bough-print

De maretak en het winterkoninkje

Maar op welke manier helpt de maretak om je drempelvrees te overwinnen? Daarvoor moeten we hem vergelijken met het sprookje van Grimm over het winterkoninkje! Ook dit sprookje speelt zich af rond de midwinter. (7)

Zoals het winterkoninkje gebruik maakte van de kracht van de adelaar om nog iets hoger te kunnen vliegen, zo gebruikt de (half)parasitaire maretak de kracht van de eik (of een appel of populier) om er energie van te krijgen. Beide wezens worden gezien als de meest onaanzienlijke van hun soort. Het winterkoninkje is de kleinste van de vogels. De kleine maretak wordt in de mythe van Balder over het hoofd gezien als alle levende wezens een eed moeten zweren dat ze deze goede god niet zullen kwetsen. Beide zijn ze favoriet bij de druïden.

Beide zitten ze in de wereld van afstand. Het winterkoninkje zit in de prikkelbosjes van de gedachten en de maretak hangt tussen hemel en aarde aan de boom en hoort daardoor nergens bij. Wij mensen kunnen zijn als het winterkoninkje en de maretak, nergens bij horend en gevangen in onze afstandelijke gedachten. Te bang om werkelijk kwetsbaar te zijn, om de deur te openen voor vriendschap met je vijand en voor liefde met degene die je geliefde zou kunnen worden.

wren

Maretak en levenswiel

Het midwinterritueel van het kussen onder de maretak geeft een symbolisch antwoord op de vraag hoe we die afstand kunnen overbruggen. In de ‘kissing bough zit de maretak in het centrum van een hoepel en ook het winterkoninkje wordt in de midwinter ceremonieel rondgedragen vastgebonden in een hoepel! (8) Deze hoepel staat symbool voor het jaar- of levenswiel. Juist met midwinter is er een cruciaal punt bereikt in het jaarwiel. Het wiel van het jaar staat even stil, er is een dag tussen de jaren die toebehoort aan de maretak en het winterkoninkje. Zij geven vanuit hun ik-bewustzijn het cruciale duwtje om  het jaarwiel weer in beweging te brengen.

We kunnen  terugkeren in ons centrum, in de naaf van het levenswiel, door een bewuste daad van verzoening. Deze verzoening breng je tot stand door middel van een kus. Zo kan je de weg naar het centrum terugvinden en – net als Aeneas – uit de onderwereld terugkeren. Met een bewuste daad van contact kunnen we ons werkelijk verbinden met iemand anders en voelen hoe we meedraaien met het levenswiel. Hoe we werkelijk leven in de volle intensiteit van het hier en nu!

Wat heb jij nog niet afgesloten van het oude jaar, met wie heb jij je nog niet verzoend en met welke dame of heer zou jij een dieper contact aan willen gaan? Kortom: Wie zoen jij onder de maretak?

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1) Dit artikel heb ik twee jaar geleden geschreven, nu bewerkt en van plaatjes en noten voorzien..

http://en.wikipedia.org/wiki/Mistletoe

The kissing bough – M. Lorrinne p.190

Christmas – W. Samson p.123

2) http://en.wikipedia.org/wiki/Mistletoe

3) Compendium van rituele planten – Lecleene en De jeune p.723

Het plantenorakel der druïden – P. Carr Gomm p. 80

4) Op vele plaatsen op internet te vinden, echter allen zonder bronverwijzing..

“In scandinavia, mistletoe was a plant of peace under which enemies could declare truces and quarreling spouses can kiss, making peace. It was also the plant of peace in Scandinavian antiquity. If enemies met by chance beneath it in a forest, they laid down their arms and maintained a truce until the next day.”

Dit zou geïnstigeert zijn door Frigg na de dood van Balder door een pijl of speer gemaakt van maretak. “After which Frigga pronounced the mistletoe sacred, ordering that from now on it should bring love rather than death into the world. Happily complying with Frigga’s wishes, any two people passing under the plant from now on would celebrate Baldur’s resurrection by kissing under the mistletoe”.

Helaas is ook voor deze uitbreiding op de mythe van Balder geen goede bronvermelding te vinden.

5) R. Graves – the white goddess p. 249

6) Vergilius – Aeneas boek 6 vs. 183 e.v.

7) Hier kan je de volledige versie lezen: http://www.verhalenalmanak.nl/verhaal/het-winterkoninkje/

8) http://en.wikipedia.org/wiki/Wren_Day

De duivel en de bramen

Vanaf gisteren 29 september is het sterk af te raden om nog bramen te plukken en op te eten! Waarom niet? Omdat er vanaf die dag de duivel in zit, of in ieder geval zijn sappen. Om dit te begrijpen moeten we terug naar het begin der tijden. Naar de allereerste oorlog die uitgevochten werd in de hemel zelf..

Toen God net de mens had geschapen was hij zo lyrisch over zijn ontwerp dat hij alle engelen verplichte om voor de mens te buigen. Alle engelen gehoorzaamden behalve Lucifer. Hij weigerde en kwam in opstand. Hij pleegde daarmee de allereerste zonde – de hoogmoed – en zoals het spreekwoord zegt: ‘hoogmoed komt voor den val’.. 

Deze epische strijd tussen goed en kwaad, tussen God en Lucifer werd natuurlijk beslist ten goede. Lucifer en de andere opstandige engelen verloren de strijd. Hij kon het vooral niet bolwerken tegen de strijdvaardige aartsengel Michael. Deze gooide hem samen met zijn kameraden de hemel uit. (1) Ook de engelen die niet konden kiezen tussen god en Lucifer werden de hemel uitgegooid. Zij vielen op aarde en werden daar het elfenvolk. De opstandige engelen vielen net zolang door tot ze de hel bereikten.

Echter in een sage uit Engeland valt de duivel op aarde. Tot zijn grote pech land hij exact in een braamstruik! Al vloekend en tierend staat hij op – sinds die tijd loopt de duivel behoorlijk mank – en neemt wraak op de braamstruik op een hem kenmerkende manier. Hij pist over de braamstruik heen! Of in de decentere versies spuugt hij erop. Daarna viel of vloog hij verder naar de hel. Sinds die tijd was de braamstruik vervloekt. Lucifer herinnert zich zijn val na al die jaren nog al te goed en komt eind september altijd even langs op aarde om opnieuw wraak te nemen door te plassen of spugen op de vermaledijde vrucht. Vandaar dat er altijd gewaarschuwd wordt om na de datum van de val van Lucifer geen verse bramen meer te eten. De braam is daarna bezeten door de duivel of in ieder geval niet meer te pruimen! (2)

Waarom zou dit drama nu juist op 29 september hebben plaatsgevonden? Dit heeft te maken met de symboliek van licht en donker. Er zijn verschillende momenten om de overgang van de zomer naar de herfst te vieren, maar 23 september is de meest logische, als het punt waar dag en nacht, licht en donker in een etmaal even lang zijn. Daarna wint het duister van het licht. Dit punt van de herfstequinox werd binnen de Christelijke folklore als een voor de hand liggend moment gezien waarop  de oorlog in de hemel plaats moest hebben gevonden. Hier echter wint het licht het van het donker voor altijd. Best wel curieus als je beseft dat het een niet zonder het andere kan bestaan en dat we herfst nodig hebben om tot een nieuw lente te kunnen komen..

De datum van ingang van het taboe op het eten van bramen verschilde van plaats tot plaats. Soms zou het al beginnen op 15 september en soms pas vanaf 11 oktober. Meestal wordt het taboe op bramen echter geplaatst op 29 september. Dit is de feestdag van Sint Michael. Het is een vreemde heilige want hij is nooit mens geweest. 29 september is dus ook niet zijn sterfdatum, maar de datum van zijn grootste heldendaad! Omdat hij de duivel had verslagen werd hij zo belangrijk gevonden dat ook hij een plaatsje op de heiligenkalender kreeg..

Abe van der Veen http://www.abedeverteller.nl

Brueghel – de val van de opstandige engelen (in het midden Michael met zijn zwaard)

1 De wonden die hij daarbij opdeed, verzorgde Michael met heelkruid. De duivel sneed nog in het blad, maar de geneeskracht werd er alleen maar sterker van. I. Marina – De magie van planten p. 107

2 L. Gordon – Green magic p. 50 en R. Graves – The white goddess p. 183

In de tweede helft van september is de kans inderdaad groter dat de braam geïnfecteerd raakt met botrytis cinerea. Aangetaste vruchten kunnen giftige stoffen bevatten en smaken dan vies.

3 Volgens de Mohammedanen zou er bij zijn verbanning uit de hemel knoflook ontsprongen zijn uit zijn linkervoet en uien uit zijn rechtervoet. Dit zou ik persoonlijk juist als een zeer goede eigenschap zien! L. Gordon – Green magic p. 50

Taxus: Boom van dood en eeuwig leven

De taxus (lat. Taxus Baccata) is een altijd groene naaldboom. Hij heeft platte naalden die lijken op die van de spar en een schilverende roodbruine bast. Je ziet ze veel in formele tuinen – zoals Versailles – omdat ze zo mooi in vele vormen gesnoeid kunnen worden.

Taxus komt van taxon wat boog betekend. Baccata betekent rode bessendrager. De taxus zelf heeft weer aanleiding gegeven tot het woord toxon,  wat toxic oftewel giftig betekend. Yew komt mogelijk van het oud-Germaanse ‘ewe’ wat eeuwig betekend of anders van het Indo-Europese ‘ei’ wat rood betekend. (1)

Venijnboom

Alles aan de boom is giftig behalve zijn rode bessen, die zijn best smakelijk. Maar het pitje van de bes is wel weer giftig! (eten is sterk af te raden!!)Image

Volgens Dioscorides was zelfs slapen onder de schaduw van de boom – vanwege de giftige uitwasemingen – dodelijk. Ook het drinken uit een beker gemaakt van taxushout zou je niet overleven. In de volksmond wordt hij boom des doods en venijnboom genoemd. (2)

Taxus wordt gebruikt als vergif. Shakespeare wist dat maar al te goed: in Macbeth brouwen zijn drie ‘weird women’ een gifdrank voor ‘toil and trouble’ o.a. van takjes taxus gesneden bij een maansverduistering.Zij wijden dit brouwsel aan Hecat. Taxus is inderdaad gewijd aan Hecate. Ook in Hamlet komt taxus als gif voor: De vader van Hamlet wordt vermoord doordat er taxussap in zijn oor wordt gegoten. (3)

Toch is er maar een letter verschil tussen gif en gift. Als gift kan de taxus zelfs genezing brengen. Het is echter de kunst om de exacte hoeveelheid te kennen. Teveel van het middel zal je doden, te weinig helpt niets. Precies genoeg zal levens redden. Vroeger werd taxus wel gezien als middel tegen slangengif en hondsdolheid vanuit het idee van neutralisering van het gif door iets gelijkwaardig giftigs. Dit bleek niet te werken. Als medicijn tegen kanker wordt het nog wel toegepast. (4)

Boom van dood èn eeuwig leven

Dat zij de dood (maar daarmee ook ‘het eeuwige leven) toebehoord is te zien aan de gewoonte om Taxus op kerkhoven aan te planten. Op kerkhoven vind je de aller-oudste taxusbomen. Deze bomen zijn o.a. door hun langzame groei ontzettend oud geworden. Ongestoord op het kerkhof konden zij doorgroeien tot wel 1500 jaar. Sommige bronnen beweren dat de oudste taxus van Europa – de Fortingall Yew – zelfs 5000 jaar oud is! (5) Het langdurige leven van een taxus wordt mooi verbeeld in een middeleeuws gedicht uit het Ierse ‘book of Lismore’ waarin drie levens van een taxus gelijk staat met de ouderdom van de wereld van begin tot eind! (6) Eeuwig zijn ook zijn altijd groene naalden. Zo staat zij naast de dood ook voor een bijna eeuwig leven.

Image

Veel oude taxusbomen leefden waarschijnlijk al toen de grond nog behoorde bij een heidens heiligdom. De Taxus stond er dan al voordat er een kerk en kerkhof was! Van meerdere heidense heiligdommen wordt gezegd dat er één of meerdere taxusbomen stonden. Iona, het heilige eiland van de druïden, is genoemd naar de vele daar groeiende taxussen. Op de tempelgrond van het heidense Uppsala stond een heilige immergroene boom (wellicht een taxus) en zowel in Avebury, Stonehenge als Newgrange zou juist in het noorden van het heiligdom taxusbosjes zijn aangeplant. (7) Het noorden is voor de Germanen de weg naar de dodenwereld. Ook voor de Grieken ging de weg naar de onderwereld tussen taxusbomen door. In de Eleusinische mysteriën kransten de priesters zich met taxus en mirte als teken van dood èn wederopstanding en de Eumeniden zuiverden de pasgestorven doden met taxustakken. Zo wijst de taxus de weg voor de dode naar de andere kant. (8)

Boom van de winter

De taxus hoort bij het meest doodse seizoen; de winter. Zij is verbonden aan de twintigste en laatste letter van het Ogham bomenalfabet, Ido oftewel taxus. Robert Graves verbindt deze laatste letter van de vijf klinkers aan de dood en de laatste dag van het jaar; de dag voor midwinter. Hij zet de taxus tegenover de eveneens altijd groene en erg op hem lijkende zilverspar die dan staat voor geboorte en de eerste dag van het jaar. (9) De 13e rune Eihwaz – wat taxus betekend – is evenzeer een aankondiging van de dood en de winter. De rune gewijd aan de taxus geeft bescherming tijdens de tocht door dit doodse seizoen. (10)

Taxus is gewijd aan de Germaanse wintergod Ullr. Deze obscure god zou op ski’s (en mogelijk zelfs op schaatsen) het winterse landschap bereizen. Zijn boog is van taxushout en zijn woonplaats is Ydalir, het taxusdal. (11) De boog van taxus en de pijlen die ingesmeerd zijn met taxussap kunnen doden, maar ook schilden werden wel gemaakt van taxushout en deze beschermt juist en redt zo weer levens.

Een bekendere held die verbonden is met de taxus is Robin Hood. De ‘longbows’ van hem en zijn ‘merry men’ zijn uiteraard gemaakt van het buigzame, doch niet breekbare taxushout. Toen Robin Hood door een verraderlijke non werd adergelaten liet zij hem achter om dood te bloeden. Zijn makkers vonden hem te laat. Met zijn laatste krachten spande Robin zijn boog en fluisterde dat hij begraven wilde worden op de plaats waar de pijl de grond zou raken. Dit was niet toevallig onder een taxusboom. (12)

Gids der doden

Robin is niet de enige beroemdheid die zijn graf naast of onder een taxus heeft. Ook op de graven van het tragische liefdespaar Tristan en Isolde èn het evenzo tragische Ierse stel Deirdre en Naoise groeit taxus. Bij de laatsten werden er staken van taxushout door hun lijken gedreven. Deze staken groeiden uit tot twee bomen die zich in elkaar verstrengelden.

Dit laatste doet mij denken aan het Bretonse volksgeloof dat waar er een taxus groeit op een kerkhof, er door elke mond van een begraven persoon, een wortel van die taxus zal groeien. (13) Hoe luguber dit ook klinkt, waarschijnlijk was dit juist een reden om taxus op kerkhoven te planten. De boom hielp de dode om via zijn wortels naar de andere wereld te reizen. Hij hielp de dode om verder te kunnen gaan in de cyclus van het wiel des levens. Wie dat niet doet wordt een levende dode, een spook of een vampier. Deirdre was een zelfmoordenares en liep daardoor grote kans om geen rust in het graf te vinden. Zij kon een gids en wegwijzer naar de andere wereld goed gebruiken! (14)

Onverbiddelijk draait het levenswiel door en als de 13e spaak is gepasseerd, is de dood, maar ook een nieuw leven het gevolg. De taxus is als dat wiel. De beroemde taxus van Ross werd ook wel een ‘koningswiel’ genoemd en Mog Ruith – een van de machtigste druïden – kon vliegen met een wiel gemaakt van taxushout. (15) Taxus symboliseert dit ook doordat zijn takken als zij de grond raken weer wortel kunnen schieten en dan opnieuw uitlopen. (16) Zo toont de taxus hoe na een duistere weg opnieuw het licht kan worden bereikt.

Boom van God

Toen de god ‘Trefuilngid Treochair’ Ierland bezocht liet hij vijf bessen vallen. Daaruit ontstonden de vijf belangrijkste bomen van Ierland. Drie maal een es en twee maal een taxus (of een eik en een taxus). Zowel es als taxus zijn beschermers van reizigers naar de Andere wereld en beide zijn bomen van God. Bij de es is deze god Odin. Bij de taxus is het Ullr, de god die weet hoe hij dood en winter moet doorstaan om er aan de andere kant weer uit te komen. De taxus wordt boom van god genoemd in Georgië, in de Himalaya en in Japan. In Ierland wordt de taxus van Ross – een van de vijf magische bomen van Ierland – zelf een sterke, stevige god genoemd! (17) Een sterkere beschermer op de reis naar de andere kant dan een eeuwenoude taxus zou ik mij niet kunnen wensen!

(Crowhurst Church – Surrey Let op het deurtje!!)

Noten:

1 Moens – Bomen en mensen p. 284

Hageneder – Bomen p. 203

Lankester – De Keltische maankalender p.197

2 Blöte Obbes – Boom en struik p. 52-53

3 Graves – White Goddess p.193-194

Shakespeare – Hamlet act one scene five:

‘Upon my secure hour thy uncle stole

With juice of cursed hebenon in a vial,

And in the porches of my ears did pour

The leperous distilment, whose effect

Holds such an enmity with blood of man’

4 De Cleene –Compendium van rituele planten p. 1018

5 Omdat dergelijke bomen van binnen hol zijn, is er geen jaarringentest te doen, dus de leeftijd inschatten blijft een precaire business..

Fortingall yew uit Schotland ca. 2000-5000 jaar http://en.wikipedia.org/wiki/Fortingall_Yew

Llangernyw yew uit Noord Wales ca. 4000 jaar http://www.mnn.com/earth-matters/wilderness-resources/photos/the-worlds-10-oldest-living-trees/llangernyw-yew

6

A year for the stake,
Three years for a field,
Three lifetimes of the field for the hound,
Three lifetimes of the hound for the horse,
Three lifetimes of the horse for the human being,
Three lifetimes of the human being for the stag,
Three lifetimes of the stag for the ousel (blackbird),
Three lifetimes of the ousel for the eagle,
Three lifetimes of the eagle for the salmon,
Three lifetimes of the salmon for the yew,
Three lifetimes of the yew for the world from its beginning to its end.

7 Walker – Dictionary p. 476

Lankester – De Keltische maankalender p. 200

Dit is allemaal speculatie, helaas is niets hiervan te herleiden op authentieke bronnen, dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat het vals is!

8 Boom en mens p. 285

Statius, Thebaid 8. 10 ff (trans. Mozley) (Roman epic C1st A.D.) :
“Upon the Stygian shores . . . not yet had the Eumenis [Erinys] met and purified him [the new dead ghost] with branch of yew, not had Proserpine [Persephone] marked him on the dusky door-post as admitted to the company of the dead.”

9 Graves – White goddess

10 Duane – Runen p. 36

11 Otten – Edda Grimnismal p.45

12 Bomen en mensen p. 286

Er is een mogelijke connectie tussen Robin Hood en Ullr. Hood, wordt vaak geschreven als Hod, wat ook de verkorte naam is voor Hoder, de broer van Balder. Hoder als het winterse aspect van de jaargod is sterk verwant met de wintergodheid Ullr.

13 Graves – White Goddess p. 194

Meestal groeien er een witte en een rode roos op het graf van Tristan en Isolde maar deze variant komt ook voor.

14 Een lijk waarvan men vermoedde dat het een levende dode / vampier was kreeg een staak door het lichaam gespietst om tot rust te komen. Maar deze was meestal gemaakt van het hout van meidoorn of jeneverbes.

Jackson – Compleat vampyre p. 105

15 In de ‘Rennes dindsenchas’ over de afkomst van plaatsnamen wordt de taxus van Ross zo genoemd:

"The Tree of Ross is a yew... a king's wheel, a prince's right... a

straight firm tree, a firm strong god.

16 Stem der bomen http://www.stemderbomen.nl/pages/mainpages/magische-taxus.htm

Zijn reputatie t.a.v. een lang leven dankt de Taxus aan de wijze waarop hij groeit. Als hij niet gesnoeid wordt, groeien zijn takken naar de grond, gaan wortelen en vormen nieuwe boompjes die rond de centrale boomstam opgroeien als aparte, maar met elkaar verbonden bomen. Na een tijdje onderscheiden zij zich niet meer van de moederboom. Het geheel lijkt dan op een grote struik met vele takken. Zo werd de taxus symbool van dood en wedergeboorte: het nieuwe komt voort uit het oude.

17 Matthews – Celtic wisdom p.110

Hageneder – Bomen p.202 -203

Klavertje drie brengt geluk!

Klaver wordt in diverse talen ook wel hazenpootje genoemd – naar de vorm van het bloemhoofdje – en wordt als vanouds met geluk in verband gebracht. (1) Tegenwoordig verwachten we vooral geluk van een klavertje vier. Wie deze bij zich draagt kan dwars door een betovering heen kijken en wordt niet bedrogen. In een Duitse sage laat een tovenaar een haan een balk in de bek dragen. Iedereen verwondert zich, behalve een meisje dat een mand met klaver- waaronder een klaver vier – draagt. Zij ziet dat de haan slechts een strootje draagt.. (2)
Mogelijk is er een verband tussen de ‘shamrock’ en ‘sham’ wat bedrog en betovering betekend. Maar de shamrock is ten eersten male de klaver drie. (3) Dit woord stamt van het Ierse ‘seamroch’ wat verwant is met het Arabische ‘shamrakh’. Deze stond voor de drievoudige hartvorm die o.a. te vinden is in de klaver drie en de drielobbige lelie. Deze symboliseerden de yoni van de drievoudige maangodin. (4) De klaver heeft inderdaad vaak de hartvorm die universeel gezien wordt als de vorm van de vulva en de billen van met name de Godin als moeder aarde. Daarnaast is de klaver een drieblad , zij is de ‘trefoil’. tre is drie, foil is blad, drieblad. Hierdoor staat zij specifiek voor de drie-eenheid van de Godin als maagd, moeder en oude vrouw.
Hier tegenover staat een mannelijke betekenis van klaver als knots. De naam klaver is afgeleid van het Latijn; ‘clave trinodis’. Dit is tevens de naam van de boomknots van Hercules! Deze knuppel had drie dikke wortels (tri nodis). (5) Tegelijk betekend ‘clave’ in het Latijn ook sleutel. Oude sleutels hadden inderdaad vaak een klaversymbool op de steel. (6)

Ook in het kaartspel is klaver ‘clubs’ oftewel knuppel! De kaart ziet eruit als een zwarte klaver met drie blaadjes, maar in de tarot is het een duidelijke knots of staf. Hij is het teken van het element vuur. Zowel de sleutel als de knuppel zijn fallische emblemen die staan voor de mannelijke viriliteit en daadkracht. Ze zijn de sleutel tot het hart!
De connectie met geluk wordt nu duidelijk: de klaver met de steel als de sleutel of staf met de drie bladen als harten aan het uiteinde zijn sleutel en slot ineen. Symbool van het harmonische samenvloeien van man en vrouw of beter gezegd mannelijke en vrouwelijke energieën, en dat brengt vruchtbaarheid en geluk!

Chlwch en Olwen

Met de klaver zijn drie opmerkelijke Keltische (bijna) goddelijke personen geassocieerd.
Ten eerste is er de onbereikbare maagd uit het verhaal van Chlwch en Olwen uit de Welshe verhalenbundel de Mabinogion. Zij heet Olwen, wat ‘zij van het witte spoor’ betekend.
“Four white trefoils sprang up behind her wherever she went; and for that reason she was called Olwen” (7)
Het spoor van witte klaver zou kunnen corresponderen met de Melkweg. (8) Olwen wordt gezien als een meibruid. Een godin die past bij de lentetijd. Haar vader is de reus ‘Meidoorn’, die haar pas laat huwen als haar vrijer vele beproevingen heeft doorstaan. Als haar witte pad inderdaad de Melkweg is dan is de beproeving groot, want de Melkweg is de weg die de zielen na hun dood af moeten leggen naar het gat in de nachthemel waarachter de zielenwereld of hemel zit.

Trefuilngid – Treochair 

Vervolgens is er een Ierse middeleeuwse tekst die spreekt van een reusachtige man die tijdens een vergadering in Tara opdoemt om de kruisiging van Christus en zijn hellevaart aan te kondigen. Hij heeft een tak met noten, appels en eikels bij zich, als teken dat hij van de Andere wereld komt. Hij noemt zichzelf Trefuilngid – Treochair; de drievoudige drager van de drievoudige sleutel. Maar ‘trefuiln’ is ook de Ierse naam voor klaver drie (vergelijk tre-foil)! Hij opent daarmee de poort waardoor de zon kan opkomen en weer ondergaan. Deze drievoudige sleutel is een fallisch embleem. Hij is te vergelijken met de drietand die Poseidon, Hades, Shiva en de duivel dragen. (9) Deze Trefuilngid Treochair is ook te vergelijken met Hercules en zijn driepuntige knots. Het lijkt mij niet toevallig dat zowel ‘clave’ als ‘trefuiln’ klaver en sleutel betekenen!
Het is de sleutel die het drievoudige hart of yoni-embleem van de drievoudige Godin kan openen. Omdat de Godin drievoudig is heeft zij voor haar rituele bevruchting ook een God nodig met een drievoudig geslacht! Met deze drievoudige sleutel of staf kan haar drievoudige yoni gevuld en haar drievoudige hart doorboort worden! (10)
Trefuilngid Treochair opent met deze sleutel moeder aarde om de zon geboren te laten worden. Als de zon ondergaat wordt de aarde als Godin opnieuw geopend, nu om de zon op te slokken. De derde sleutel kunnen wij niet zien, dit is de sleutel die het exacte middelpunt van de aarde verenigt met het exacte middelpunt van de hemel als de zon op zijn hoogtepunt is.

Sint Patrick

De derde Keltische grootheid die geassocieerd wordt met de klaver is Sint Patrick, de patroonheilige van Ierland. Hij zou aan de Ieren de drie-eenheid hebben uitgelegd met behulp van het klaverblad. Ook zou hij de slangen uit Ierland hebben verdreven met een staf die de vorm had van een klaverblad. (11) Echter de klaver werd ook in de pre-Christelijke tijd al gezien als heilig. In die tijd zullen de slangen zich eerder om de druïdenstaf gewonden hebben als teken van paring en bevruchting. Binnen het Christendom echter werd de slang van de aardegodin als duivels gezien.
Patrick komt van Pater oftewel vader. Mogelijk is Patrick een Keltische pendant van Liber Pater. Op de naamdag van sint Patrick (17 maart) werd door de straten van Rome ter ere van Liber Pater een gigantische fallus gekroond met een yonische bloemenkrans door de straten gevoerd. (12) De oorspronkelijke Keltische vadergod de Dagda bevruchtte de godin met zijn achtpuntige knots. De staf van de christelijke Patrick is onvruchtbaar. Hij propageerde het celibaat en de steriele, puur mannelijke drie-eenheid van de vader, de zoon en de heilige geest. Dit is een dramatische omkering van de oorspronkelijke betekenis van het klaverblad als symbool van bevruchting. Het alomtegenwoordige paradijselijke geluk van de klaver drie bracht in het Christendom geen geluk meer. Geluk werd een uiterst zeldzaam fenomeen voor wie een klaviertje vier vond, als symbool van het mannelijke kruis. Zo verdreef het de betovering uit de wereld, samen met de slang uit het heidense paradijs..

Noten:
1) http://www.volkoomen.nl/T,%20U/trifolIUM.htm Wie dus het geluk zoekt dmv een hazenpootje hoeft slechts klaver vier bij zich te dragen..
2) Compendium van rituele planten 586
3) Het is ’t symbool voor Ierland, net als de distel dat is voor Schotland, de Roos voor Engeland en de prei (sic!) voor Wales..
4) Walker – Encyclopedia 930
5) Bloemen taal en symboliek 91
6) http://www.1911encyclopedia.org/Key
7) Mabinogion 111
8) R. Graves – White Goddess 86
9) Walker – Encyclopedia 1016 en Matthews – Encyclopedia of celtic wisdom 106
10) Walker 931 en meer plastisch; de duivel zou een drievoudige fallus hebben voor de drie openingen van de vrouw.. http://www.washingtonpost.com/wp-srv/style/longterm/books/chap1/deathof.htm
11) De Cleene – Compendium 582
12) Walker – lemma Patrick Image

Heksenzalf

Tijdens mijn studie geschiedenis kwam ik een 15e eeuws Nederlands recept tegen voor de vliegzalf van de heksen. De mediaevist Braekman die dit recept en bijbehorende vliegspreuk beschreef had destijds geen vermoeden dat dit om een authentiek recept voor vliegzalf ging, later beschreef hij het opnieuw. Nu vergeleek hij het wèl met de beruchte vliegzalf waarmee heksen door de lucht konden vliegen naar de heksensabbat. (1)

Ik kreeg zekerheid dat dit recept vliegzalf betrof toen ik het vroegst bekende recept voor vliegzalf ontdekte. Dit is het recept voor ‘unguentum pharelis’ van de Duitse dokter Johannes Hartlieb uit 1456 uit zijn ‘buch für allen verboten Kunst’. Beide recepten zijn ontzettend boeiend voor elke rechtgeaarde paganist. Het geeft een van de zeldzame bewijzen voor het werkelijke uitoefenen van hekserij in Nederland.

van Oostsanen heks van Endor

(heks van Endor – van Oostsanen 1526)

Recepten voor heksenzalf

Hieronder volgen de beide recepten:

Eerst het vertaalde Nederlandse recept uit het 15e  eeuwse manuscript van Joannnes Alphensis:

Om snel te reizen waar je maar naar toe wilt.

Maan: Ijzerhard, Mars: vuurwerkplant, Mercurius: Bingelkruid, Jupiter: huislook, Venus: valeriaan, Saturnus Betonie, Zon: goudsbloem (of chichorei).

Idem weet dat gij al deze kruiden verzamelen zal in de naam van Pharel en als de maan wassende is. En verzamel geen kruiden als de maan in het teken Ram staat. En dan als de maan vol is, na zonsondergang, zo maakt gij zalf op de manier van Pharel. Meng het sap van de voorgenoemde kruiden met het vet van een geit en het bloed van een vleermuis, de hele tijd zeggende de naam Pharel. Als dit gedaan is doet u de zalf in een zilveren bus en leg het de hele nacht daar zeggende: ‘O waardige Pharel, ik offer u deze zalf’. Als gij het proberen wilt zult u een klein beetje van deze zalf op uw aangezicht, handen en borst bestrijken terwijl u zegt: ‘Othinel, Pharel, Clemosiel, Pharel, Adromaniel, Pharel’ en noem de plek waar u wezen wilt. (2)

Dan het vertaalde citaat uit het boek van verboden kunsten uit 1456 van de Duitse dokter Johannes Hartlieb:

Voor zulke reizen gebruiken mannen en vrouwen, namelijk de ‘unhulden’ [vrouwelijke nachtgeesten, mogelijk in het gevolg van vrouw holle, later gezien als heksen] een zalf genaamd ‘unguentum pharelis’ Zij maken deze van zeven planten en plukken elke plant op de dag die behoort bij deze plant. Zo plukken zij op een zondag Goudsbloem (of chichorei), op maandag koningsvaren, op dinsdag ijzerhard, op woensdag bingelkruid, op donderdag huislook, op vrijdag venushaar. Hiervan maken zij zalf door er vogelbloed en vet van dieren doorheen te mengen wiens namen ik niet zal noemen om niemand kwaad te maken. Dan wanneer zij willen, smeren ze het op  banken of stoelen, hooivorken of kachelpoken en vliegen erop. Dit is ware Nigromantie en strikt verboden. (3)

Het valt in deze tekst op dat de zaterdag wordt overgeslagen. In het vroeg 19e eeuwse boek ‘Aberglaube des mittelalters’ van Heinrich Schindler is hetzelfde recept te vinden. Daar wordt het expliciet heksenzalf genoemd. Ook wordt daar duidelijk vermeld dat de kruiden op de desbetreffende dag geplukt of verzameld moeten worden en noemt voor zaterdag als plant de heliotropum europaeum oftewel ‘zonnewende’ de zondag heeft niet de goudsbloem maar het bilzekruid en als extra kruiden worden nog wolfskers en monnikskap genoemd. (4)

Deze laatste drie zijn direct ook de meest hallucinogene en giftige planten in het rijtje. Deze drie van het geslacht nachtschade worden het meest genoemd in andere recepten voor heksenzalf. Zij brengen het getal op negen. Welke bron Schindler heeft gebruikt blijft echter duister. Het Nederlandse en het Duitse recept noemen de zalf ‘unguentum Pharelis’ of ‘unguent in den maniere van Pharel’. Schindler noemt het als enige ‘Hexensalbe’. Vier van de zes of negen planten die genoemd worden staan in beide bronnen. Dit is best veel gegeven de enorme hoeveelheid kruiden die er zijn en samen met de naam Pharel duidt dit op een gemeenschappelijke bron.

417px-Baldung_Hexen_1508_kolhbg13

(afb: Heksen van Baldung Grien bezig met hun werk ca. 1510)

Pharel en varende Brünhilde

Een van de meest intrigerende elementen in de tekst is de naam Pharel. Deze naam zou heel goed op Pharaildis kunnen slaan. Pharaildis is een kuise vrouw uit Gent die liever dan met haar man te vrijen ’s-nachts naar de kerk ging, wat haar man tot wanhoop dreef. Verder wekte ze een gans weer tot leven en had daarom een gans als embleem. Zo werd zij beschermheilige van Gent. (5) Er is een grote kans dat dit een nepheilige is, verzonnen om een oudere verering van een Godin te verhullen. Pharaildis is namelijk ook een naam van Herodias. (6)

Herodias is een naam voor de godin die met vele vrouwen in de nacht door de lucht vloog, zij is leidster van de Wilde Jacht. (7) Andere namen voor deze godin zijn Diana, Abundia, Satia, Bensoza, Bertha en Holda. Herodias kwam in dit rijtje terecht omdat zij in de middeleeuwse folklore werd gezien als de danseres van de zeven sluiers die haar vader koning  Herodes om het hoofd van Johannes de Doper vroeg. Toen zij dit hoofd kuste blies Johannes haar de lucht in en veroordeelde haar om eeuwig door de lucht te vliegen. Zij reed in de lucht en in haar gevolg reden de varende vrouwen, de toverwijven. Volgens één geschrift werd zij gediend door een derde van de mensheid. Later maakte dit haar tot een demonische heksenaanvoerster. (8)

De naam Pharaildis is Veerle of Verelde in het Nederlands en naar haar werd de Melkweg ook wel de Vroneldenstraat genoemd.  Haar naam zou varende Hilde of vrouw Hilde betekenen. Ook al lijken de namen op elkaar Hilde zou toch niet dezelfde zijn als Holda. Ze is wèl te vergelijken met de Walkure Brünhilde. De melkweg wordt namelijk ook wel Broeneldenstraat genoemd naar Brünhilde. (9) Het unguentum Pharelis wordt zo een zalf om mee te kunnen vliegen in het gevolg van Pharaildis oftewel de leidster van de Wilde Jacht! Het was de zalf die vrouwen (en sommige mannen) gebruikten om uit hun lichaam te treden om zo in de nacht mee te kunnen reizen met hun godin in het door haar aangevoerde geestenleger. In beide 15e eeuwse teksten wordt nog niet gesproken van heksen of heksenzalf. Dat komt pas in de 16e eeuwse bronnen

De grote heksenvervolgingen moesten nog beginnen en de kerk verbood juist het geloof in de nachtvlucht. Vrouwen die geloofden dat ze mee vlogen in de nacht met Diana of Herodias waren bijgelovig en moesten boete doen. (7) Langzaam maar zeker veranderde dit onder invloed van de Malleus Maleficarum van 1476 in een geloof in de fysieke realiteit van de nachtvlucht en deze ‘unhulden’ of nachtgeesten werden bestempeld tot boze heksen. Het waren kwade vrouwen die zwarte magie bedreven als onderdeel van hun pact met de duivel. Vanaf de zestiende eeuw vlogen ze ook niet meer met een Godin maar met de Duivel.

Othinel

Van de andere genoemde geesten is alleen Othinel mogelijk identificeerbaar. Dit zou heel goed op Odin kunnen slaan! Deze wordt ook wel Othin genoemd en is bekend als leider van de Wilde Jacht! Van Odin wordt in de Edda gezegd dat hij tovenaar is en uit zijn lichaam kan treden. (10) Een goede mannelijke tegenhanger dus van Pharel / Pharaildis. Dat Othinel ook in de bijbel wordt genoemd als één van de Richteren is alleen maar handig als dekmantel.

De andere wezens die in de incantatie / toverspreuk genoemd worden zijn moeilijker te plaatsen. Adromaniel en Clemosiel zijn nergens te vinden. Wel kan het zijn dat deze wezens onder invloed van het Christendom gezien werden als Engelen. Zowel engelen als demonen kregen zeer vaak de uitgang El of Ïel in hun naam (denk aan Gabriël en Michaël). In de Henochiaanse magie is het oproepen van engelen zelfs onontbeerlijk. Dit blijft dus nog een raadsel.

Abramelin de Magus

Een derde vijftiende eeuwse bron voor het gebruik van heksenzalf is het boek van Abramelin de Magus uit 1458. De magiër beschrijft daarin dat hij in het Duitse plaatsje Lintz een jonge vrouw (hij noemt haar geen heks) ontmoet die hem garandeerde dat zij hem zonder risico zou kunnen brengen naar elke plek die hij wenste. Zij gaf hem daarop een zalf die hij op de belangrijke aders van zijn handen en voeten wreef. Vervolgens leek het hem toe dat hij door de lucht vloog naar de plaats die hij had gewenst. Hij werd wakker met hoofdpijn en een sterk gevoel van melancholie. Het voelde sterk alsof hij werkelijk en lichamelijk op die andere plek was geweest. (11)

Het lijkt er sterk op dat we in dit verslag van Abramelin de magiër een authentieke weergave hebben van de werking van de heksenzalf waarvan we de receptuur hebben kunnen halen uit de twee andere bronnen.

salvator rosa (2)

(Salvator Rosa – Witches at their incantations 1646)

De zeven planten en de vliegreis langs de zeven sferen en planeten

De ingrediënten van het 15e eeuwse Nederlandse recept voor vliegzalf zijn – naast het vet van een geit en het bloed van een vleermuis – de volgende zeven planten: Ijzerhard, vuurwerkplant, bingelkruid, huislook, valeriaan, betonie en goudsbloem. Het Duitse 15e eeuwse recept van Hartlieb noemt nog verder koningsvaren, venushaar en zonnewende. (12) Met dit recept is het zeer de vraag of er een hallucinogene werking van  de zalf uit zal gaan. Het enige giftige middel in de zalf is het bingelkruid. Ik kom dit echter nergens tegen als een hallucinogeen middel. Het lijkt er daarom op dat het effect meer uitgaat van sympathetische magie. Elke plant heeft namelijk wel een magische connotatie en hoort bij één van de 7 planeten. (13 [voor de plantliefhebbers onder ons zie deze noot voor een uitgebreide beschrijving] )

Door het oproepen van de leider en leidster van de Wilde Jacht Odin (Othin) en Pharaildis (Pharel) en het insmeren met zalf van de planten die behoren bij de (geesten van ) de zeven planeten kon de tovenaar of heks uit haar lichaam treden  en langs de zeven sferen opstijgen tot ze de plaats bereikte waar alle wensen mogelijk zijn.

We hadden al vastgesteld dat Pharel / Pharaildis een andere naam voor Herodias was. Herodias werd weer verward met haar dochter Salomé. Zij danste voor haar vader Herodes de dans van de zeven sluiers en won daarmee het hoofd van Johannes de Doper. Deze dans is niet slechts een vulgaire striptease – zoals men vaak denkt – , maar de rituele uitbeelding van het afleggen van de zeven illusies en het langs de zeven poorten gaan van de onderwereld. Bij de laatste poort ben je naakt en voorbij alle illusie van tijd en ruimte in de wereld. (14) Hier is éénheid en gelukzaligheid. Voor mij maakt het niet uit of we dit nu hemel, paradijs, Nirvana, Walhalla of zelfs Venusberg noemen.. Salomé betekend vrede en in die plaats bereikt men vrede. Het is niet toevallig dat bij een heksenzalf met zeven planeetplanten ook een godin behoort die langs de zeven sferen kan reizen.

De mannelijke tegenhanger van Pharel / Pharaildis in het gedicht is Othin / Odin.  Hij bereid zijn paard of essenboom om alle negen werelden te bereizen. Het reizen gaat niet fysiek, maar in de geest, buiten het lichaam.

Tripmiddelen als bestanddeel in heksenzalf

Als extra ingrediënten voegt Schindler nog bilzenkruid geplukt op zondag, wolfskers en monnikskap toe aan het oude recept. Dezen hebben alle drie hallucinogene bestanddelen met name atropine, scopolamine en hyoscamine. Als deze drie toegevoegd worden aan het recept is de kans op een vliegsensatie een stuk hoger.  Dat wil niet zeggen dat hallucinogenen onmisbaar zijn om te kunnen  ‘vliegen’. Ik stel mij voor dat ervaren heksen door hun regelmatige oefeningen in bewustzijn dit niet nodig hebben. (15) Onervaren heksen kregen met deze extra bestanddelen een duwtje in de rug. Dit bleef altijd gevaarlijk. Er zijn vele anekdotes over heksen die halverwege van de bezem vielen of in de wijnkelder of op de sabbat de juiste spreuk om terug te gaan niet meer wisten. Anders gezegd ze wisten de weg naar hun lichaam niet meer en werden gek of gingen zelfs dood.

hbg2 w1

(Afb. Heksen onder invloed van Hans Baldung Grien en heks die zich insmeert met zalf)

De bezemsteel als dildo

De reisinstrumenten die genoemd worden in de tekst van Hartlieb zijn banken , stoelen, hooivorken en kachelpoken. In andere bronnen noemt men de geit, het spinrokken, de beruchte bezemsteel of gewoon een stok(je). Deze objecten kunnen op een fysieke en een geestelijke manier worden geïnterpreteerd:

Fysiek bekeken is er de mogelijkheid dat als je schrijlings op een staf gaat zitten die dik ingesmeerd is met hallucinogene zalf – zeker als je kleine wondjes hebt, waardoor het werkzame bestanddeel nog sneller wordt opgenomen – dit een vliegsensatie teweeg brengt. Temeer als deze staf meer een dildo-achtig voorwerp blijkt te zijn.  (16) Deze theorie wordt meermalen op internet geopperd. Maar rechtstreeks bewijs ontbreekt ten enenmale. Het enige wat ik hierover ben tegengekomen is een bron waarin geen stok maar een ‘stockske’ ingesmeerd met zalf gebruikt werd om mee naar de sabbat te gaan. Een stokje klinkt niet als een middel om op te gaan zitten om je naar door de lucht en naar de sabbat te dragen. Mogelijk dus toch voor intern gebruik? Helaas kan ik voornoemde bron nergens meer terug vinden.

Ander indirect bewijs is een citaat uit 1470 van de theoloog Jordanes de Bergamo: ‘maar het volk gelooft en de heks bekent, dat op zekere nachten zij een staf zalven en erop rijden naar een afgesproken plek of zichzelf zalven onder de oksels of in andere harige plaatsen.’ (17)

In 1324 bekende de Ierse heks Alice Kyteler dat zij een stok invette met zalf en daarna gallopeerde zij ermee ‘door dik en dun’. Dit betekend door dicht struikgewas en bos met spaarzamere begroeiing. (18)

Zij gebruikt haar staf dus als paard. Dit is geen gewoon paard maar een ‘hobby-horse’ of een ‘cock-horse’ waarop later kinderen paardje reden, maar in deze tijd nog de heksen. Een aantal schilderijen uit de zestiende eeuw laten niets aan duidelijkheid te wensen over wat betreft de stok en de labiae, één heks berijdt zelfs een fallus! (19) Echter ook daar is er geen sprake van inwendig gebruik.

389px-Parmigianino_-_witches'_sabbathnaamloos

(Afb.: Parmigianino (1503-1540) 1530 – Heksensabbat en Francisco GOYA (1746-1828) uit de Caprichios)

De bezemsteel als kosmische boom

Geestelijk en symbolisch bekeken is elke staf- of paalvormig object een schematische weergave van de kosmische as. De wereldboom die wij als een energiestroom in ons energetische lichaam hebben en ons verbindt met de hemelpool en de aardepool. Wij zitten tussen die mannelijke en vrouwelijke energie in. Wij zijn een minikosmos, een microversie van de macrokosmos. Door uit ons lichaam te treden kunnen we over de fysieke grens in de onderwereld of bovenwereld komen.

Het symbool van de bezem bleek in de loop van de tijd het meest krachtige archetypische beeld om te laten zien hoe de heks tijdens haar extase, haar nachtvlucht, heen en weer gaat tussen mannelijke en vrouwelijke energieën om uiteindelijk de andere wereld te bereiken. Een traditionele heksenbezem bestaat uit es voor de staf, berk voor de twijgen en wilg om ze samen te binden. (20) De vrouwelijke berkentwijgen worden met wilg samengebonden aan de mannelijke staf van essenhout. ]

Met de es Yggdrasil berijd Odin de negen werelden. Maar ook de berk staat bekend als kosmische boom waarmee de sjamaan de andere wereld kan bereiken. Ook de wilg is een kosmische boom. Zij is de staf van de Griekse godin Helice die altijd de poolster aanwijst. Zo combineert de heksenbezem drie krachtige kosmische houtsoorten die helpen om te reizen in de geest. Ook hier draait het om sympathetische magie.

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

Noten:

1 W. Braekman – Witte en zwarte magie http://www.dbnl.org/tekst/brae003midd01_01/brae003midd01_01_0006.php

2 Om te reysen haestelic daer men wil.

Luna: herba columbina, Mars: diptannus, Mercurius: mercurialis, Jupiter: barba Jovis, Venus: valeriana, Saturnus: betonica, Sol: solsequium. Item weet dat ghi alle dese cruden vergaderen sulte inden name van Pharel ende als die mane wassende is. Ende en vergadert gheen cruden als die mane is in Aries. Ende dan, als die maen vol is, na der sonnen onderganc, so maket u unguent1 inden maniere van Pharel. Ende menghe dat sap vande voirseide cruden mitten smeer vander gheiit ende mitten bloede vander vledermuus, altoes nomende Pharel. Ende als dit ghedaen is, so doch2 diin ungent in een siilveren bosse3, ende legghent alden nacht daer seggende: ‘O waerdighe Pharel, ic offer di dit ungent’, ende dan neemt u ungent ende bewaertet. Ende als giit besigen wilt, so suldi nemen een luttel van dinen ungent ende besalven daermede diin aensicht, diin handen ende diin borst, ende segt aldus: ‘othinel Pharel clemosiel Pharel. Adromaniel Pharel’, ende nomen4 die stat5 daer ghi wesen wilt

“Das puch aller verpoten kunst, ungelaubens und der zaubrey” van Johannes Hartlieb 1456

‘Zu sölichem farn nützen auch man und weib, nemlich die unhulden, ain salb die hayst unguentum pharelis. Die machen sy uß siben krewtern und prechen yeglichs krautte an ainem tag, der dann dem selben krautt zugehört. Als am suntag prechen und graben sy Solsequium, am mentag Lunariam, am eretag Verbenam, am mittwochen Mercurialem, am pfintztag Dachhauswurz Barbam jovis, am freytag Capillos Veneris. Daruß machen sy, dann salben mit mischung ettlichs pluotz von vogel, auch schmaltz von tieren; das ich als nit schreib, das yemant darvon sol geergert werden. Wann sy dann wöllen, so bestreichen sy penck oder stül, rechen oder ofengabeln und faren dahin. Das alles ist recht Nigramancia, und vast groß verboten ist.’

‘For such travels both men and women, namely the witches use an ointment called “unguentum pharelis”. They make it from seven plants and pick each plant on the day belonging to that plant. So on Sunday they pick Solsequium, on Monday Lunaria, on Tuesday Verbena, on Wednesday Mercurialis, on Thursday Barbam Iovis, on Friday Capillos Veneris. From that they make ointment by adding to it blood of birds and fat from animals whose names I will not write so that no one is angered by it. Then, when they want, they spread it on benches or chairs, rakes or ofengabeln (big oven forks) and fly on them. This is a real Nigramancia and is strictly forbidden.’

4       Der Aberglaube des Mittelalters – H. Schindler 1858 p. 160 http://www.archive.org/details/deraberglaubede00schigoog

5       Met de zuid-Duitse leidster van de wilde jacht; vrouw Bertha of Perchta heeft ze dit embleem van de gans gemeen. ‘Bertha met de ganzevoet’ wordt weer gezien als een voorloper van (de sprookjes van) ‘moeder de Gans’.

6       Zo wordt zij genoemd in het Middelnederlandse gedicht uit de 11e eeuw Reinhardus of Ysengrimus. http://www.dbnl.org/tekst/_tie002200901_01/_tie002200901_01_0016.php

7       Canon Episcopi in de 11e eeuwse versie van Burchard van Worms

“certain wicked women” (quaedam sceleratae mulieres), who deceived by Satan believe themselves to join the train of the pagan goddess Diana (to which Burchardus added: vel cum Herodiade “or with Herodias”) during the hours of the night, and to cover great distances within a multitude of women riding on beasts, and during certain nights to be called to the service of their mistress.

8       Bächtold – Staubli – Händworterbuch des Deutschen Aberglaubens op het lemma ‘Pharaildis’

9       Walküren zijn vrouwelijke luchtgeesten uit de Germaanse mythologie die de krijgers op het slagveld kozen die moesten sneuvelen. Zij konden zich o.a. in zwanen veranderen.

10  Snorri Sturluson – Ynglinga Saga 7 ‘Odin kon van gedaante veranderen. Dan lag zijn lichaam erbij alsof het dood en ingeslapen was, en onderwijl was hij dan een vogel of een viervoetig dier of een vis of een slang, en zo ging hij vliegensvlug naar verre landen om daar zijn zaken of die van anderen te behartigen.’

11 The Book of the Sacred Magic of Abramelin The Mage (1458 AD)

The First Book of Holy Magic, Chapter VI:

http://www.sacred-texts.com/grim/abr/abr012.htm

Het oudste nog bestaande transcript van dit boek is uit 1608

12 Das puch aller verpoten kunst, ungelaubens und der zaubrey –  Johannes Hartlieb 1456

(13) Maandag op de dag van de maan pluk je volgens ‘t Nederlands Handschrift luna herba columbina oftewel IJzerhard.

IJzerhard (verbena officinalis) was al bij de Egyptenaren gewijd aan Isis en werd bij de Romeinen de tranen van Juno genoemd. Verder wordt het ook wel de tovenaarsplant genoemd. Het is een zuiverende plant; De altaren van Jupiter werden met takken van ijzerhard schoongeveegd. Het is één van de planten die de druïden gebruikten als allesgenezer. De Germanen noemden het Dinskraut naar de god Dinar, de god van het ding (de stamvergadering) en de oorlog. (Bij Hartlieb hoort de plant bij de dinsdag..)  Ijzerhard komt veel voor in liefdes- en lustopwekkende magische recepten. Volgens het volksgeloof droegen heksen als zij naar de heksensabbat gingen een kousenband van ijzerhard waardoor zij onvermoeibaar werden. (BO 189)

Volgens Hartlieb wordt op maandag Lunaria geplukt. Dit zou het koningsvaren  kunnen zijn. Van varen wordt in een Duits kruidboek gezegd dat er een geen kruid is waar meer heksenwerk en duivelse kunst mee bedreven wordt! (Braekman 386) Toen men nog niet van sporen wist geloofde men in het bestaan van een onzichtbaar varenzaad. Dit zaad als je het kreeg van de duivel (met midzomer of met kerst) heeft allerlei magische eigenschappen. Als je het bij je droeg bleef je altijd jong, verstond je de taal der dieren, werd je onkwetsbaar, won je altijd in het spel en kon je je onzichtbaar maken.

Dinsdag op de dag van Mars pluk je diptannus, de vuurwerkplant. Gewijd aan de Kretaanse godin Dyktinna. Zij was Artemis Dyktinna godin van de jacht en de dieren en zo weer gekoppeld aan Diana! Onder haar andere naam Britomartis wordt zij weer geassocieerd met Mars. De plant groeide ook in de kruidentuin van de Griekse heks Medea.

De plant wordt wel vuurwerkplant genoemd omdat de etherische olieën in de plant op hete zomerdagen tot het waarnemen van blauwe vlammetjes rondom de plant kan leiden.

Volgens Hartlieb is dinsdag de dag waarop ijzerhard geplukt moet worden.

Woensdag op de dag van Mercurius (Wodan/Odin)  plukt men volgens beide bronnen ‘mercurialis’ oftewel bingelkruid

Bingelkruid is uit de wolfsmelkfamilie en giftig. Hij is aan Mercurius of Wodan gewijd. (BO135) De kruidkundige Dodoens schrijft dat het kruid Hermoupoa heet naar Hermes / Mercurius die het kruid als eerste zou hebben gevonden.

Donderdag op de dag van Jupiter (Donar/ Thor) plukt men volgens beide bronnen Barba Jovis oftewel huislook (sempervivum tectorum).

Huislook is gewijd aan Wodan en/ of Donar. Het werd in de volksmond ook wodansbaard of donderbaard genoemd. (BO 113) Men liet het in de dakgoot groeien tegen blikseminslag. Ook werd het gebruikt om heksen uit het huis te houden door het in de schoorsteen te hangen. (76 cock spreekwoorden)

Vrijdag op de dag van Venus plukt men Valeriana Officinalis oftewel Valeriaan.

Valeriaan is in ’t Duits Baldrian en gewijd aan de zonne- en lentegod Balder. Het geneest de ‘vallende ziekte’ epilepsie en wordt in vele middeleeuwse liefdesdranken verwerkt. Dodoens zegt hierover ‘De ongheluckighe ende onsalighe vrijers en vrijsters ghebruycken de Valeriane in haer minnedrancken..’. (Dodoens 568)

Naast liefde kan valeriaan ook lustgevoelens opwekken bij de uitverkoren persoon.

Bij Hartlieb Is het op vrijdag te plukken kruid de ‘capillos veneris’ oftewel venushaar. Venushaar is aan Venus gewijd. Maakt jong en verbreekt iedere betovering. Het heelt slangen- en spinnenbeten.

Op zaterdag, de dag van Saturnus pluk je betonica oftewel betonie. Betonie wordt wel de meesteres van alle kruiden genoemd. (BO 199) De Kelten noemden het de levensplant. De plantkundige Lobelius schrijft over betonie: ‘Betonie bewaart de zielen en lichamen van de mensen en bevrijd en beschermt de nachtwandelingen van toverijen en gevaar. Ook beschermt het de gewijde plaatsen en kerkhoven van verschrikkelijke visioenen, zij is goed en heilig.’ Volgens Hildegard von Bingen was het kruid goed tegen alle kwade toverij (rituele planten 296)

Bij Hartlieb ontbreekt de plant van Saturnus en de zaterdag. Schindler vult het aan met Heliotropum Europaeum oftewel heliotroop / zonnewende. Zij heet zo omdat zij bloeit met de midzomerzonnewende en omdat de bladeren van de plant zich wenden naar de zon. Wie slaapt op blad van zonnewende zal de volgende ochtend weten of en wie hem wil bestelen zegt het volksgeloof. Heksen konden er onweer mee maken. (heksenkruiden 13, braekman 358)

Zondag is de dag van de zon waarop men voor de heksenzalf solsequium plukt. N.a.w. is dit goudsbloem. Ook Hartlieb heeft solsequium. Dit kruid is gewijd aan de heksengodin Hekate. In Frankrijk hing men het aan de deur om het kwaad te weren en meisjes dansten met blote voeten op een bed van goudsbloemen om de taal van de vogels te kunnen verstaan. (bloementaal 67)

Bilzenkruid (hyoscamus Niger) ook wel dolkruid en slaapkruid genoemd zou gewijd zijn aan Bile of Bel de Keltische dodengod (BO 222) Men kan demonen aanroepen door een figuur te schilderen met het sap van deze plant. In de 11e eeuw werd er in Hessen weermagie mee bedreven. Een naakt meisje moest het kruid met haar rechterhand uittrekken en aan haar rechtervoet vastbinden. Dit ‘regenmeisje’ werd met water besprenkeld onder het zingen van bezweringen. In 1538 dwong een vrouw uit Pomeren een man om haar na te lopen door aarde uit een graf, bilzenkruid, zout en schaamhaar in zijn schoen te strooien. (Rituele planten 214) Zo zijn er nog veel meer magische handelingen met bilzenkruid te noemen..

Wolfskers is ‘atropa belladonna’ en wordt ook wel dolkruid genoemd. Zij is genoemd naar de Griekse schikgodin Atropos. Zij is de onafwendbare de donkere godin die de levensdraad doorknipt. Bella donna staat juist voor mooie vrouw en de plant zou deze naam gekregen  hebben omdat met het sap van wolfskers vrouwen zichzelf mooie ogen probeerden te geven. Het verwijd namelijk de pupillen van de ogen.

Monnikskap (aconitum napellus) of ‘wolfsbane’ is ontstaan uit het spuug uit de mond van de hellehond Cerberos toen dat op de grond drupte toen Hercules hem uit de onderwereld bracht als één van zijn werken. Medea brouwde er haar gifdranken mee. Bij de Germanen heet hij Thor’s helm en later ‘trollenhoed’. De extreme giftigheid leest men uit de anecdote over de vergiftiging van Claudius. Julia Agripinna wou haar zoon Nero op de troon krijgen. Zij vergiftigde daarom keizer Claudius door zijn ganzenveer in te smeren met monnikskap. Hij gebruikte deze namelijk om zijn huig te kietelen om over te geven (ws. om verder te kunnen zwelgen tijdens een orgie, maar misschien had hij gewoon een gevoelige maag).

(14) Walker – woman’s encyclopedia of myths and secrets op lemma Salomé. Voor Salomé deed Ishtar dat al in de Babylonische mythe en Inanna in de Sumerische versie.

Zowel de reis naar de bovenwereld als de onderwereld gaat langs zeven niveaus. Pharaildis kan zowel omhoog als omlaag getuige de naar haar vernoemde Vroneldenstraat c.q. Melkweg..

(15) Dit is eigen speculatie. Over de inwijding tot heks in de middeleeuwen weten we bijna niets. Behalve duivelspact, duivelsteken en duivelskus, vaak werd wel zo het begeerde poeder om kwaad te doen of zalf om mee te vliegen gewonnen..

(16) Dildo’s bestaan al sinds de prehistorie http://en.wikipedia.org/wiki/Dildo

Burchard van Worms (12e E) schreef hierover in zijn boeteboek: “Have you done what certain women are accustomed to do, that is to make some sort of device or implement in the shape of the male member of a size to match your sinful desire? If you have done this, you shall do penance for five years on legitimate holy days.”

(17) http://scienceblogs.com/terrasig/2007/10/on_the_origin_of_witches_and_b.php)

Jordanes de Bergamo – questio de striigis 75

(18) http://www.obrien.ie/files/extracts/BewitchedLand-sample.pdfhttp://www.phrases.org.uk/meanings/through-thick-and-thin.html

Een opmerkelijke fraseologie als je bedenkt dat één van de meest voorkomende spreuken om de heksenvlucht te beginnen luidt: “Over haag en heg tot Keulen in de wijnkelder”. Dit noemen van haag en heg is betekenisvoller dan je zou zeggen op het eerste gezicht. De heg is al sinds jaar en dag een afscheiding tussen de gecultiveerde en de woeste grond. Oftewel een afscheiding tussen de mensenwereld en de woeste natuur. Een grens tussen orde en chaos. De heks is in het middelnederlands haghetisse oftewel heggerijdster!

(19)   Het schilderij heksensabbat van Parmigianino uit 1530.

Als mare/succuba bereden vrouwen ook de slapende man en zijn penis (cock) als paard. Hij kreeg een erotische droom en zij kreeg zijn energie om daarmee verder te kunnen vliegen.

(20)    Robert Graves –the white goddess 173

Driekoningen en het heilig boontje

Kinderen verkleed als de Drie Koningen

Kinderen verkleed als de Drie Koningen

Ook al is kerst en oud en nieuw geweest, de koek is nog niet op. Het laatste grote feest van de midwintertijd moet nog komen: Driekoningen! (1) Wie ooit op 6 januari traditioneel Driekoningen heeft gevierd die weet dat bonen speciaal zijn. Degene die de boon vind in zijn stuk taart is de bonenkoning! Hij mag koning zijn voor één dag. Hij is het (heilig) boontje! Omdat het meestal een zwarte boon is, die gevonden wordt zou je af kunnen leiden dat het om de zwarte koning Casper gaat. Zijn naam betekend de schatbewaarder. Hij is één van de drie ‘magi’, magiërs of wijzen uit het Oosten. Zoals we uit de bijbel weten volgen ze een ster om het uitverkoren kind te vinden. (2) In sommige plaatsen gaan – tot op de dag van vandaag – kinderen, verkleed als drie koningen, met een draaiende ster langs de deuren. Hun reden is wat prozaïscher, ze zoeken geen kind, maar geld of snoep… Vroeger waren het volwassen mannen die met de ster rondliepen. De draaiende ster is te interpreteren als het jaarwiel dat weer draait en de zon die wedergeboren is oftewel weer stijgt aan de hemel.

Maar… waren zij wel koningen? Waren zij niet eerder koninginnen? Zij kwamen om een nieuwgeboren kind te bezoeken en om hem gaven te schenken. De traditionele taken voor de drie schik- c.q. noodlotsgodinnen! Zij bepalen begin, eind en verloop van het mensenleven. Zij kwamen ook in de midwintertijd om in elk huis te inspecteren dat er geen wielen draaiden. Zij werden dan wel de ‘goede vrouwen’ genoemd. In Italië komt zij alleen en heet Befana. In de nacht van Driekoningen brengt zij kado’s aan de kinderen, zoals bij ons een maand eerder Sinterklaas die brengt en de drie koningen die brengen aan het Christuskind… Zij ziet er uit als een lelijke heks en is daarom te vergelijken met de donkere Casper, de schatbewaarder. Er is reden om aan te nemen dat de schat die bewaart wordt door de zwarte koning of zwarte noodlotsgodin bestaat uit zielen die klaar staan om geboren te worden.

Een belangrijk argument hiervoor is de boon. Bonen zijn zielenvoedsel. Zowel de oude Egyptenaren, als de Grieken en Romeinen geloofden dat bonen de zielen van overledenen konden bevatten. (3) In het bonenveld wachtten zij het juiste moment af om te reïncarneren. De Griekse filosoof Pythagoras wist dat al en verklaarde daarom het eten van bonen taboe voor alle mannen. Deze hebben nu eenmaal geen geboortekanaal. Tijdens de Romeinse Lemuria probeerde de pater familias de huisgeesten te verzoenen door ze zwarte bonen te geven. Hij deed de bonen in zijn mond en gooide ze daarna op de grond en riep dan negen maal; ik gooi deze bonen weg en koop de mijnen vrij, geesten verlaat dit huis! De geesten konden daardoor hun intrede nemen in de bonen in de hoop op reïncarnatie.
Waarom zou de ziel juist in de boon een verblijfplaats willen hebben? Ze lijken in de verte wel wat op het embryo van een kind, maar nog belangrijker; ze geven gas! Ja, inderdaad je moet ervan winden laten! En de pneuma, de geest bestaat uit gas, de levensadem, die zich via het hart verdeelt over het hele lichaam. Dit gas wordt nu eens niet door een mannetjesgod uitgeblazen, maar – zo zou je het kunnen zien – door de godin uitgepoept!
We hebben in onze tijd zo’n distantie gecreërt tot onze normale lichaamsfuncties dat we slechts kunnen lachen om dit denkbeeld. Maar ook op dit vlak heeft verchristelijking iets allernatuurlijkst verduivelt. In de middeleeuwse folklore liet de duivel een afschuwelijke stank achter en de ingang van de hel was via zijn achterste. Een nog ouder beeld is de poort van de onderwereld als het achterste van de duvel zijn moer (moeder). De moer van de duivel was en is de onderwereldgodin; vrouw Hel, of vrouw Holle. Zij is godin van de dood, behoedster en bewaarder van het nog ongeboren leven (mensen-, dieren-, en plantenzielen). Als zij bonen at liet zij een scheet en een ziel verliet haar achterste, de uitgang van de onderwereld en een kind werd er in de mensenwereld geboren! Hoe hilarisch dit ook klinkt, toch zit er een logica in dit beeld…
De drie koningen vonden uiteindelijk Jezus in een grot (een stal in Palestina was in die tijd meestal een grot). Een passende plek want grotten zijn de ingangen naar de wereld van de godin van leven, dood- en wedergeboorte. Uit zo’n opening kan een goddelijk kind geboren worden.

De boon kan gek zijn als een rare snijboon, zij kan heilig zijn als het heilig boontje. Beide keren is zij niet van deze wereld, zij is anderwerelds, zij is een symbool voor de ziel. Als je de boon als plant (en als ziel) goed bemest, in het zonnetje zet en geregeld water geeft, dan zal die groeien en bloeien, mogelijk tot in de hemel, zodat die ziel een verbinding kan vormen tussen hemel en aarde, god en godin. In het sprookje van Sjakie en de bonenstaak gebeurt dat. Sjakie plant zijn wonderbonen en klimt via de steel naar een wereld in de wolken. Daar aangekomen kan hij het hemelse goud van verlichting meenemen. Sjakie (Jack in het Engels) is de volkse benaming voor Jacob uit de bijbel, die in zijn visioen de Jacobsladder zag waarmee engelen van en naar de hemel konden klimmen. Hij kreeg zijn hemels visioen echter door te slapen met zijn hoofd op een rotsblok, symbool van moeder aarde. (4)

1: Voor wie mijn blogs nooit heeft gelezen. Ze zijn gericht op het speculatieve. Niet datgene wat per definitie waar is, maar wat waar zou kunnen zijn. Het gaat mij erom dat de blog inspireert om anders en dieper naar symbolen, verhalen en rituelen te kijken om deze zo te kunnen doorgronden.

2: Deze drie koningen en hun ster doen me trouwens sterk denken aan de zoektocht van de priesters van het Tibetaanse Boeddhisme naar de reïncarnatie van de nieuwe Dalai Lama.

3: het gaat hier om de tuinboon, deze is inheems. De sperzieboon en snijboon werden pas later uit Amerika ingevoerd.

4: De boon in de koek en het kaarsjespringen zijn ook afgeleid van heidense gebruiken. De Germanen mochten in de twaalf nachten van de nieuwjaarsfeesten geen peulvruchten (hun hoofdvoedsel) eten en de ‘heilige boon’ betekende het einde van die vasten.

Mogelijk is er een etymologische verwantschap tussen de Romeinse bona dea (goede godin), de Keltische bean sidhe (elfenvrouw) en de boon. Een van de Keltische godinnen is ontstaan uit o.a. de bloesem van de boon, Blodeuwed. Zij laat zien dat het leven – en dus ook de Godin – twee kanten heeft. Enerzijds is zij de mooiste vrouw op aarde, gemaakt van lentebloesem, anderzijds bedriegt en verraad zij haar man en verandert uiteindelijk in een uil, het nachtwezen bij uitstek. Zo is het met de godin, zij wenst je als Bona Dea alle goeds in het begin van je leven, maar is als Bean Sidhe de onafwendbare zwarte aankondigster van je dood.