Witte wieven, nevelslierten en grafheuvels

Wieven als nevelslierten

Wie tegenwoordig vraagt naar de witte wieven zal meestal te horen krijgen dat dit nevelslierten zijn. Deze naturalistische verklaring van een volksgeloof gaat echter dieper dan je denkt. Als je je ogen probeert te focussen op nevel die zweeft over de velden dan zal je merken dat je dat niet lukt. Het heeft geen heldere contouren en verandert continu. Zo kan je oog zich niet scherpstellen en je brein geen objecten waarnemen. Als je op die manier langdurig zal staren naar de nevel wordt het analytische objectieve brein uitgeschakeld en zal het gevoel en de intuïtie de waarneming overnemen! Dit maakt het waarnemen van het bovennatuurlijke zoals elfen en geesten mogelijk. De priesteressen van Avallon zagen voorbij de nevel hun wondereiland. In Drenthe en Twente zag men dan de witte wieven! (1)

Älvalek

Wieven als spookgestaltes

Witte wieven kom je vooral tegen in Drenthe, Twente en de Achterhoek. Witte juffers en witte vrouwen vindt je ook in andere delen van het land en er zijn ‘white ladies’ in Engeland gesignaleerd. Toch gaat het in deze gevallen meestal om vrouwelijke spookgedaanten gehuld in hun witte doodssluier.  Bij de witte wieven van het Saksische gedeelte van Nederland is er meer aan de hand. Het wief lijkt hier een vreemd amalgaam van heks, elf en spook. (2)

dameblanche

Witte wieven als elven

De benaming en de folklore rond de witte wieven is in verband te brengen met de elfen. Als naam vinden we het terug bij Guinnevere, de vrouw van koning Arthur. Haar oorspronkelijke Welshe naam is Gwenhwyfar. Gwen is wit en hwyf is wijf! Finnabair, de dochter van Mebh – die vaak als koningin der elfen wordt gezien – betekend hetzelfde, witte vrouw. De koning der elfen is Gwyn ap Nudd. Waarbij Gwyn weer wit betekent. Alf en alp zijn beide benamingen voor de elfen en betekenen beide wit. Ook als je de folklore rondom elfen en wieven vergelijkt hebben ze een sterke gelijkenis. Zij wonen net als de elfen van Ierland vaak in de grafheuvels. Zij doen werkzaamheden bij nacht op het boerenland in ruil voor een schotel pannenkoeken, net als de elfen dat doen voor een schotel melk en een stukje brood. Soms stelen ze een mensenkind en leggen er een wicht (wisselkind) voor in de plaats. (3) 

Ängsälvor_-_Nils_Blommér_1850

Wieven als heksen

Er zijn minstens zoveel gelijkenissen in de sagen te noemen tussen witte wieven en heksen: Vaak nemen de wieven stiekem ´s-nachts van het bier of van de melk en dat lukt ze ongemerkt doordat ze zelfs door de nauwste kiertjes nog binnen kunnen komen. Ze gingen langs de deuren en vroegen dan om een “balkenhaas”, dit was echter een kat, kregen ze dit heksendier mee, dan braadden ze het en aten het op. Zeker in latere gepopulariseerde versies werden de wieven telkens meer veranderd in lelijke, gemene heksen. (4)

1274784635074_fsagen_004

Witte wieven als wijze vrouwen; Becker, Kempius en Picardt

Als we teruggaan tot de oudste bronnen over de witte wieven ontstaat er een heel ander beeld: Balthasar Bekker in zijn ‘de betooverde wereld’ uit 1691 oppert de verklaring dat wit niet persé voor de kleur van hun gestalte of hun sluier hoeft te staan. Het wit kan ook ‘wittende’ wieven betekenen. Zoals in het Engelse ‘witty’ en het Nederlandse verwittigen. In dat geval zijn het wetende oftewel wijze vrouwen! (5)

Cornelius Kempius is een stuk negatiever over de wieven in zijn ‘de origine frisiae’ uit 1586. Hij vertelt hoe ze hun heuvels door duivelskunsten hebben opgeworpen en hoe ze reizigers ’s-nachts lastig vielen en herders en kraamvrouwen ontvoerden. Dit is een beschrijving die past binnen de strategie van de kerk om al het heidense te demoniseren.(6)

In het boek ‘antiqueteiten van Drenthe’ uit 1660 van de Drentse dominee Picardt staat een zeer interessante beschrijving van de Witte Wieven. Hierin lijken ze meer op oudtijdse priesteressen dan op geesten, heksen of elfen:

‘Onder de Berghjes, vindt men eenige die ingevallen zijn en voortijds van binnen hol geweest. In wat Landt dat men komt/ soo hoort men alle menschen spreken/ dat die voortijds geweest zijn woonplaetsen der witte Wijven, en de gedachtenisse eeniger harer wercken en seyten is noch soo versch in de memorie van veel grijse hoofden/ als wannerse noch onlangs gebeurt waren.
In wat plaetsen dat men dese wooningen der witte Wijven vindt/ sal men de Ingesetenen eendrachtigh van haer hooren verklaren: dat in sommige deser groote Bergen de witte Wijven hebben gewoont: dat ‘et omtrent dese Berghjes grouwelijck heeft gespoockt: dat men in den selven dickwijls een deerlijck gekrijt/ gekerm en weeklagen van mannen/ vrouwen en kinderen ghehoort heeft: datse by dagh en nacht dickwijls van barende en noodtlijdende vrouwen zijn gehaelt/ en souden die gheholpen hebben/ oock dan wanneer alles desperaat was: datse de superstitieuse menschen souden gewichelt/ haer geluck en ongeluck voor-geseyt hebben: datse gestoolen/ verlooren en vervreemde goederen wisten aan te wijsen waer die schuylden: dat die Landtsaten de selve met groote eerbiediheyt geeert hadden/ als wat Goddelijcks in haer erkennende; dat eenieg Ingesetenen/ by sommige gelegentheden/ in dese Berghjes geweest waren/ en hadden aldaer ongelooflijcke dingen gesien en ghehoort/ maer hadden/ op perijckel van haer leven/ niet een woort mogen spreken; datse snelder waren geweest als eenige creatuyren; dat zy altijd in ’t wit waren gkleedt geweest/ en wierden daerom niet witte Wijven, maer simpliciter de Witten genaemt.

Ets_1660_van_Gerrit_van_Goedesbergh_met_witte_wieven_in_grafheuvels

(De afbeelding is een ets uit het boek van Picardt uit 1660. Je ziet het witte wief als een heidens priesteres afgebeeld die woont in een holle heuvel, omringt door schedels en aanbeden door het primitieve volk.)

Picardt verteld dat de mensen naar de witte wieven gingen in hun grafheuvels om daar te vragen om genezing, om te helpen bij bevallingen, om de toekomst te voorspellen en om te helpen bij het zoeken naar verloren en verborgen schatten. Dit zijn allemaal typische werkzaamheden voor heidense priesteressen of toveressen.

Ook in de zeventiende eeuw – toen Picardt schreef – werden deze taken nog uitgevoerd. Echter deze wichelaars waren allang geen priesteressen meer. Meestal ging het om rond zwervende mannen. Een deel van het ongeletterde volk hechtte nog wel waarde aan hun rituelen en voorspellingen. Maar door de elite werden zij vanwege hun praktijken met de nek aangekeken en naar de rechtbank gebracht als oplichters.(7)

Witte wieven en de Germaanse priesteres

De beschrijving van Picardt van het witte wief lijkt sterk op die van de völva, de priesteres van de oude Germanen. Beiden zijn in het wit gekleed, wonen in of bij de grafheuvels, doen aan spinnen met een spintol en geven voorspellingen. Beiden worden beschuldigd van kattenoffers en van het seksueel verleiden van vreemde mannen. Het wief vraagt om het offer van een kat en eet deze op als een zogenaamde ‘balkenhaze’. De völva draagt handschoenen gemaakt van kattenhuid.

Van de wieven zegt de folklorist Teenstra dat ze mannen – die nog laat op pad zijn – als regte succuben aanranden om hen tot de bijslaap aan te sporen, fluisterende psst, psst, st.. st.. hoor reis. Degene die het roosje wil plukken zal – in een overmatig genot – al stuiptrekkend sterven! Ook de völva stond bekend om haar verleidingskunst en om de seksuele riten die ze bedreef om vruchtbaarheid op te wekken. (8) 

7100

(Illustratie van de witte juffer van Hoog Soeren in haar holle beuk)

Het witte wief als godin

Picardt zegt dat de witte wieven met grote eerbied werden behandeld alsof ze iets goddelijks in hun erkenden. Als spinsters – al spinnende met hun spintollen – en als bewoonsters van de grafheuvels (en soms hunebedden en andere heilige plaatsen in de natuur) zijn ze goed te vergelijken met de heidense priesteressen die het noodlot voorspelden. Echter in de mythische vorm gaat het dan om de witte of drievoudige Godin van dood en leven, die zij vereerden en in wiens plaats zij optraden. Ook de witte wieven verschijnen meermaals gedrieën. De Godin van de heidenen is ook de koningin der elfen. Een goede naam voor haar zou Gwenhwyfar zijn, koningin en wit wief tegelijkertijd! (9)

Conclusie

Nu we al deze verschijningsvormen van het witte wief naast elkaar hebben gelegd zou je een keuze kunnen maken. Is zij een spook of nevelflard, heks of elf, godin of wijze vrouw? Wat mij betreft is zij het allemaal tegelijk! Zij is de geest van de wijze vrouw die in de gemeenschap onder andere de relatie met de godin onderhield en daarom soms als haar spreekbuis optrad. Ook na haar overlijden werd ze nog vereerd op de plaatsen waar ze haar waarzeggingen en riten deed; bij de grafheuvels of andere heilige plekken in het landschap. Later werd zij verduiveld en tot heks verklaard. Tegenwoordig kan je haar alleen nog in een ‘tranceachtige’ staat ervaren, bijvoorbeeld door te staren naar nevelslierten in de buurt van een grafheuvel. (10)

Het vervolg met uitleg van het beroemdste wievenverhaal ‘de legende van de witte wieven’, kan je hier lezen: http://wp.me/p26qJo-9k

Witte Wieven (1)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1) Wief is natuurlijk een volkomen neutraal woord voor vrouw in het noorden en oosten des lands, of zelfs liefkozend bedoeld.. Zeker niet pejoratief.

2) Beroemd is bijvoorbeeld het verhaal van de witte juffer van Hoog Soeren op de Veluwe. Deze heeft wèl kenmerken van het witte wief. De evenzeer beroemde Kernhemse witte juffer is een duidelijk voorbeeld van een spook..

http://en.wikipedia.org/wiki/White_Lady_(ghost)

Er zijn ook ‘weisse Frauen’ in Duitsland en ‘dames blanches’ in Frankrijk. Zij zijn verleidelijke geestgestalten die hun lange haren kammen en mannen verleiden, maar veel meer heb ik niet over deze wezens kunnen vinden..

http://en.wikipedia.org/wiki/Dames_Blanches_(folklore)

http://en.wikipedia.org/wiki/Weisse_Frauen

3) De Alpen slaan dan ook op de witte besneeuwde pieken van dit bergmassief.

Sinninghe – Overijssels Sagenboek p. 6-16 (voor wicht als benaming voor wisselkind p. 14)/ Gelders sagenboek 4-7 / Drentsch sagenboek p. 12-16

T. de Haan – Volksverhalen uit Overijssel p.123-133

4) Overijssels Sagenboek p. 11 en 12

Lees ook es de zeer vermakelijke en mooi geïllustreerde moderne versie van de legende van de witte wieven van G. Groot Zwaaftink. Hierin worden ze beschreven als: ‘heksen met haar op de tanden, bloeddoorlopen ogen, lange vuurrode nagels en grote soepjurken.’ http://www.gerygrootzwaaftink.nl/boeken.html

5) Teenstra – Nederlandse volksverhalen p.92

6) Sinninghe – Drents sagenboek p.13 (op cit. de origine frisiae p. 341 http://books.google.be/books?hl=nl&id=mFhbAAAAQAAJ&q=wieven#v=onepage&q=wieven&f=false) Wie deze pagina voor mij zou kunnen vertalen ben ik dankbaar..

7) Antiquiteten, pp 69-70. In: Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten der provincien en landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe. Waer by gevoeght zijn Annales Drenthiae / Johan Picardt (1660).

Gijswijt-Hofstra – Nederland betoverd o.a. p.72 en via index wichelarij of waarzeggerij vele andere voorbeelden..

8) http://nl.wikipedia.org/wiki/Volva_(mythologie)

M. Teenstra – Nederlandse volksverhalen (ca. 1850) p. 84

Het witte wief wordt in het Achterhoeks ook wel een vüleke of vuulke genoemd. Dit woord wordt nergens verklaard, maar kan te maken hebben met het spinrokken of de sluier van de völva. Gelders sagenboek p. 5

9) Deze schikgodinnen bepaalden door middel van het spinrokken het noodlot. Zij spinnen de levensdraad, vermengen het met andere draden en knippen hem uiteindelijk af.

Als Cuneware staat Guinevere voor vrouwelijke wijsheid. In de Welshe triaden is zij drievoudig en ws. een godin. Walker – myths and secrets p.357

In het Drents sagenboek p. 15 wordt verteld dat bij de hunebedden van Wapserveen oude vrouwtjes zitten te spinnen aan gouden spinnewielen. Een boerenknecht plaagde ze en riep: ‘Old wiefien platvoet, komstoe mar oet, as ’t kwaad doet’. De vrouwtjes zetten hem achterna en gooiden groene botten achter hem aan. Ze troffen zijn paard die sindsdien mank was. Als een van die botten hem geraakt had, was hij dood geweest!

In deze sage kan je een duidelijke associatie lezen met het witte wief en de dood- en noodslotsgodin, die bij sepulchrale plaatsen hoort zoals hunebedden en en grafheuvels..

10) In mijn manier van kijken naar de dingen ben ik meer van het insluiten dan het uitsluiten. meer van het en – en dan het of – of.

Verdere bronnen:

Veluwse sagen – vd Wall Perné

http://en.wikipedia.org/wiki/Witte_Wieven

http://web.archive.org/web/20050414010444/http://geocities.com/reginheim/wittewieven.html

Women who were concerned with fortunetelling and predicting the future were highly respected in Germanic society and many of them were chosen as priestesses, they were often refered to as “wise women” and after their death the people kept honouring them at their graves.

Advertenties

Het verhaal van Jack ‘O Lantern en de betekenis van Halloween / Samhain

Met Halloween, op de avond van de 31e oktober gaan er in vele landen kinderen langs de deuren met uitgeholde pompoenen met een lichtje erin. Ze roepen: “trick or treat” of iets dergelijks, en zijn vermomt als engerds, als vampiers, spoken, heksen of skeletten. Zo gaat de maskerade van deur tot deur tot er genoeg lekkers is verzameld en eindigt of begint bij een groot vuur, waar er nog een griezelig verhaal wordt verteld… (1)

Die uitgeholde pompoen wordt in de Angelsaksische landen de Jack ‘O Lantern genoemd. De herkomst van die naam is te vinden in de Ierse sage over een aartsschurk genaamd Stingy (=gierige) Jack.

Het verhaal van Jack ‘O Lantern

Stingy Jack was een man die in zijn leven niet wou deugen, maar wel de duivel een aantal keren te slim af was. Met Halloween komt de duivel naar zijn stamkroeg om zijn ziel te halen. Jack weet de duivel zo ver te krijgen dat hij zich in een muntstuk verandert om de waard te kunnen betalen en zet hem vervolgens gevangen in zijn geldbuidel waar een kruis op staat. De tweede maal – opnieuw met Halloween – smeekt hij de duivel om een appeltje voor hem te plukken. De duivel doet dat en kan vervolgens niet uit de boom vanwege het kruis dat Jack in de boom heeft gekerfd. Pas als hij belooft om Jack voor altijd met rust te laten bevrijd Jack de duivel uit de boom. Als hij na zijn dood bij de hemelpoort aanklopt wordt hij niet toegelaten. Maar ook de duivel houdt zijn belofte en ziet het überhaupt niet zitten zo’n slimmerik toegang te verlenen! Hij smeekt dan de duivel om een gloeiend kooltje voor wat warmte en om zijn weg door de wereld te verlichten. Jack krijgt het kooltje en beschermt het kooltje tegen weer en wind door het in een uitgeholde raap te plaatsen. Zo dwaalt hij met zijn lichtje als dwaallicht door de wereld tot het einde der tijden. (2)

Het dwaallichtje

Jack ‘O Lantern is één van de vele namen voor het dwaallichtje. (3) In het Engels ook wel Will-of-the-Wisp en Corpse Candle genaamd. De laatste naam verraad waar het om gaat: Een lichtje voortgebracht door de ziel van een dwalende dode. In de meeste gevallen gaat het om een ongedoopt kind, een brandstichter of een grenssteenverzetter. In het Halloween verhaal gaat het om iemand die te goed is voor de hel en te slecht voor de hemel. Deze dwalende doden worden hiermee een soort van elf. Ook elfen werden gezien als levend tussen hemel en hel. In een variant van het Jack ‘O Lantern verhaal klimt de man zelf de appelboom in, waar de duivel hem niet kan bereiken. De appel is een elfenboom (denk aan Avallon en Tir-Nan-Og), Jack vlucht dus naar de elfenwereld. (4)

Samhain

Juist met Halloween staan de elfenheuvelen wijd open en kunnen de geesten vrijelijk rondspoken. Dit komt doordat het een scharnierpunt in het jaar is. Het is een periode tussen de jaren in. Vroeger werd het feest in Schotland en Ierland Samhain genoemd. (5) Dit betekent letterlijk einde van de zomer. In Wales noemden ze ditzelfde feest Calan Gaef; het begin van de winter. Het is het begin van de donkere helft van het jaar. De Kelten zagen de avond, dus de komst van de duisternis als het begin van de nieuwe dag en naar analogie daarvan kan je aannemen dat Samhain als begin van de duistere periode ook het begin van het nieuwe jaar was. Op dit soort drempelmomenten zijn de sluiers tussen deze en de Andere wereld dun. Geesten, elfen en andere wezens kunnen op deze nacht ook in onze wereld ronddwalen of anders gezegd; wij zijn gevoeliger voor hun aanwezigheid en nemen ze eerder waar!

De geest te gast

Juist met Halloween – op de drempel tussen twee seizoenen – zouden de dolende geesten een versterkt contact kunnen maken met de wereld van de levenden. Gedreven door de komst van de kou verlieten ze de desolate plekken, de moerassen en heidevelden om terug te gaan naar de huizen, wellicht het huis waar ze ooit zelf woonden. Op die nacht vroegen de dolende geesten – en dus ook Jack ‘O Lantern – om gastvrijheid. Wie weigert om hem binnen te laten zal verwenst worden en  onheil over de hoofden van het gezin brengen. Wie de gast welkom heet wordt gezegend. Als je hem binnenlaat kan je hem mogelijk zelfs verlossen. Zelfs het woord gast is etymologisch verwant aan geest. Gastvrijheid is een heilige plicht, zelfs tegenover de doden!

Elk kind dat met Halloween rondloopt met een lichtje in een pompoen kan je zien als de verbeelding van zo’n dolende ziel. In Engeland benoemde men dit rondgaan met de veelzeggende term ‘to go a-souling’, de ‘treat’ werd een soul-cake genoemd. (6) Het kind komt met zijn (dwaal)lichtje en met zijn vermomming als geest aankloppen op zoek naar gastvrijheid, om binnen genood te worden voor een beetje warmte en een versnapering en vraagt “trick or treat”. De ‘trick’ is te zien als het onheil. Na de ‘treat’ kan de geest zegen brengen. De gemaskerde optocht is dus een geestenoptocht. Masker komt van ‘masca’ dat staat voor heks of geest en ‘mom’ in het woord vermomming staat ook voor geest!

De laatste oogst

De maskerades werden vroeger door volwassenen gehouden. Deze wisten de achtergrond en wilden – voor die ene keer in het jaar – zijn als een dode om de verwantschap met de vereerde geesten van de voorouders te voelen. Zo hielpen zij mee met de derde en laatste oogst. Vlak voor Halloween werden op het veld de laatste restanten binnengehaald zoals knollen, rapen en later pompoenen. Maar op Halloween zelf volgde de allerlaatste oogst die binnengehaald werd door de Dood zelf. Magere Hein: het skelet met zeis en zandloper, gehuld in een mantel, kwam zielen oogsten. (7) , Hij wordt ook wel de ‘grim reaper’ , oftewel de gemaskerde oogster genoemd. Dit maakt Halloween tot zowel een oogstfeest als een feest van de doden!

De god van de dood

Sommigen beweren dat Samhain vernoemd is naar een Arische god van de dood Samana. Daarbij word dan ook verwezen naar de engel des doods in de Talmud genaamd Samaël. Voor deze theorie zijn geen harde bewijzen. (8) Toch is het erg toevallig dat in de voodoo van Haïti de loa of god van de dood ‘baron samedi’ heet. Zijn feest word ook nog gevierd in de halloweentijd. Samedi is zaterdag, de laatste dag van de week.

(Kaart XIII De dood in middeleeuwse tarotspelen afgebeeld als een zielen oogstend skelet)

De grimmige, dus gemaskerde oogster snijdt met zijn zeis de laatste hechtingen af die de ziel aan deze wereld bindt. Hij neemt de zielen van het afgelopen jaar mee naar de geestenwereld. Het gaat hier om de nog ronddolende zielen, de dwaallichtjes. Deze zielen hebben de weg naar beneden of naar boven nog niet gevonden of zijn nog te gehecht aan het aardse om deze wereld te verlaten. Met Samhain / Halloween worden deze zielen overgebracht naar de andere kant. De mensen hielpen – door middel van de maskerade van Halloween – de god van de dood mee. Uit dankbaarheid daarvoor zouden zielen vanuit de andere wereld overvloed en vruchtbaarheid brengen aan de levenden.. (9) In de Christelijke tijd werd dit gebruik zo veel mogelijk vervangen door het bidden voor de arme zielen in het vagevuur met Allerheiligen en Allerzielen. Gemaskerd rondlopen werd gezien als heulen met demonen. Het lichtje waar je mee rondliep was hellevuur. Toch was het gebruik niet volledig uit te roeien.

Bon(e)fire en needfire

In het verhaal van Jack ‘O lantern moest Jack zijn lichtje uit de hel halen. Het is de vraag of dit een duivels lichtje was. Het zou ook afkomstig kunnen zijn van de ‘bon(e)fires’ die op de heuvels werden aangestoken met Samhain, zodat ze van verre te zien waren. (10) Hierbij moest op een rituele manier vuur gemaakt worden, het zogenaamde noodvuurDit was vuur dat werd gemaakt door middel van wrijving van hout tegen hout. Voor een nieuw zuiver begin van het jaar was het nodig om de vuren in de haarden van alle huizen te doven. Elke huisvader moest naar het grote vuur op de heuvel dat in heidense tijden door de druïden – en later door gewone huisvaders – werd aangestoken met dit noodvuur. Hier kregen ze – waarschijnlijk in ruil voor een dierenoffer – een gloeiende kool mee, om in eigen huis de haard mee aan te steken. ‘Bonfire’ is waarschijnlijk een ‘bonefire’. Het is een ritueel vuur waarin de beenderen van de geofferde dieren in werden verbrand. (11)

Om dit vuur tegen wind en regen te beschermen stak men het in een uitgeholde raap (pompoenen hadden ze in die tijd nog niet in Europa). Met dit licht wezen ze mogelijk de dolende geest van de voorouder ook de weg. Door deze uit te nodigen in het huis en met het licht de haard te ontsteken, kon de vooroudergeest via de haard rust vinden en naar de boven of onderwereld reizen. Van daaruit kon hij een beschermgeest zijn voor zijn familie. Hij hield zijn familie in de gaten en  kon vanuit de haard geluk en voorspoed bezorgen als hij vond dat ze dat verdienden. Zo wordt onbewust met de Jack ‘O Lantern van Halloween een oeroud ritueel in ere gehouden.

Auteur: Abe van der Veen

Voor mijn nieuwste artikelen zie: http://www.abedeverteller.nl/artikelen-symboliek/

http://www.abedeverteller.nl

Noten:

1) Ik gebruik hier het woord Halloween in plaats van Samhain omdat dit beter bekend is bij het algemene lezerspubliek.

De bronnen die ik gebruik zijn voornamelijk afkomstig uit Ierland, Schotland, Wales en Engeland. Het is de vraag of en op welke manier dit feest buiten dit gebied werd gevierd.

2) Lauvrijs – Halloween p.49

http://en.wikipedia.org/wiki/Stingy_Jack

De duivel staat o.a. voor onmatigheid en disbalans. Het kruis kan je zien als een centrerend teken dat je bij jezelf houdt. Daar kan de duivel je niet raken. Als de duivel er niet bij kan komen, zou je hem er zelfs mee kunnen vangen!

3) http://en.wikipedia.org/wiki/Jack-o’-lantern Het woord Jack ‘O Lantern wordt het eerst genoteerd in 1663.

4) Graves – the white goddess p.246 Hier is het een Welsh verhaal over ene Sion Kent. Er is ook een Ierse versie over Billy Dawson (die ik al vele malen heb verteld) en een versie over de ketellapper van Tamlacht. Bij deze versies wordt echter geen aandacht besteedt aan de connectie met Halloween.

5) Bijzonder is dat de Romeinen in deze periode ook hun Mania vierden waarin de put naar de onderwereld open werd gezet en de geesten van de overledenen vrijelijk rond konden dwalen.

De meeste heidenen noemen dit feest nu nog Samhain (Meestal uitgesproken als Zou-In http://en.wiktionary.org/wiki/Samhain#Pronunciation)

6) Lankester – De acht jaarfeesten p. 52

7) Een andere variant van de zielenoogst is het fenomeen van de ‘Wilde Jacht’.

8) Mark Oxbrow – Halloween en Lauvrijs p. 14 
Als er toch geen dodengod Samana blijkt te bestaan is er in ieder geval nog de wintergodin Cailleach wiens heerschappij begint met Samhain..
9) Lankester – De acht jaarfeesten p.51
10) Lauvrijs p.63 vuur
Oxbrow – Halloween p. 149-152 needfire
Mogelijk gebeurde dit zelfs op plaatsen zoals grafheuvels waar van gezegd werd dat de elfen er woonden.. 
11) http://en.wiktionary.org/wiki/bonfire