Witte wieven wit hier bring ik oe ’t spit!

Het beroemdste verhaal over de witte wieven is de sage waarin een jonge man een spit in de wittewievenkuil werpt of in de wittewievenbelt steekt. (1) Dit verhaal is wijd verspreid in Twente en de Achterhoek. Het wordt o.a. verteld van de wittewievenkuil van Loo onder Markelo, de Lutterberg bij Raalte en die van Zwiep bij Lochem.  Het word vermeld van de Barga Belten bij Bathmen en van de belten van Borne en Buurse. (2) In de sagen komt telkens het gebruik van het spit voor en het merken van de achterdeur met een zogenoemd stiepelteken. Via merkwaardige omwegen kwam ik tot een oplossing van deze raadselachtige kenmerken van het witte wievengeloof.

wijf(fig: De witte wievenkuil bij Barchem)

Spit, speer en bijl

In de sagen wordt er meestal met een spit geworpen. Dit spit kan een braadspit zijn – zoals in vele versies van de sage –, een haarspit (waarmee de boeren vroeger hun zeis scherpten) of een werpspeer (een korte houten speer met een ijzeren punt eraan). Als vierde mogelijkheid kan het gaan om een drietandige spitvork.

Bij het werpen van het spit zegt de dappere jongeling een spreuk op: “witte wieven wit, hier breng ik oe het spit, zie moar dat je het gebroad erbie kriegt!” Dan zullen er (meestal drie) wieven uit hun belten verschijnen en de jongen – want meestal ging het om een jonge jongen – achternazitten. Deze vlucht zo hard hij kan en bereikt nog net zijn boerderij.

Witwief_achtervolgt_boerenzoon_400

De wieven gooien hem het spit (of soms een bijl) achterna en die blijft dan steken in de stiepel van de niendeur. Dat is de – uitneembare – paal tussen de achterdeuren. De sage zegt dat dit de oorsprong is van  het stiepelteken! Als ze zien dat hun prooi veilig binnen is roepen de wieven hem spijtig na: “als ik mijn schoenen eerder aan had geknoopt, dan was jij het gebraad geweest”.

Dit gegeven blijft niet beperkt tot de sagenwereld. Ook in het echt gingen jonge jongens vroeger naar plekken toe waar spinsters zaten. Dit waren meestal oude vrouwen die tezamen spinden. Zij hadden een “spit” gemaakt door twee houtjes over elkaar te binden en gooiden die naar binnen onder het uitroepen van de voorgaande spreuk. In tegenstelling tot de andere voorbeelden leek dit spit wèl op het stiepelteken. (3)

Stiepeltekenstiepel1

(fig 1 Donderbezem fig 2 en 3 Stiepeltekens in de vorm van een maalkruis)

De betekenis van het stiepelteken

Het stiepelteken valt te bewonderen op veel oude Twentse boerderijen. Het lijkt niet op een spit, maar heeft de vorm van een zandloper of een maalkruis (X). (4) Als maalteken is het teken van de stiepel ook het teken voor vermenigvuldiging, zowel in de wiskunde als in het huwelijk. Denk maar aan de bijbelse uitdrukking: Gaat heen en vermenigvuldigt u’! Het teken is te zien als de conjunctie van de mannelijke – naar boven gekeerde – en de vrouwelijke – naar beneden wijzende – driehoek. (5) Het verhaal van het geworpen spit blijkt nu juist te gebeuren in de nacht van zo’n conjunctie, namelijk tijdens een huwelijksfeest.

Het is een goed gebruik in Twente dat ongetrouwde jongelingen langs de buren gaan om ze uit te nodigen voor een bruiloft. Dit heet ‘brulfteneugen’.  Zo kan hij direct de nog beschikbare jonge dochters peilen die naar de bruiloft komen. Bij elk huis krijgt hij gewoontegetrouw een slokje aangeboden. Juist zo’n ‘brulfteneuger’ gaat de wieven uitdagen met het spit en zo voor de bruiloft uitnodigen. In de versie waar hij het spit in de heuvel steekt zou je dat kunnen interpreteren als een symbolische vereniging met de aardegodin. Met de drietandige spitvork wordt het een drievoudige vereniging met de drievoudige godin! De wieven komen vaak met zijn drieën uit de kuil of heuvel te voorschijn om de jongen achterna te jagen. (6) 

valkenburg-hendrik-1826-1896-n-twee-brulfteneugers-bij-het-ve-2680683 (1)

(fig: Twee brulfteneugers op pad)

Witte wieven en godinnen

Zo zijn de witte wieven te zien als godinnen. Zij verschijnen meermalen gedrieën. In connectie met de dodenheuvel en het spinnewiel maakt het hun tot de godinnen van het lot, van leven en dood. Zij – en in hun plaats, de priesteressen – deden in de heidense tijd de inwijdingen van de jonge mannen. zo kan je het verhaal van de jonge boer die het spit in de heuvel steekt zien als de symbolische versie van een oud heidens gebruik ter inwijding van die jongeling.

Tegelijkertijd is het een verzoening met de Godin om zo te komen tot grotere vruchtbaarheid van het veld. Die verzoening heeft te maken met het omspitten van de aarde. Je moet je voorstellen dat vroeger het spitten in de aarde met de spitvork een zeer belangrijke klus was, die vooral gedaan werd door de jonge boerenknullen met sterke ruggen. Dit werk was echter ook een schending van de heilige moeder aarde. Deze werd open gestoken en zij kon daar wel eens vertoornd om wezen. Een van de meest voorkomende vormen van vergelding door de godin was het spit! Een stekende pijn in de onderrug.

guinevere

Elvenschot en heksenschot

Dit spit werd in de folklore veroorzaakt door het “heksen- of elfenschot”. Bij de Schotten heet dit ‘elfshot’ en word veroorzaakt door elfen die in bepaalde met meidoornstruiken begroeide grafheuvels wonen. Wie deze struik probeert te kappen word gestraft. De wezens schieten met een speer of pijl in je onderrug, waarbij ze een helse pijn veroorzaken. Hierbij is het interessant te weten dat de meidoorn gewijd is aan de witte godin. Met name Guinevere (Gwenhwyfar) – wat wit wief betekend – maakte kransen van meidoorn op de avond van de eerste mei oftewel Beltaine het feest van het huwelijk en het samengaan van God en Godin. (7)

Hexenschuss_von_Johann_Zainer

In Duitsland kende men hetzelfde als ‘Hexenschuss’. Beide keren is het te zien als een straf voor het niet respectvol benaderen van de natuur. Deze straf was ook logisch; wie wild en onachtzaam vanuit een verkeerde houding het land bewerkt of bomen kapt zal al heel snel last van zijn rug krijgen! Dit kon een ramp zijn voor het boerenbedrijf; een sterke werker minder was een groot verlies. De etymologie geeft als uitleg voor het woord spit (als pijn in de onderrug) dat dit gaat om een spit dat door heksen of elfen in de rug van het slachtoffer is geschoten en verwijzen daarbij naar het beruchte Hexenschuss en elfshot! (8)

‘Charm against a sudden stitch’

In een Angelsaksische toverspreuk tegen een plotselinge pijnscheut (vòòr 1050 AD) is één van de oudste bewijzen te vinden voor het volksgeloof in heksenschot en elfenschot:

Loud were they, lo ! loud, when they rode over the barrow,
	Resolute were they when they rode over the land.
	Fend thyself now, that thou mayest survive this violence !
	Out, little spear, if herein thou be !
5	I stood under linden, beneath a light shield,
	Where the mighty women made ready their strength
	And sent whizzling spears;
	I will send them back another
	Flying arrow in their faces.

Het is frappant om te zien hoe deze ook doet denken aan het witte wievenverhaal. In de spreuk  rijden machtige vrouwen luidruchtig over de grafheuvel. Zij werpen hun kleine speer naar het slachtoffer die daarop een plotselinge pijnscheut krijgt. Hij wenst vervolgens dat hij een pijl of speer terug kan werpen, gemaakt door machtige smeden, zodat hij de pijn naar zijn veroorzakers terug kan zenden. (9) Je zou hier een vroeg bewijs in kunnen zien van het wittewievenritueel van het werpen van het spit..

Het merkteken van het wief

Het werpen van het spit naar de witte wieven lijkt zo een test van mannelijkheid te zijn en daarmee een inwijdingsdaad. Voor zo’n inwijding gaat hij naar de meest heilige plek toe; de grafheuvel of kuil die gewijd is aan de godin van de aarde. Hier is haar kracht het sterkst! Daar aangekomen stak hij zijn spit in de heuvel of wierp het in de kuil en door de spreuk op te zeggen bood hij zichzelf aan als zoenoffer. Soms had hij een vervangend offer bij zich in de vorm van een kat – de balkenhaas – die ze dan op konden eten. Vaker zette hij het direct op een hollen, achterna gezeten door de wieven. Deze lieten nu hun duistere kant zien en als wrekende furieën zaten ze hem achterna!

1274784635074_f

Kon hij op tijd zijn huis bereiken dan werd hij niet aan het spit geregen, of in zijn rug door het spit getroffen, maar werd zijn huis geraakt en daarmee gemerkt. Dit was geen straf, maar een zegening. Wiens huis was gemerkt door dit “stiepelteken”, die was beschermd tegen allerlei kwade invloeden. Hij was – als het ware – goedgekeurd om zelf een  huisgezin te stichten. Zo werd de dapperheid van de jongeling beloond door de witte wieven, die zich hier laten zien als priesteressen of zelfs godinnen.

Als laatste is het opmerkelijk te noemen dat het stiepelteken juist aangebracht werd op de steunpaal tussen de achterdeuren. Deze plaatsing wordt echter duidelijk als je het huis ziet als symbool voor het (energetische) lichaam van de man. Dan staat deze plek gelijk aan de onderrug, de plek die getroffen word door het spit.

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

Deeldeuren met stiepelteken

1) De geromantiseerde versie is van Josef Cohen uit 1918. http://www.verhalenbank.nl/extra.php?info=tekst&idnummer=COHEN034&volksverhaal_type=SINSAG%200305&atu_type=

Een erg grappige versie hiervan is: De legende van de witte wieven van Gery Groot Zwaaftink. Gery is een erg goeie verhalenverteller en zijn mooi geïllustreerde boekje over de wieven is nog steeds te koop. http://www.gerygrootzwaaftink.nl/

Zie ook deze filmversie van het verhaal: http://www.willemwever.nl/vraag_antwoord/de-maatschappij/wat-er-waar-van-de-witte-wieven

Ook van Ellert en Brammert wordt verteld dat zij een bijl nawerpen waardoor het maalteken in de stiepel van de niendeur ontstaat. Dit lijkt mij echter een verwarring van latere tijden. http://nl.wikipedia.org/wiki/Ellert_en_Brammert

2) Sinninghe – Overijssels sagenboek en Gelders sagenboek

3) Sinninghe – Overijssels sagenboek p. 6-9

4) Sommige schrijvers zien het als teken van Donar. Zijn teken wordt ook wel een donderbezem genoemd. Het houdt de bliksem en ook de boze geesten op afstand. Sommigen zeggen zelfs dat het de witte wieven tegenhoud! Toch is de donderbezem niet exact hetzelfde als een  stiepelteken, de verticale streep ontbreekt.

donderbezem2

Tjaard de haan – Onze volkskunst p. 149

Het stiepelteken zou ook bekend staan als biel’nsmid (bijlensmid?).

Stiepeltekens http://www.bovenlichten.net/id298.html

Sinninghe – Overijssels Sagenboek

5) Walker – Dictionary of symbols and sacred objects p. 35

6) De trident als duivelsteken duidt hier ook op. De duivel is te zien als de opvolger van de gehoornde god en minnaar van de drievoudige Godin.. Walker – dictionary of symbols and sacred objects p. 109

7) Voor brulfteneugen zie Overijssels sagenboek p. 7 voor de sage en bv. http://nds-nl.wikipedia.org/wiki/Goastok voor de rite.

n) http://en.wikipedia.org/wiki/Elf

Briggs – a dictionary of fairies p.118

Over Guinevere als wit wief schreef ik in mijn vorige artikel over witte wieven.

8) http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/spit2

Etymologisch woordenboek – J. de Vries: ‘Men schreef de pijnaanval oudtijds toe aan magische inwerking van buiten af en dacht daarbij aan dunne spitse staafjes, die door een tovenaar in het lichaam geschoten werden. Andere voorbeelden daarvan zijn woorden als limb. heksenscheut, nhd. hexenschuss, oe.hægtessan gescot en verder noorw. trollskot, finnskot, alvskot, gandnål. Er schijnt geen reden om aan deze verklaring te twijfelen en zijn toevlucht te nemen tot de bleke omschrijving ‘plotselinge pijn in de rug alsof men met een spit gestoken werd’.

Natuurlijk kon de toorn zich ook anders uiten. Bijvoorbeeld in ziekte onder je vee, een slechte oogst of een uitslaande brand.

9) http://www.heorot.dk/stitch-i-txt.html

http://www.heorot.dk/suddenstitch.html

Charm against a Sudden Stitch in the Side

Feverfew and the red nettle which grows through the house and plantain; boil in butter —

	Loud were they, lo ! loud, when they rode over the barrow,
	Resolute were they when they rode over the land.
	Fend thyself now, that thou mayest survive this violence !
	Out, little spear, if herein thou be !
5	I stood under linden, beneath a light shield,
	Where the mighty women made ready their strength
	And sent whizzling spears;
	I will send them back another
	Flying arrow in their faces.
10	Out, little spear, if herein it be !
	The smith sat, forged his little knife,
	Sore smitten with iron.
	Out, little spear, if herein thou be !
	Six smiths sat, wrought war-spears.
15	Out, spear, not in, spear !
	If herein be aught of iron,
	Work of witch, it shall melt.
	If thou wert shot in the skin, or if thou wert shot in the flesh,
	Or if thou wert shot in the blood, or if thou wert shot in the bone,
20	Or if thou wert shot in the limb, thy life shall never be harmed.
	If it were shot of gods, or if it were shot of elves,
	Or if it were shot of witch, now I will help thee.
	This to relieve thee from shot of gods, this to relieve thee from shot of 		elves,
	This to relieve thee from shot of witch; I will help thee.
25	Flee to the mountain-head,
	Be thou whole; May the Lord help thee.
Take then the knife; plunge it into the liquid.

Witte wieven, nevelslierten en grafheuvels

Wieven als nevelslierten

Wie tegenwoordig vraagt naar de witte wieven zal meestal te horen krijgen dat dit nevelslierten zijn. Deze naturalistische verklaring van een volksgeloof gaat echter dieper dan je denkt. Als je je ogen probeert te focussen op nevel die zweeft over de velden dan zal je merken dat je dat niet lukt. Het heeft geen heldere contouren en verandert continu. Zo kan je oog zich niet scherpstellen en je brein geen objecten waarnemen. Als je op die manier langdurig zal staren naar de nevel wordt het analytische objectieve brein uitgeschakeld en zal het gevoel en de intuïtie de waarneming overnemen! Dit maakt het waarnemen van het bovennatuurlijke zoals elfen en geesten mogelijk. De priesteressen van Avallon zagen voorbij de nevel hun wondereiland. In Drenthe en Twente zag men dan de witte wieven! (1)

Älvalek

Wieven als spookgestaltes

Witte wieven kom je vooral tegen in Drenthe, Twente en de Achterhoek. Witte juffers en witte vrouwen vindt je ook in andere delen van het land en er zijn ‘white ladies’ in Engeland gesignaleerd. Toch gaat het in deze gevallen meestal om vrouwelijke spookgedaanten gehuld in hun witte doodssluier.  Bij de witte wieven van het Saksische gedeelte van Nederland is er meer aan de hand. Het wief lijkt hier een vreemd amalgaam van heks, elf en spook. (2)

dameblanche

Witte wieven als elven

De benaming en de folklore rond de witte wieven is in verband te brengen met de elfen. Als naam vinden we het terug bij Guinnevere, de vrouw van koning Arthur. Haar oorspronkelijke Welshe naam is Gwenhwyfar. Gwen is wit en hwyf is wijf! Finnabair, de dochter van Mebh – die vaak als koningin der elfen wordt gezien – betekend hetzelfde, witte vrouw. De koning der elfen is Gwyn ap Nudd. Waarbij Gwyn weer wit betekent. Alf en alp zijn beide benamingen voor de elfen en betekenen beide wit. Ook als je de folklore rondom elfen en wieven vergelijkt hebben ze een sterke gelijkenis. Zij wonen net als de elfen van Ierland vaak in de grafheuvels. Zij doen werkzaamheden bij nacht op het boerenland in ruil voor een schotel pannenkoeken, net als de elfen dat doen voor een schotel melk en een stukje brood. Soms stelen ze een mensenkind en leggen er een wicht (wisselkind) voor in de plaats. (3) 

Ängsälvor_-_Nils_Blommér_1850

Wieven als heksen

Er zijn minstens zoveel gelijkenissen in de sagen te noemen tussen witte wieven en heksen: Vaak nemen de wieven stiekem ´s-nachts van het bier of van de melk en dat lukt ze ongemerkt doordat ze zelfs door de nauwste kiertjes nog binnen kunnen komen. Ze gingen langs de deuren en vroegen dan om een “balkenhaas”, dit was echter een kat, kregen ze dit heksendier mee, dan braadden ze het en aten het op. Zeker in latere gepopulariseerde versies werden de wieven telkens meer veranderd in lelijke, gemene heksen. (4)

1274784635074_fsagen_004

Witte wieven als wijze vrouwen; Becker, Kempius en Picardt

Als we teruggaan tot de oudste bronnen over de witte wieven ontstaat er een heel ander beeld: Balthasar Bekker in zijn ‘de betooverde wereld’ uit 1691 oppert de verklaring dat wit niet persé voor de kleur van hun gestalte of hun sluier hoeft te staan. Het wit kan ook ‘wittende’ wieven betekenen. Zoals in het Engelse ‘witty’ en het Nederlandse verwittigen. In dat geval zijn het wetende oftewel wijze vrouwen! (5)

Cornelius Kempius is een stuk negatiever over de wieven in zijn ‘de origine frisiae’ uit 1586. Hij vertelt hoe ze hun heuvels door duivelskunsten hebben opgeworpen en hoe ze reizigers ’s-nachts lastig vielen en herders en kraamvrouwen ontvoerden. Dit is een beschrijving die past binnen de strategie van de kerk om al het heidense te demoniseren.(6)

In het boek ‘antiqueteiten van Drenthe’ uit 1660 van de Drentse dominee Picardt staat een zeer interessante beschrijving van de Witte Wieven. Hierin lijken ze meer op oudtijdse priesteressen dan op geesten, heksen of elfen:

‘Onder de Berghjes, vindt men eenige die ingevallen zijn en voortijds van binnen hol geweest. In wat Landt dat men komt/ soo hoort men alle menschen spreken/ dat die voortijds geweest zijn woonplaetsen der witte Wijven, en de gedachtenisse eeniger harer wercken en seyten is noch soo versch in de memorie van veel grijse hoofden/ als wannerse noch onlangs gebeurt waren.
In wat plaetsen dat men dese wooningen der witte Wijven vindt/ sal men de Ingesetenen eendrachtigh van haer hooren verklaren: dat in sommige deser groote Bergen de witte Wijven hebben gewoont: dat ‘et omtrent dese Berghjes grouwelijck heeft gespoockt: dat men in den selven dickwijls een deerlijck gekrijt/ gekerm en weeklagen van mannen/ vrouwen en kinderen ghehoort heeft: datse by dagh en nacht dickwijls van barende en noodtlijdende vrouwen zijn gehaelt/ en souden die gheholpen hebben/ oock dan wanneer alles desperaat was: datse de superstitieuse menschen souden gewichelt/ haer geluck en ongeluck voor-geseyt hebben: datse gestoolen/ verlooren en vervreemde goederen wisten aan te wijsen waer die schuylden: dat die Landtsaten de selve met groote eerbiediheyt geeert hadden/ als wat Goddelijcks in haer erkennende; dat eenieg Ingesetenen/ by sommige gelegentheden/ in dese Berghjes geweest waren/ en hadden aldaer ongelooflijcke dingen gesien en ghehoort/ maer hadden/ op perijckel van haer leven/ niet een woort mogen spreken; datse snelder waren geweest als eenige creatuyren; dat zy altijd in ’t wit waren gkleedt geweest/ en wierden daerom niet witte Wijven, maer simpliciter de Witten genaemt.

Ets_1660_van_Gerrit_van_Goedesbergh_met_witte_wieven_in_grafheuvels

(De afbeelding is een ets uit het boek van Picardt uit 1660. Je ziet het witte wief als een heidens priesteres afgebeeld die woont in een holle heuvel, omringt door schedels en aanbeden door het primitieve volk.)

Picardt verteld dat de mensen naar de witte wieven gingen in hun grafheuvels om daar te vragen om genezing, om te helpen bij bevallingen, om de toekomst te voorspellen en om te helpen bij het zoeken naar verloren en verborgen schatten. Dit zijn allemaal typische werkzaamheden voor heidense priesteressen of toveressen.

Ook in de zeventiende eeuw – toen Picardt schreef – werden deze taken nog uitgevoerd. Echter deze wichelaars waren allang geen priesteressen meer. Meestal ging het om rond zwervende mannen. Een deel van het ongeletterde volk hechtte nog wel waarde aan hun rituelen en voorspellingen. Maar door de elite werden zij vanwege hun praktijken met de nek aangekeken en naar de rechtbank gebracht als oplichters.(7)

Witte wieven en de Germaanse priesteres

De beschrijving van Picardt van het witte wief lijkt sterk op die van de völva, de priesteres van de oude Germanen. Beiden zijn in het wit gekleed, wonen in of bij de grafheuvels, doen aan spinnen met een spintol en geven voorspellingen. Beiden worden beschuldigd van kattenoffers en van het seksueel verleiden van vreemde mannen. Het wief vraagt om het offer van een kat en eet deze op als een zogenaamde ‘balkenhaze’. De völva draagt handschoenen gemaakt van kattenhuid.

Van de wieven zegt de folklorist Teenstra dat ze mannen – die nog laat op pad zijn – als regte succuben aanranden om hen tot de bijslaap aan te sporen, fluisterende psst, psst, st.. st.. hoor reis. Degene die het roosje wil plukken zal – in een overmatig genot – al stuiptrekkend sterven! Ook de völva stond bekend om haar verleidingskunst en om de seksuele riten die ze bedreef om vruchtbaarheid op te wekken. (8) 

7100

(Illustratie van de witte juffer van Hoog Soeren in haar holle beuk)

Het witte wief als godin

Picardt zegt dat de witte wieven met grote eerbied werden behandeld alsof ze iets goddelijks in hun erkenden. Als spinsters – al spinnende met hun spintollen – en als bewoonsters van de grafheuvels (en soms hunebedden en andere heilige plaatsen in de natuur) zijn ze goed te vergelijken met de heidense priesteressen die het noodlot voorspelden. Echter in de mythische vorm gaat het dan om de witte of drievoudige Godin van dood en leven, die zij vereerden en in wiens plaats zij optraden. Ook de witte wieven verschijnen meermaals gedrieën. De Godin van de heidenen is ook de koningin der elfen. Een goede naam voor haar zou Gwenhwyfar zijn, koningin en wit wief tegelijkertijd! (9)

Conclusie

Nu we al deze verschijningsvormen van het witte wief naast elkaar hebben gelegd zou je een keuze kunnen maken. Is zij een spook of nevelflard, heks of elf, godin of wijze vrouw? Wat mij betreft is zij het allemaal tegelijk! Zij is de geest van de wijze vrouw die in de gemeenschap onder andere de relatie met de godin onderhield en daarom soms als haar spreekbuis optrad. Ook na haar overlijden werd ze nog vereerd op de plaatsen waar ze haar waarzeggingen en riten deed; bij de grafheuvels of andere heilige plekken in het landschap. Later werd zij verduiveld en tot heks verklaard. Tegenwoordig kan je haar alleen nog in een ‘tranceachtige’ staat ervaren, bijvoorbeeld door te staren naar nevelslierten in de buurt van een grafheuvel. (10)

Het vervolg met uitleg van het beroemdste wievenverhaal ‘de legende van de witte wieven’, kan je hier lezen: http://wp.me/p26qJo-9k

Witte Wieven (1)

Abe van der Veen

http://www.abedeverteller.nl

1) Wief is natuurlijk een volkomen neutraal woord voor vrouw in het noorden en oosten des lands, of zelfs liefkozend bedoeld.. Zeker niet pejoratief.

2) Beroemd is bijvoorbeeld het verhaal van de witte juffer van Hoog Soeren op de Veluwe. Deze heeft wèl kenmerken van het witte wief. De evenzeer beroemde Kernhemse witte juffer is een duidelijk voorbeeld van een spook..

http://en.wikipedia.org/wiki/White_Lady_(ghost)

Er zijn ook ‘weisse Frauen’ in Duitsland en ‘dames blanches’ in Frankrijk. Zij zijn verleidelijke geestgestalten die hun lange haren kammen en mannen verleiden, maar veel meer heb ik niet over deze wezens kunnen vinden..

http://en.wikipedia.org/wiki/Dames_Blanches_(folklore)

http://en.wikipedia.org/wiki/Weisse_Frauen

3) De Alpen slaan dan ook op de witte besneeuwde pieken van dit bergmassief.

Sinninghe – Overijssels Sagenboek p. 6-16 (voor wicht als benaming voor wisselkind p. 14)/ Gelders sagenboek 4-7 / Drentsch sagenboek p. 12-16

T. de Haan – Volksverhalen uit Overijssel p.123-133

4) Overijssels Sagenboek p. 11 en 12

Lees ook es de zeer vermakelijke en mooi geïllustreerde moderne versie van de legende van de witte wieven van G. Groot Zwaaftink. Hierin worden ze beschreven als: ‘heksen met haar op de tanden, bloeddoorlopen ogen, lange vuurrode nagels en grote soepjurken.’ http://www.gerygrootzwaaftink.nl/boeken.html

5) Teenstra – Nederlandse volksverhalen p.92

6) Sinninghe – Drents sagenboek p.13 (op cit. de origine frisiae p. 341 http://books.google.be/books?hl=nl&id=mFhbAAAAQAAJ&q=wieven#v=onepage&q=wieven&f=false) Wie deze pagina voor mij zou kunnen vertalen ben ik dankbaar..

7) Antiquiteten, pp 69-70. In: Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten der provincien en landen gelegen tusschen de Noord-Zee, de Yssel, Emse en Lippe. Waer by gevoeght zijn Annales Drenthiae / Johan Picardt (1660).

Gijswijt-Hofstra – Nederland betoverd o.a. p.72 en via index wichelarij of waarzeggerij vele andere voorbeelden..

8) http://nl.wikipedia.org/wiki/Volva_(mythologie)

M. Teenstra – Nederlandse volksverhalen (ca. 1850) p. 84

Het witte wief wordt in het Achterhoeks ook wel een vüleke of vuulke genoemd. Dit woord wordt nergens verklaard, maar kan te maken hebben met het spinrokken of de sluier van de völva. Gelders sagenboek p. 5

9) Deze schikgodinnen bepaalden door middel van het spinrokken het noodlot. Zij spinnen de levensdraad, vermengen het met andere draden en knippen hem uiteindelijk af.

Als Cuneware staat Guinevere voor vrouwelijke wijsheid. In de Welshe triaden is zij drievoudig en ws. een godin. Walker – myths and secrets p.357

In het Drents sagenboek p. 15 wordt verteld dat bij de hunebedden van Wapserveen oude vrouwtjes zitten te spinnen aan gouden spinnewielen. Een boerenknecht plaagde ze en riep: ‘Old wiefien platvoet, komstoe mar oet, as ’t kwaad doet’. De vrouwtjes zetten hem achterna en gooiden groene botten achter hem aan. Ze troffen zijn paard die sindsdien mank was. Als een van die botten hem geraakt had, was hij dood geweest!

In deze sage kan je een duidelijke associatie lezen met het witte wief en de dood- en noodslotsgodin, die bij sepulchrale plaatsen hoort zoals hunebedden en en grafheuvels..

10) In mijn manier van kijken naar de dingen ben ik meer van het insluiten dan het uitsluiten. meer van het en – en dan het of – of.

Verdere bronnen:

Veluwse sagen – vd Wall Perné

http://en.wikipedia.org/wiki/Witte_Wieven

http://web.archive.org/web/20050414010444/http://geocities.com/reginheim/wittewieven.html

Women who were concerned with fortunetelling and predicting the future were highly respected in Germanic society and many of them were chosen as priestesses, they were often refered to as “wise women” and after their death the people kept honouring them at their graves.