De koning der vogels; de betekenis van het sprookje van Grimm

Het sprookje van het winterkoninkje is door de gebroeders Grimm opgetekend in 1840 als ‘der Zaunkönig’, oftewel de heggenkoning. Het is vooral in Duitsland bekend en bestaat in ieder geval al sinds de 15e eeuw. Het verhaal is eigenlijk meer een mengsel van fabel en sprookje. Het gaat om de keuze van een koning der vogels, maar zoals in elke fabel zijn de dieren mensen in vermomming. We kunnen door middel van dit sprookje een dieper inzicht krijgen in het wezen van het koningschap vanuit een heidens perspectief. (1) [Wie eerst het sprookje wil lezen zie noot 1 voor de tekst]

zonnekoning512px-Dubbele_Adelaar_door_Strohl

De koning in het sprookje

De koning zou je kunnen zien als het wezen dat het meest lijkt op de zon. Hij is dus – net als de zon – het wezen dat de meeste kracht, warmte en energie uitstraalt. Hij is een stralend middelpunt! De bomen hebben de eik als koning, vaak afgewisseld met de hulst. Bij de dieren is de leeuw koning. Voor de mens ligt het wat complexer. In het sprookje wordt de held vaak koning doordat hij zijn avontuur heeft volbracht en vervolgens mag trouwen met de prinses. Via haar wordt hij koning. Je zou hem de Zonnekoning kunnen noemen.
Het sprookje vindt plaats in de tijd dat de mensen de vogeltaal nog konden verstaan – dus in de prehistorische ‘gouden’ tijd toen mensen nog hun instinct of hun intuïtie volgden in plaats van hun verstand. In die tijd kozen de vogels zich een koning. Traditioneel bekeken is de koning der vogels de arend. Deze wordt in de heraldiek adelaar genoemd. In het sprookje wint hij de wedstrijd wie het allerhoogst kan vliegen. Hij komt zelfs dicht bij de zon en is daarmee het meest gelijk aan de zon. Als hij op de thermiek weer omlaag zweeft, blijkt dat er een klein vogeltje zich tussen zijn nekveren heeft verscholen. Dit vogeltje vliegt nog een stukje hoger, volgens het sprookje zelfs tot aan de zetel Gods. De andere vogels vinden dit niet eerlijk en wijzigen de wedstrijd in wie het diepste de aarde in kan komen. De haan graaft een enorme kuil en lijkt te winnen. Maar ook nu wint het kleine vogeltje, door in een – dieper gelegen – muizengat te kruipen. Hij piept het allerhardst: ‘Ik ben de koning, de koning ben ik!’

eagle4_0

 De koning van het seizoen

In de twee wedstrijden wordt duidelijk dat er oorspronkelijk twee koningen waren, die elkaar halverwege het jaar aflosten. De ene weet het beste hemelwaarts richting de zon te gaan; hij is actief, extravert. Dit is de arend. De ander is gericht op de aarde en de maan; hij is passief en introvert. Welke vogel dit is wordt niet genoemd maar mogelijk is dit de haan. We vliegen met de adelaar en de zon mee van midwinter naar midzomer tot hij op zijn hoogste punt is. We dalen af van midzomer tot midwinter met de aarde gebonden haan die wel diep kan graven. Hij is een fallische vogel, zijn naam “cock” is ook die van het mannelijk geslachtsdeel. Hierin lijkt hij op de gehoornde god een “horny”, fallische god die veel meer aarde georiënteerd is. Het winterkoninkje kan door slim ge- of misbruik te maken van andermans inspanningen de wedstrijd winnen. Zo wint hij de wedstrijd en denkt koning te worden. Door de in gedachten omgezette wil van het ik of het ego kan dit aspect van de mens de rest van zijn natuur forceren en uitbuiten om boven zichzelf uit te stijgen op korte termijn. Op lange termijn blijkt hier echter een groot offer aan verbonden. Het wordt namelijk telkens moeilijker om op te gaan in de ervaring en de handeling.

Priapus

(Romeins fallisch beeldje van Priapus als haan)

De dood van de midwinterkoning

Met de midwinter is de ik-kracht in de vorm van gedachten de enige helende gif(t) of gave om het verstarde lijf weer op gang te brengen. De druïden wisten dit, erkenden de kracht van het – op het oog – meest kleine en onaanzienlijke vogeltje en noemden hem de ‘vogel der druïden’. Ook zou het winterkoninkje de vogel zijn geweest die het vuur uit de hemel heeft gestolen. (2) Vogels staan in de Europese cultuur symbool voor de ziel. Het winterkoninkje is echter te beschouwen als de ik-kracht van de druïde. De ziel van de druïde kon in de schijndood van zijn trance in de vorm van een adelaar gaan reizen langs de kosmische paal omhoog naar het zwarte gat in de sterrenhemel, de naaf van het hemelwiel, om daar de hemel in te gaan en de God te aanschouwen om terug te keren met nieuwe bezieling en vuur. Door middel van zijn ik-kracht kon de ziel van de druïde (het tussen de nekveren van de adelaar verstopte winterkoninkje) het goddelijke aanschouwen. Maar in plaats van in het goddelijke op te gaan kon de druïdenvogel een sprankje goddelijkheid in zichzelf opnemen en als een kooltje vuur meenemen naar onze wereld! Op de dag tussen de jaren, dag 0, mocht het winterkoninkje regeren om zo het nieuwe jaar geboren te doen worden. De bewuste ik-kracht gaf het jaarwiel het laatste benodigde duwtje voor een nieuwe ronde. Het equivalent in de bomen en plantenwereld is de maretak die tussen eik en hulst staat. Beiden werden geoogst in de midwinter en langs ieder huis gebracht als allesgenezer. (3)

In het geval van de winterkoning gebeurde het door het gebruik van de “hunting of the wren” Zij werd op 26 december sint Stevensdag uit de haag gejaagd door de zogenaamde roodborst, met de berkenknuppel gedood en – in een hoepel gebonden – getoond aan de mensen. Deze koning had het bewind voor slechts een dag en bekocht dit met de dood. De heerschappij van het hele jaar werd voor het winterkoninkje niet erkend. List en bedrog zijn geen methodes om koning te worden. Het koningschap behoort de vogel die het hoogst kan vliegen of het diepst de aarde in kan gaan op eigen kracht. Dit zijn de arend (adelaar) en – in mindere mate – de haan. De kleine vogel werd in zijn muizenhol gevangen gezet en bewaakt door de uil.

admar12wren1

Het midzomerkoninkje

Met de midzomer is niet verstarring (duf worden) maar juist verbranding het risico; het hyper worden. Deze overactiviteit of oververhitting keer je door het winterkoninkje met een steen tegen de achilleshiel te gooien of anders met een steen zijn verschroeiende oog uit te gooien. Dit is wat er gebeurd in de Keltische verhalen over de lichtgod Lugh of Llew. (4) Met de midzomer helpt de ik-kracht om de torenhoge, vurige idealen te aarden en je met de beide benen stevig op de grond te krijgen. Uit de hiel maak je weer verbinding met de aarde oftewel met je lichaam en je zintuiglijke ervaring. Llew heeft hier ook de nuchtere distantie, de emotieloze koele toestand die nodig is om goed te kunnen richten d.e. doelgericht te zijn. Door meer lucht en aarde in het systeem in te brengen kan tijdens de midzomer het jaarwiel een nieuwe wenteling maken en er een nieuwe jaarkoning komen. De midzomerkoning – of in een ander systeem de meikoning – wordt wel geassocieerd met de  ‘Cock robin’; het roodborstje. In enkele ballades is het roodborstje de rivaal van het winterkoninkje. Hij is ook te vergelijken met de doeltreffende Robin Hood die voor één dag meikoning is. (5) Of het kleine vogeltje nu helpt bij het tot rust komen en aarding in de midzomer of bij activering en meer vuur bij de midwinter, zij moet wel haar plaats weten! Eén dag per half jaar mag ze slechts regeren. Zij is eigenlijk niet het winter-, maar het midwinterkoninkje!

Puck_1629 (Oude afbeelding van Robin Hood)

De uilengodin

Het winterkoninkje werd niet uitgeroepen tot koning van het hele jaar. In het sprookje werd zij juist gevangen gehouden in het holletje waar ze in was gekropen en bewaakt door de uil. De uil is één van de verschijningsvormen van de zwarte godin. (6)  Zolang het winterkoninkje opgesloten zat in dit hol, die deel uitmaakt van de onderwereld van de zwarte uilengodin, bleef ze een klein onderdeel van het systeem van het jaarwiel. De uilengodin kijkt altijd toe. Is het niet met haar rechter- dan wel met haar linkeroog. Alleen bij het wisselen der ogen – op het moment van maximale introvertie dan wel extravertie – mag het winterkoninkje twee keer per jaar buiten voor koning spelen. Hij kan dan helpen met het keren der seizoenen. De rest van de tijd kraaien de haan en de adelaar op de kruin van het lic-haam (het lijk-hemd oftewel het fysiek omhulsel) hun victorie. (7) De mens probeerde in die tijd zijn eigen energetische systeem zo goed mogelijk in balans te brengen met de afwisselend passieve en actieve energie van het jaarwiel.

Toen de uilengodin (of je haar nu Lilith, Bloddeuwedd, Athena of Cailleach noemt) tijdens de fatale dag tussen de jaren eventjes haar waakzaamheid verslapte en een uiltje knapte, vloog het midwinterkoninkje uit het gat naar buiten. De ziel van een groot sjamaan of koning – zoals de haan of de arend – vind de weg terug en integreert weer volledig met zijn energetische lichaam. Andere zielen / vogels zullen zich echter identificeren met hun ego en daarmee het winterkoninkje tot koning maken. Daarmee zullen ze de weg naar binnen niet meer vinden. Het winterkoninkje speelt de koning, zeg maar tiran, over het lic-haam – het huis van de mens. Hij commandeert vanuit de heg, daar zit zijn veilige haven, zijn krachtcentrum. In deze meidoorn-, sleedoorn- of rozenheg is elk doorntje een gedachte die hem betoverd, en vasthoudt in een materialistisch wereldbeeld. Het winterkoninkje is te zien als het ego verstrikt in het web der gedachten.

lilith

Conclusie

Vanaf dat moment konden de mensen de taal der vogels niet meer verstaan. Het gouden tijdperk was voorbij. De uil – en met haar vele vrouwelijke eigenschappen, zoals gevoel en zintuiglijkheid – kregen hier de schuld van. Zij werden uit het daglicht en het bewuste verbannen. Ook nu nog komen gevoel en genot er voornamelijk ‘s-avonds en ‘s-nachts uit. De adelaar, het actieve mannelijke principe, wordt meestal uitgeroepen tot koning, maar zijn besluiten zijn ingefluisterd door het (mid)winterkoninkje van ego en gedachten. De mens past zijn energetische systeem niet meer aan aan de energie van het jaarwiel. Hij is binnen dit bewustzijn in disbalans. Dit is de reden waarom het voor de oude heidenen gold, dat de lentegod dood was en het nimmer waarlijk lente kon worden… (8)

Eigenlijk eindigt het sprookje daar. Toch is dat niet het einde. Het winterkoninkje kan uit de struiken gelokt worden door hem in alle liefde recht in de ogen te kijken en te waarderen voor wat het is: een klein, doch belangrijk onderdeel van een groter systeem. Zodra hij zijn doodsangst voor de uil kwijtraakt kan zij weer gerespecteerd worden voor al haar wijsheid. Ergens in ons zit dit dode punt, een moment tussen de jaren, waarin we als midwinterkoninkje weer naar binnen kunnen kruipen en beseffen dat we ook die grote donkere moeder zijn, ergens is er een punt waarop we het evenwicht kunnen herstellen. Dat moment is eeuwig nu.

owl coin

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1)      http://www.grimmstories.com/de/grimm_maerchen/der_zaunkoenig

http://www.beleven.org/verhaal/het_winterkoninkje

http://www.untoldstories.org.uk/storytelling/irish/ir_story02.html

2)   Ton Lemaire – Op vleugels van de ziel p. 83 en 317

3) Robert Graves – The white goddess p.186

http://www.thewhitegoddess.co.uk/articles/mythology_folklore/the_wren_-_king_of_birds.asp

4) Mabinogion (Math son of Mathonwy) p. 66 Graves wijdt een heel hoofdstuk aan dit verhaal in ‘the white goddess’, waarbij hij Llew als jaargod van de wassende helft van het jaar en Gronw als jaargod van de afnemende helft ziet. De uilen/ bloemengodin Blodeuwed verraad hem en helpt Gronw hem te doden zodat hij de nieuwe minnaar van de Godin kan worden.

5) John Matthews – Robin Hood p. 153 en p.88

6) Ton Lemaire – Op vleugels van de ziel p. 316-322
http://www.thewhitegoddess.co.uk/articles/mythology_folklore/owls.asp

7) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/lichaam

8) Zie mijn blog over Balder en de maretak..

Verder: Het winterkoninkje kan vluchten op de dag tussen de jaren en verstopt zich dan in de prikkelbosjes. Die staan voor de gedachtenwereld. Hij is echter wel een noodzakelijke kracht. Hij is de distantie, de emotieloze koele toestand die nodig is om bijvoorbeeld goed te kunnen boogschieten, zoals de god Uller. Zeer trefzeker, koel en vastberaden staat Uller tussen hemel en aarde, tussen licht en donker in het Oelgat. Aan hem is de beslissing om het rad weer te laten draaien, om het levenswiel weer in beweging te brengen. Hij geeft het o zo belangrijke laatste duwtje om het wiel over het dode punt heen te tillen. Dat doodse moment in het midden van de winter, waarin de winterslaap over kan gaan in een doodsslaap.

Die ene ring

images

Bronnen van de Ring

Velen hebben geprobeerd Tolkien’s ring te herleiden tot één bepaalde ring uit oudere verhalen. Met name worden dan de ring van Gyges, de ring van Owain en Luned, de ring van Salomo en vooral de ring van de Nibelungen genoemd. Met de eerste twee deelt ‘the One ring’ niet veel meer dan zijn capaciteit om de drager ervan onzichtbaar te maken. Het is zeker aannemelijk dat de belezen professor Tolkien deze verhalen heeft gekend. En voor zover het de functie van de Ring betreft in ‘the Hobbit’ zijn ze vergelijkbaar. Bij het Arthurverhaal ‘the lady of the fountain’ krijgt Owain de ring van jonkvrouw Luned om hem onzichtbaar te maken voor zijn vijanden. De ring is hier een magische hulp om uit een penibele situatie gered te worden. Bij het verhaal uit de Republiek van Plato gaat het meer om de morele implicatie van een onzichtbaar makende ring. Gyges vindt de ring in een grot om de vinger van een dode reus. Hij steelt de ring en kan vervolgens ongezien in de slaapkamer van de koningin komen om haar te verleiden. Plato gebruikt dit verhaal als voorbeeld bij de vraag of iemand ook moreel gedrag vertoont als hij niet het risico heeft om betrapt te worden. (1)

CandaulesGyges
(Gyges en de koningin betrapt..)

De opera ‘die Ring des Nibelungen’ van Wagner heeft veel aandacht gekregen als mogelijk voorbeeld voor Tolkien. Met de ring uit dit verhaal zou de eigenaar – de dwerg Alberich – wereldmacht kunnen krijgen, maar hij moet daarvoor wel alle liefde uit zijn leven bannen. Dit heeft een oppervlakkige gelijkenis met de ring van Tolkien die ook macht brengt en de drager ervan corrumpeert. Toch zegt Tolkien zelf: ‘Both rings were round, and there the resemblance ceases‘. Die Ring des Nibelungen is gebaseerd op de Edda, de Volsungen saga en het Nibelungenlied. In deze middeleeuwse verhalen komt een ring voor die bezit kan laten groeien en die vervloekt is. De eigenaar wordt met het bezit van de ring vervloekt en zal ellendig om het leven komen. Deze ring – ook wel Andvaranaut genoemd – is intrigerend, maar toch weer heel anders dan die uit LOTR. (2)

siegfriedandfafnir_480
(Sigurd en de draak Fafnir)

De ring van Salomo

De laatste mogelijke inspiratiebron is de ring van Salomo, de wijze koning der Joden, die in de Middeleeuwen werd gezien als een magiër. Salomo had een ring waarmee hij o.a. alle demonen of geesten kon beheersen. Het was een zegelring met op het zegel, het teken van de Davidsster (ook wel Salomonszegel genoemd). Hij zette de koning der geesten Asmodeus en zijn hele geestenvolk aan het werk. Zij moesten van hem de tempel van Jeruzalem bouwen. Echter op een dag lette Salomo niet goed op en Asmodeus wist zijn ring te bemachtigen. Hij toverde de koning mijlen ver weg en deed zich daarna zelf voor als de koning. De werkelijke Salomo moest al bedelende thuis proberen te komen.  De ring werd door de duivelse Asmodeus in de zee geworpen en daarmee leek hij verloren. Maar een vis verzwolg de ring en werd vervolgens ‘toevallig’ gevangen door Salomo. Hij kon zijn rechtmatige plaats als koning weer innemen.
Zo kan je zeggen dat deze ring net als dè Ring naar zijn oorspronkelijke eigenaar terug wil. Verder kunnen zowel deze ring als de ring van LOTR hele volkeren in hun macht houden. Ze hebben vooral macht over de lagere geesten, die makkelijker te corrumperen zijn. Ook is de bezitter voor zijn macht, afhankelijk van zijn bezit van de ring. Een Arabische pré-Islamitische tekst zegt het volgende: Toen nam Salomo zijn ring en deed hem om en sprak: Dit is de ring waarin mijn gehele macht en heerschappij is gelegen, om alle schepselen en weerspannige duivels te gebieden.. (3) Qua esoterische betekenis komt – mijns inziens – deze ring nog het meest overeen met de Ene Ring.

Toch wat ook de inspiratiebronnen  van Tolkien zijn geweest; het gaat nooit om een directe ontlening, maar meer om een sublimering van alle magische ringen waar hij ooit over heeft gelezen.

seal solomon
(Het Salomonszegel en de Ouroborosslang)

Zit er een diepere betekenis verstopt in  LOTR?

Een volgende vraag is; wat is de diepere betekenis van de Ring? Ten eerste ontkent Tolkien categorisch dat hij LOTR en daarmee iets over de Ring geschreven heeft als allegorie. Hij zegt zelfs: ‘As for any inner meaning or ‘message’, it has in the intention of the author none. It is neither allegorical nor topical’. Dit betekend echter niet dat er geen diepere mythische laag in het boek te vinden is. Het was de intentie van de professor om de Noorse mythen te moderniseren en mogelijk zelfs om een soort van Angelsaksische mythologie te creëren. (4)

Persoonlijk  vind ik de diepere betekenis, die op onbewuste wijze in het boek terecht is gekomen, het meest interessant. Tolkien praatte over zijn boek niet als een verdichtsel, maar als een kroniek van ware gebeurtenissen. Hij vertelde over zijn schrijfproces: ‘… De verhalen ontstonden in mijn geest als gegeven dingen… en altijd had ik het gevoel dat ik iets aan het optekenen was dat er al was..’ Maar als deze gebeurtenissen niet hier hebben plaatsgevonden, waar dan wel? Voor mij speelt het verhaal zich af in de innerlijke wereld en vertelt iets over de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn. De ring is hierin een cruciaal concept. (5)

OneRing

De esoterische betekenis van de Ene Ring

Voor mij is de ring te zien als een omsingeling – en daarmee verduistering – van je perceptie. Dit omringen van je ervaringswereld is het kosmische spel van de demiurg  die bepaalt wat je wel en wat je niet kan ervaren, zodat hij je kan manipuleren om je energie af te staan aan hem. Je wordt een slaaf van de beperking van je visie door toedoen van de Ring. Wie zoals Sauron de perceptie van een ander kan beheersen, smeedt op die wijze een band of Ring waarmee hij die ander aan zich kan binden en tot slaaf kan maken.  Dit kan ook bedoelt zijn voor goede doeleinden, zoals bij de wijze koning en tovenaar Salomo. Hij bedwong met zijn ring Asmodeus, de koning der Geesten. Zo werd hij gedwongen om samen met zijn demonenleger de beroemde tempel van Jeruzalem te bouwen. (6) Gandalf wordt verleid om de ring op een dergelijke wijze te gebruiken, maar weerstaat dit. Sauron gebruikt zijn ring alleen ten kwade. Hij bedwingt met zijn Ring een leger van orcs, goblins en mensen. Hij wil er ook de elfen, dwergen en goede mensen mee bedwingen en corrumperen. Zijn doel is de complete macht over en vervolgens vernietiging van de wereld, niets meer en niets minder! Voordat dit kan gebeuren wordt hij echter betrapt in zijn snode plannen. De macht van de Ring is alleen te bedwingen als de drager van de Ring al grote macht bezit. De meester van de Ringen had deze macht. Dragers van de Ring zoals Gollum en Frodo, die slechts kleine geesten zijn, worden er door gecorrumpeerd en uiteindelijk volkomen door beheerst.

Deze ringvorm komen we in de Noorse mythologie ook tegen als een draak-slang die rondom de hele wereld ligt. Dit is de Midgaardslang Jormungand wat ‘machtige schim’ betekend. Niemand lijkt voorbij de perceptie van de bekende wereld te kunnen komen door de angst voor deze draak. Maar eigenlijk is deze draak slechts een illusie. Wie de zwakke plek van de draak kent (meestal ligt deze in het hartcentrum) kan hem verslaan. Thor verslaat deze draak in de eindtijd. In de Volsunga Saga wordt dit tot menselijke proporties gebracht met de held Sigurd. Hij is te zien als de menselijke tegenhanger van Thor, hij verslaat de draak Fafnir. De draak met een zwakke plek op borsthoogte èn met een schat, inclusief een verdoemde ring.. Vervolgens kan hij door de ring van vuur gaan die de tovenaar-godheid Odin, om de burcht van Brunhilde heeft gemaakt. Zij ligt daar in een betoverde slaap en alleen Sigurd is dapper genoeg om door de vlammenwal heen te springen en haar zo uit haar toverdroom te bevrijden. Bij Tolkien zien we dezelfde motieven bij de draak Smaug, maar ook bij de angst en verlamming veroorzakende Nazgul, de negen koningen die door hun ringen onder de macht van Sauron stonden.

nazgul

Het gedicht, de negen, zeven, drie en één

Three Rings for the Elven-kings under the sky,
seven for the Dwarf-lords in their halls of stone,
nine for Mortal Men doomed to die,
one for the Dark Lord on his dark throne
in the Land of Mordor where the Shadows lie.

One Ring to rule them all,
one Ring to find them,
one Ring to bring them all
and in the darkness bind them
in the Land of Mordor where the Shadows lie.

Zo luidt het gedicht waarmee LOTR begint. Maar wat betekent het? De mensen kennen volgens de Noorse mythologie negen werelden. Drie werelden boven ons (Asgaard), drie in het midden (Midgaard of Middle-earth) en drie onder ons (Helheim). Voor de elfen zijn er slechts drie werelden. De boven- midden en onderwereld. Met de ringen van lucht (Vilya), water (Nenya) en vuur (Narya) konden zij elementenwerelden van onbezoedelde schoonheid vormen. Zij zien de wereld nog veel meer als een geheel en waren daardoor niet door Sauron te corrumperen. De dwergen kennen zeven werelden, die zij zien als zeven bergen. Vandaar ook Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Zij hebben hun eigen domein, de onderwereld, nog niet opgedeeld in drie delen. Daardoor kennen ze ook alle geheimen van Moeder Aarde en kunnen zij op schier magische wijze schatten uit de aarde onttrekken. Zij konden met behulp van hun zeven ringen de onderaardse wereld van het element aarde vormen tot een grote schoonheid, bergplaats voor onnoemelijke rijke schatten. De opdeling van de wereld in negen stukken, maakte een verdere opdeling onontkoombaar. De negen menselijke ringdragers werden één voor één tot slaaf gemaakt van de Heer der Ringen. De éne Ring is geen ring van éénheid, maar juist de negatie daarvan. Het is de mathematische nul, de ontkenning van al wat leeft. Het maakt iedereen tot inwoners van Mordor, het duistere en onvruchtbare land.

Voor zover de ring gebruikt wordt als instrument kan het slechts leiden tot het kwade. De ring van Sauron is een ring van duisternis, angst en onwetendheid. Zij vervormt de werkelijkheid tot een verwrongen en versplinterde veelheid en spiegelt de verslaafde mensheid voor dat dit alles is. Wanhopig probeert de mens zijn geluk te vinden in de verbrokkelde materie, maar wordt zo door de heer van die duistere materie tot slaaf of orc/demon gemaakt. Om te weten om welke verslavingen dit gaat hoeven we alleen maar om ons heen te kijken.

De werkelijke éénheid voorbij de drie werelden van de elfen heeft geen enkele ring meer nodig, in deze wereld is geen beperking, geen omwalling, maar alleen oneindigheid en overvloed zowel in tijd als in ruimte. Deze onbeperkte wereld is voor ons die geleerd hebben om te leven vanuit schaarste onvoorstelbaar. Alleen de Ringdrager als Meester der Ringen weet het grote geheim: er is geen Ring! (7)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

Voor een uitleg over de achtergronden van de Hobbit zie: https://abedeverteller.wordpress.com/2012/12/10/hobbits-goblins-en-hobgoblins/

of http://wp.me/p26qJo-79

1) Mabinogion – Lady of the fountain p. 164
http://en.wikipedia.org/wiki/Ring_of_Gyges

2) Tolkien A look behind the Lord of the Rings – Lin Carter p.133
Edda – vert. M. Otten (Reginsmal) p.162
http://www.isi.org/lectures/text/pdf/birzer.pdf
http://nl.wikipedia.org/wiki/Der_Ring_des_Nibelungen

3) Munin Nederlander – Thule p.41
http://en.wikipedia.org/wiki/Solomon

4) Tolkien A look behind the Lord of the Rings – Lin Carter p.132
http://home.comcast.net/~mithrandircq/Silmarillion_sources.htm#_ftn1
http://www.conservapedia.com/The_Lord_of_the_Rings (Noot onderaan)

5) http://www.hudiwoga.nl/Artikelen/Prana/Prana.asp: Hij schreef zijn werk als een chroniqueur van een oude, waargebeurde mythologische geschiedenis. Omdat déze visie min of meer onbekend is, wat uitlatingen van Tolkien en Carpenter. (3) ‘… De verhalen ontstonden in mijn (Tolkiens) geest als gegeven dingen… en altijd had ik het gevoel dat ik iets aan het optekenen was dat er al was…’. ‘… Het boek (‘In de Ban van de Ring’) zal waarschijnlijk heel sterk van zijn (hier beschreven) opzetfragment verschillen, wanneer het écht geschreven wordt, omdat het verhaal zichzelf schijnt te schrijven, wanneer ik eenmaal (her en der met de definitieve versie) op gang ben, – alsof de waarheid er dan uitkomt, die slechts kort en gebrekkig is gezien in de voorbereidende schetsen…’. ‘… Het valt mij (Carpenter) in dat hij (Tolkien) in alle uiterlijkheden op het prototype van een Oxfordprofessor lijkt… Maar dat is helemaal niet het geval. Eerder lijkt het alsof een vreemde geest de vermomming van een bejaarde professor heeft aangenomen…’. ‘… Hij (Tolkien) heeft een vreemde stem: diep, maar zonder resonantie, volkomen Engels, maar met iets erin dat ik niet kan omschrijven, alsof hij uit een ander tijdperk of van een andere beschaving was gekomen…’. ‘… En hij (Tolkien) praat over zijn boek (In de Ban van de Ring) niet als een verdichtsel, maar als een kroniek van ware gebeurtenissen; hij schijnt zichzelf niet te zien als een schrijver die bijvoorbeeld een kleine onduidelijkheid heeft laten staan welke moet worden verbeterd of nader uitgelegd, maar als een geschiedschrijver die licht moet werpen op een duister punt in een historisch document…’.

6) De tovenaar Merlijn had geen ring als sieraad, maar wel een ringvormige tafel. Met de Ronde Tafel, kon hij tijdelijk een wereld van welzijn en vrede in stand houden.

7) Hij houdt dit geheim in stand om dit voor zijn eigen plannen te misbruiken. Ook de Valar en de Maiar, goden en halfgoden weten van dit geheim en ook zij zwijgen, maar nu voor een nobel doel, om de mens uit eigen wil te kunnen laten opklimmen uit de duisternis.

Ja, ja en voor de Matrix fans inderdaad, er is ook geen lepel.. :p

Ook interessant:

Tolkien wrote of his concept of the One Ring: “I should say that it was a mythical way of representing the truth that potency if it is to be exercised, and produce results, has to be externalized and so as it were passes, to a greater or lesser degree, out of one’s direct control.”

Het zwaard van de koning

Het zwaard in de steen.

Bijna iedereen kent wel het verhaal van het jochie dat een koning bleek te zijn, toen hij bij toeval het zwaard uit de steen trok. Arthur had een zwaard nodig voor zijn pleegbroer Keye, omdat deze meevocht in een riddertoernooi. Onopzettelijk had hij een proef volbracht waar vele ridders zich op stuk hadden gebeten. Hij had  het zwaard uit de steen getrokken waarop stond: ‘Whoso pulleth this sword out of this stone and anvil, is rightwise king born of all England‘.  Hij bewees daarmee dat hij de rechtmatige nieuwe koning van Engeland was. Deze test was ontworpen door Merlijn de tovenaar. Het zwaard stak in de meeste versies niet direct in een stuk steen, maar in een aambeeld, wat weer vast zat in een groot, vierkant stuk marmersteen. Deze ‘zwaard in de steen’ episode komt al voor in de ‘Merlin’ van Robert de Boron uit ca. 1200. (1) Maar waarom maakt het trekken van een zwaard uit een steen iemand tot koning? Het is erg bijzonder en magisch, maar wat is de symboliek van een dergelijke daad? Om dit te achterhalen zal ik een aantal andere voorbeelden van zwaardtesten bespreken.

Sword in the Stone-420c_adss

Het zwaard in de steen die drijft op het water

Het is opmerkelijk dat ook de Graalridder Galahad dezelfde zwaardproef moet ondergaan. De vroegste versie van dit verhaal is de Proza-Lancelot uit het begin van de 13e eeuw. Deze keer zit het zwaard niet alleen in de steen, maar drijft de steen ook nog in het water. De ridders van de Ronde Tafel zien het zwaard en velen proberen het te bemachtigen. Op het zwaard staat: ‘alleen hij zal mij hieruit kunnen trekken aan wiens zijde ik zal hangen, en hij zal de beste ridder van de wereld zijn.’  Natuurlijk lukt het alleen Galahad om het zwaard uit de steen te trekken. Voordat hij dit doet neemt hij nog plaats aan de Ronde Tafel op de zogenaamde ‘gevaarlijke zetel’. Ieder die daar op zat ging ter plekke dood, maar de stoel bleek voorbestemd aan Galahad. Het zwaard zal Galahad niet direct tot koning maken, maar wel tot de beste ridder die er ooit is geweest. Later wordt hij alsnog koning van Sarras, het rijk van de Graal. (2)

Dit zwaard blijkt het oorspronkelijke zwaard van ‘the ill-fated knight‘ Balin  te zijn geweest. Zijn avontuur begon met de komst van een dame die een zwaard om haar middel had gegord. Zij presenteerde het zwaard aan alle ridders van Camelot, en vertelde dat zij dit zwaard moest blijven dragen tot een smetteloze ridder deze uit haar schede kon trekken. (de seksuele connotatie is duidelijk!) Vele ridders proberen het en falen, tot de arme ridder Balan het probeert en slaagt. Hij wordt zo de ridder met de twee zwaarden. Ondanks zijn edelheid, is zijn eerste daad met dit zwaard het onthoofden van de Vrouwe van het Meer. Vervolgens steekt hij de Graalkoning met de reliek van de Heilige lans in zijn liezen of scrotum (de zogenaamde ‘smartelijke steek’) om te eindigen met het vermoorden van zijn eigen broer. Het zwaard wordt vervolgens door Merlijn in een blok steen gezet, wat hij in de rivier laat drijven. Daar drijft het zwaard jarenlang rond, tot het moment dat Galahad de zwaardproef kan ondergaan. De eerste versie van dit bizarre verhaal is te vinden in de ‘Suite du Merlin‘ uit het midden van de dertiende eeuw. (3)

arthur-rackham-how-galahad-drew-out-the-sword-from-the-floating-stone-at-camelot_i-G-53-5390-9XVJG00Zwilliam russel flint womansword6

(Galahad trekt het zwaard uit de steen en de vrouwe toont het zwaard dat Balin zal trekken)

Het zwaard in de boom

In de laat 13e eeuwse Volsungen saga uit IJsland komt een scène voor die interessante gelijkenissen vertoont met de scène van het zwaard in de steen. Hierin is het Odin die in de centrale boom van het paleis van Völund, een zwaard steekt. Deze zogenaamde ‘Barnstok’ was een enorme boom die door het dak van het paleis heen groeide. Vervolgens riep hij: “Wie dit zwaard uit deze stam trekt, zal het van mij als een gift krijgen en hij zal ondervinden dat hij nooit in zijn leven een beter zwaard in zijn handen heeft gehad dan deze.” Dit gebeuren vindt plaats tijdens het huwelijksfeest van Signy de zus van Sigmund. Zij moet trouwen met Siggeir, koning der Goten. Hij heeft de eer om als eerste het zwaard uit de boom te trekken, maar faalt. Vervolgens falen ook alle andere krijgers, tot de jongste der zonen van Volsung, Sigmund het probeert en het zwaard wèl los krijgt! Siggeir vraagt het zwaard ten geschenke, maar wordt geweigerd, hij is hierover hoogst verbolgen en neemt later in het verhaal op gruwelijke en verraderlijke wijze wraak. (4)

397px-Odin_in_der_Halle_Wolsungs_by_Emil_Doepler

(Odin naast de Barnstok)

Het zwaard in de steen of boom als seksuele metafoor

Er is een frappante gelijkenis tussen dit verhaal en een oud Noors gebruik. Tijdens een huwelijksfeest werd een zwaard in de centrale paal van het huis gestoken. Hoe dieper de punt in de boom gestoken kon worden, hoe beter het huwelijk zou zijn. Zo wordt het zwaard een fallussymbool en het steken van het zwaard in de stutpaal is zo te zien als een teken van viriliteit van de bruidegom. Het woord Barnstok betekent dan ook kinderboomstam. Zo is het als een slecht teken te zien, dat bij de bruiloft van Siggeir, het de bruidegom niet lukt om het zwaard uit de boom te trekken. Hij verliest behoorlijk gezicht. Het is ook een veeg teken dat het Sigmund wel lukt, zeker gezien het feit dat hij later in het verhaal, een incestueuze relatie aangaat met zijn zus! (5)

In het geval van het zwaard in de ‘Barnstok’ – en mogelijk ook bij het zwaard in de steen of schede – kan je zeggen dat degene die het zwaard er uit trekt, daarmee bewijst dat hij zijn rijk vruchtbaarheid en voorspoed zal brengen. Toch blijft er dan de vraag; waarom gaat de test om het er uit trekken van het zwaard, in plaats van een test wie het zwaard het diepste in de boom/schede kan stoten? Om hier achter te komen moeten we de symboliek van het zwaard en de steen als symbolen van de elementen lucht en aarde uitdiepen.

barnstok

De betekenis van de gevaarlijke zetel

Arthur was een goede en rechtvaardige koning. Hij zou een tijd van glorie brengen. Dit was al te voorzien toen hij  het zwaard uit de steen trok ten teken van zijn rechtmatige koningschap. Echter ten tijde van de komst van Galahad is zijn rijk al een poos in verval. Bij de komst van Galahad wordt hij uitgenodigd om te gaan zitten aan de Ronde Tafel. Hij neemt zonder aarzelen plaats op de gevaarlijke dertiende zetel. Elke ridder die dat voor hem probeerde werd jammerlijk verzwolgen, maar Galahad kan rustig blijven zitten. De zetel is voor hem bestemd, zijn naam is er in gegraveerd. Deze Ronde Tafel kan je zien als de cirkel van het leven en het wiel van fortuin. De dertiende zetel is de dertiende maanmaand van het jaar. Deze behoort bij de winter, de tijd van aftakeling en dood. Galahad accepteert dit en weet de dood te omarmen. Fortuin èn tegenslag horen bij het leven. Hij accepteert de bloei èn het verval. Deze zetel is de steen van de materie en Galahad bewijst dat hij meester is over de zintuiglijke, materiële en dus vergankelijke wereld. Hiermee plaatst hij zich in een lange rij van mannen die hun waardigheid bewezen door te zitten op een steen of zetel van het noodlot!

De esoterische betekenis van het zwaard in de steen

Kort daarop zien Arthur´s mannen een steen in het water drijven met een zwaard tot aan het handvest in de steen gestoken. Ze halen het gevaarte uit het water en proberen één voor één het zwaard uit de steen te trekken en falen. Galahad lukt dit moeiteloos. Hij trekt het zwaard van de gedachten uit de steen van het materiële en zintuiglijke. In deze wereld lijken gedachten en materie onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie de materie kan beschouwen zonder gedachten, die ziet deze in hun ware aard. Wie zijn gedachten kan hanteren als een zwaard is objectief en kan een situatie beoordelen zonder beïnvloed te worden. Hij of zij is objectief en onthecht. Galahad kon ongedeerd blijven zitten op de stenen zetel. Hij is dus meester van de zintuiglijke wereld. Nu hij het zwaard uit de steen heeft getrokken is hij ook meester van de wereld der gedachten.

Met dit meesterschap kan hij de Graal tijdelijk op aarde brengen. Hij kan zorgen voor een Gouden eeuw van onvoorstelbare overvloed. Dit is echter geen materiële overvloed, maar een opnieuw op gang gebrachte stroom van gestolde energie, waardoor zijn rijk op een hoger energieniveau en zijn inwoners in een hoger bewustzijnsniveau terecht komen.

Galahad Being Led to the Seat Perilous by Edwin Austin Abbey

(Galahad wordt naar de gevaarlijke zetel gebracht)

Abe van der Veen
http://www.abedeverteller.nl

Zie ook mijn voorgaande artikel: De steen van de ware koning http://wp.me/p26qJo-eR

1) Merlijn de tovenaar of het boek van de Graal p.119
Thomas Malory – Le Morte Darthur (1485) p.10

Dit zwaard moet niet verward worden met  Excalibur. Toen Arthur in een van zijn gevechten, zijn zwaard ter hand nam voor een onrechtmatige zaak, brak het in stukken. Arthur overleefde de strijd wel, maar moest op zoek naar een nieuw zwaard. Deze kreeg hij van Nimue, de vrouwe van het meer. Zij wees hem een zwaard aan dat uit het water rees en door een hand werd vastgehouden. Dit was Excalibur. Toen Merlijn aan de koning vroeg wat hem het meest waardevol achtte, het zwaard of de schede, noemde Arthur het zwaard. Echter Merlijn antwoordde; het zwaard maakt u onoverwinnelijk, maar de schede is nog belangrijker, zij zal u onkwetsbaar maken! Later in het verhaal zal Morgaine hem de schede ontfutselen en zo verliest Arthur zijn onkwetsbaarheid.

Excalibur komt van het Welshe Caledhwch, wat weer verwant is met het Ierse Caladbolg. Caladbolg is het zwaard van Fergus, een van de meest legendarische koningen van het oude Ierland. Het woord betekent groot en hard zwaard.  Zijn zwaard wordt door Ailil gestolen als deze er achter komt dat hij met zijn vrouw Medb ‘slaapt’. Je kunt zeggen dat Ailil hiermee aangeeft dat hij zijn penis/ zwaard niet in andermans zaken mag steken! Fergus snijdt dan maar een houten exemplaar als vervanging. Later krijgt Fergus zijn zwaard terug en doorsnijdt hij hiermee – om zich af te reageren – drie heuveltoppen omdat hij niet tegen koning Conchobar mag vechten. De fallische connotatie is opmerkelijk omdat de Lia Fail ook al bekend staat als ‘penis van Fergus’.

Het beeld van een zwaard in een steen (of mogelijk in de aarde) blijkt al te hebben bestaan in het Sarmatië van de 3e Eeuw.

2) Malcolm Godwin – De heilige Graal p.11
Thomas Malory – Le Morte Darthur (1485) p.632

3) Thomas Malory – Le Morte Darthur (1485) p. 50
http://en.wikipedia.org/wiki/Sir_Balin

4) Volsungen saga http://book2look.de/vBook.aspx?id=5nYjPDbWBd&euid=2967251&ruid=0&referURL=http://book2look.de p.81
Ook in de saga van Hrolf Kraki komt een zwaard uit de steen episode voor: De held Bodvar Biarki gaat een grot binnen en vind daar een zwaard in het hart van de rots vastzitten. Zijn vader heeft het daar voor hem ingestoken om te testen of hij het zwaard waard is. Zijn beide broers konden het er niet uit trekken, maar Bodvar trekt het er wel uit en op hetzelfde moment schreeuwt het zwaard het uit! Helaas mag hij het zwaard slechts drie maal uit de schede trekken en zal dit elke keer de dood van iemand betekenen. (Scandinavian legends and folk tales p. 184)

5) http://en.wikipedia.org/wiki/Barnstokkr Davidson, H. R. (1960). “The Sword at the Wedding” as collected in Folklore, Vol. 71, No. 1 (March 1960).
Zowel stenen als bomen worden in de folklore wel gezien als de plaats waar de kinderen vandaan komen.  Het zou ook de beschermboom van de familie kunnen zijn, de boom die het (kinder)geluk van de familie met zich meedroeg. Dergelijke bomen waren er wel meer op Scandinavische erven, maar dan eerder naast dan in het huis! Er bestond een gebruik dat vrouwen een dergelijke boom aanriepen en zelfs omklemden tijdens de geboorteweeën. De Barnstok wordt ook wel gezien als een aardse variant van de kosmische boom Yggdrasil.

Nog later verliest Sigmund zijn zwaard tijdens een veldslag als Odin een snoeimes tegen hem opheft. Het zwaard breekt en Sigmund verliest zijn leven. Later zal het zwaard weer aaneengesmeed worden en overgaan in de handen van zijn zoon, Sigurd. Dit is het beroemde zwaard Gram. Waarschijnlijk heeft Tolkien zijn episode van ‘the shards of Narsil’ – waarin Aragorn het zwaard van zijn voorouderen terugkrijgt – op dit gegeven gebaseerd..

De ware koning en de brul van de Lia Fail

Met de aanstaande inhuldiging van een nieuwe koning is het interessant om te kijken, wat in heidense tijden een koning tot koning maakte. Net als nu waren de koninklijke regalia erg belangrijk als tekenen van zijn macht. De regalia in Nederland bestaan uit; kroon, scepter, rijksappel, banier en zwaard. Maar een koning kan natuurlijk niet gekroond worden op een ordinaire stoel! Ook de troon is een teken van zijn macht. De Engelse koningen werden gekroond op de troon in de kathedraal van Westminster. Onder die troon lag een curieuze steen. De steen van Scone, ook wel genoemd de Lia Fail of steen van het noodlot. Om er achter te komen waarom die steen zo belangrijk is om de macht van de Engelse koning te legitimeren moeten we een reisje in de geschiedenis maken. Te beginnen met de gelijknamige kroningssteen Lia Fail van Ierland.

Forradh8

(De heuvel van Tara, zetel van de hoge koningen van Ierland)

De Lia Fail

Ergens in de prehistorie van Ierland was er een invasie van een volk genaamd de ‘Tuatha de Danann’. Een bron zegt dat zij met schepen uit het noorden kwamen. Een andere beweert dat ze uit de lucht arriveerden in een mistbank. (1) Uit hun landen brachten ze vier schatten mee. De speer van Lugh uit Gorias, het zwaard van Nuada uit Findias, de Ketel van de Dagda uit Murias en de steen (Lia) van Fal uit Falias.  Elke schat heeft een imposante geschiedenis. Zeker het verhaal van de ‘Lia Fail’ is zeer intrigerend. Zij werd naar de heuvel van Tara gebracht. Tara is linguïstisch verwant aan Terra; aarde, en Tea; godin. Het was een heilige plaats van moeder aarde, het mystieke middelpunt van Ierland. Vanuit dit sacrale centrum heerste de hoge koning. Bij elke nieuwe koning die over Ierland ging heersen gaf de steen een brul. In de Cath Mag Tuiread uit de 12e eeuw staat het als volgt: ‘Out of Falias was brought the stone of Fal, which was in Tara. It used to roar under every king that would take the realm of Ireland.‘ (2)

Ook de ‘Milesiërs’, het volk dat kwam na de Tuatha Dé, liet zijn koningen hier kronen. Dit ging zo door tot de held Cuchulain de onwaardige Fiach tot koning wou laten kronen. De brul van de steen bleef uit, wat Cuchulain zo woedend maakte dat hij de steen in tweeën splitste met zijn zwaard. (3) Daarna bleef zij lange tijd stil. Omgevallen en genegeerd lag ze in Tara op de grond, tot Conn van de 100 veldslagen per toeval op de steen stapte. De steen schreeuwde prompt weer en niet slechts één keer, maar zij schreeuwde voor elke Ierse koning die van Conn afstamde. Daarna verscheen er voor hem een visioen van Lugh en de godin van de soevereiniteit, die elke latere koning nog bij name noemde. Conn was de eerste koning die van de steen een profetie hoorde over zijn glorieuze stamboom. Het inaugureren van koningen van Ierland op de Lia Fail zou door zijn gegaan tot circa 500 AD. (4)

Tara-LiaFail

Lia Fail zou ‘profetische steen’ betekenen of ‘steen van het noodlot’. Mogelijk wordt bedoeld dat zij het noodlot van de koning profeteert. Uitgebreider staat het woord ‘lia’ niet voor zomaar een steen, maar voor een steen met een cultische betekenis zoals een dolmen, cromlech of grenssteen. Fail is ook een woord voor een beschermende barrière, zoals een muur of heg. In dit geval bedoelt om profane ogen te weren van het sacrale ritueel. In een aantal teksten is de steen de Lia Faileas, dit betekent geest of schaduw. Het woord voor schreeuw in de brontekst is ‘geissid‘ wat niet zomaar een schreeuw, maar een luide gezagvolle uitroep is. Het is verwant aan ‘geasa‘, het woord dat staat voor de heilige verplichtingen en taboes van de sacrale koning. (5)

De brullende steen

Uit dit verhaal blijkt dat bij elke inauguratie van een heidens koning een ritueel hoorde waarop de koning op de steen moest staan (of zitten). Als de steen brulde dan was dit mogelijk een goedkeuring van de steen en daarmee van moeder aarde. De herkomst van dit geluid heeft velen geïntrigeerd. Er wordt wel gespeculeerd dat dit geluid gemaakt werd met behulp van een ‘bullroarer’. Het zou een imitatie van het geluid van de donder zijn. Andere teksten beweren dat de steen uit vreugde brult omdat het om een koning gaat met het goede Keltisch bloed dat door zijn aderen stroomt. Niets van dit al is in de bronnen terug te vinden.

Het is wel opmerkelijk dat Tara waarschijnlijk koningin betekend, en dat op deze plaats volgens de middeleeuwse wettekst seanchas mor‘ een symbolisch huwelijk plaatsvond tussen de koning en Maeve, de godin van het land. Een van de legendarische minnaars van Maeve was koning Fergus. Naar hem werd de Lia Fail, de ‘bod feargais‘ oftewel de penis van Fergus genoemd. Dit laatste is echter 19e-eeuwse folklore. (6) Toch rijst hierdoor bij mij het vermoeden dat de geheimzinnige brul er wel eens één van genot zou kunnen zijn.. De steen Lia Fail zou dan de Fal(lus) van de hemelgod zijn die in de vulva van Tara als middelpunt van Ierland wordt gestoken. Als de koning optrad als remplacant van de dondergod Taranis dan zou de eenwording prima geklonken kunnen hebben als het tromgeroffel Taran-Tara, Taran-Tara wat nog steeds gebruikt wordt als onomatopeïsch geluid voor het tromgeroffel dat een grootse gebeurtenis aankondigt! In ieder geval is de Lia Fail een gewijde steen, mogelijk beschermt door een heg, die op een luide wijze de nieuwe koning proclameert. (7)

Het eiland Ierland werd naar de Lia Fail wel Inis Fail genoemd. Het eiland van het noodlot, of het eiland beschermd door een heg. Dit maakt het hele eiland tot een sacrale plek!

The Lia Fail or Stone of Destiny at The Hill of Tara, Co. Meath

(De steen die nu op de heuvel van Tara staat en daarmee mogelijk de Lia Fail)

De steen van Scone

De steen van Scone wordt – net zoals de steen van Tara – in het Gaelic ook Lia Fail, oftewel steen van het noodlot genoemd. Volgens Schotse historici vanaf de 13e eeuw (o.a. Boetius en de ‘Rhythmical Chronicle’) zou dit om een en dezelfde steen gaan. Deze zou uitgeleend zijn in de 6e eeuw om koning Fergus van Dalriada – een Schots deelkoninkrijk – te kronen. Hij zond de steen echter niet terug. (8) De kans is groot dat dit verhaal gefabriceerd is om de claim op de troon van bepaalde Schotse koningen te sterken. Ierse bronnen uit de tiende eeuw zeggen namelijk dat de Lia Fail in die tijd nog gewoon op zijn plaats in Tara stond, ook al werd zij toen niet meer als kroningssteen gebruikt. (9) De Schotse steen stond oorspronkelijk in Argyll en daarna pas in de hoofdstad van Dalriada; Scone.

j_raffaello

(Jacob droomt met zijn hoofd op de profetische steen en ziet de hemelladder)

De heilige steen van Bethel en de vervloekte ‘Hag of Scone’

Over de steen van Scone gaan de meest wilde verhalen: Zij werd wel Jacob’s kussen genoemd, naar de steen van Bethel. Aartsvader Jacob droomde daar over een ladder naar de hemel. Jozef van Arimathea (degene die de Graal naar Glastonbury had gebracht) of anders de profeet Ezechiël zou de steen van Bethel meegenomen hebben uit het Heilige land naar Ierland en vervolgens naar Schotland. Ook de heilige Columba zou er zijn hoofd op hebben gerust. In de versie van de Scottichronicon (15e E) werd zij door een prinses genaamd Scota uit Egypte, via Spanje en Ierland, naar Schotland gebracht. Zij zou haar naam aan Schotland hebben gegeven. Scota (schaduw) wordt wel gezien als een naam voor de godin van het land. De steen is ook bekend als de ‘hag of Scone’. In een oude Deense ballade wordt verteld van een zeereis van de Heilige Olave. Hij zeilt zelfs over de heuvels van Scone, maar een ‘hag’ met haar spinnewiel is hierover ontstemd. Ze zegt: ‘je bent door mijn kelder gevaren!’. Sint Olave verandert haar vervolgens in een steen. De kans is groot dat deze ‘hag’ altijd al vereerd werd in de vorm van een steen. Zeker als steen van het noodlot en verbonden met Scota, godin van het land, hoort de steen bij de ‘hag’, de donkere kant van de Godin. (10)

westminster

(De troon van Westminster met daaronder de illustere steen)

De steen onder de troon van de Engelse koningen

De steen van Scone werd tot 1296 door diverse Schotse koningen voor hun kroningsceremonie gebruikt. Zij werd echter door Edward I in dat jaar gestolen en naar Engeland gebracht. Daar lag hij lange tijd als kroningssteen onder de kroningsstoel in de kathedraal van Westminster. Zo deed hij dienst om de kroning van de Engelse koning kracht bij te zetten en – en passant – zijn claim op Schotland te legitimeren.  Anderen beweren dat Edward nooit de juiste steen vond. Zijn vorm komt inderdaad niet overeen met beschrijvingen van de steen uit de 13e eeuw. Zij zou uitgehold zijn om als stoel te dienen en versierd zijn met inscripties. Deze kenmerken ontbreken bij de huidige steen. (11) Toch blijven vele historici van mening dat de steen van Westminster en die van Scone één en dezelfde is. Deze steen is in 1996 terug gebracht naar Schotland en ligt nu in Edinburgh Castle.

stone of sconestone2

(links de steen onder de kroningsstoel van Westminster, rechts de steen zo die er uit zou moeten zien volgens de middeleeuwse beschrijvingen.)

Symbolische duiding van de steen

Als een van de vier schatten van het mythische volk van Danu wordt de steen gezien als de vertegenwoordiger van één van de vier elementen. Zij is het vrouwelijke element aarde dat verbonden is met het noorden. Aarde staat als element voor de vijf zintuigen waarmee wij de materie kunnen ervaren, dus voor de zintuiglijke waarneming en al het lichamelijke. Dit is weer verbonden met moeder aarde in haar meest materiële vorm als moeder van de materie. Als zodanig is zij ook ‘Maya’ de moeder van de illusie van materie, van de uiterlijke verschijningsvormen waarin wij vastzitten tot onze dood. Zij wordt geassocieerd met de dood en omdat de dood onherroepelijk is wordt zij ook gelinkt aan het noodlot (destiny of fate in het Engels). Het lot wat wij allen uiteindelijk onder ogen moeten zien.

Gewone mensen worden pas bij hun dood uit deze betovering gehaald. Van sacrale koningen werd verwacht dat zij, na de inwijding van hun kroning, een connectie konden maken tussen hemel en aarde. Bij de Grieken betekende het woord troon naast zetel voor een God of koning ook hemelsteun of hemelpilaar. Zo is de troon (en de steen eronder) te zien als een kosmische as, een verbinding tussen hemel en aarde. (12) De beste Keltische koningen konden door deze verbinding hun land tijdelijk tot een paradijs op aarde maken. Hiervoor moesten zij eerst op de steen van het noodlot staan of zitten. De Lia Faileas (van Scota) als steen van de geest of schaduw, zal de koning tijdelijk tot een geest gemaakt hebben. Onkundig van zijn materiële verschijningsvorm. De steen van Scone als ‘hag’ van Scone is dan een voorbeeld van de oudste wijze waarop de godin werd verbeeld: als een aniconisch blok steen! De koning werd tijdelijk opgeslokt door deze godin – via de steen – om zo beproefd te worden, en werd vervolgens weer uitgespuugd. Overleefde hij deze test zonder dood te gaan of waanzinnig te worden, of – nog erger – zonder er iets van te merken, dan zou er een schreeuw of brul of luide uitroep klinken van onder de koning vandaan. Het kosmische orgasme, de schreeuw van goedkeuring van het land. De koning is de soevereiniteit van Ierland of Schotland waardig. (13)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1 Dit betekent het volk van Danu. Danu is waarschijnlijk de naam van hun godin. Over dit volk gaan vele verhalen, zij worden gezien als de oude goden van de Ieren, maar ook wel als een benaming van het elfenvolk.

The encyclopaedia of celtic myth and legend – John and Caitlin Matthews p. 45

2 The encyclopedia of myths and secrets – B. Walker p. 976

The encyclopaedia of celtic myth and legend – John and Caitlin Matthews p. 45

In de Lebor Gaballa Errenn staat bijna hetzelfde: §57. It is the Tuatha De Danann who brought with them the Great Fal, [that is, the Stone of Knowledge], which was in Temair, whence Ireland bears the name of “The Plain of Fal.” He under whom it should utter a cry was King of Ireland; until Cu Chulainn smote it, for it uttered no cry under him nor under his fosterling, Lugaid, son of the three Finds of Emain. And from that out the stone uttered no cry save under Conn of Temair. Then its heart flew out from it [from Temair] to Tailltin, so that is the Heart of Fal which is there. It was no chance which caused it, but Christ’s being born, which is what broke the owers of the idols.

3 A guide to Irish mythology – D. Smyth 96

4 http://en.wikipedia.org/wiki/Conn_of_the_Hundred_Battles  ‘Baile in Scail’

5 http://www.danann.org/library/symb/lia.html

The encyclopaedia of celtic myth and legend – John and Caitlin Matthews p. 461

6 The encyclopaedia of celtic myth and legend – John and Caitlin Matthews p. 83

Van de penis van Fergus werd gezegd dat hij zeven vuisten lang was en zijn scrotum was de grootte van een ‘bushel bag’. Hij had zeven vrouwen nodig om zijn lust te kunnen stillen.. Het ‘epithet’ van Maeve, ‘met de willige dijen’ zegt genoeg..

http://en.wikipedia.org/wiki/Hill_of_Tara

7 The encyclopedia of myths and secrets – Barbara Walker (p. 976) Zij omarmt ook deze geweldige zij het zeer speculatieve theorie dat het gebrul van de steen, als geluid van de donder, ook het geluid was van de eenwording van moeder aarde met de hemelvader. Dit geluid zou dan ongeveer klinken als Taran-Tara.

8 http://en.wikipedia.org/wiki/Lia_F%C3%A1il

9 http://www.libraryireland.com/Wonders/Lia-Fail-2.php

10 Folklore myths and legends of Britain – Readers Digest p. 448

Walker – Dictionary of symbols and sacred objects p. 523 + encyclopedia p. 941

http://www.thesonsofscotland.co.uk/thestoneofdestiny.htm

Het bepalen van het noodlot is een van de taken van de godin, vooral in haar duistere aspect. De andere naam voor Schotland, Caledonia, betekend door de Cailleach gegeven. Ook de Cailleach is een donkere godin.

Ancient Danish ballads volume 1 p.361

‘they saild across the hills of Scone, and turned the swarthy elves to stone,
there stood a hag with spinning wheel, and why should we thine anger feel?,
Saint Ollave, thou with ruddy beard, thy ship has through my cellar steered,
The saint looked back, thou hag of Scone, stand there and turn to granite stone.’

11 http://www.his.com/~rory/stone.html

http://www.philipcoppens.com/stone_destiny.html

In een curieus 19e eeuws krantverslag wordt melding gemaakt van een meteorietsteen die bij opgravingen werd gevonden vlakbij de plaats waar koning Macbeth zijn kasteel had. Dit zou dan de begraven en verstopte echte steen van Scone zijn. Vooral het detail van meteoriet is erg interessant, gegeven het feit dat ook andere sacrale stenen zoals de Ka’aba van meteorietsteen zouden zijn.

12 http://en.wikipedia.org/wiki/Throne

13 Het beeld van opslokken en weer uitgespuugd worden is niet een traditionele omschrijving, maar een verwoording van mijn eigen ervaring met de kracht van de godin in de steen.

Als de Lia Fail van Tara toch meer stond voor een fallus dan nog blijft de conclusie intact. Ook dan is er in het centrum van het land een moment van éénwording tussen koning en Godin. Nu niet met de rituele dood als inwijding, maar dmv het ‘heilig huwelijk’.

Verder: Ook in het Middeleeuwse Zweden en Slovenië werden koningen op een steen gehesen als onderdeel van het kroningsritueel. In de oudheid moesten iig de Perzische koningen op een steen gekroond worden (Plinius).

Ook interessant: In the second place the coronation stones used so generally by the Gaelic tribes all over Ireland and Scotland, were comparatively small and portable, like that now under the Coronation chair at Westminster which is a flag 25 inches by 15 inches by 9 inches thick. But the present pillar-stone at Tara is 12 feet long by nearly 2 feet in diameter. It would be very unsuitable for standing on during the ceremonies of installation and coronation

De helden van de lente: of van de narcistische narcis en het gecastreerde viooltje

Elke lente is het weer een bloemenpracht: krokussen, narcissen, hyacinten, violen en anemonen. Weet wel dat elk van deze bloemen zijn bestaan heeft te danken aan het bloed van een Griekse of Oosterse jongeling, die stierf in de kracht van zijn leven!

De helden Krokos en Hyakinthos werden beiden fataal in het hoofd geraakt door een discus. Uit hun bloed ontstonden respectievelijk de krokussen en de hyacinten. De Frygische jongeling Attis werd door Cybele zodanig opgehitst dat hij zichzelf castreerde. Spontaan kwamen er op die plaats viooltjes uit de grond. Adonis was zo mooi dat de liefdesgodin Aphrodite verliefd op hem werd. Helaas was de liefde van korte duur. Adonis ging op jacht en werd doorboord door de slagtanden van een everzwijn. Anemonen waren het gevolg. Zo ontsprongen uit het (offer)bloed van de helden de mooiste lentebloemen! Net als hun bloemen bloeiden de helden kort, vertoonden hun grootste schoonheid in de lente van hun leven en verwelkten vervolgens weer. (1) Laten we deze helden eens onder de loep nemen..

Anemone-Coronaria-MK-ZE-Calanit001 krokus narcis-geel viooltjehyacint

(in volgorde; anemoon, krokus, narcis, viooltje en hyacint)

 Hyakinthos en Krokos

De jonge Griek Hyakinthos moet dusdanig aantrekkelijk  geweest zijn dat Apollo, geheel tegen zijn gewoonte in, verliefd op hem werd. Voor het eerst in de Griekse geschiedenis werd een God verliefd op iemand van dezelfde sekse! Helaas voor Apollo had de windgod Zephyros ook een oogje op de jongen en ontstak in jaloerse razernij. Apollo was net bezig om Hyakinthos te leren hoe hij moest discus werpen. Hij wierp de discus richting de zon en  Zephyros  deed de discus, met één windstoot, van koers veranderen. Zo brak hij ongewild de schedel van de jonge held. Uit het bloed van Hyakinthos ontsproot de hyacint en als teken van zijn weeklacht zette hij de letters AI AI in de bladeren van de bloem.  In Sparta werden te zijner ere de Hyakinthieën gehouden. Een vroeg zomerfeest waarin eerst gehuild werd om Hyakinthos, en daarna gejubeld om Apollo.

Krokos was van hetzelfde laken een pak. Hij was een schone jongeling uit Arcadië, die de pech had dat het oog van een god op hem viel en wel Hermes. Hermes maakte hem tot zijn liefje en leerde hem discuswerpen, met het bloederige resultaat van een gevelde Krokos en een mooie nieuwe bloem; de krokus. (2) Het is aannemelijk dat Apollo en Hermes hun minnaars overnamen van een godin, net zoals zij vele heiligdommen van godinnen overnamen.

433px-The_Death_of_Hyacinthos Broc 1801Zephyros and Hyankinthos

(Afb. De dood van Hyakinthos van Broc 1801, rechts Griekse vaas met Zephyros en Hyakinthos)

Adonis en de anemoon

Het lot van Adonis was nauwelijks beter te noemen. Hij werd geboren uit incest, en als kind moest hij wonen in de onderwereld onder de hoede van Persephone.  Als knaap kreeg Aphrodite een oogje op hem. Zo kende hij een kortstondig geluk en mocht hij rusten in de armen van de godin, na gedane zaken. Maar zijn lust voor de jacht moest hij bezuren, van jager werd hij prooi. Een zwijn nam hem te grazen en begroef zijn slagtanden in zijn onderbuik. Mogelijk werd hij daarbij zelfs gecastreerd! Aphrodite bekloeg zich in de woorden van Ovidius aldus:

‘But now your blood shall change into a flower. And with these words she sprinkled nectar [the drink of the gods], sweet-scented, on his blood, which at the touch swelled up, as on a pond when showers fall clear bubbles form; and ere an hour had passed a blood-red flower arose; yet its  beauty is brief, so lightly cling it petals, fall so soon, when the winds [Greek anemoi] blow that give the flower [anemone] its name.’ (3)

Na deze transformatie werden de Adonia ingesteld. Feesten in de vroege zomer ter ere van Adonis. Waarbij de eerste dag om hem werd gerouwd en de tweede dag gejubeld, mogelijk om zijn herrijzenis. Ook werden er zogenaamde Adonistuintjes gemaakt. In potten met een dun laagje modder werd sla, venkel en graan geplant, veel bewaterd en in de volle zon gezet. Deze planten schoten snel op, maar lieten hun kopje ook des te sneller hangen. Het is de vraag of de vrouwen deze tuintjes maakten als teken van de herrijzenis van Adonis of juist als teken van zijn vroege dood.

John_William_Waterhouse_(1899)_Awakening_of_Adonisoradonisgarden

(Afb Awakening of Adonis van Waterhouse en een Adonistuintje op een antieke vaas)

Viooltjes en Attis

Ook Attis was dusdanig verblindend knap dat een godin verliefd op hem werd. Cybele echter was een jaloersig type – als godin haar goed recht – en toen zij hem betrapte met het nimfje Sagaritis nam ze gruwelijk wraak. Hij werd door haar waanzinnig gemaakt zodat hij zichzelf in zijn furie ontmande.  Dit drama leidde toch tot een vrolijk resultaat. Uit het bloed ontsproten viooltjes! Cybele en Attis werden niet alleen in Frygië, maar ook in Rome vereerd. Zijn feest werd in de Romeinse tijd gevierd van 22 maart tot en met 27 maart. Eerst werd er gerouwd rondom een pijnboom die met viooltjes was versierd en hoogstwaarschijnlijk de god zelf moest voorstellen. Twee dagen later bereikte de rouw om Attis zijn hoogtepunt met zelfverminkingen van de Galli, de priesters van Attis, en de extatische zelfcastratie van novieten in imitatie van Attis. De 25e maart heette de ‘Hilaria’, waar ons woord hilarisch nog vandaan komt, er was vreugde alom vanwege de opstanding van Attis uit de dood. Als laatste ritueel was er de 27e maart een plechtige optocht van de tempel naar de rivier waar het beeld van de godin Cybele gewassen werd. (4)

De dood van deze verschillende bloemenhelden zou je kunnen zien als een bloedoffer. Een noodzakelijk offer om een nieuwe lente te bewerkstelligen. De vegetatiegod wordt in de mythe eerst als mens voorgesteld, alvorens hij vergoddelijkt wordt. Mogelijk werd hij jaarlijks door een mens gepersonificeerd om het bloedoffer op zich te nemen. Dit offer nam de oude, trage energie van het afgelopen jaar op zich, om het door zich heen te laten gaan. Daarna kon hij zich tot heil van de gemeenschap laten doden. Dat is een mogelijke interpretatie van het verhaal van Hyakinthos, Attis en Adonis.  Door de godin te beminnen, en op hun hoogtepunt te sterven, lieten zij uit hun offerbloed de lente en zijn bloemen ontspruiten.

396px-Attis_Altieri_Chiaramonti_Inv1656 Adrastos_slays_himself_on_Atys'_tomb_(1776)

(Attis met Frygische muts en Adrastos slays himself on Attis tomb 1776)

De narcis en Narcissus

Dan heb je nog het verhaal van de narcis. De schijnbaar vrolijke lentebode, die toch zo droevig haar kopje laat hangen, zichzelf weerspiegelend aan de waterkant. Deze bloem heeft vele geheimen. Haar naam is afgeleid van ‘narce’ wat bedwelming [narcose] betekend. Dat kan slaan op de intense geur van sommige narcissoorten of anders op de giftige bol.

Narcissus is de narcistische held die de inspiratie heeft gebracht voor het moderne woord narcisme. Hij was een Griekse jongeling waarvan was voorspeld dat, zodra hij zichzelf zou leren kennen, dit zijn ondergang zou worden. In de wereld der oude Grieken is de beste spiegel een heldere poel met bronwater, op een windstille dag. Narcissus keek in de poel, zag zijn reflectie en werd verliefd op zichzelf. Omdat dit spiegelbeeld onbereikbaar was kwijnde hij weg en ging hij dood. Hij veranderde in een Narcis die net zoals hij zijn kopje laat hangen aan de waterkant…

Stel je voor dat je op een frisse lenteochtend, zo’n stille poel in het woud vindt. Zij is omzoomd door gele bloemen. Je laat je hoofd hangen net als die bloemen. In het water zie je een gezicht. Verrek! Ben ik dat? Zodra je zegt: ja dat ben ik, en je meent jezelf te herkennen in de reflectie, dan zit je in de val. Als je kijkt naar jezelf, treedt je uit je ware zelf! Vanaf dat moment is het bijna onmogelijk om volledig terug te keren in die onbedorven naïeve staat van zijn die je daarvoor had. Je wordt verliefd op je zelfbeeld en verwart dat met je ware zelf. Tevergeefs probeer je één te worden met dat spiegelbeeld en je kwijnt weg. Je wordt –als het ware- omarmd door de nimf van de bron die je meesleurt naar de bodem. Je ziel wordt gestolen en gevangen genomen in een magische spiegel. Je plukt de narcisbloem en je wordt weggesleurd naar de onderwereld. Je geeft je macht en energie weg aan een reflectie en verliest (een stuk van) je ziel.

waterhouse_echo_and_narcissus

(Narcissus van Waterhouse)

De narcis en Persephone

De lente van het leven als hèt moment van zelfreflectie, kom je ook tegen in de mythe van de aanranding van Persephone. In de hymne aan Demeter van Homerus wordt verteld hoe Koré, de dochter van de Godin Demeter met haar vriendinnen bloemen aan het plukken was in een lenteweide. Bijzonder is hoe ze juist de bloemen plukt die geassocieerd worden met mooie, vroeg stervende lentehelden:  krokussen, rozen, viooltjes, irissen en hyacinten. Dan ziet ze een narcis. Die wordt als volgt omschreven:

“the narcissus which Earth made to grow, to be a snare for the bloom-like girl [Koré]– a marvellous, radiant flower. It was a thing of awe to see: from its root grew a hundred blooms and it smelled most sweetly, so that all wide heaven above and the whole earth laughed for joy.” 

Volgens de hymne was deze bloem, haar geur en haar stralendheid, het lokaas dat diende om de jonge godin Koré – wat meisje betekend – naar de onderwereld te brengen. Alle andere lentebloemen konden zonder gevaar geplukt worden. Pas toen zij de narcis plukte, was Hades, god van de onderwereld, in staat om haar aan te randen en mee te nemen de diepte in. In haar naïviteit plukte zij dit symbool van zelfliefde en zelfreflectie en verloor zo haar onschuld. (5)

Hades-1persephone-kriswaldherr_

(Persephone en Hades op een antieke vaas en Persephone plukt de narcis van Kriss Waldherr)

De held in de onderwereld

De held of ‘hero’ is de aan Hel of Hera geofferde die terugkomt en als teken daarvan lentebloemen oftewel vruchtbaarheid meebrengt. Hij is de Adonis of Adonai wat heer betekend. Oorspronkelijk was hij de held die zich opofferde voor de gemeenschap. Hij werd een godheid en daardoor heer(ser) over het leven en de vruchtbaarheid van de gemeenschap. (6) Nu is daar een nieuwe beproeving bijgekomen; de valkuil van de ontdekking van individualiteit die uitmondt in egoïsme en narcisme.

Het grootste gevaar voor elke moderne held op deze inwijdingsweg is het risico dat hij gaat reflecteren op zijn zelfbeeld. Hij spiegelt zijn masker alsof dat masker hem zelf is. Dit is het doolhof van het leven, het spiegelpaleis waarin je kunt verdwalen en nooit meer jezelf zal terugvinden. Want welke van de spiegels reflecteert je ware zelf? Koré vond met veel moeite de weg terug, door haar verlangen naar Demeter, de moeder. Maar de held of heldin keert nooit terug als dezelfde persoon. Het meisje Koré, werd Persephone, koningin van de onderwereld!

De held offert zichzelf, gaat dood en daalt af in de onderwereld. Daar vind hij zichzelf terug en kan bloemen meebrengen als teken van een nieuwe lente en een nieuw leven. Hij heeft de beproeving van het zelfoffer doorstaan en is daardoor heer(ser) over zijn eigen leven en energie. Dit verhaal toont een nieuw stadium in het menselijk bewustzijn waarin op een bewuste manier energie (bloemen)  gegeven kan worden, zonder er zelf aan te verliezen. Dit kan hij door zijn nieuw verworven zelfkennis en het behoud van zijn innige liefde voor moeder aarde. (7)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1) Dit zijn waarschijnlijk nog lang niet alle bloemenhelden. Het grasklokje heet bv. Endymion in het Latijn naar de slapende held die door de maangodin Selene werd bezocht.

Walker – encyclopedia of myths and secrets p. 399 Spreekt van een Grieks meifeest – de Hero-antheia; het bloeien der helden. Helaas zijn haar bronnen (Gaster – Myth, legend and custom in the Old Testament) voor mij onraadpleegbaar, nergens anders wordt van een dergelijk Grieks feest gesproken. Ik ga er van uit dat zij doelt op de Anthesteria.

Bloeien en bloeden zijn volgens sommige boeken etymologisch aan elkaar verwant… http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/bloed1

2) Die letters zijn alleen met een beetje fantasie te lezen in de bladeren van Tuinridderspoor. Mogelijk was dit de Griekse hyacint uit de oudheid..

Compendium van rituele planten – Decleene en Lejeune p. 513-516

http://www.theoi.com/Olympios/HermesLoves.html Meer dan dat is er niet bekend over deze uiterst obscure held.

De krokus wordt ook veel genoemd in connectie met de liefdesavonturen van Zeus. Het bruidsbed van Zeus en Hera zou omkranst zijn met krokussen en bij zijn aanranding van Europa liet zij zich verleiden om op de stier (Zeus in vermomming) te zitten o.a. vanwege de heerlijke krokusgeur die uit zijn mond kwam..

3) Adonis betekend ‘heer’. Een titel die hij deelt met lentegoden uit het Nabije oosten zoals Baal en Tammuz.

Robert Graves – Griekse mythen p.70-72

http://www.theoi.com/Olympios/AphroditeLoves2.html#Adonis

4) Obbink – Cybele, Isis, Mithras p. 32 -34

5) http://www.theoi.com/Khthonios/HaidesPersephone1.html of Homerische hymnen p.15

Een modernere Koré is Roodkapje die ook al bloemetjes plukkend haar ‘dark lover’ de boze wolf tegenkomt.

6) Walker – encyclopedia of myths and secrets p. 381 en 399

Frazer – The golden bough

7) Dan  is er nog een held die in de lente – met Pasen – sterft en de onderwereld ingaat, om triomfantelijk te herrijzen. Hij wordt ook wel ‘Adonai’ genoemd.. Hoe zit het met zijn bloed en zijn bloemen? Welaan, de bijbel geeft hierover geen uitsluitsel, maar de Graalslegenden zeggen er wel iets over. Als de soldaat Longinus zijn lans in de ‘zijde’ van Jezus steekt komt daar water en bloed uit. Jozef van Arimathea vangt dit vocht op in een beker; de san greal, de graalsbeker, die het ‘sang real’, het koninklijk bloed bevat. Eeuwenlang wordt er niets vernomen van deze beker met bloed en die lans. Maar dan blijkt het dat een mysterieuze visserkoning/ Graalskoning deze relieken al die jaren heeft bewaard. Helaas heeft hij zich door de lans laten verwonden in zijn scrotum. Dit zou je kunnen zien als een pseudo-castratie. Sindsdien is het Graalsland een woestenij geworden, waar niets wil groeien. Alleen Parcival de graalsridder kan hem redden door de juiste vraag te stellen. Na vele avonturen slaagt Parzival in zijn taak, stelt de vraag en geneest de koning. Tegelijk bloeit het land weer op en Parzival kan trouwen met Blanchefleur. de witte bloem.

Valknutr of Hrungnishjarta; knoop van de gevallene of moedig hart van Hrungnir

Al jarenlang loop ik rond met een houten kettinkje om mijn hals; de zogenaamde ‘valknut’ of op zijn Noors ‘valknutr’. Het heidens Scandinavische symbool bestaat uit drie in elkaar gehaakte driehoeken of uit een band die zo geknoopt is, dat hij drie driehoeken vormt. Knut is knoop en ‘val’ komt van ‘valr’ oftewel de gevallene op het slagveld. Het is de knoop van  de gevallene. Of toch niet? Het woord blijkt een onbekende herkomst te hebben en in ieder geval komt het in geen enkele middeleeuwse bron voor. Ook andere benamingen van dit symbool zoals toverknoop, knoop van de Vala en heilsknoop zijn van de negentiende eeuw of later. In de Snorra-Edda is er wel sprake van een geheimzinnig teken met drie punten; het hart van Hrungnir. Er is veel voor te zeggen dat dit de oorspronkelijke benaming van de valknut is. (1)

Sacrificial_scene_on_Hammars_-_ValknutDSCN2186

(Fig. links tricursale valknut op steen van Hammars, rechts unicursale valknut om mijn eigen hals)

De naam valknut blijkt een negentiende eeuwse interpretatie van het teken te zijn op basis van een aantal 7 tot 10e eeuwse gedenkstenen, voornamelijk van het Zweedse eiland Gotland. In de context van die afbeeldingen zag men het als een teken van iemand die gewijd is aan Odin en in het verlengde daarvan als het teken van een op het slagveld gesneuvelde krijger die verwelkomt wordt in het Valhalla. Om te zien of dit beeld klopt moeten we die stenen eens gaan bekijken..

Valknut, paard, ring en drinkhoorn

De valknut komt – op de stenen – het meest voor tussen de benen van een paard. In de Tjängvide gedenksteen is dit paard achtbenig en in die van Lärbro komt ook een achtbenig paard voor. Dit zou kunnen duiden op het achtbenige paard Sleipnir van Odin dat hij gebruikt om de negen werelden te bereizen. Ook valt de ring op die de krijgers omhoog heffen. De ring van Odin is Draupnir waaruit elke negende nacht negen nieuwe ringen  druppelen.

Lärbro Tängelgrda steen

Tjängvide gedenksteenDSCN2182

(Figuren zijn: Steen van Lärbro Tangelgarda, steen van Stora Hammar en gedenksteen van Lokrune)

De krijger – of hij nu Odin is of niet – wordt opgewacht door een gemantelde gestalte die iets omhoog heft wat mogelijk een drinkhoorn is. Vaak wordt hier een verwelkomende Walkure in gezien. Zij zou dan in haar hand een hoorn gevuld met mede of bier houden. Een welkomstdronk voor de net in het Valhalla aangekomen krijger.

In de gedenksteen van Lillbjors vinden we naast de valknut een vergelijkbaar symbool boven de krijger bestaande uit drie ineengevlochten drinkhoorns. Dit symbool komt ook voor op de steen van Snoldelev. In de cultus van Odin is de mede een belangrijke drank. Het geeft inspiratie en mogelijk zelfs extase. De krijgers die aanzitten in de Valhall genieten het voorrecht om van die mede te drinken. (2)

30-01-10/50Runensteen van Snoldelev Denemarken 8e Eeuw

(fig. links gedenksteen van Lillbjors, rechts runensteen van Snoldelev)

De valknut als teken van inwijding

In de steen van Stora Hammars bevindt de valkrune zich boven een gebogen mansfiguur die een inwijding lijkt te ondergaan. Het zou kunnen dat hij gemerkt wordt met het valknut teken met een speer door een priester of door Odin zelf. Roofvogels vliegen rondom het tafereel. Mogelijk zijn het Walkuren die de krijger hebben uitverkoren. (3)

800px-Sacrificial_scene_on_Hammars_(II)

(Steen van Hammars 8e e nC., Gotland)

Ook de scene die afgebeeld wordt op het rechterzijvlak van het Angelsaksisch runenkistje (7e E n.C) zou om een inwijding kunnen gaan. Deze hoogst merkwaardige afbeelding toont de valknutr opnieuw onder het (doden)paard. Rechts zien we een figuurtje in een soort van holle heuvel en daarnaast lijkt het alsof iemand een mantel krijgt omgegespt. Links van het paard staat een krijger tegenover een zittend paard-mens. Boven het paard staan de woorden ‘risci bita’; door het riet gebeten. De randinscriptie is te vertalen als: ‘de woud-god zit op schade-berg brengende ongeluk, zoals Erta eiste zij zaaien zorg en hartetreurnis’.

Erta is de Angelsaksische moeder aarde. Haar naam is verwant aan die van Hertha en het hart, en aan Urth, de oergodin van het noodlot. Zij is de ene godin die ook drie is in de vorm van de Nornen of schikgodinnen. De valknut zou een passend symbool voor hun – en daarmee van het lot – zijn. De vorm van drie vrouwelijke driehoeksvormen in één past hier goed bij. De zorg en treurnis die Erce en de woud-god (Odin?) veroorzaken kan die van de inwijding zijn, waarbij de oude hechtingen en (familie)banden worden verlaten, en een semi-dood wordt ondergaan door in de holle onderwereldberg te gaan. Na die inwijding is er geen angst meer voor de dood. De krijger wordt een mantel omgeslagen – mogelijk van wolven of berenhuid – en opgenomen in het Einherjar, de aan Odin gewijde krijgslieden. (4)

800px-Franks_Casket_-_Right_side Angelsaksisch runenkistje 7eE

(fig.: rechterzijpaneel van het Angelsaksisch runenkistje 7eE)

Triquetra en Triskele

Ook het tafereel met triquetra op de steen van Sanda zou om een inwijdingsmoment kunnen gaan. Het triquetra symbool is ook te zien op het Gosforth kruis. Daar zien we een krijger die op het punt staat om door een slang-draak opgeslokt te worden. Aan de andere kant van het monster zien we het triquetra teken. Mogelijk als een symbool van de dood- en wederopstanding van de krijger.

De steen van Sanda met TriquetraGosforth kruis Cumberland

Zowel de driehoek in de valknut als de vesica piscis in de triquetra worden gezien als symbolen van het drievoudig vrouwelijke. (5) De driemaal drie is het getal van de negen Walkuren, maar ook de negen nachten dat de inwijding van Odin zelf duurde en de negen machtige spreuken die hij daarna leerde. Van triquetra naar triskele is maar een kleine stap en er is zelfs een voorbeeld waar de valknut en de triskele worden gecombineerd. De zwarte vogels doen weer denken aan de Walkuren. Ook de walkuren – die de gedoemde krijgers uitkiezen op het slagveld en ze verwelkomen in het valhalla – hebben zo een sterke associatie met de valknut.

Zevende eeuwse Frankische triskele met raven en valknutvalknut op Oseberg bed

(Links Frankisch kistje 7e E en rechts Valknut gevonden op schip van Oseberg)

Het enige voorbeeld van een Valknut dat nog te geven is dat meer licht op de kwestie schijnt is die op het bed in het Oseberg schip. Dit was een schip dat begraven lag in een grafheuvel in Denemarken. Dit is de enigszins magere oogst van oude afbeeldingen van de valknut. Er schijnen nog wel meer afbeeldingen van het valknut symbool te zijn uit de heidense tijd, maar ik heb ze niet gevonden. Dit maakt het niet makkelijk om de betekenis van de valknut te achterhalen, gelukkig is er nog één mogelijke bron.

Hart van Hrungnir

In de proza Edda van Snorri Sturluson – in het deel genaamd Skaldskaparmal –  wordt de mythe verteld van de reus Hrungnir, zijn paardrijwedstrijd met Odin en zijn duel met Thor. Hierin komt de volgende zinsnede voor: ‘Hrungnir had een vermaard hart, gemaakt van keiharde steen, gepiekt met drie punten, net zoals het magisch geritste teken dat later van een hart werd gemaakt en sindsdien ‘Hrungnishjarta’ wordt genoemd.‘ (6)

Het zou niet vreemd zijn als dit refereert naar de ‘valknut’. Hrungnir gaat een wedstrijd aan met Odin wiens paard het snelste is. De reus verliest, maar door zijn snelheid is hij al wel met zijn paard in de Asengaard beland. Hij krijgt daar van Odin een vrijgeleide en betreed het Valhalla. Walkuren verwelkomen hem daar met een drinkhoorn gevuld met mede of bier. Dit tafereel lijkt sterk op de afbeeldingen van de krijgers te paard op de gedenkstenen, behalve dan dat Hrungnir een reus is en geen mens. 

Hrungnir4

De moed van Braller

De betekenis van ‘Hrungnishjarta‘ valt ook uit het verhaal op te maken: Het wordt aangehaald vlak voor het begin van een duel tussen de reus en Thor. Een goed moment om een teken van dapperheid te introduceren. Hrungnir betekend zoiets als braller. Onder invloed van de mede wordt hij inderdaad overmoedig en opschepperig. Toch blijkt zijn opschepperij niet slechts grootspraak. Hij was de kampioen en allersterkste van de reuzen. hij zal vechten tegen de kampioen der goden; Thor. In de oudtijdse gevechten tussen kampioenen van de ene en de andere stam, was brallen, uitdagen en snoeven standaard repertoire. Hiermee hoopte je de tegenstander te intimideren.  Zijn stenen hart blijkt een moedig hart, want hij gaat het duel met Thor aan zonder angst of aarzeling. (7) 

De lafheid van Mistkalf

De strofe over het hart van Hrungnir komt vlak na de episode waarin de reuzen een  strijdmakker voor Hrungnir maken van klei De reuzen zochten voor deze ‘Mökkurkalfi’ (Mistkalf of Moddervoet) een geschikt hart, maar vonden niets ander dan het hart van een merrie. Het hart van de merrie blijkt een bang hart en mistkalf pist van angst  in zijn broek. Hij wordt makkelijk verslagen.

Nu wordt op het Angelsaksische runenkistje links een als paard vermomd mens afgebeeld. Je zou haar als een paardgemaskerde Germaanse priesteres oftewel Volva kunnen kenschetsen. Zij heeft een tak in haar hand. Mogelijk merkt zij daarmee de krijger die tegenover haar staat. Vanaf dat moment heeft hij – net als Odin – het vermogen om te reizen door de geestenwereld. Hij heeft het hart van de merrie gekregen en kan net als  Sleipnir de negen werelden bereizen. De valknut is dit teken van de negen in drie in één.

Rechterzijvlak Angelsaksisch runenkistje

De mythe van Hrungnir en zijn duel met Thor zou een latere kritiek op dit teken kunnen zijn. Hrungnir die dit vrouwelijke teken draagt wordt verslagen door Thor die het mannelijke teken van de moker Mjölnir draagt. De ouderwetse reuzen met hun wapens van steen, hebben nog vertrouwen in het oude vrouwelijke teken ‘Hrungnishjarta’ en plaatsen een merriehart in het lijf van de metgezel van Hrungnir, Mistkalf. Het blijkt echter een te klein hartje voor zijn grote lijf.

Dat dapperheid in het hart zit is nog te horen in uitdrukkingen als, ‘iemand een hart onder de riem steken‘  (iemand moed inpraten) of ‘een grote mond, maar een klein hartje‘, wat je zegt van iemand die wel opschept, maar daarna weinig moed toont. In het Engels ken je de uitdrukkingen ‘he takes heart‘ en ‘have a heart‘, waarbij het beide keren om moed gaat. Wie ‘courage’ heeft, heeft de innerlijke kracht van het hart (fr; coeur). Wie moed heeft houdt op met denken, laat zijn gemoed spreken en zet deze om in dadendrang. (8) 

Moed en noodlot

De dapperheid van Hrungnir en andere strijders uit de heidense tijd kwam vanuit een gevoel dat het lot al bepaald was. De drie noodlotsgodinnen hadden al beslist hoe lang het leven zou zijn. Wyrd of Urth had het web van war al geweven. In zo’n situatie is angst overbodig, de uitkomst van de strijd stond toch al vast. Het was zaak om eervol en standvastig mee te werken aan de uitvoering van zijn eigen lotsbestemming. Een hart van steen maakt zonder mededogen, maar ook zonder angst. Vele krijgers vielen – net als Mökkurkalfi – ondanks dit lotsdenken toch ten prooi aan angst. De aan Odin gewijden hadden de dood onder ogen gezien en gereisd met het dodenpaard. Zij kenden hun lot en aanvaardden het, dit maakte ze dapper. De valknutr kan gezien worden als hun teken. Niet slechts als strijder in de oorlog, maar ook als reiziger van de negen werelden en krijger in de andere wereld tegen de negatieve kosmische krachten. 

Zo is de positie van de valknut (of hrungnishjarta) – onder de poten van het dodenpaard of dichtbij de oorlogs- en tovenaar-godheid Odin – duidelijk. Toch is het niet het teken van Odin, maar eerder van Urth / Ertha. De driehoek en ook het hart zijn tenslotte vrouwelijke symbolen en Odin had zijn kracht en wijsheid verkregen uit een vrouwelijke bron. (9)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1) Tot aan het stuk van Hrungnir is mijn verhaal vrij gelijkend op dat van Farwerck of datgene wat http://www.nederlandsheidendom.nl/webstek/valknut.html er van zegt. Toch is dit ‘taking of the evidence’ noodzakelijk om mijn punt te maken zodra we belanden bij de mythe over het duel Hrungnir en Thor.

http://en.wikipedia.org/wiki/Valknut

Farwerck – Noordeuropese mysterieën p. 598 e.v.a.

2) De stenen en hun omschrijving vindt je o.a. in  http://www.nederlandsheidendom.nl/webstek/valknut.html

Farwerck – Noordeuropese mysterieën en

http://www.timothystephany.com/gotland.html en http://timothystephany.com/papers/Article-GotlandStones_ver2b.pdf

Herdenkingssteen Sanda: Viking memorial picture stone showing the saga of God Thor (son of God Odin) dedicated to the brothers Rodvisl. Sanda, Gotland (Sweden); 7th-10th century. / Viking picture stone of Lillbjors Gotland with God Odin (Wotan) on his horse Sleipnir, welcomed by aValkyrie with a drinking horn. A viking ship is depicted at the bottom of the stone. 8th century. / The image stone at TängelgårdaLärbro parish, GotlandSweden is decorated with a scene of warriors holding rings, one (possibly Odin) horsed, with Valknutsymbols drawn beneath. 7e E / Hammars Stone zweden 8e E / Gedenksteen van Lokrune Valknut tussen de benen van een paard (172)

3) Vreemd genoeg laat de ene foto van Stora Hammars een gehangene zien en de andere foto een soort van vlek.. Zie hieronder voor een afbeelding met gehangene. Geen van de meest recente foto’s hebben echter een gehangene. Het heeft er veel van dat de foto iets is opgepoetst. Soms lijkt het of de wens de vader van de gedachte is..

Fig1a_StoraHammarsGedenksteen hammers

4) http://nl.wikipedia.org/wiki/Franks_Casket  

De oorspronkelijke tekst is: herh os sitæþ on hærmberge agl(ac) drigiþ swa hir i erta e gisgraf særden sorgæ and sefa tornæ

Farwerck – Noordeuropese mysteriëen: p. 602

Farwerck geeft de volgende vertaling: Hier zit de (als Wodan) vermomde op de berg van smarten. De inwijder sleept de ear-twijg (de met dit runenteken gemerkte kandidaat) naar het woud der  verschrikking, verhef u uit de grot van zorg en harteleed.

5) Valknut en triquetra worden beide als naam gebruikt voor het symbool van de drievoudig ineengevlochten ‘vesica piscis’ als deze te zien is op Scandinavische stenen. Qua vorm is er echter een duidelijk onderscheid.

Walker – Dictionary of symbols and sacred objects p. 36

 

6) Edda – Snorri Sturluson (vert. Marcel Otten) p. 103

7) http://en.wikipedia.org/wiki/Hrungnir echter: http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/brallen

Ellis Davidson gaat hier nog een stuk verder in. Zij beweert dat de Valknut het symbool is van de macht van de god Odin om te binden en ontknopen. Waarbij zij voornamelijk duidt op zijn macht om iemand te doen verlammen van angst of  juist los te barsten in strijdfurie of berserkerwoede. Getuige de knoopvorm van de valknut en de connectie die Hrungirs hart met moed heeft zou zij gelijk kunnen hebben, toch blijft dit op deze minimale gronden slechts een suggestie. H.E. Davidson – Gods and myths of Northern Europe p.147

8) www.etymonline.com/index.php?term=courage

http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/moed

9) Hij stal de drie vaten met mede van de reuzin Gunnlod door haar berg in te gaan en met haar te vrijen. Gunnlod betekent ‘krijgsonthaal’. Indien de krijger te paard met de valknut tussen de benen – zo wij die zien op de herdenkingsstenen – Odin is, dan zou zij degene kunnen zijn die hem met drank verwelkomt. Ook heeft hij ws. gedronken uit de bron van Urth onder de kosmische boom. Was het niet op het moment dat hij na negen nachten hangen aan de boom naar beneden reikte, dan wel toen hij dronk van de bron van Mimir, want de drie bronnen aan de drie wortels van Yggdrasil zijn uiteindelijk ook één.

http://en.wikipedia.org/wiki/Wyrd

Ook interessant: http://www.sacred-texts.com/bos/bos649.htm

Magie en mythe van de maretak

In de Keltische bomenkalender hoort de maretak bij dag 0, de dag tussen de jaren. Dit wordt meestal gezien als de dag van de midwinter, maar het kan ook om de midzomer gaan. (1) Dit is een magische dag die zich buiten het rad des tijds bevindt. De maretak met zijn felgroene bladeren en takken in het hartje van de winter past goed bij deze dag. Ook het feit dat de maretak op een boom groeit – en zo tussen hemel en aarde zweeft – in plaats van te wortelen in de grond, maakt hem tot een plant die past bij een dag die buiten de tijd valt. De plaatsing van de maretak op deze dag leidde – zeker na beschouwing van de mythen rond de maretak – bij mij tot de conclusie dat hij de sleutel is om uit deze werkelijkheid te ontsnappen.

mistletoe-fruits_lgimage005

Balder en de maretak

Om de betekenis van de maretak goed te kunnen duiden moeten we kijken naar één van de beroemdste en meest tragische verhalen uit de Edda; het verhaal van Balder en de maretak. In samenvatting gaat dit verhaal als volgt: Balder de goede, stralende god heeft boze dromen, nachtmerries. Omdat zijn ouders – Frigg en Odin – bang zijn dat hem iets zal overkomen, laat zijn moeder alle levende wezens een eed zweren dat zij Balder niet zullen kwetsen. Loki zint die onkwetsbaarheid maar niets en vermomt zich als oude vrouw. Zo vermomd weet hij Frigg te ontfutselen welk wezen geen eed heeft gezworen. Frigg antwoordde: ‘ten westen van Walhalla groeit een loot die de maretak heet. Die leek me te jong om er een eed van te eisen.’

De Völuspa beschrijft de maretak als volgt: ‘Ik zag Baldr, het bloedige offer, Odins kind, ik zag zijn toebedeeld lot: een loot, volgroeid, stond hoog in het veld, rank en slank zag die mistel eruit. Toen werd die scheut, die zo slank leek, een vervaarlijk wapen: Höd leerde schieten. (2)

De goden speelden ondertussen een spelletje met Balder waarbij hij het mikpunt was van vele wapens die hem toch niet konden kwetsen vanwege hun eed. Alles ketste van Balder af. Zo was hij het stralende middelpunt van dit vreemde spel. Maar Loki had van de maretak een wapen gemaakt – een pijl of werpspeer – en drukte deze in de handen van de blinde god (en broer van Baldr) Höd.  Loki maande hem om mee te doen aan het spel, maar Höd zei: ik weet niet waar hij staat!  Loki richtte zijn handen en zo wierp hij de maretak en doodde zijn broer. Balder stierf en daalde af naar de onderwereld. Zijn broer Hermod ging ook naar Helheim, maar dan levend op het paard Sleipnir. Deze reis zou je kunnen zien als een soort van sjamanistische trance-reis. Hij smeekte aan Hel, de godin van de onderwereld, of zij Balder terug wou geven aan de levenden. Hel zei dat Balder slechts terug mocht als elk wezen – levend en dood – voor hem wou huilen. Helaas voor Balder was er toch één wezen dat weigerde om te huilen. Dat was de reuzin Thökk (bedankt), maar velen meenden dat het Loki was in vermomming. Zo blijft Balder in de onderwereld tot aan het einde der tijden. (3)

Baldr_dead_by_Eckersberg

 De maretak en de nachtmerrie

Snorri noemt de dood van Balder het grootste onheil dat goden en mensen is overkomen. Wat dat onheil precies inhoudt – en de rol van de maretak daarin – wordt niet vertelt. Er valt alleen naar te gissen. Eén aanwijzing wordt gegeven in het feit dat Balder boze dromen heeft. (4) Boze dromen, zijn nachtmerries.  In de naam maretak zit het woord mare. Mare is een oud woord voor nachtmerrie. Niet slechts in de vorm van een boze droom, maar als de naam van een vampiristisch wezen dat nachtmerries èn erotische dromen veroorzaakt om zo energie van je te stelen. Zij doet dat door zich op haar slapende slachtoffer neer te zetten en te drukken. Waarschijnlijk is ook Balder dit overkomen.

goyanightmare (Nachtmerrie van Goya)Nightmare, in Le Diable Amoureux by J Cazotte 1845

De maretak wordt – in de folklore – gevormd doordat de (nacht)mare – na het berijden van mens en paard tijdens haar nachtelijke tochten ook even schrijlings op een boom heeft gezeten. Ook van de boom heeft zij energie ontnomen en vervolgens kan daar een maretak ontstaan. Volgens het magische principe van ‘Similia similibus curantur’ is de maretak daardoor ook een afweermiddel tegen de mare. Zij werd als bescherming tegen de mare in Zweden in huizen en stallen opgehangen. (5) De maretak is inderdaad een halve vampier of beter gezegd halfparasiet van de boom waarop zij groeit. Zij onttrekt water en voedingsstoffen aan de boom waarin zij zich vast heeft gezet, maar kan zelf het zonlicht opnemen via haar immer groene bladeren.

aeneas-golden-bough-print

De maretak als sleutel voor de ingang van de onderwereld

Ook in de Aeneïs van Vergilius (1e E vC) wordt er een connectie gelegd tussen de maretak en de reis naar de onderwereld. De held en stichter van Rome Aeneas moet een ‘gouden tak’ plukken voor de godin van de onderwereld Proserpina (Persephone) om toegang te kunnen winnen tot die wereld.

Deze tak wordt als volgt beschreven: a tree, through whose branches flashed the contrasting glimmer of gold. As in winter’s cold, amid the woods, the mistletoe, sown of an alien tree, is wont to bloom with strange leafage, and with yellow fruit embrace the shapely stems: such was the vision of the leafy gold on the shadowy ilex, so rustled the foil in the gentle breeze. Forthwith Aeneas plucks it and greedily breaks off the clinging bough, and carries it beneath the roof of the prophetic Sibyl.’ (6)

De gouden tak wordt herkend door de veerman Charon en Aeneas mag de onderwereld in. Later in het paleis van Pluto hangt Aeneas de gouden tak aan of boven de deur die toegang biedt tot de Elysische velden.

Volgens de grondlegger van de antropologie James Frazer lijkt de ‘gouden tak’ van Aeneas niet slechts op de maretak, maar is het gewoon de maretak! Vele schrijvers betwijfelen dit omdat de maretak groen en niet goud is. Maar Frazer wijst op de goudbruine tint die de plant krijgt als hij gedroogd wordt. (7) Ik wil ook wijzen op de maretak als drager van een grote hoeveelheid energie. Met het innerlijke oog is dit waar te nemen als een gouden gloed.

Druids&Mistletoemistletoewinter

De maretak en het ritueel van de druïden volgens Plinius

Plinius de Oudere (1e eeuw nC) schrijft in zijn Naturalis Historia o.a. het volgende over de maretak.

“De druïden beschouwen niets heiliger dan de maretak en de boom waarop deze groeit, op voorwaarde dat deze een eik is. Want ze geloven dat alles wat op deze bomen groeit vanuit de hemel gezonden is, en een teken is, gekozen door de God zelf. De maretak groeit slechts zeldzaam op een eik; maar als hij aangetroffen wordt, verzamelen de druïden hem met een plechtige ceremonie. Nadat de nodige voorbereidingen werden getroffen voor een offer en een feest onder de boom, verwelkomen ze de maretak als de universele genezer en brengen op die plaats twee witte stieren. Een priester, gekleed in een witte rok, klimt in de boom en snijdt de maretak af met een gouden sikkel en deze twijg wordt dan opgevangen in een wit laken. Ze geloofden dat een drankje gemaakt van maretak steriele dieren vruchtbaar maakt en dat de plant een remedie is tegen alle gif.”  (8)

In een andere passage vertelt Plinius dat de maretak verzameld moest worden op de eerste dag van de maan zonder het gebruik van ijzer en dat de plant de grond niet mocht raken, anders zou het zijn werkzaamheid verliezen. Op deze wijze helpt het o.a. tegen epilepsie en voor een betere bevalling. Deze passage gaat waarschijnlijk over Romeinse gebruiken, maar ook in latere kruidenboeken worden deze effecten aan de maretak toegeschreven. (9)

damblans

De esoterische betekenis van het ritueel

De Druïden wisten goed wat ze deden. Als ‘dru-wyd’ – kenners van de eik – wisten ze hoe een boom kon staan voor het ideale menselijke energetische systeem. De boom is als het ware een transformator tussen de krachten van hemel en aarde. (10)

Bij het Heilig huwelijk tussen de hemelgod en de aardegodin fungeert de kosmische boom in het midden van de schepping als fallus van de godheid die uiteindelijk binnendringt in de schoot van moeder aarde. (Bij een mannelijke aarde – zoals Geb bij de Egyptenaren – is het omgekeerd voor te stellen als fallus die binnendringt in het zwarte gat – het middelpunt van de nachthemel – waar de kosmische paal in gestoken wordt.) Zo kan de priester of druïde de energie opwekken tot heil van de gemeenschap. Het grote probleem is dat de mare –  zich voordoet als de grote moeder. Zij is echter slechts de mater materia: de moeder van de materiële schijnwereld. Hierdoor verliest de god (of zijn priester-plaatsvervanger op aarde) zijn energie/ sperma in een fata morgana. Hij verliest zijn energie in de schijnwereld van de materie. Hierdoor wordt de ultieme eenwording van man en vrouw een desillusie. De vrouw wordt tot een fatale vrouw, een vampier. Vanuit deze tragische ervaringen tijdens het magische ritueel om energie op te wekken van het ‘hieros gamos’ ontstond de mythe van de mare!

De maretak en het ik-bewustzijn

Daar waar de mare is geweest ontstaat de maretak; een samenballing van groene energie ontstaan uit vampirisme. Deze zit opgesloten in de materie, maar kan door druïden en tovenaars vrijgemaakt worden. Eén ding verschilde er tussen het systeem van een mens en dat van de boom: Het bewustzijn. In de vorm van de halfparasiet maretak dachten de druïden het equivalent van het ik-bewustzijn van de mens gevonden te hebben.

Dit bevrijden van de energie die opgesloten zit in de materie is een uiterst secuur werkje. In feite is het ritueel van het snijden van de maretak inclusief offers, witte gewaden en het gouden snoeimes, niets anders dan de veruitwendiging van een innerlijk proces. De druïde-tovenaar-sjamaan is de energetisch specialist. Hij stelt zich wit en zuiver op om het energetisch continuüm van zijn patiënt in te gaan. Hij vindt op een aantal plaatsen de vampiristische aanhechtingen van de demonen en snijdt deze af met behulp van de maanvormige gouden sikkel. Die sikkel staat voor de gecombineerde krachten van zon en maan, man en vrouw. Op het zelfde moment zullen een aantal waanbeelden en verstarringen bij de patiënt oplossen. Dit symbolische snijden van de maretak van de eik lijkt op een castratie omdat je voorbij de dualiteit en het man of vrouw zijn komt en dus bij het puur mens zijn. (11)

De maretak en ‘vallende ziekte’

Bij dit proces komt heel veel energie vrij die in de vampiristische aankleving of de maretak zit. Het is zaak deze energie te gebruiken voor het welzijn van de gemeenschap. Daarom mag de maretak de grond niet aanraken anders zal de energie door de aarde worden opgenomen. De folklore noemt diverse ziektes die door maretak zou worden genezen, met name de vallende ziekte wordt vaak genoemd. Zoals de plant tussen hemel en aarde groeit en de aarde nooit mag raken, zo zal de epilepticus – die maretak bij zich draagt – ook de grond niet meer raken. Hij zal niet meer vallen! (12)

druiden1

De grootste hoeveelheid energie komt van de flitsen van inzicht, de plotse momenten van bewustzijnsverruiming, als de god eventjes rechtstreeks contact heeft met de godin. Helaas wordt dit inzicht bijna direct weer opgeslokt door de illusie van de maretakwereld. Waardoor de gevangenschap in materie en gedachten voortduurt. Een verre echo hiervan vinden we in de folklore dat de maretak de bliksemkracht verzameld en daardoor het huis behoed voor blikseminslag en – daar weer uit voortvloeiend – voor brand.. (13)

De maretak als sleutel van alle sloten

De maretak als het ik-bewustzijn is een uiterst gevaarlijk wezen. Het is schijnbaar klein en onbetekenend, maar het zal uiteindelijk iedereen opslokken en gevangen zetten in deze schijnwereld die wij bewonen. Tegelijk is het ook de sleutel en het paspoort waarmee je de poorten van deze onderwereld in en ook weer uit kan gaan. Ook in de folklore wordt de maretak nog gezien als een plant die sloten zou kunnen openen. (14) Echter als je niet weet hoe deze sleutel te gebruiken dan kom je er wel in, maar niet meer uit. Dat is de tragedie van Balder, hij hanteerde de tak niet als sleutel of als wichelroede, maar hij werd er – naïef en schuldeloos als hij was – onwetend en ongewild door doorboord, overmand. Zijn broer Höd kon niet achterblijven en moest ook de onderwereld in. Zij zijn twee kanten van de medaille, een lichtende en een donkere kant van de mens en van het jaar. Beiden zijn uit de directe ervaring en in de afstandelijke wereld van materie en gedachten gevallen.  Zij zijn in de schijnwereld van de mare en haar tak gevangen en hebben geen idee hoe zij hier weer uit moeten komen. In deze zin is het verhaal van Balder een zondevalverhaal.

368px-Each_arrow_overshot_his_head_by_Elmer_Boyd_SmithBalder-gedood-met-maretak-239x300

De maretak is een allesgenezer

De maretak wordt door Plinius een allesgenezer genoemd en zo werd hij in de negentiende eeuw nog steeds betiteld in de Keltische landen. (15) Als het ik-bewustzijn zijn hechting aan de wereld van materie en gedachten, oftewel de mare/ illusiewereld verliest, dan kan dit – nu onthechte – individuele bewustzijn als kracht worden ingezet. Het wordt een kracht waarmee alle illusies van het tijdelijke ontmaskerd worden. Zo kunnen alle ziektes die behoren bij het tijdelijke lichaam ermee worden genezen. Het grote offer is dan weliswaar de desidentificatie en onthechting van materie en gedachten die behoren bij dit lichaam en al zijn tijdelijke genoegens. De druïden konden dit en sneden de maretak-vampier af van de boom en daarmee van zichzelf of van de gemeenschap. Zij konden naar eigen wil en op hun eigen tijd de reis naar de andere kant maken. Zowel voor Balder als voor het gros van de mensheid is de illusie van de maretak te sterk en zal het moment van inzicht en daarmee de verlossing pas plaatsvinden na het Ragnarok, na het einde der tijden.

1) Robert Graves – The white goddess p.249 De maretak als behorend bij de dag tussen de jaren is met name zijn theorie, maar gretig overgenomen door vele paganisten.

Mijn verhaal over zoenen onder de maretak lees je hier: http://wp.me/p26qJo-84

2) Snorri Sturluson – Edda (vert. M. Otten) p.72 (Gylfaginning) De beschrijving klopt niet. Het is sterk de vraag of de IJslandse dichter wel wist hoe maretak er uit zag. Maretak is niet inheems in IJsland.

Edda (vert. M. Otten) p.7 (Völuspa vs 31-32)

3) Snorri Sturluson – Edda (vert. M. Otten) p. 71-74

4) Een van de gedichten uit de poëtische Edda gaat hierover: ‘Baldrs Draumar’

5) Decleene en Lejeune – Compendium van rituele planten  p. 722

http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/maretak (In het volksgeloof bereed de mara niet alleen de slapenden, hun daarbij angstige dromen bezorgend, maar verwarde ze ook de manen van paarden tot kluwens, evenals de takken en twijgen van bomen.)

6) Aeneas – Vergilius boek 6 vs. 183

7) James Frazer – The golden bough p. 703 Frazer beschrijft een uitgebreide theorie over Balder en de maretak met verregaande consequenties. Die kan je hier lezen: http://www.sacred-texts.com/pag/frazer/gb06500.htm

8) Decleene en Lejeune – Compendium van rituele planten

9) James Frazer – The golden bough p. 662

Blöte-Obbes – Bomen en struiken p. 72

10)  http://www.etymonline.com/index.php?term=druid
In mijn boek: ‘De symboliek van bomen’ schrijf ik meer over deze sacrale functie van de boom.

11) Graves – the white goddess p. 284

12) Hierbij kan je ook denken aan de sterke ‘mana’ of kracht die sacrale koningen hebben die daarom altijd gedragen moeten worden, hun voeten mogen de grond niet raken, zodat ze hun kracht niet kwijtraken aan de aarde.

James Frazer – The golden bough p.662

13) James Frazer – The golden bough p.662

Decleene en Lejeune – Compendium van rituele planten p. 715

14) Blöte-Obbes – Boom en struik 71

15) James Frazer – The golden bough p.661

Witte wieven, nevelslierten en grafheuvels

Wieven als nevelslierten

Wie tegenwoordig vraagt naar de witte wieven zal meestal te horen krijgen dat dit nevelslierten zijn. Deze naturalistische verklaring van een volksgeloof gaat echter dieper dan je denkt. Als je je ogen probeert te focussen op nevel die zweeft over de velden dan zal je merken dat je dat niet lukt. Het heeft geen heldere contouren en verandert continu. Zo kan je oog zich niet scherpstellen en je brein geen objecten waarnemen. Als je op die manier langdurig zal staren naar de nevel wordt het analytische objectieve brein uitgeschakeld en zal het gevoel en de intuïtie de waarneming overnemen! Dit maakt het waarnemen van het bovennatuurlijke zoals elfen en geesten mogelijk. De priesteressen van Avallon zagen voorbij de nevel hun wondereiland. In Drenthe en Twente zag men dan de witte wieven! (1)

Älvalek

Wieven als spookgestaltes

Witte wieven kom je vooral tegen in Drenthe, Twente en de Achterhoek. Witte juffers en witte vrouwen vindt je ook in andere delen van het land en er zijn ‘white ladies’ in Engeland gesignaleerd. Toch gaat het in deze gevallen meestal om vrouwelijke spookgedaanten gehuld in hun witte doodssluier.  Bij de witte wieven van het Saksische gedeelte van Nederland is er meer aan de hand. Het wief lijkt hier een vreemd amalgaam van heks, elf en spook. (2)

dameblanche

Witte wieven als elven

De benaming en de folklore rond de witte wieven is in verband te brengen met de elfen. Als naam vinden we het terug bij Guinnevere, de vrouw van koning Arthur. Haar oorspronkelijke Welshe naam is Gwenhwyfar. Gwen is wit en hwyf is wijf! Finnabair, de dochter van Mebh – die vaak als koningin der elfen wordt gezien – betekend hetzelfde, witte vrouw. De koning der elfen is Gwyn ap Nudd. Waarbij Gwyn weer wit betekent. Alf en alp zijn beide benamingen voor de elfen en betekenen beide wit. Ook als je de folklore rondom elfen en wieven vergelijkt hebben ze een sterke gelijkenis. Zij wonen net als de elfen van Ierland vaak in de grafheuvels. Zij doen werkzaamheden bij nacht op het boerenland in ruil voor een schotel pannenkoeken, net als de elfen dat doen voor een schotel melk en een stukje brood. Soms stelen ze een mensenkind en leggen er een wicht (wisselkind) voor in de plaats. (3) 

Ängsälvor_-_Nils_Blommér_1850

Wieven als heksen

Er zijn minstens zoveel gelijkenissen in de sagen te noemen tussen witte wieven en heksen: Vaak nemen de wieven stiekem ´s-nachts van het bier of van de melk en dat lukt ze ongemerkt doordat ze zelfs door de nauwste kiertjes nog binnen kunnen komen. Ze gingen langs de deuren en vroegen dan om een “balkenhaas”, dit was echter een kat, kregen ze dit heksendier mee, dan braadden ze het en aten het op. Zeker in latere gepopulariseerde versies werden de wieven telkens meer veranderd in lelijke, gemene heksen. (4)

1274784635074_fsagen_004

Witte wieven als wijze vrouwen; Becker, Kempius en Picardt

Als we teruggaan tot de oudste bronnen over de witte wieven ontstaat er een heel ander beeld: Balthasar Bekker in zijn ‘de betooverde wereld’ uit 1691 oppert de verklaring dat wit niet persé voor de kleur van hun gestalte of hun sluier hoeft te staan. Het wit kan ook ‘wittende’ wieven betekenen. Zoals in het Engelse ‘witty’ en het Nederlandse verwittigen. In dat geval zijn het wetende oftewel wijze vrouwen! (5)

Cornelius Kempius is een stuk negatiever over de wieven in zijn ‘de origine frisiae’ uit 1586. Hij vertelt hoe ze hun heuvels door duivelskunsten hebben opgeworpen en hoe ze reizigers ’s-nachts lastig vielen en herders en kraamvrouwen ontvoerden. Dit is een beschrijving die past binnen de strategie van de kerk om al het heidense te demoniseren.(6)

In het boek ‘antiqueteiten van Drenthe’ uit 1660 van de Drentse dominee Picardt staat een zeer interessante beschrijving van de Witte Wieven. Hierin lijken ze meer op oudtijdse priesteressen dan op geesten, heksen of elfen:

‘Onder de Berghjes, vindt men eenige die ingevallen zijn en voortijds van binnen hol geweest. In wat Landt dat men komt/ soo hoort men alle menschen spreken/ dat die voortijds geweest zijn woonplaetsen der witte Wijven, en de gedachtenisse eeniger harer wercken en seyten is noch soo versch in de memorie van veel grijse hoofden/ als wannerse noch onlangs gebeurt waren.
In wat plaetsen dat men dese wooningen der witte Wijven vindt/ sal men de Ingesetenen eendrachtigh van haer hooren verklaren: dat in sommige deser groote Bergen de witte Wijven hebben gewoont: dat ‘et omtrent dese Berghjes grouwelijck heeft gespoockt: dat men in den selven dickwijls een deerlijck gekrijt/ gekerm en weeklagen van mannen/ vrouwen en kinderen ghehoort heeft: datse by dagh en nacht dickwijls van barende en noodtlijdende vrouwen zijn gehaelt/ en souden die gheholpen hebben/ oock dan wanneer alles desperaat was: datse de superstitieuse menschen souden gewichelt/ haer geluck en ongeluck voor-geseyt hebben: datse gestoolen/ verlooren en vervreemde goederen wisten aan te wijsen waer die schuylden: dat die Landtsaten de selve met groote eerbiediheyt geeert hadden/ als wat Goddelijcks in haer erkennende; dat eenieg Ingesetenen/ by sommige gelegentheden/ in dese Berghjes geweest waren/ en hadden aldaer ongelooflijcke dingen gesien en ghehoort/ maer hadden/ op perijckel van haer leven/ niet een woort mogen spreken; datse snelder waren geweest als eenige creatuyren; dat zy altijd in ’t wit waren gkleedt geweest/ en wierden daerom niet witte Wijven, maer simpliciter de Witten genaemt.

Ets_1660_van_Gerrit_van_Goedesbergh_met_witte_wieven_in_grafheuvels

(De afbeelding is een ets uit het boek van Picardt uit 1660. Je ziet het witte wief als een heidens priesteres afgebeeld die woont in een holle heuvel, omringt door schedels en aanbeden door het primitieve volk.)

Picardt verteld dat de mensen naar de witte wieven gingen in hun grafheuvels om daar te vragen om genezing, om te helpen bij bevallingen, om de toekomst te voorspellen en om te helpen bij het zoeken naar verloren en verborgen schatten. Dit zijn allemaal typische werkzaamheden voor heidense priesteressen of toveressen.

Ook in de zeventiende eeuw – toen Picardt schreef – werden deze taken nog uitgevoerd. Echter deze wichelaars waren allang geen priesteressen meer. Meestal ging het om rond zwervende mannen. Een deel van het ongeletterde volk hechtte nog wel waarde aan hun rituelen en voorspellingen. Maar door de elite werden zij vanwege hun praktijken met de nek aangekeken en naar de rechtbank gebracht als oplichters.(7)

Witte wieven en de Germaanse priesteres

De beschrijving van Picardt van het witte wief lijkt sterk op die van de völva, de priesteres van de oude Germanen. Beiden zijn in het wit gekleed, wonen in of bij de grafheuvels, doen aan spinnen met een spintol en geven voorspellingen. Beiden worden beschuldigd van kattenoffers en van het seksueel verleiden van vreemde mannen. Het wief vraagt om het offer van een kat en eet deze op als een zogenaamde ‘balkenhaze’. De völva draagt handschoenen gemaakt van kattenhuid.

Van de wieven zegt de folklorist Teenstra dat ze mannen – die nog laat op pad zijn – als regte succuben aanranden om hen tot de bijslaap aan te sporen, fluisterende psst, psst, st.. st.. hoor reis. Degene die het roosje wil plukken zal – in een overmatig genot – al stuiptrekkend sterven! Ook de völva stond bekend om haar verleidingskunst en om de seksuele riten die ze bedreef om vruchtbaarheid op te wekken. (8) 

7100

(Illustratie van de witte juffer van Hoog Soeren in haar holle beuk)

Het witte wief als godin

Picardt zegt dat de witte wieven met grote eerbied werden behandeld alsof ze iets goddelijks in hun erkenden. Als spinsters – al spinnende met hun spintollen – en als bewoonsters van de grafheuvels (en soms hunebedden en andere heilige plaatsen in de natuur) zijn ze goed te vergelijken met de heidense priesteressen die het noodlot voorspelden. Echter in de mythische vorm gaat het dan om de witte of drievoudige Godin van dood en leven, die zij vereerden en in wiens plaats zij optraden. Ook de witte wieven verschijnen meermaals gedrieën. De Godin van de heidenen is ook de koningin der elfen. Een goede naam voor haar zou Gwenhwyfar zijn, koningin en wit wief tegelijkertijd! (9)

Conclusie

Nu we al deze verschijningsvormen van het witte wief naast elkaar hebben gelegd zou je een keuze kunnen maken. Is zij een spook of nevelflard, heks of elf, godin of wijze vrouw? Wat mij betreft is zij het allemaal tegelijk! Zij is de geest van de wijze vrouw die in de gemeenschap onder andere de relatie met de godin onderhield en daarom soms als haar spreekbuis optrad. Ook na haar overlijden werd ze nog vereerd op de plaatsen waar ze haar waarzeggingen en riten deed; bij de grafheuvels of andere heilige plekken in het landschap. Later werd zij verduiveld en tot heks verklaard. Tegenwoordig kan je haar alleen nog in een ‘tranceachtige’ staat ervaren, bijvoorbeeld door te staren naar nevelslierten in de buurt van een grafheuvel. (10)

Het vervolg met uitleg van het beroemdste wievenverhaal ‘de legende van de witte wieven’, kan je hier lezen: http://wp.me/p26qJo-9k

Witte Wieven (1)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1) Wief is natuurlijk een volkomen neutraal woord voor vrouw in het noorden en oosten des lands, of zelfs liefkozend bedoeld.. Zeker niet pejoratief.

2) Beroemd is bijvoorbeeld het verhaal van de witte juffer van Hoog Soeren op de Veluwe. Deze heeft wèl kenmerken van het witte wief. De evenzeer beroemde Kernhemse witte juffer is een duidelijk voorbeeld van een spook..

http://en.wikipedia.org/wiki/White_Lady_(ghost)

Er zijn ook ‘weisse Frauen’ in Duitsland en ‘dames blanches’ in Frankrijk. Zij zijn verleidelijke geestgestalten die hun lange haren kammen en mannen verleiden, maar veel meer heb ik niet over deze wezens kunnen vinden..

http://en.wikipedia.org/wiki/Dames_Blanches_(folklore)

http://en.wikipedia.org/wiki/Weisse_Frauen

3) De Alpen slaan dan ook op de witte besneeuwde pieken van dit bergmassief.

Sinninghe – Overijssels Sagenboek p. 6-16 (voor wicht als benaming voor wisselkind p. 14)/ Gelders sagenboek 4-7 / Drentsch sagenboek p. 12-16

T. de Haan – Volksverhalen uit Overijssel p.123-133

4) Overijssels Sagenboek p. 11 en 12

Lees ook es de zeer vermakelijke en mooi geïllustreerde moderne versie van de legende van de witte wieven van G. Groot Zwaaftink. Hierin worden ze beschreven als: ‘heksen met haar op de tanden, bloeddoorlopen ogen, lange vuurrode nagels en grote soepjurken.’ http://www.gerygrootzwaaftink.nl/boeken.html

5) Teenstra – Nederlandse volksverhalen p.92

6) Sinninghe – Drents sagenboek p.13 (op cit. de origine frisiae p. 341 http://books.google.be/books?hl=nl&id=mFhbAAAAQAAJ&q=wieven#v=onepage&q=wieven&f=false) Wie deze pagina voor mij zou kunnen vertalen ben ik dankbaar..

7) Antiquiteten, pp 69-70. In: Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten der provincien en landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe. Waer by gevoeght zijn Annales Drenthiae / Johan Picardt (1660).

Gijswijt-Hofstra – Nederland betoverd o.a. p.72 en via index wichelarij of waarzeggerij vele andere voorbeelden..

8) http://nl.wikipedia.org/wiki/Volva_(mythologie)

M. Teenstra – Nederlandse volksverhalen (ca. 1850) p. 84

Het witte wief wordt in het Achterhoeks ook wel een vüleke of vuulke genoemd. Dit woord wordt nergens verklaard, maar kan te maken hebben met het spinrokken of de sluier van de völva. Gelders sagenboek p. 5

9) Deze schikgodinnen bepaalden door middel van het spinrokken het noodlot. Zij spinnen de levensdraad, vermengen het met andere draden en knippen hem uiteindelijk af.

Als Cuneware staat Guinevere voor vrouwelijke wijsheid. In de Welshe triaden is zij drievoudig en ws. een godin. Walker – myths and secrets p.357

In het Drents sagenboek p. 15 wordt verteld dat bij de hunebedden van Wapserveen oude vrouwtjes zitten te spinnen aan gouden spinnewielen. Een boerenknecht plaagde ze en riep: ‘Old wiefien platvoet, komstoe mar oet, as ’t kwaad doet’. De vrouwtjes zetten hem achterna en gooiden groene botten achter hem aan. Ze troffen zijn paard die sindsdien mank was. Als een van die botten hem geraakt had, was hij dood geweest!

In deze sage kan je een duidelijke associatie lezen met het witte wief en de dood- en noodslotsgodin, die bij sepulchrale plaatsen hoort zoals hunebedden en en grafheuvels..

10) In mijn manier van kijken naar de dingen ben ik meer van het insluiten dan het uitsluiten. meer van het en – en dan het of – of.

Verdere bronnen:

Veluwse sagen – vd Wall Perné

http://en.wikipedia.org/wiki/Witte_Wieven

http://web.archive.org/web/20050414010444/http://geocities.com/reginheim/wittewieven.html

Women who were concerned with fortunetelling and predicting the future were highly respected in Germanic society and many of them were chosen as priestesses, they were often refered to as “wise women” and after their death the people kept honouring them at their graves.

21-12-12 het einde der tijden, maar dan volgens het Ragnarök!

21-12-12 of de authenticiteit van de eindtijdervaring uitgebeeld in het Ragnarök.

Op 21 december van dit jaar eindigt de Mayakalender en daarmee eindigt de wereld zo wij die nu kennen. Eindelijk is het dan zover: de Apocalyps of – zoals de oude Noormannen het noemen – het Ragnarök nadert!

Mensen hebben al duizenden jaren het gevoel alsof ze zich in een eindtijd bevinden. Dat er elk moment een einde aan kan komen. En zij hebben gelijk! Ik wil in het onderstaande vertellen hoe het einde der tijden een individuele èn een kosmische ervaring is. Dit doe ik aan de hand van de beelden van het Noorse Ragnarök. Ragnarök is het lot van de machten of meer poëtisch de schemering der Goden. (1)

VIKING__Battle_for_Asgard-PS3Artwork1954Skarin_Key_Art_final_small

Het begin van het einde

Aan het einde der tijden zal de wolf de zon en de maan verslinden. Er zal een lange, koude en donkere winter plaatsvinden. Mensen zullen elkaar ongecontroleerd bevechten èn bevrijen. Het zal een tijd zijn van bijlen en zwaarden, van wind en wolven. De oude Grieken noemen het de tijd van ijzer. In deze periode is de god van licht en lente dood. Balder rust in de onderwereld. Maar ook zijn broer Hoder – god van herfst en donkerte – is er niet meer. Hoder werd door Loki misleid en doodde zijn broer Balder met een pijl van maretak. Kort daarop werd deze moord gewroken en werd Hoder gedood door Vali, een zoon van Odin. Zo staat het in de Edda en is het opgetekend uit de mond van de Vala, de zieneres.

Baldr_dead_by_Eckersberg

Dit is er aan de hand in de eindtijd als het noodlot zelfs de goden zal treffen. De wereldziel der mensen is onder een grote betovering. In de perceptie van de mensen kan de wereld slechts nog bestaan uit harde gevoelloze materie en kille, zielloze gedachten. Al het andere word gezien als achterlijke onzin. In feite is men bang voor de wereld achter de gedachten en achter de materie. Het door elfen verafschuwde ijzer overheerst deze wereld. Ijzer scheurt de aarde met de ploeg en ijzer scheurt het vlees met bijl en zwaard. Op een meer symbolische wijze staat het zwaard van ijzer net als het element lucht voor analyse. Het ontleden, determineren en definiëren van de wereld. Het wetenschappelijke wereldbeeld dat de wereld opdeelt in partjes en meent zo tot de essentie te kunnen komen. Zij zal slechts het uiterlijk vinden. Het innerlijk, de ziel vluchtte weg tijdens het ontleden.

Ragnarok-norse-mythology-23582586-700-881

Fimbulvetr; de lange winter

Daarna komt de tijd van de Fimbulvetr, zon en maan worden door een wolf opgegeten, een drie jaar durende winter volgt. De natuur en de mensen zullen koud en hard lijken. Het is een materiële wereld, gericht op het verkrijgen van zoveel mogelijk bezit en macht. De mensen worden in hun scholen getraind om de wereld als materie te zien en dat deze te beheersen en te gebruiken valt met het verstand. De grote universiteiten zijn tempels van zwarte magie. De natuur word van buitenaf beheerst en gemanipuleerd.

Balder en Höd, de koningen van het wassende en het afgaande jaar zitten in de onderwereld. We kunnen alleen nog op een onbewust niveau op een volledige manier genieten van activiteit en passiviteit. Een ware lente en ook een ware herfst kennen we niet meer, want we kunnen deze alleen ervaren vanuit afstand. Tussen mij en de directe ervaring zit de angst en de betovering. Om toch nog iets van waar gevoel door te laten sijpelen hebben we telkens extremere stimulanza nodig. Die zoeken we in seks en geweld. Het lijkt alsof we niet anders kunnen want seks is het surrogaat voor liefde en geweld is het surrogaat voor ware daadkracht. We zitten in een wereld waarin de polariteit steeds extremer vormen aan zal nemen. Deze worden verbeeld door Fenrir en Hel, de wolf en de heks uit de onderwereld. Zij zijn de grote monsters en uitdagingen van deze tijd. Zij staan voor je minderwaardig of juist superieur voelen aan de rest, zij staan voor depressiviteit of juist manisch gedrag. Zij staan voor de uit balans geraakte krachten van positief en negatief, van mannelijk en vrouwelijk. Fenrir en Hel zijn opgesloten door de Goden. Wij kunnen ze slechts gefilterd waarnemen. Tussen de mens en deze krachten staat het derde monster, de draak of slang Jormungand. Zij staat voor onze afstand tot de directe ervaring die ontstaan is door angst en schuldgevoel en die nu opgevuld wordt door de gedachtenwereld. Wij kunnen deze krachten echter niet eeuwig opgesloten houden. Er worden telkens grotere aanslagen gepleegd op ons individuele bewustzijn en uiteindelijk breekt er iets in ons…

the_children_of_loki_by_willy_pogany

De monsters breken los; Fenrir, Loki en Midgaardslang

Fenrir de wolf breekt los uit zijn ketens en zijn ongebreidelde vernielingslust vernietigt de wereld in een zeer kort tempo. Hij staat voor tomeloze ongebalanceerde activiteit. De mens die het druk, druk, druk heeft en zo eeuwig bezig blijft in zijn mallemolen om maar vooral niet zijn angst en verdriet te hoeven voelen. Fenrir is de mens die zich superieur voelt aan anderen. Hij is opgeblazen, hij schraapt met zijn onderkaak de grond en met zijn bovenkaak komt hij tot aan de hemel en hij zou zijn muil nog verder opensperren als daar ruimte voor was. Als hij zijn controle verliest wordt hij manisch.

fenrirtumblr_m3d5uo73Pp1qbirn1o1_500

Bijna tegelijkertijd verbreekt Loki zijn ketens. Hij zal het dodenleger van Hel aanvoeren. Sinds de mare als zwakke plek is gevonden in de verdediging van Balder, waren de demonen rond met verdubbelde lust om mensen te verleiden tot allerlei manieren om zichzelf te verliezen in drank, drugs, seks, gokken, roken, kopen, TV, computer etc. etc. Zo leveren wij onze energie in bij deze vampiristische wezens. Zij staan onder aanvoering van Loki, die mensen hun persoonlijke bewustzijn gaf. Dit is een zegen en een vloek want zo ontstond de afstand tot de ware wereld en daarmee werd de godin tot een hel gemaakt. Sindsdien is hij voornamelijk bezig met mensen verleiden tot allerlei zwaktes om hun energielekken te vergroten. Hel, Loki en hun gebroed staan voor de passieve kant van de mens. Zij zijn de doden die tot demonen zijn geworden. De mens die zich wil verliezen in allerlei genietingen geeft zich over aan deze wezens. Hij of zij is bang voor de ware passie, de ware vibratie van levend zijn, die je als bewust individu meemaakt. Hij wil het zich laten overkomen en in zijn dronken bui gek, geil of gewelddadig zijn om daarna te kunnen zeggen dat hij er niets aan kon doen. Hij voelt zich minderwaardig en onvolkomen en dat is hij ook, want zijn energetische lichaam zit vol gaten. De demonen kunnen zich daar aan hechten, zodra de batterij zich – na de uitspatting – weer heeft kunnen opladen. Nog erger, onbewust is hij zelf ook een demon. Als deze mens zijn controle verliest wordt hij depressief.

The-Binding-of-Loki-norse-mythology-18614677-598-860  (Afbeelding van Loki)

Rondom de mensenwereld, de Midgaard, bevindt zich de Midgaardslang. Zij heet Jormungand en dat betekend machtige schim. Overal waar keuzes gemaakt moeten worden, dus eigenlijk altijd komt zij te voorschijn om je over verleden en toekomst te doen nadenken, je keuze uit te stellen en je zo uit de directe ervaring te halen. Deze draak of slang is je angst. Zij herinnert je aan het ergste wat je ooit is overkomen en projecteert dat in de toekomst. Angst doet je verstijven, wie angstig is, doet alsof hij dood is. Wie niet voorbij de angst komt, zal een leven leiden als een zombie. Dit komt omdat je niet bij je ware levensenergie kunt komen. Deze goudschat wordt door die draak bewaakt als een ware vrek. De muur die tegen de angst werd opgebouwd is de gedachtenwereld. Odin krijstte toen hij die wereld ontdekte, toen hij de runen greep uit de bron. Wie de gedachten niet beheerst en relativeert zoals Odin, zal er zelf door overheerst worden. Je zal je er achter proberen te verschuilen om de draak van de angst te ontlopen, maar die zal er altijd weer staan zodra je deze schuilplek verlaat. Toch is zij slechts een schim.

alextornberg_jormungandMidgardSerpent

De eindtijd als collectieve psychose

Fenrir en Loki waren vastgeketend in de onderwereld. Verdriet, boosheid en andere ware gevoelens, zij mochten niet gevoeld worden, zij mochten niet getoond worden. Maar als de pendule te ver uitzwaait dan is het evenwicht definitief verloren. Dan zal de klok kapot op de grond vallen. De tijdelijke en begrensde wereld geschapen door afstandelijke gedachten, blijkt een farce. Dan staat de mens naakt zonder pantser en masker voor zijn schepper om gewogen en beoordeelt te worden. Voor de meeste mensen komt het einde der tijden bij hun fysieke dood. Sommige mensen verliezen (delen van) hun ziel al tijdens hun leven door een psychose. (2) Soms na een manie, soms na een depressie. De scheidingswanden tussen deze en de andere wereld klappen dan in. De monsters en goden denderen je reële leven binnen en je kan er niets aan doen om dat te verhinderen. Dan wordt je gek en verkeert je ziel al in het elfenland of in de onderwereld. Sjamanen, tovenaars en heksen konden deze staat oproepen als tijdelijke ervaring. Van hen weten we van het bestaan van die Andere wereld en ook van het ‘eind der tijden’, waarin de chronologische tijd niet meer bestaat.

l

De helden van Ragnarok; Odin, Thor en Heimdall 

Wie bevechten deze monsters in de eindtijd? Thor zal je bijstaan in zijn tomeloze dadendrang. Hij richt zijn energie met zijn dubbele hamer die altijd bij hem terugkomt. Hij richt die hamer (soms bijl) namelijk recht op de kop van de draak Jormungand, waardoor de energie van zijn goudschat vrijkomt. De twijfelzucht en het uitstel worden te niet gedaan. Zo wordt de hamer van dadendrang en wilskracht met vernieuwde energie opgeladen! Toch is zijn kracht niet sterk genoeg om te overleven. Na negen stappen achterwaarts valt hij om nooit meer op te staan. Wel ontrolt hij zo de negen windingen van de gifslang en bevrijdt hij de door de draak gevangen energie.

Treated_NKS_fenrirragnarok-par4jn

Odin vecht tegen de wolf. De manische mens, die huilt als een wolf naar de maan. Hij is maanziek, ‘lunatic’. Wie is er niet bang voor deze woeste waanzin, dat beest in zichzelf dat nog geketend is, maar voor hoelang? Dit wezen luistert niet naar rede, hij luistert naar een waardige tegenstander om zijn kracht mee te meten. Dat ben jij en jij bent Odin of zijn zoon Vidar. Odin kent de geheime kracht en kennis van de runen. Deze zet hij in om nuchter en gegrond te blijven terwijl de orkaan om hem heen woedt. Zijn huis en zijn zetel zijn van steen en laten zich niet makkelijk omver blazen. Toch wordt hij opgeslokt door de wolf. De stevige schoenen van zijn zoon staan voor zijn verbinding met de Godin. Hij blijft wèl stevig staan, met zijn schoen op de onderkaak van de wolf. De wolf wordt gedood.

Heimdal het alerte ik-bewustzijn zal strijden tegen Loki het verraderlijke, verleidelijke ego-bewustzijn. In feite twee kanten van dezelfde medaille, maar de één naar binnen en de ander naar buiten gericht. Doordat ze met elkaar strijden heffen ze elkaar op en kan er een nieuw bewustzijn ontstaan. Dit zal bewuste éénheid zijn in plaats van bewuste gescheidenheid.

einherjarMidgaardslang Johann_Heinrich_Füssli_011

De wereld vergaat door vuur en water

Ooit is de wereld ontstaan uit vuur uit Muspellsheim en ijs uit Niflheim. De krachten uit deze wereld zullen onze bestaande wereld ook weer vernietigen. Freyer wordt verslagen door Surt die vervolgens de wereld in lichterlaaie zal zetten. Direct daarna zal de wereld onder water worden gezet. Alle vastgezette energie in het lichaam mag branden. Het komt zeer snel vrij. Freyer kon dit proces niet vertragen omdat hij zijn zwaard kwijt is geraakt bij het winnen van de lentebruid Gerd. Het verteerd alle concepten en vastgekoekte ideeën over hoe de wereld er uit zou moeten zien. Niets blijft over. Je bent een uitgehold vat. Vervolgens kun je gaan treuren over het verlies van al die vaste waarden. Je kan gaan rouwen over de ruïnes van je vorige bestaan. Deze overstroming van tranen zuivert je systeem en maakt je rijp voor een nieuw begin. Alles waar je je aan had gehecht bleek slechts schijn, demonisch bedrog, bedoelt om energie van je af te snoepen. Niets kon compleet zuiver zijn, want je bril, je perceptie zelf was niet zuiver. Je was onder de betovering van Loki en zijn addergebroed de machtige schim Jormungand. Vanaf  dat moment was er een toestand van onevenwicht, instabiliteit, waarin de slinger telkens verder uitsloeg tot het moment van catharsis. En deze komt aan het eind der tijden. Het einde van de wereld is het einde van de matrix, het einde van de schijnwereld.

800px-Kampf_der_untergehenden_Götter_by_F._W._Heine

‘Brave new world’

En het einde is een nieuw begin. Nieuw schoon gespoeld land verschijnt boven het water. Balder en Höd keren terug uit de onderwereld. De ware lente en de ware herfst kunnen weer gevierd worden. De zonen van Thor en Odin, Vidar en Vali, Modi en Magni, zij weerspiegelen de kracht van hun vaders in een zuiverder vorm. En zij vinden gouden schaakborden in het veld. Een detail in de Edda onopgemerkt door velen, gouden schaakborden met speelstukken er op. Deze nieuwe goden hebben de soevereiniteit van de Godin, de heerschappij over het land, gekregen in de vorm van het schaakbord! De stukken kunnen opnieuw gerangschikt worden op het speelveld. En de kiem van een nieuwe cyclus is al aanwezig, want aan het eind van de Volüspa komt de draak opnieuw aangevlogen en tussen haar vlerken draagt zij de lijken…

Abe de Verteller

http://www.abedeverteller.nl

800px-After_Ragnarök_by_Doepler (De nieuwe wereld na het Ragnarök)

1) Dit is een uitgewerkte versie van een artikel dat eerder geplaatst is in het tijdschrift Religie & mystiek in 2006. Dit tijdschrift beleefde zijn eigen Ragnarock toen het gelijknamige festival in dat jaar flopte..

Het Ragnarök wordt beschreven in de Proza-Edda van Snorri Sturluson en in het gedicht de Volüspa in de poëtische Edda, beiden uit het Ijsland van de dertiende eeuw. Ijsland is dan al twee eeuwen christelijk, maar vooral in de dichtkunst der Skalden was de heidense overlevering nog niet vergeten..

Snorri Sturluson – Edda (vert. Marcel Otten)  p. 75-80 Eind van de Gylfaginning

Edda (vert. M. Otten) p. 8-12 Volüspa vs 35-62

2) Ik weet niet hoe een psychose is, ik heb ook geen psychologie gestudeerd. Toch past voor mij deze beeldentaal om iets van mijn ervaringen die ik heb gehad met mensen in mijn nabije omgeving – die ik in een psychotische toestand zag geraken – te duiden.

Hobbits, Goblins… en Hobgoblins!

De eerste zin van het boek de Hobbit is: ‘In a hole in the ground there lived a hobbit’. Hobbit zou komen van ‘holbytla’ wat holbewoner betekend. Dat is wat J.R.R. Tolkien er van zegt en hij kan het weten! Hij heeft deze wezens namelijk bedacht. Voordat in 1937 ‘The hobbit’ van Tolkien werd gepubliceerd bestonden deze wezens nog niet of nauwelijks. (1) Toch niets ontstaat uit niets. Ergens moeten er inspiratiebronnen zijn geweest voor Tolkien. Het is bekend dat Tolkien zijn inspiratie voornamelijk haalde uit de Scandinavische en Keltische mythologie. Dit keer echter zullen we het antwoord naar de herkomst van de hobbit moeten zoeken in de folklore van zijn eigen geliefde Engeland.

the-hobbit_2409864k

De elven

De hobbits bewonen holen in heuvels. Hierin lijken ze op een ander volk dat in heuvels woont: de Aes Sidhe, het Ierse elfenvolk van de holle heuvelen. Met die holle heuvelen worden vooral prehistorische grafheuvels bedoeld. De ‘sidhe’ hebben daarmee een sterke connectie met de doden. De elfen als een hoog geboren bovennatuurlijk ras hebben een belangrijke rol in de verhalen van Tolkien, maar de Hobbits worden duidelijk niet gezien als elfen. De elfen zijn voornamer en meer etherisch als de hobbits. Hobbits zijn eenvoudig en aards, zij hebben haar op hun voeten!

Hobbits zijn – in de regel – ook veel huiselijker. Zij willen helemaal niet groots en meeslepend leven zoals de elfen. Ze leven het liefst rondom huis en haard. Bilbo en Frodo worden slechts met list en uit nood uit hun comfortabele omstandigheden gehaald. ‘Bil’ betekent treuzel in het IJslands. (2) Ook Bil-bo treuzelt het liefst en is in het begin van het verhaal voornamelijk aan het klagen dat hij graag weer thuis bij de haard had gezeten! Hij wordt door de dwergen zelfs de ‘bagage’ genoemd!

486px-Kobold_artlibre_jnl

Hobgoblin

Met die haard hebben we wel direct de belangrijkste focus te pakken. Hob in hobbit betekent namelijk haard! Ook het elfenwezen van de haard heet hob of anders hobgoblin. Met zijn grote kennis van folklore en mythologie is de kans erg groot dat Tolkien wel bekend was met de ‘hob’. Hij zal gediend hebben als belangrijkste voorbeeld uit de folklore waaruit de hobbit kon ontstaan.

Van één van deze ‘hobs’ wordt verteld dat deze – net als de hobbit Bilbo – alleen in een hol woonde. Deze ‘Hobhole Hob’ leefde dichtbij de baai van Runswick in noord-Engeland. Mensen brachten hun kinderen naar deze grot en fluisterden dan een rijmpje om ze door de hob te laten genezen van kinkhoest: ‘Hobhole Hob! Hobhole Hob!  Ma bairns gotten the kink cough take it off, take it off’. (3)

145593000423197329_DeaufQLo_b

De meeste hobs en hobgoblins – en ook de hobbits van Tolkien – waren huiselijk. Het liefst met de harige voeten warm bij het haardvuur. Hij is voornamelijk bezig met huiselijke klusjes. Er is echter één groot verschil tussen hobbit en hobgoblin. De laatste moet zijn domicilie delen met een lastige huisgenoot; de mens. Hij is net als de Schotse brownie en de Nederlandse huiskabouter (en mogelijk de Romeinse Lar) een huisgeest. Hij beschermt en bewaakt het huis en de familie die daarin woont. Verder doet hij kleine klusjes rondom het huis. Meestal doet hij dat naakt of in lompen gekleed. Geef je het wezen kleren dan maakt hij zich zo snel mogelijk uit de voeten. Mogelijk is hij een soort van elf, mogelijk een voorvadergeest of anders beide. (4)

GOBLIN

Goblin en Orc

Het tweede deel van die omineuze naam hobgoblin heb ik nog niet behandeld: de goblin. In de werken van Tolkien is de goblin (in LOTR worden ze meestal orc genoemd) de ultieme kwaaddoener. Hij is een soort van demon, slechts gericht op het aanrichten van kwaad en altijd genietend van pijn en kwellingen. In de Silmarillion wordt verteld hoe de eerste duistere heer Melkor door marteling en zwarte kunst gevangen genomen elfen transformeerde in goblins of orcs. Ook in de folklore zijn de demonen gelieerd aan de elfen. De elfen worden gezien als de neutrale engelen die in de strijd tussen God en satan geen kant kozen. De engelen die de kant van Lucifer kozen werden de duivels. Beide groepen werden uit de hemel gegooid, maar de elfen vielen op aarde en de duivels vielen dieper. Zij belanden in de onderwereld oftewel de hel.

hobgoblin wicked

In de folklore zijn goblins plaaggeesten, niet zo duivels als de goblins en orcs van Tolkien, maar zeker geen lieverdjes. Goblin komt waarschijnlijk van het Welshe ‘coblynau’. Een soort van ‘knocker’ of mijngeest. (5) Dit past goed bij de kwaadaardige goblins van Tolkien die ook ondergronds leven en net als de dwergen mijnwerkers zijn.

Het woord Orc haalde Tolkien mogelijk uit het 10e-eeuwse Angelsaksische epos Beowulf (waar hij zelf een goeie vertaling van had gemaakt). Daar worden ze genoemd als één van de monsters uit het geslacht van Kaïn, naast elfen en reuzen. Het betekent kwade geest of zelfs lijk-duivel. Hiermee wordt waarschijnlijk een wandelende dode bedoeld. Het kan ook dat hij dacht aan de Romeinse god van de onderwereld Orcus. Orc is echter ook het Ierse woord voor varken.. (6)

Goblin

Gollum en Frodo

De hobgoblins uit de folklore daarentegen hebben een goede aard en zijn de mensen goedgezind. Met die nauwe woordverwantschap is het nauwelijks verwonderbaar dat een soort van hobbit – grotendeels – overstapt naar de donkere kant: Sméagol / Gollum! De schizofrenie van Gollum zit al gebakken in het woord hob-goblin, de voorloper van de hobbit èn de goblins in de avonturen van Tolkien. Eén volk gaat linksaf achter de duistere heer aan, één ander volk gaat rechtsaf en wordt helper van elf en mens. Eén wezen staat in het midden tussen goed en kwaad en dat is de Ringdrager. In het boek ‘de Hobbit’ is dat de schizofrene Gollum, de hobbit-goblin. Ook Frodo moet zijn strijd voeren tussen goed en kwaad als ringdrager zijnde. Dat hij de goede kant zal kiezen is al te lezen in het eerste deel van zijn naam Fro. Fro is een andere naam voor de Viking-god Freyr en is afkomstig van het woord Frodr wat wijs en vruchtbaar betekend. Freyer is de god van vrede en vruchtbaarheid. (7) Ook Frodo zal die uiteindelijk brengen.

Daar en weer terug

Hob is ook etymologisch verwant aan ‘hub’ wat naaf of centrum betekend. Als je thuis bent, ben je in je centrum. Dit is de stille plek waar alles omheen wervelt. Bilbo gaat  ‘there and back again’. Dit is de ondertitel of alternatieve titel van het boek. Blijkbaar vond Tolkien dit thema belangrijk. Hij komt van zijn centrum en huiselijke haard en gaat naar ‘daar’, naar de periferie, de rand van de wereld waar op oude landkaarten draken getekend staan. Hij verslaat zijn grootste angst (in dit geval niet door het zelf te doden) en komt terug met een schat, een ring. Het duiden van die ring hoort thuis in een ander artikel.

Ets_1660_van_Gerrit_van_Goedesbergh_met_witte_wieven_in_grafheuvels

Het is erg frappant om te zien dat in Beowulf de draak – die de held moet verslaan – in een grafheuvel woont. Daar is zijn schat opgestapeld. (8) Ook de Groene ridder in het verhaal van ‘sir Gawain and the Green knight’ (een Arthurlegende uit midden-Engeland die Tolkien heeft vertaald) bewoond een grafheuvel. Dit is de zogenaamde ‘groene kapel’. De goedaardige elfen uit de Ierse mythologie zijn ook grafheuvelbewoners. Grafheuvels waren niet slechts begraafplaatsen, het waren ook plaatsen om ingewijd te worden in een niet-fysiek bewustzijnsniveau. Het is de plek van doodse stilte en innerlijke rust, voorbij het lichaam en de gedachten.

Zo zou je kunnen zeggen dat Bilbo van de ene (graf)heuvel in het centrum naar een andere grafheuvel van de draak in de periferie reist. Pas als hij daar zijn beproeving heeft doorstaan kan hij terug naar zijn vertrouwde hobbithol. De stille plek als centrum in jezelf waar je altijd thuis bent is in je individuatie vaak pas weer te bereiken als je bent gaan reizen, avonturen hebt meegemaakt, je angsten onder ogen hebt gezien en de stemmetjes tot zwijgen hebt gebracht. Pas dan zal de haard die eerst uitgedoofd en lusteloos was, weer volop en vrolijk branden. Er stroomt weer energie van het grote naar het kleine centrum, van de ene holle heuvel naar die andere. (9)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

smaug

1) In de folklore wordt exact éénmaal melding gemaakt van een hobbit en wel in de Denham tracts, een opsomming van elfenwezens van de vroeg 19e eeuwse folklorist Michael Denham. Het is zeer de vraag of Tolkien ooit deze obscure tekst onder ogen heeft gehad.

What a happiness this must have been seventy or eighty years ago and upwards, to those chosen few who had the good luck to be born on the eve of this festival of all festivals; when the whole earth was so overrun with ghosts, boggles, bloody-bones, spirits, demons, ignis fatui, brownies, bugbears, black dogs, specters, shellycoats, scarecrows, witches, wizards, barguests, Robin-Goodfellows, hags, night-bats, scrags, breaknecks, fantasms, hobgoblins, hobhoulards, boggy-boes, dobbies, hob-thrusts, fetches, kelpies, warlocks, mock-beggars, mum-pokers, Jemmy-burties, urchins, satyrs, pans, fauns, sirens, tritons, centaurs, calcars, nymphs, imps, incubuses, spoorns, men-in-the-oak, hell-wains, fire-drakes, kit-a-can-sticks, Tom-tumblers, melch-dicks, larrs, kitty-witches, hobby-lanthorns, Dick-a-Tuesdays, Elf-fires, Gyl-burnt-tales, knockers, elves, rawheads, Meg-with-the-wads, old-shocks, ouphs, pad-foots, pixies, pictrees, giants, dwarfs, Tom-pokers, tutgots, snapdragons, sprets, spunks, conjurers, thurses, spurns, tantarrabobs, swaithes, tints, tod-lowries, Jack-in-the-Wads, mormos, changelings, redcaps, yeth-hounds, colt-pixies, Tom-thumbs, black-bugs, boggarts, scar-bugs, shag-foals, hodge-pochers, hob-thrushes, bugs, bull-beggars, bygorns, bolls, caddies, bomen, brags, wraiths, waffs, flay-boggarts, fiends, gallytrots, imps, gytrashes, patches, hob-and-lanthorns, gringes, boguests, bonelesses, Peg-powlers, pucks, fays, kidnappers, gallybeggars, hudskins, nickers, madcaps, trolls, robinets, friars’ lanthorns, silkies, cauld-lads, death-hearses, goblins, hob-headlesses, bugaboos, kows, or cowes, nickies, nacks necks, waiths, miffies, buckies, ghouls, sylphs, guests, swarths, freiths, freits, gy-carlins Gyre-carling, pigmies, chittifaces, nixies, Jinny-burnt-tails, dudmen, hell-hounds, dopple-gangers, boggleboes, bogies, redmen, portunes, grants, hobbits, hobgoblins, brown-men, cowies, dunnies, wirrikows, alholdes, mannikins, follets, korreds, lubberkins, cluricauns, kobolds, leprechauns, kors, mares, korreds, puckles korigans, sylvans, succubuses, blackmen, shadows, banshees, lian-hanshees, clabbernappers, Gabriel-hounds, mawkins, doubles, corpse lights or candles, scrats, mahounds, trows, gnomes, sprites, fates, fiends, sibyls, nicknevins, whitewomen, fairies, thrummy-caps, cutties, and nisses, and apparitions of every shape, make, form, fashion, kind and description, that there was not a village in England that had not its own peculiar ghost. Nay, every lone tenement, castle, or mansion-house, which could boast of any antiquity had its bogle, its specter, or its knocker. The churches, churchyards, and crossroads were all haunted. Every green lane had its boulder-stone on which an apparition kept watch at night. Every common had its circle of fairies belonging to it. And there was scarcely a shepherd to be met with who had not seen a spirit!

2) Volgens de Edda is hij één van de twee kinderen die in de maan te zien zijn. (Edda – Otten 40, 305) Of Tolkien deze connectie ook maakte weet ik niet, het is wel mogelijk met zijn kennis van de Edda en zijn expertise in filologie.

3)  W. Henderson – Folk lore of the northern countries p. 264

K. Briggs – A dictionary of fairies p.222

4)  In het boek ‘de Hobbit’ komen mensen pas ergens op driekwart van het verhaal aan bod. In de wereld van de hobgoblin is hij er onlosmakelijk mee verbonden. Hij zorgt voor het geluk en het welzijn van de familie en het huisgezin. In de ‘Lord of the Rings’ blijkt dat uiteindelijk de hobbit hier ook voor zorgt maar dan in een grote epische stijl voor de gehele mensheid..

5) British goblins – Wirt Sikes

6) Beowulf vs. 116: : ‘eotenas ond ylfe ond orcneas’
Graves – the white Goddess p. 231
http://en.wikipedia.org/wiki/Orc
http://en.wikipedia.org/wiki/Orcus

7) Vermeyden en Quak – van Aegir tot Ymir p.74

H.R. Davidson – Gods and myths of Northern Europe p.96

Frodi was een legendarische koning der Noormannen die een tijd van vrede en voorspoed bracht.

8) Beowulf (vert. M. Alexander) p.137 De gelijkenissen tussen de dief in Beowulf die een beker van de drakenschat steelt en de handelingen van Bilbo zijn héél interessant! http://www.sparknotes.com/lit/beowulf/section8.rhtml

9) Tolkien was goed thuis in de Noorse mythologie. Of hij ook veel wist van Britse folklore is minder duidelijk, maar hij had wel een kort essay geschreven over sprookjes en zijn interesse in dit onderwerp was zeker aanwezig.

« Older entries